In de herhaling toont zich de EPO-doping

Een directe manier om EPO-gebruik aan te tonen, is er waarschijnlijk niet. Maar door topsporters maandelijks te onderwerpen aan een bloedonderzoek, zullen fraudeurs toch door de mand vallen, verwacht internist Jo Marx....

'GEEN WOORD over Rabo en Dekker', had hij bij het maken van de afspraak nog gewaarschuwd. Maar dat was natuurlijk wel de aanleiding voor een gesprek met de Utrechtse internist prof. dr. Jo Marx, één van de drie leden van de onderzoekscommissie die op verzoek van de Rabobank - sponsor van de Rabo-ploeg - nagaat of beroepsrenner Erik Dekker wellicht EPO heeft gebruikt.

Dekker kreeg drie weken geleden van de internationale wielerfederatie (UCI) een startverbod van twee weken, omdat zijn bloed te 'dik' was. Ofwel: zijn hematocriet - het volume in procenten van de rode bloedcellen in een bloedmonster - lag boven de door de UCI vastgelegde grens van 50.

Marx moet nu uitzoeken of dat voor Dekker normaal is, of dat het kan duiden op het verboden gebruik van EPO (erythropoietine), het hormoon dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes door het lichaam stimuleert. Een 'EPO-test' zou daarbij goed van pas komen, maar, zegt Marx, dat kunnen we wel vergeten.

EPO werd ontwikkeld als geneesmiddel voor nier(dialyse)patiënten die last krijgen van bloedarmoede. Het natuurlijke hormoon erythropoietine wordt in de nieren aangemaakt; bij nierfalen is die aanmaak gestoord en worden er te weinig nieuwe rode bloedlichaampjes geproduceerd, met bloedarmoede tot gevolg. Sinds een jaar of vijftien is het mogelijk met DNA-recombinant-technieken het natuurlijke hormoon na te maken.

EPO lijkt als twee druppels water op het echte hormoon. Marx: 'Het EPO-molecuul is exact hetzelfde. De fabrikant is daar wonderwel in geslaagd. Bij toediening aan een patiënt treedt er dan ook geen afweerreactie op, er worden geen antistoffen tegen EPO gevormd en het medicijn heeft ook nauwelijks bijwerkingen.'

Gevolg van de treffende gelijkenis is wel dat recombinant-EPO niet van natuurlijk erythropoietine valt te onderscheiden, en dat het dus vrijwel ondoenlijk is EPO-gebruik in de (top)sport direct aan te tonen en zo doping te bewijzen.

Marx: 'Het zou kunnen dat het natuurlijke en het recombinant hormoon in één of enkele aminozuren, bouwstenen van het eiwit, verschillen. In dat geval zou je met een dure analysetechniek EPO-gebruik kunnen opsporen. Maar de fabrikant verzekert ons dat dat niet het geval is.

'Een andere mogelijkheid is dat het EPO-molecuul als gevolg van de productiemethode andere suikerketens bevat dan het natuurlijke eiwit. Daardoor zou de elektrische lading van het molecuul veranderen en zou je met elektroforetische scheidingsmethoden EPO-gebruik kunnen aantonen. Zweedse onderzoekers hebben dat een paar jaar geleden geprobeerd. Maar uit het feit dat deze testmethode nog steeds niet wordt toegepast, leid ik af dat het op die manier ook niet goed lukt.'

Nog een methode van opsporing die is onderzocht, is de bepaling van de verhouding tussen twee ijzerbindende eiwitten in het bloed, de zogeheten transferrine receptor en ferritine. Marx: 'Iedere lichaamscel heeft ijzer nodig voor zijn groei en stofwisseling. Maar een teveel aan ijzer is schadelijk. Via de transferrine receptor pikt een cel ijzer uit het bloed op, en in het ferritine-molecuul wordt het overschot aan ijzer veilig opgeslagen.

'Jonge rode bloedcellen hebben veel ijzer nodig. Daarvoor gaan ze extra transferrine-receptoreiwit aanmaken. Als ze zijn uitgerijpt tot volwassen rode bloedcellen, hebben ze geen extra ijzer meer nodig en wordt de transferrine receptor afgestoten naar het bloed. Vind je dus veel transferrine-receptoreiwitten in het bloed, dan kán dat duiden op recent EPO-gebruik. Het hormoon stimuleert immers de aanmaak van nieuwe rode bloedcellen.

'Maar er zijn méér, natuurlijke, fysiologische situaties waarin er een vergrote hoeveelheid transferrine-receptoreiwit in het bloed circuleert. En al enkele dagen na het staken van EPO-gebruik daalt de hoeveelheid van het eiwit in het bloed weer naar normale waarden. Daarom denk in niet dat deze test een bruikbare opsporingsmethode kan opleveren', aldus Marx

Hoe dan wel doping met EPO op te sporen?

De Utrechtse internist heeft er eigenlijk een heel simpel recept voor: een uitgebreid testprogramma. Een volledig bloedbeeld, met behalve de hematocriet ook een bepaling van het hemoglobine (Hb), een bepaling van de gemiddelde grootte van de rode bloedcellen - jongere cellen zijn groter - en een paar ijzerbepalingen - ferritine en de mate van ijzerverzadiging - zijn volgens Marx voldoende.

Voorwaarde is wel dat het bloed van een (top)sporter maandelijks wordt gecontroleerd en de gegevens in een databank worden opgeslagen. Zo kan de sporter in de tijd worden gevolgd en kunnen eventuele verschuivingen in de erythrocytenpopulatie, bijvoorbeeld de verhouding tussen jonge en oude rode bloedcellen, worden vastgesteld.

Rode bloedcellen leven gemiddeld 120 dagen, legt Marx uit, wat betekent dat iedere dag ongeveer 1 procent van de hele populatie aan rode bloedcellen wordt vervangen. Kunstmatige stimulering van de rode-bloedcelvorming - het doel van doping met EPO - zal zich verraden door veranderingen in het goed gedocumenteerde bloedbeeld van de sporter.

Marx: 'Met zo'n testprogramma haal je de mensen die frauduleus handelen, er echt uit. Een mooi Hb, bijvoorbeeld, gepaard aan een zeer lage erythropoietinespiegel in het bloed, is verdacht. EPO-gebruik onderdrukt namelijk de eigen productie van het hormoon in de nieren, terwijl het zelf snel uit het lichaam verdwijnt.'

Wordt zo'n systeem van maandelijks bloedonderzoek niet een kostbare aangelegenheid? Marx: 'Ach, wat heet kostbaar in de topsport. Alle flauwekul die er nu wordt geslikt, is veel duurder.' Een volledig bloedonderzoek hoeft ook niet zo prijzig te zijn, want, aldus Marx, 'een buisje bloed wordt toch al afgenomen voor de bepaling van de hematocriet, en de analyse-apparatuur in de laboratoria spuugt tegenwoordig automatisch een groot aantal bloedparameters uit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden