In de afdaling ligt de Dood op de loer

De Tour trekt vandaag de Pyreneeën in, speelweide voor klimmers maar ook voor renners die onbevreesd durven dalen. Rini Wagtmans - 'Geen motor kon me bijhouden' - en Michael Boogerd - 'Hij scheen echt hard naar beneden te gaan' - over bergaf koersen....

Van onze verslaggever

Mark van Driel

PAU

Aan de rand van het ravijn wacht de Dood. Zijn terloopse aanwezigheid in de Pyreneeën en Alpen valt de meeste volgers van de Tour niet op, maar Rini Wagtmans denkt dat elke renner zijn nabijheid voelt. Want ze weten: de Dood kan een stuurfout, een duwtje of een verdwaalde kiezelsteen aangrijpen voor een kennismaking.

Wagtmans heeft vaak angst gezien bij renners die hij inhaalde. De voormalige meesterknecht van Eddy Merckx zag ze knijpen in de remmen en sturen met schrik als hij voorbijkwam. En hij passeerde er veel. Nederlands meest befaamde daler ('Le fou descendeur') maakte de achterstand die hij opliep in de beklimming van cols steevast goed in de afdaling. 'Geen motor kon me bijhouden. Op volle snelheid was ik niet te filmen.'

De oud-renner uit het Brabantste Sint Willebrord beziet de Tour nog steeds met de ogen van een daler. Hij geniet van de klimmers en de sprinters, maar met de renner die op volle snelheid van een steile col raast, zou hij willen ruilen. 'In een afdaling vergat ik dat ik getrouwd was, waar ik woonde, dat ik geld verdiende. Ik vergat alles, ook de angst. Ik leefde in een volmaakte staat van concentratie; een ongekende plezierig gevoel. Ik heb zoiets buiten de afdaling nooit ervaren.'

Een uitgesproken daaltalent heeft Wagtmans in het huidige wielerpeloton niet kunnen ontdekken. Ullrich, Riis, Olano en Boogerd kunnen hem bergaf nauwelijks bekoren. Alleen Marco Pantani krijgt hem voor de televisie. Niet vanwege de stijl van het Italiaanse duiveltje - hij hangt zijn billen achter het zadel vlak boven zijn wiel - maar door de beroepsernst die spreekt uit de ongewone zit.

Uit computerberekeningen is gebleken dat de speciale zit de vederlichte Pantani vijftien kilometer per uur sneller maakt. Dat spreekt de 51-jarige Wagtmans aan. Pantani ziet dalen als een vak, in tegenstelling tot die andere renner met een spectaculaire zit. Oud-Tourwinnaar Pedro Delgado tilde in de jaren tachtig zijn billen uit het zadel en legde de neus op het voorwiel. 'Dat was stunten. Delgado reed niemand los.'

Wagtmans denkt dat dalen te leren is. De coach van de Nederlandse wielerploeg die in 1980 deelnam aan de Olympische Spelen van Moskou, had Michael Boogerd de fijne kneepjes graag bijgebracht. Want in de jonge Hagenaar gaat een Tourwinnaar schuil, denkt Wagtmans. Zeker als hij de bergen beter af zou gaan.

Boogerd erkent dat afdalen belangrijk is. In het peloton rijden klimmers rond, zegt hij, wier wiel hij mijdt zodra de bergtop is bedwongen. De Italiaan Forconi, de Oostenrijker Totschnig en ook de uitgesproken favoriet voor de Tourzege tonen vrees. 'Met Jan Ullrich zou ik weleens vijf kilometer voor de finish in een afdaling willen zitten. In de regen. Ik weet wel wie dat wedstrijdje wint.'

Boogerd vindt zichzelf een goede daler. Er is in het peloton maar een renner die hem kan lossen, zegt hij. De Franse sprinter Moncassin. 'Die is niet bij te houden. Hij gooit zijn fiets plat in een bocht. Echt, dat is een beest.'

De nationaal kampioen denkt niet dat dalen te leren is. Hij wil het vakmanschap van Wagtmans niet betwisten ('Hij scheen echt hard naar beneden te gaan'), maar denkt dat een renner vooral onbevreesd moet zijn. En dat is hij gebleven, ook na valpartijen.

Drie weken geleden smakte de Hagenaar nog tegen het asfalt in de Route du Sud. In de afdaling maakte hij zijn achterstand op de kopgroep goed waardoor hij als tweede eindigde in de bergrit, voor Jan Ullrich. 'Ik ben dus niet bang geworden.'

Wagtmans erkent dat zelfvertrouwen de belangrijkste eigenschap van elke daler is. Maar kennis speelt ook een rol. Wie de loop van de bocht snel kan inschatten, wint seconden. Kijken naar de motor zoals Boogerd doet ('Als ik het remlicht zie, weet ik dat ik vol door de bocht kan') vindt Wagtmans niet voldoende.

De drievoudig etappewinnaar kreeg de kennis zelf van huis uit mee. Zijn vader was soigneur, neef Wout Wagtmans fietste de Tour en als 'oom' Wim van Est kwam buurten, vertelde hij de kleine Rini over zijn val van de Aubisque. Wagtmans werd zo nieuwsgierig dat hij op 17-jarige leeftijd tijdens een bedevaarttocht naar Lourdes zijn familie ontvluchtte. 'Ik ging met een bus de Aubisque op en af, alleen om hem te bekijken.'

De studie van cols heeft Wagtmans een betere daler gemaakt, denkt hij. Hij doorzag de bochten sneller dan anderen, behield zijn balans beter en won tijd. Gevallen in een afdaling is hij naar eigen zeggen nooit, waardoor het lot van bijvoorbeeld Jan Raas hem bespaard bleef. Die verloor op 32-jarige leeftijd opeens zijn zelfvertrouwen na een val in de klassieker Milaan-San Remo.

Toch verloor ook Wagtmans zijn gevoel van onfeilbaarheid plotsklaps. In 1973 viel hij flauw tijdens een kalme, vlakke etappe in de ronde van Andalusië. Bij een training kort daarop nog een keer. De dokter constateerde een hartafwijking en adviseerde de onbevreesde daler om zijn loopbaan te beëindigen.

De Dood dreigde kennis te maken met Wagtmans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden