Column Willem Vissers

Ik wil aandacht voor Sahar Khodayari, martelaar voor de vrijheid van stadionbezoek

Schitterend, die vijf goals van Donyell Malen, de jongste ster aan de helverlichte hemel van het Nederlandse voetbal. Prachtig, de eerste goal van Frenkie de Jong voor Barcelona, na een lage voorzet van de 16-jarige Ansu Fati. Aandoenlijk hoe de twee elkaar in de armen vallen, jongemannen op hun veroveringstocht van de voetbalwereld. Gestileerd ook, de volley van Nicolas Tagliafico bij Ajax. Een Argentijn als in de lucht hangend  standbeeld. Spectaculair, vier goals van invaller Reza Ghoochannejhad bij PEC Zwolle.

Indrukwekkend, maar dan op een andere manier, was het spandoek bij Union Berlin, de politiek geëngageerde aanwinst van de Bundesliga: ‘Geen stadionverbod voor geslacht. Fan zijn is een mensenrecht. RIP Sahar Khodayari’. Sahar, landgenote van spits Reza, is dood. Verbrand. Ze was het zogenoemde Blauwe Meisje, genoemd naar haar favoriete kleur, het blauw van haar club Esteghlal uit Teheran. Ze stak zichzelf vorige week in brand en overleed aan ernstige verwondingen, nadat ze was veroordeeld tot gevangenisstraf. Had ze dan iets vreselijks gedaan? Welnee. Ze bezocht een voetbalwedstrijd. Dat mogen vrouwen niet van de religieuze leiders in Iran.

Ze weigerde haar stadionverbod te accepteren. Ze was het stadion binnengedrongen bij een wedstrijd van Esteghlal, nadat ze zich als man had verkleed. Agenten ontdekten haar. Ze bracht het regime in Iran in verlegenheid met het illegaal betreden van het stadion. Alleen: die verlegenheid is met factor x vergroot, nu ze dood is. Martelaar voor de vrijheid van stadionbezoek. De voetbalwereld reageerde boos en verontwaardigd: Barcelona, Paul Pogba, AS Roma, honderden individuen en clubs gebruikten hun social media om hun stem te verheffen. De voormalige vedette Ali Karimi, afkomstig uit Iran, riep op tot boycot van de sport in zijn land. Duizenden Iraniërs durfden te twitteren, om dank te zeggen voor de internationale steun, voor de gedachten aan Sahar.

Maar het is nog lang niet genoeg. Elk protest is welkom. Eens kreeg ik een woordenwisseling met trainer Bert van Marwijk in een voetbalprogramma op tv. Hij zei vol trots dat 80 duizend mensen naar zijn elftal kwamen kijken, toen hij bondscoach van Saoedi-Arabië was. Hoeveel van hen waren vrouw, vroeg ik? Geen een, dat wist ik toch. Waarom stelde ik altijd van die onnozele vragen. Maar verhip, gaandeweg veranderde de situatie. Sinds begin vorig jaar mogen vrouwen in Saoedi-Arabië naar het stadion. Niet elke vooruitgang is te frustreren.

Behalve dan in Iran, al heeft de dood van Khodayari de druk fors opgevoerd. Dat vrouwen naar stadions mogen, is zeker niet het belangrijkste doel van de strijd op talloze gebieden in Iran, maar vrijheid op en om het sportveld is een factor. In Saoedi-Arabië zijn vooralsnog aparte supportersvakken voor vrouwen. Maar daar kunnen ze wel kijken naar voetbal. Ze mogen dromen van de dag waarop ze hun spits vijf doelpunten zien maken. De dag waarop hun favoriete middenvelder in de armen valt van de jongeling, hun linksback even in de lucht hangt voor een diagonale volley of een invaller vier doelpunten maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden