ColumnPeter Winnen

Ik zou graag in het hoofd van Tom Dumoulin willen kijken: gelooft hij nog in zichzelf?

‘Tourparcours geknipt voor Dumoulin’, kopte mijn regionale ochtendblad kort nadat het nieuwe routeschema openbaar was gemaakt. Want met de twee geplande individuele tijdritten zou de specialist tegen de klok zich makkelijk in de top van het klassement kunnen nestelen. Van Tom Dumoulin zelf heb ik tot nu toe nergens een reactie op het rondeschema gelezen. Het kan zijn dat hij gewoon geen zin heeft gehad de telefoon op te nemen. Wat zou hij ook gezegd moeten hebben? Ik ben moe, bel na de Kerst nog maar eens terug.

Als medekopman vertrokken in de Vuelta liep hij al in de eerste etappe averij op. Dus ging hij knechten voor Roglic. Met de Vuelta in de benen zou hij in elk geval voor volgend seizoen sterker komen te staan. Toen het knechten niet meer vlotte ging hij maar naar huis als investering voor 2021. Tom was moe, de getallen wezen het uit.

Ik zou graag in het hoofd van Tom Dumoulin willen kijken. Gelooft hij nog in zichzelf? Na de strubbelingen met zijn knie, na de strijd tegen een darmparasiet, en na de ontregelende coronapauze stond er een soort halfduplicaat van hemzelf op. Een blij dat ik rij-type waarvan je geen hoogte kon krijgen. Een renner die zijn best deed en tevreden leek met welk resultaat dan ook. Gedeeld kopmanschap in de Tour? Geen probleem. Knechten als de anderen beter zijn? Geen punt. Wat een kanjers, die ploegmaten van me!

Soms kwam Dumoulin op me over als een wijs en reëel mens, een grijsaard die het wel gezien heeft en de dagen plukt die hem nog gegeven zijn.

Tom reed heus geen beroerde Tour. Naar eigen zeggen was hij nog maar een half procentje verwijderd van het niveau uit zijn beste dagen. Het was iets meer dan een half procent, ik zag het aan ‘de zit’. Niet één met de fiets was hij, de fiets zat hem dwars. Ik wachtte op de dag dat de fiets zich als vanzelf naar zijn lichaam voegde. Het gekke was dat de verbale Tom een ander leek dan de fietsende Tom. De één leed, de ander lachte.

In Parijs bekende Tom bij de NOS dat hij in zijn zwarte maanden serieus gedacht had aan stoppen. ‘Ik heb echt een verschrikkelijke tijd gehad’. Elke lijdende renner heeft dat soort gedachten wel eens, maar bij hem wist je dat het niet zomaar een oprisping is geweest. Een dag eerder was hij in de tijdrit als tweede geëindigd achter Pogacar. Goed voor het zelfvertrouwen, maar 1 minuut en twintig seconden was wel heel erg veel: ‘Ik kan misschien nog ergens één procent winnen, maar geen vijf. Dat ga ik nooit doen’.

Het klonk als een requiem voor zichzelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden