‘Ik zou haast zeggen, ik ben Feyenoordwaardig’

Bijna 80 jaar heeft hij een band met Feyenoord. Als speler en supporter. Thuiswedstrijden mist hij nooit. ‘Elke nederlaag doet nog steeds pijn.’..

Van onze verslaggever Poul Annema

Hij was een kind van Rotterdam-Zuid. ‘Geboren in de Rosestraat. Dat was dus Feijenoord’, zegt Jan Bens, bijna 88 jaar, op weg naar de plakboeken die zijn levensverhaal vertellen.

Op het balkon van zijn flat staan de hengel en ander visgerei klaar voor onmiddellijk gebruik. In de badkamer toont hij de hometrainer die hij vrijwel dagelijks beklimt. Glimmende oogjes in een vrolijk gezicht: ‘Ik zeg weleens tegen Corrie, mijn vriendin: Als die Bens de pijp uitgaat, jank dan niet aan zijn graf, want deze vent heeft een geweldig leven gehad.

‘Ik heb al het geluk van de wereld: ik heb geen honger en er kan niemand aan de deur komen die zegt: Bens, ik krijg nog geld van je. . . Ik zou haast zeggen, ik ben Feyenoordwaardig.

‘Ik heb alles geregeld voor als ik de pijp uitga. Ik kan, bij wijze van spreken, rustig gaan liggen. Het leven heeft me zo veel gegeven, vooral dankzij Feyenoord. De club is alles voor mij en doet nog steeds alles voor me. Drie keer ben ik geopereerd aan K, die vreselijke ziekte, en daar heb je het weer, de chirurgen die me hebben geholpen waren echte Feyenoordfans.

‘En nog steeds, als ik in de wachtkamer in de Daniël de Hoedkliniek kom, neemt dokter De Wilt me altijd even apart: hoe is het Bensie, vraagt hij dan. En als ik zeg: met Bens gaat alles naar wens, praten we vervolgens meer over Feyenoord dan over mijn lichamelijke toestand.

‘Het klinkt misschien gek, maar je hebt als Feyenoorder zo veel voordelen. De chef van de garage waar ik kom is een nog grotere Feyenoordsupporter dan ik. Nou, het is lang geleden hoor dat ik mijn autobanden zelf heb opgepompt, dat doet hij voor me.

‘Om eerlijk te zijn: als hier een Feyenoordsupporter aan de deur komt die zegt dat hij dorst heeft, breng ik hem meteen wat te drinken. Maar als hij fan van Ajax of van Sparta zou zijn, dan zeg ik toch: vraag het even bij de buurman!’

Zijn liefde voor Feyenoord ontstond als kind. ‘Overmaas en CVV had je ook in de buurt, maar Feyenoord was anders: daar keek je geweldig tegenop. De spelers van Feyenoord waren mijn helden. Het mooiste dat me als kind overkwam, was dat de grote Puck van Heel, wachtend bij de spoorwegovergang, me door de haren streek.

‘Natuurlijk, ik droomde van Feyenoord en ik kon aardig voetballen, maar mijn vader was seizoenarbeider, die kon de 12 gulden contributie per jaar niet betalen. Oom en tante hebben mijn eerste contributie betaald en nadat ik door de ballotage was gekomen, kreeg ik van terreinknecht Inge Barendregt mijn eerste Feyenoordshirt.

‘Dat was het shirt van de grote Kees van Dijke. Dat viel tot op mijn schoenen. Achter mijn rug lachten ze me uit, maar wat kon mij het schelen. Ik was zo dankbaar als wat dat ik dat shirt mocht dragen.'

Jan Bens was een veelbelovende junior, en stond in 1937, bij de opening van De Kuip, in de erehaag voor de spelers van Feyenoord en Beerschot. Een jaar later werd Bens door trainer Donaghy opgeroepen voor het eerste elftal. ‘Ik sprak al mijn medespelers aan met mijnheer.

‘De man die ik het meest bewonderde, was Jan Linssen, een geweldige linksbuiten en een gentleman. Linssen heeft in zijn hele loopbaan niet één overtreding gemaakt en was wat dat betreft mijn tegenpool. Ik was een driftkikker; wie me wat deed, was nog niet klaar met mij.

‘We speelden in 1942 thuis tegen Ajax en net nadat ik Feyenoord naar een 2-0-voorsprong had gekopt, werd ik in het strafschopgebied onderuitgehaald door Blomvliet. Scheidsrechter Van der Meer legde de bal buiten de 16, waarop ik die stuiter pak en naar de elf meterstip loop. Begint een andere Ajacied, Potharst, aan me te trekken. Knokken natuurlijk. Nou, ik stond wat dat betreft mijn mannetje.

‘Ik voetbalde op zondag en bokste via de boksschool van Theo Huizenaar elke maandagavond een wedstrijd. Zo was ik jaren bokskampioen van Zuid-Holland.

‘Als voetballer heb ik door de oorlog vijf verloren jaren gehad. De Kuip werd opgeëist door de Duitsers, die het vooral op de ijzerconstructies hadden voorzien. Daardoor gingen we weer terug naar de Dordtsestraatweg.

‘Ik werd gevangen gezet om naar Duitsland te gaan, maar op weg naar het vertrekpunt bij de Brienenoord ben ik gevlucht. Dokter Vuylsteke van Feyenoord ondertekende een verklaring waarin stond dat ik aan een zeldzaam besmettelijke ziekte leed. Dat werkte, de Duitsers waren als de dood dat ik hun leger plat zou leggen.

‘Ik was helemaal idolaat van trainer Richard Dombi. Die man, een Hongaar, was zijn tijd ver vooruit. Toen hij na de oorlog naar EBOH vertrok, vroeg hij of ik meeging. Bij Feyenoord kregen we twee of drie consumptiebonnen na een wedstrijd, bij EBOH kreeg ik 15 gulden in de week.

‘Ik heb in 76 competitiewedstrijden voor Feyenoord 25 doelpunten gemaakt. Met EBOH promoveerden we twee jaar achter elkaar, naar de eerste klasse. Heb ik vijf keer tegen Feyenoord gespeeld en vijf keer niet verloren. Toen was ik daar trots op, maar nu niet meer.

‘Ik voel het nog steeds als de pijn die ik, de overloper, mijn eerste grote liefde heb aangedaan. Ik voel wat ik voel bij Feyenoord. Dat zit diep, inderdaad, héél erg diep.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden