'Ik wil graag nog zes jaar trainen om aan de Spelen mee te doen'

Had ik maar voor een olympische sport gekozen, dacht ze vaak. ‘Nu krijg ik alsnog de kans op een medaille.’..

Het is wel eens gebeurd dat een vrouw een speelster uit haar team met een veelbetekenende blik een folder in de handen drukte. ‘Van een blijf-van-mijn-lijfhuis’, zegt Mara Moberg, lachend. ‘Nee, nee, riepen wij dan, het is niet wat je denkt.’

Met huiselijk geweld hadden de blauwe plekken en het gehavende gezicht niets te maken. Als rugbyster loopt Moberg wekelijks flinke klappen op, zeker in de tweede rij waar ze ‘voor het betere beuk- en ramwerk’ verantwoordelijk is om de ovalen bal te veroveren. ‘En dan geef ik hem wel aan iemand die sneller is dan ik.’

Maar als zogeheten ‘losse voorwaarts’ is Moberg tevens de ideale verbindingspeelster die het team bij elkaar houdt. Twee keer per week worstelt de aanvoerder van het nationale vijftiental ‘met die stangen in het krachthonk’ om fysiek nog dominanter te worden.

Een stoere meid is ze altijd geweest. Ze speelde als kind nooit met poppen, vertelt de 24-jarige Moberg in een restaurant in Amsterdam. ‘Bomen klimmen, ravotten met de buurjongens. Ik deed altijd met mijn oudere broers mee.’

Als krachtmens kon ze haar energie onvoldoende kwijt in het tennis. Een vriendin nam haar mee naar de lokale rugbyclub in Amerongen. ‘Ik was meteen verkocht.’

De vooroordelen zullen nooit helemaal verdwijnen, beseft Moberg. ‘Oude knarren roepen nog steeds dat rugby geen vrouwensport is. Ik weet wel beter. Vrouwenrugby is wel een kleine sport, niet veel mensen kennen het. Draag je een helm, vragen mensen me vaak. Ik moet nog steeds uitleggen dat rugby geen American football is.’

In de klassieke rugbylanden hoefde Moberg niets uit te leggen. Ze speelde bij de Engelse landskampioen Saracens en reisde zelfs naar Nieuw-Zeeland om de unieke rugbycultuur te ervaren. ‘Mijn voormalige clubcoach James Ward adviseerde me naar Wellington te gaan. Alles in die stad ademt rugby.

‘Je kunt je niet voorstellen hoe groot de sport daar is. Als Nieuw-Zeeland speelt, is geel de nationale kleur en is Wellington uitgestorven. Iedereen kijkt naar rugby, zoals Nederland in oranje is gehuld als het Nederlands voetbalelftal aan het WK meedoet. Door die ambiance ben ik nog meer van rugby gaan houden.’

Moberg heeft nog een foto, waarop ze met Jerry Collins en coach Tana Umaga, twee All Blacks, is afgebeeld. ‘Collins was mijn grote held. Bleek zijn zus mijn teamgenoot te zijn in Wellington. En zo stond Jerry dus langs de lijn bij onze wedstrijden. Dat kan ook in Nieuw-Zeeland. De All Blacks zijn supersterren, maar ze worden met rust gelaten.’

Gefascineerd raakte Moberg ook door de Haka, de rituele dans uit de Maori-cultuur die de All Blacks opvoeren voor hun wedstrijden. ‘Die is alleen voorbehouden aan de mannen. De Nieuw-Zeelandse vrouwen hebben de Haka een keer gedaan op het WK. Maar dat werd ze niet in dank afgenomen.’

Het was een leuk avontuur voor drie maanden, zegt Moberg. Maar Nieuw-Zeeland kent geen profcompetitie voor vrouwen. Ook in Engeland speelde Moberg vooral voor de eer. ‘Ik ben vaak te bescheiden geweest. Ik dacht dat ik hooguit met het tweede team van Saracens mee mocht doen. Mede door een aantal blessures kreeg ik snel een basisplaats. Het gaf me een kick dat ik het niveau aankon bij dé rugbyclub van Engeland.’

Gelouterd keerde Moberg terug naar Nederland, waar de rugbybond voor het WK Sevens in Dubai besloot het roemruchte Bankrasmodel van de volleyballers te kopiëren. De vrouwen werden vijf maanden uit de competitie gehaald om zich optimaal te kunnen voorbereiden. ‘Het is cruciaal geweest in de ontwikkeling van het Nederlandse vrouwenrugby.’

Hoewel Nederland in Dubai Frankrijk versloeg, werd het WK geen succes. ‘We hebben China onderschat. Die meiden zijn waarschijnlijk op zijn Chinees gedrild, we schrokken van hun progressie. Het zal ons niet meer overkomen. We hebben ook nog een lange weg te gaan om ons met de wereldtop te kunnen meten.’

Nederland behoort in de Sevens al enige tijd tot de topdrie van Europa. Maar nu rugby – voor de zeventallen – vanaf 2016 wordt toegelaten tot de Olympische Spelen droomt Moberg van de grote stap voorwaarts.

Op het nationale rugbycentrum in Amsterdam zijn de Spelen van Rio de Janeiro zaterdag nog ver weg als de vrouwen van de Amsterdamse AC in de finale van de play-offs RUS uit Utrecht met maar liefst 41-0 verpletteren. Laat het geen oordeel zijn over het niveau van de vrouwen, zegt Moberg. ‘Het was de eerste keer dat een finale met zulke cijfers werd beslist.’

Natuurlijk is het bij AAC wat vrijblijvender dan bij de nationale teams, aldus Moberg. ‘De mindset bij sommige meiden is iets anders. Zij zien rugby als een hobby. Ik had er moeite mee, toen ik terugkeerde uit Engeland. Het was even omschakelen. Ik loop voor mijn studie stage bij een centrum voor kinderen met gedragsproblemen. Maar rugby is mijn leven, het staat op de eerste plaats. Mijn vriend speelt bij Hilversum, alles om me heen is rugby.’

Toch wordt rugby pas topsport als de vrouwen dagelijks gaan trainen, stelt Moberg. ‘We zitten nu nog in een overgangsfase. Het niveau is echt omhooggegaan. We hebben met de Zuid-Afrikaan Gareth Gilbert een topcoach bij de nationale ploeg, ook de Nederlandse sevens-coach Silvester Ramaker heeft ons beter gemaakt. Toen onze fitnesscoach opnamen maakte van de training, vroegen mensen in welk land hij had gefilmd. Ze waren verbaasd dat het om Nederlandse rugbysters ging.’

Moberg wil tot 2016 een pioniersrol blijven vervullen, zoals bij haar ontdekkingsreis door Nieuw-Zeeland. ‘Ik word wat vaker ingezet als het boegbeeld van de sport. Het kan helpen om sponsors te vinden en de sport verder te professionaliseren.’

Haar Britse collega’s ontvangen een miljoen pond per jaar van de rugbybond om uit de schaduw van de mannelijke oud-wereldkampioenen te raken. De Nederlandse rugbysters raakten zelfs hun B-status kwijt bij NOC*NSF.

Moberg: ‘Zweden passeerde ons na de WK-kwalificatie op de wereldranglijst, terwijl we nog nooit van dat land hebben verloren. Wij werden uitgeschakeld door Schotland, dat al eens vijfde was geworden op een WK.

‘Het draaide voor Nederland om één wedstrijd. Het kostte ons wel de laatste ondersteuning van NOC*NSF. Maar ik ben ervan overtuigd dat we de B-status snel terugkrijgen. De sport groeit, de prestaties kunnen niet achterblijven.’

Ze is 30 jaar tijdens de Spelen van Rio in 2016. ‘Als meisje dacht ik vaak: ik had een olympische sport moeten kiezen. Nu krijg ik alsnog de kans een medaille te winnen. Daar wil ik graag nog zes jaar voor trainen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden