In de hel van Qatar

De Zwitserse ondernemingsrechtbank vindt zichzelf niet bevoegd om de aanklacht tegen wereldvoetbalbond FIFA over de slechte arbeidsomstandigheden in Qatar in behandeling te nemen. Dit schreef verslaggever Willem Feenstra in oktober over die omstandigheden, na een bezoek aan Qatar.

Het nieuwe Khalifa International Stadium in Doha is een van de Qatarese prestigeprojecten voor het WK voetbal van 2020.Beeld getty

Midden in de woestijn, buiten het zicht van de wereld, leven in Qatar honderdduizenden buitenlandse arbeiders. Ze zijn veelal onder valse voorwendselen naar het oliestaatje gelokt. De Volkskrant duikt in een wereld vol dwangcontracten, angst en verklikkers.

Tientallen meters boven de grond, op een bouwplaats in Doha-Noord, bungelt een Indiase gastarbeider aan een witte bouwkraan, zijn hoofd door een strop. Het is 13 september 2016, een collega richt angstig de camera van zijn telefoon op het levenloze lichaam. Foto's nemen mag niet, dus hij hoopt dat zijn bazen niet kijken. Klik.

Een paar dagen later, drie weken voor wereldvoetbalbond FIFA wordt aangeklaagd vanwege medeplichtigheid aan mensenrechtenschendingen in Qatar, laat vakbondswerker Tamal Riva de foto zien. Het is de tweede Indiër die zichzelf op een bouwplaats heeft opgehangen deze maand, er is onrust onder de arbeiders. 'We weten niet zeker of het kwam door de slechte arbeidsomstandigheden', zegt Riva, 'maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat deze arbeider zichtbaar wilde zijn, dat hij de aandacht wilde vestigen op het probleem.'

Tekst gaan verder onder de video.

Het probleem waarover Riva spreekt is 'moderne slavernij'. Drie dagen lang trekt hij samen met de Volkskrant en Ruud Baars van vakbond FNV van arbeiderskamp naar arbeiderskamp. Het is een hachelijke onderneming, alles moet in het geheim. De kampen zijn verboden terrein, meermaals zijn er ongewenste bezoekers door de politie opgepakt. Bouwplaatsen zijn hermetisch afgesloten, arbeiders bang om te praten over wat er gebeurt in het land dat in 2022 het WK voetbal organiseert.

De afgelopen jaren verschenen vernietigende rapporten over hoe Qatar zijn gastarbeiders uitbuit. Over de vele honderden arbeiders die stierven op bouwplaatsen. Het land beloofde beterschap, de wet wordt zelfs ten gunste van werknemers aangepast. Maar wat is er te merken van die mooie beloften? Worden de gastarbeiders inmiddels als normale mensen behandeld, of is er nog steeds sprake van verkapte slavernij, zoals mensenrechtenorganisaties stellen?

Tekst gaat verder onder de video.

Lees ook:

Wereldvoetbalbond FIFA wordt voor de rechter gedaagd vanwege medeplichtigheid aan mensenrechtenschendingen in Qatar.

Kamp Al-Rayyan: angst voor de verklikkers

Op drie kwartier rijden van hoofdstad Doha, in de gemeente Al-Rayyan, staat loodgieter Hardah Gazi (37) in de schaduw van een kampmuur. Hij spreekt op gedempte toon, om geen aandacht van beveiligers te trekken. Angst overheerst. Praten met buitenstaanders, en zeker met journalisten, kan leiden tot een gevangenisstraf of deportatie. Daarom vertelt hij buiten het kamp hoe zijn kamer te bereiken is en vertrekt alvast.

Het werkkamp is niet makkelijk te vinden. De gloednieuwe snelweg vanuit Doha gaat over in een zandpad vol kuilen en stenen. De glimmende SUV's van de stad zijn verdwenen. Vrachtwagens, bussen en pick-uptrucks bepalen hier het beeld op de wegen, die steeds minder goed zijn verlicht. Op de buitenmuren van het kamp, die ooit wit zijn geweest, is met zwarte verf het getal 57 aangebracht.

Als de bewaker bij de ingang even zijn post verlaat, gaan we Gazi achterna. De galerij voor zijn kamer is bezaaid met etensresten. Een rat schiet weg. Het plafondlicht knippert, voor de kamerdeuren staan honderden sandalen van de arbeiders die hier wonen. Het is acht uur 's avonds en doodstil.

Binnen leunt Gazi tegen een van de drie stapelbedden in zijn kamer. Twee mannen liggen bovenop te slapen, één zonder matras. Onder de bedden liggen de koffers die ze meer dan een jaar geleden inpakten toen ze zich in India klaarmaakten voor hun tijd als arbeider in het buitenland.

Gazi is niet op zijn gemak. Hij vertelt over 'de verklikkers': arbeiders die maandelijks een paar euro extra krijgen om illegale activiteiten - praten met buitenstaanders, vergaderingen, ongewenst bezoek - te melden aan de kampbaas. Wie de verklikkers zijn, weet Gazi niet, maar dat ze er zijn staat vast.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Het kafala-systeem: de wurggreep van de baas

Het kafala-systeem dat in Qatar gebruikelijk is, ligt ten grondslag aan veel misstanden in het land. Gastarbeiders moeten een lokale 'sponsor' hebben, vaak de werkgever. Hij regelt voor de arbeider de toegang tot Qatar, is verantwoordelijk tijdens het verblijf en moet toestemming geven als de werknemer van baan wil wisselen of het land wil verlaten.

miljoen mannen en bijna 96 duizend vrouwen woonden er in 2015 in de werkkampen van Qatar, blijkt uit cijfers van het ministerie van Ontwikkeling en Statistiek.

Een slapende man in het kamp Shahaniya,Beeld Willem Feenstra

De kamer is niet groot, zo'n 20 vierkante meter, en hoewel alles er geordend is, oogt het rommelig, vooral door de tussen houten stokken gespannen touwen waarover de kleding van de mannen is gedrapeerd. Het Indiase vlaggetje aan de muur moet de zes bewoners eraan herinneren waarvoor ze het doen: het thuisfront.

De kleine Bengalees draagt een geruit kleed om zijn benen en een verkreukeld wit bloesje erboven. Deze maandagochtend stapte hij om half vijf in de witte bus die hem naar de bouwplaats bracht en om zeven uur 's avonds was hij terug. Het was 45 graden Celsius bij de metrolijn die ze in de woestijn aanleggen. Ze krijgen van hun bazen weinig pauzes. 'Maar gelukkig was er genoeg drinkwater', zegt hij.

Gazi is hier nu anderhalf jaar en het liefst zou hij vandaag op het vliegtuig naar huis stappen. Maar dat is uitgesloten, zijn werkgever heeft zijn paspoort, een gevolg van het kafala-systeem (zie kader). Bovendien heeft hij zich in de schulden gestoken om in Qatar te komen. Met zijn maandsalaris van 162 euro, veel minder dan de 670 euro die hem door het recruitmentbureau was beloofd, doet hij er twee jaar over om alleen al zijn investering terug te krijgen. Toch komt hij niet in opstand. 'Ik ben te moe.'

Plotseling gaat de deur open. Een kleine beveiliger in een te groot pak vraagt wat er gaande is. Gazi probeert de man gerust te stellen en zegt dat we vrienden zijn. De man lijkt zich met de situatie geen raad te weten en loopt weg. Niet veel later verlaten we voor de zekerheid het kamp.

Zoals Gazi zijn er in Qatar duizenden. Mannen die nu al weten dat ze jaren werken voor niks anders dan het aflossen van de schuld die ze aangingen om hier te komen. Midden in de woestijn, buiten het zicht van de wereld, ver van waar de spaarzame toeristen komen, hebben de Qatari voor hen een parallel universum gecreëerd. In witte bussen worden ze gebracht naar de bouwplaatsen waar ze nodig zijn. Ze dragen vaalblauwe overalls en stofdoeken tot aan hun ogen, ter bescherming tegen de genadeloze zon en het opwaaiende woestijnzand.

Metershoge muren onttrekken de werkkampen vanaf de openbare weg aan het zicht. Bij de poorten staan bewakers. Afrikanen, omdat die zich nou eenmaal strikt aan de voorschriften houden en geen oogjes toeknijpen. Ze zien hoe de arbeiders elke dag afgepeigerd terugkomen, smachtend naar een douche en voedsel. Dan slapen, want morgen is er weer een dag. En overmorgen. En donderdag. En vrijdag. Het is een ritme dat ze zichzelf hebben aangewend om te overleven.

Getuigenissen

In de woestijn van oliestaat Qatar werken honderd­duizenden gast­arbeiders in dramatisch slechte omstandigheden aan de stadions en infra­structuur voor het WK voetbal in 2022. 'Moderne slavernij', zeggen mensen­rechten­organisaties. Vier arbeiders, die niet herkenbaar in beeld willen, vertellen hun verhaal.

Hoe belangrijk dat ritme is, blijkt in Area 52 van werkkamp Shahaniya. Hier, in de net uit de grond gestampte beige huizenblokken, komen 120 arbeiders uit voornamelijk India en Nepal weer op krachten na een half jaar hel. Het is nog vroeg op de dinsdagavond, een oude man ligt in de foetushouding op een dun matras op de grond, zijn hoofd vlak bij een lege verfemmer. Uitgeput na weer een dag in de bloedhete woestijn.

De Indiase elektricien Jaynoi (30) voert het woord, terwijl steeds meer collega's zich rond hem verzamelen. Doffe blikken, hoofden omlaag. Velen van hen betaalden grof om in Qatar te mogen werken en nu zitten ze vast.

'De afgelopen zes maanden kregen we, net als 500 andere arbeiders, geen cent van het Egyptische bedrijf waarvoor we werkten', zegt Jaynoi. 'We hadden soms geen eten, geen water en geen elektriciteit. Af en toe kwamen mensen van de ambassade noodpakketten brengen zodat we konden overleven.'

Nu werken ze weer, maar daarvoor moesten ze een groot offer brengen. In Qatar is het verboden van werkgever te wisselen zonder toestemming, maar de overheid maakte voor hen een uitzondering. 'Op één voorwaarde: we moesten een papier ondertekenen. Later bleek dat we daarmee afstand hebben gedaan van het achterstallig salaris waar we nog recht op hadden. Zes maanden werk voor niets!'

Ze voelen zich gevangenen, van het systeem en van de schulden die ze aangingen om hier te komen. Jaynoi schaamt zich, maar vraagt het toch: 'Help ons alstublieft.'

Arbeiders op een bouwplaats langs de snelweg tussen Al Khor en Doha.Beeld afp

Kamp Al Wakra: de schaamte overheerst

Van de 31 gastarbeiders die de Volkskrant in zes verschillende kampen in Qatar spreekt, zeggen er 27 niet naar het oliestaatje te zijn gekomen als ze hadden geweten wat ze te wachten stond. Twintig arbeiders betaalden geld om aan hun baan te komen, een aantal weet nu al dat ze hun investering nooit zullen terugverdienen, omdat het loon veel lager is dan door de tussenpersonen is toegezegd.

Het werk is voor velen zwaarder dan verwacht en het chronisch gebrek aan respect vinden ze kwetsend. Bijna allemaal hebben ze incidenten op de bouwplaatsen meegemaakt, soms met fatale afloop, maar bang om te sterven zijn ze niet. Allesoverheersend is de schaamte: ze hebben zich naar Qatar laten lokken door malafide recruitmentbureaus en misleidende krantenadvertenties en nu voelen ze zich geen mensen meer maar nummers. Ze vinden dat ze beter hadden moeten weten.

Of je nu spreekt met klusjesmannen Mehedi en Rama of met de loodgieters Arrafat en Sahar in kamp Al Wakra: allemaal voelen ze zich verraden door hun gastland (zie portretjes).

Moderne slavernij, noemen de Nederlandse vakbond FNV en de internationale koepelvakbond BWI de situatie van arbeiders. Tamal Riva, Ruud Baars en hun bonden hebben een paar jaar geleden een afspraak gemaakt: ze moeten de gastarbeiders in Qatar beschermen. Ze vinden het schandelijk dat een van 's werelds rijkste landen zijn arbeiders uitbuit, uitput en in sommige gevallen de dood injaagt. Voor een voetbaltoernooi.

Ze weten dat er veel landen zijn waar arbeiders het zwaar hebben, waar ze werken voor een habbekrats. 'Maar daar zijn ze wel vrij om te gaan en staan waar ze willen', zegt Baars. 'Ze kunnen ermee ophouden als het ze niet bevalt, ze kunnen naar de rechter als ze onrecht wordt aangedaan. Hier kunnen ze niks.'

In Qatar leven meer Indiërs (630 duizend) en Nepalezen (400 duizend) dan Qatari. Sinds de toewijzing van het WK is het inwoneraantal van het land met 750 duizend gestegen tot 2,5 miljoen. 90 procent van de werkenden is migrant, velen gastarbeider in de bouw. Ze stampen in opdracht van de Qatari een compleet nieuw land uit de grond, maar zijn onder valse voorwendselen hiernaartoe gelokt.

De bouwwoede die is losgebarsten nadat het land het WK in 2010 door wereldvoetbalbond FIFA heeft toegewezen gekregen, kent geen grenzen. Overal in de woestijn worden zandvlakten omgetoverd tot bouwplaatsen. Van havens tot metrolijnen, stadions tot musea, snelwegen tot fietspaden: alles wordt in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat het land in 2022 als een paradijs oogt.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld de Volkskrant
Arbeiders die werken aan de bouw van het voetbalstadion in Al Wakra op weg naar hun kamp.Beeld AFP

Labor City: het modelkamp voor buitenlandse politici

Werkkamp Labor City, vlak buiten Doha, is een modelkamp. Het contrast met andere onderkomens is groot. De toegangswegen zijn ruim, de beveiliging gemakkelijk te omzeilen. Toch blijft FNV'er Baars achter in de auto. Door zijn grote postuur, lange baard en grijze haren in een staart valt hij te veel op tussen de kleine arbeiders met meestal getinte huidskleur.

Stadionarbeider Somba Mutal laat ons binnen in zijn kamer. Het is er schoon, de vloer glimt. Hij deelt de ruimte met drie anderen, een ongekende luxe. Er is een raam met een gordijn en er staan grote grijze kasten. Aan de randen van de bedden zijn verstelbare houders voor hun telefoons bevestigd, zodat ze liggend kunnen skypen met hun familie. Op de deur hangt een evacuatieplan, zoals in hotels.

Labor City is in 2015 opgeleverd en biedt plaats aan 70 duizend arbeiders. Er zijn winkels, bioscopen, moskeeën, een cricketveld en een theater. Hier nemen de Qatari buitenlandse politici, onderzoekers en journalisten mee naartoe om te laten zien dat de verhalen over de uitbuiting van arbeiders in Qatar overdreven zijn.

Wereldwijd kwam Qatar negatief in het nieuws vanwege de abominabele werkomstandigheden voor arbeiders die werkten aan projecten gelieerd aan het WK. En dat terwijl het voetbaltoernooi juist was binnengehaald om aan de wereld te laten zien hoeveel goeds het land te bieden heeft. Om de kritiek te doen verstommen, werden de omstandigheden vooral voor stadionarbeiders drastisch verbeterd, velen van hun zitten in dit kamp. Maar voor anderen, die bijvoorbeeld aan infrastructurele projecten rond het WK werken, bleef alles bij het oude.

We spreken af met tien stadionarbeiders op de voor klanten afgesloten eerste verdieping van een veredeld restaurant, net buiten het kamp. Het zijn Indiërs die werken aan het Al Kalifa-stadion in Doha. Ze behoren tot de geluksvogels. Ze hebben hun eigen paspoorten nog, de woon- en werkomstandigheden noemen ze 'niet slecht'.

Toch komen ze murw over. Dat komt mede door hun lage salarissen, waardoor ze hun schulden nooit kunnen inlossen. Hoop op verandering is er daardoor nauwelijks. Dat ze hier in het restaurant met vakbondswerkers en een journalist spreken, is de grootste daad van verzet die van hen te verwachten is.

Waarom ze zich nauwelijks roeren, blijkt even later. Twee grote kale mannen hebben een tafel verderop postgevat. Ze zitten binnen gehoorsafstand en maken foto's van de arbeiders en hun toehoorders. Vakbondswerker Riva maant geen kritische vragen meer te stellen, het gesprek valt dood. Hij gaat ervan uit dat de mannen voor de overheid werken en hier niet toevallig zijn. Al vaker werden arbeiders, vakbondswerkers en journalisten opgepakt die met elkaar spraken over de werkomstandigheden.

Riva en Baars willen zich er niet door laten intimideren. Juist in Qatar, welvarend door de oliedollars, zouden arbeiders niet zo moeten lijden, vinden ze. 'Dit raakt de kern van het vakbondswerk', zegt Baars. 'Wat hier gebeurt, druist in tegen mijn rechtvaardigheidsgevoel. Dan laat ik me niet tegenhouden door dat soort figuren.' Zodra we afrekenen, vertrekken de mannen ook.

De door een collega genomen foto van de Indiër die zich ophing aan een bouwkraan in Doha.

Baars vindt het nog het meest schrijnend dat de arbeiders hun vechtlust volledig kwijt zijn. Ze zullen doen wat hun wordt gevraagd: hun meerjarige contracten uitdienen en teruggaan naar hun thuislanden, ontdaan van illusies en vaak zonder geld. Nieuwe lichtingen staan al te trappelen om hen te vervangen.

Een maand nadat de Indiase arbeider zichzelf aan de kraan heeft opgehangen, heeft de Qatarese politie de zaak nog steeds in onderzoek. Dat de zelfmoord te maken zou kunnen hebben met de werkomstandigheden noemen de autoriteiten 'onwaarschijnlijk'.

De namen van vakbondswerker Tamal Riva en de gastarbeiders zijn om veiligheidsoverwegingen gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden