‘Ik wil in een schoon milieu terugkeren’

Wielrenner Jörg Jaksche doet opnieuw een boekje open over dopinggebruik. ‘Hoe anders is het monster te vernietigen?’..

Hij had een reizende attractie kunnen zijn, de man die zijn collega’s betichtte van omstandig dopinggebruik en alle doktoren en managers in het wielrennen tot verdachten maakte. Maar het bleef opvallend stil rond Jörg Jaksche, de Duitser die deze zomer de ‘omerta’ van het profwielrennen brak.

Geen Jay Leno of David Letterman voor hem, of Thomas Gottschalk in het eigen Duitsland. ‘Dit is pas mijn tweede keer voor een groot gehoor’, sprak Jaksche zondag aarzelend tot zijn internationale publiek bij het sportcongres Play The Game, de plaats waar ‘alle dakloze vragen onderdak kunnen krijgen’.

Zijn grootste publiek had de wielrenner deze zomer in het Duitse magazine Der Spiegel. Jaksche vertelde tegen Duitse reporters over het dopingsysteem dat hij sinds 1997 had aangetroffen bij de ploegen van de managers Stanga, Godefroot, Saiz, Riis en weer Saiz, ofwel Polti, Telekom, Once, CSC en Liberty Seguros.

‘Je stak eenvoudig je arm uit’, vertelde hij. En de doktoren of verzorgers staken er wel een injectienaald in voor een epo-kuur, cortisonen, groeihormoon of insuline. Zo ging dat en er was geen ontkomen aan. ‘Het was of accepteren of wegwezen. Er was geen tussenweg.’

Ten slotte constateerde Jaksche, als nummer 20 van de lijst van de Spaanse bloeddopingdokter Fuentes onder de codenaam Bella (zijn labrador), dat hij zich in een doodlopende steeg bevond. ‘Ik moest bekennen. Want zo kan het niet langer in de sport, waar ik zoveel van houd. Als ik dit niet doe, blijft nog veertig jaar bestaan wat nu al veertig jaar bestaat.’

Hij had in de dagen voor het congres in IJsland nog getwijfeld. Of hij zijn dappere toezegging gestand zou doen. Organisator Jens Sejer Andersen had contact met hem gehouden. ‘Jörg had snel ja gezegd op ons verzoek, maar dan weet je dat zo iemand de zaak nog eens heroverweegt. Iemand die alles kwijt is, zelfs geen baan meer heeft, is erg kwetsbaar.’

Jaksche had doorgezet na een louterend ritje op de racefiets. ‘Ik reed erg langzaam om goed te kunnen nadenken. Ik werd voorbijgesprint door een stel tieners die aan het eind van de straat hun denkbeeldige finishlijn hadden getrokken, ergens bij een verkeerslicht.

‘Toen ik die jongens had gezien, wist ik dat ik opnieuw moest spreken. Ik mocht niet aan hun droom komen, die ik zelf ook als dertienjarige had gehad. Ook daarom mag ik nu niet opgeven.’

Hij was voor een optreden in IJsland opnieuw gebeld, zoals in die dagen voor zijn eerste grote bekentenis, bij een interview van acht uur in Lucca. De telefoontjes waren toen vooral van managers geweest, die bij hem in afnemende vriendelijkheid hadden geïnformeerd of het klopte dat hij zou gaan doorslaan, zou gaan lekken in de pers.

Deze keer waren de gesprekjes wat pittiger geweest. In de trant van ‘bekkie dicht’. ‘Als je wilt terugkomen in het peloton, dan kun je beter niks meer zeggen’, zo had Jaksche mogen noteren.

Hij is in een getuigenprogramma van het antidopingagentschap WADA opgenomen. Zijn straf na de bekentenis is gehalveerd, tot een jaar naast de fiets, omdat hij meehelpt in de strijd tegen doping. Hij vindt het een van de wapens die zouden helpen in de strijd om het dopingkwaad te bestrijden.

‘Strenger straffen helpt in mijn opvatting niet. In Arabische landen hakken ze je hand af als je steelt. Maar de mensen blijven stelen. In deze sport straffen ze al dertig of veertig jaar renners, maar doping blijft bestaan.

‘Doping is ooit door regeringsfunctionarissen tijdens de Koude Oorlog in de sport geholpen, niet alleen in Oost-Europa overigens. En het is nadien niet meer verdwenen, alleen maar verfijnder en doortrapter geworden. Het wordt groter en groter.’

Hij is pessimistisch. ‘De waarheid gaat achter hypocrisie schuil. Als getuigen als ik niet naar buiten treden over wat er achter de schermen gebeurt, spreekt er niemand. Ook daarom heb ik besloten te bekennen en hier weer te spreken. Hoe anders moeten we het monster van de doping vernietigen?’

Jaksche, 30 en tot 2006 een renner uit de mondiale toptwintig, wil nog altijd terugkeren in het peloton. ‘Ik wil terug. Maar onder andere omstandigheden. Ik heb mijn broek laten zakken voor de wereld en ik weet dat ik tien jaar van mijn leven heb vernietigd. Maar ik wil in een schoon milieu terugkeren.

‘Ploegen willen mij niet hebben vanwege mijn eis om transparantie. Het aantal ploegen waar ik kan terugkeren, is minimaal. In Duitsland één. T-Mobile is een nieuw team geworden en heeft alles veranderd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.