'Ik was een boertje en wilde schaatsen'

'Ik ben niet alleen een bekende kop op een affiche. Ik kan mensen ook motiveren.' Erben Wennemars is bezeten van schaatsen....

Ik word geen piloot. Dat is definitief van de baan. Ik heb me afgemeld toen ik op het vliegveld stond, op weg naar de World Cups in China en Japan. Als ik ja had gezegd tegen de KLM had ik volgende week moeten beginnen. Dan was het gedaan met schaatsen. Uit.

Ik wist dat ik een beslissing moest nemen. Ik ben 27. Ik ben drie jaar geleden toegelaten tot die opleiding. Het houdt een keer op met uitstel krijgen. Maar wat een moment! Eind november. Ik heb een huis gekocht. Joep is net geboren. En ik zit midden in die ellende met SpaarSelect. Veel verantwoordelijkheid, geen inkomen. En ik moet beslissen over mijn toekomst.

Veel mensen zeggen: een piloot is een buschauffeur. Ik denk daar anders over. Ik vind het een heftig vak. De techniek is mooi. Ik houd van techniek. Ik ben erg exact. Maar je bent als piloot ook manager over een crew. En je bent verantwoordelijk voor driehonderd mensen. Zij stellen vertrouwen in je. Daar zag ik een uitdaging in. Vliegen. Ik heb zelf nooit aan de knuppel gezeten, wel vaak in de cockpit. Het leek me fantastisch.

Toch was de keuze niet moeilijk. Ik houd van schaatsen. Ik ben bezeten van schaatsen.

Mijn vader heeft me op het ijs gezet toen ik drie was. Hij was penningmeester van de plaatselijke ijsclub. Omdat hij boer was, kon hij gemakkelijk vrij nemen als het vroor. Maar Evert is de reden dat ik schaats. Hij is mijn held. Evert van Benthem. Na de Elfstedentocht van 1985 ben ik echt gaan schaatsen. Ik was tien jaar. Ik heb hem nog een brief geschreven. En antwoord gekregen. Die brief heb ik nog steeds.

Ik het jongetje uit die pindakaasreclame? Dat kun je zo zeggen. Ik was een boertje. En ik wilde schaatsen.

Vorig jaar was het moeilijker geweest om nee te zeggen tegen de KLM. Het ging niet lekker. Maar ik houd er niet van om achteraf te zeggen: als dit, dan dat.

Ik heb er alles voor gedaan om goud te winnen in Salt Lake City, maar niet genoeg. Eigenlijk heb ik alles gedaan om achteraf te kunnen zeggen: ik heb er alles voor gedaan. Ik dacht: I will have my day in the sun. Ik heb zo hard getraind, ik doe zo mijn best. Het komt straks allemaal wel goed.

Maar je moet meer dan je best doen. Je moet de prijs gaan halen. Het moet jouw prijs zijn. Dat deed Gerard van Velde. Dat deed Derek Parra. Dat deed Ids Postma in Nagano. Die reed zo hard op de 1000 meter omdat hij geen goud op de 1500 had veroverd.

Ik dacht: je bent altijd een keurige jongen geweest, dus op een gegeven moment komt het wel. Dat is een goed uitgangpunt voor het leven, maar niet om goud te winnen.

Olympisch goud is geen recht, absoluut niet.

Het liefst vergeet ik de dag dat Peter Mueller werd ontslagen. Het was niet leuk.

Peter had een goed trainingsprogramma. Dat was zijn trade mark, zijn handelsmerk. Hij wist hoe het moest. Op zijn manier, niet anders. Dat heeft heel goed gewerkt bij mij, vooral dat mentale aspect, dat opladen voor een wedstrijd. Maar als je vijf jaar hetzelfde hebt gedaan, als er weinig ontwikkeling in zit, dan hunker je naar verandering. Naar nieuwe informatie.

Ik heb niet gedreigd dat ik weg zou gaan als Peter zou blijven. Dat was niet nodig.

Jac Orie is een goede trainer. Jac is nuchter, heeft dat Haagse. Gewoon doen, niet zeiken. Mietjes worden gemaakt, niet geboren. Dat vind ik ook echt, nu.

Onder Peter waren we de eerste jaren absoluut geen mietjes. Maar aan het einde wel een beetje ja. Als het bijvoorbeeld slecht weer was, klaagde ik heel erg. Nu gaan fietsen! Wat een bullshit! Of als het ijs slecht was. Oh, wat een slecht ijs! Hier kan ik niet rijden! Of als mijn vriendin eens met me de stad in wilde. Dat is slecht voor mijn benen! Daar word ik moe van! Ik was al bang om ziek te worden van gewoon een stukje wandelen.

Jac heeft antwoorden op mijn vele vragen. Hij vertelt, legt uit, gebruikt argumenten. Hij vindt dat een sporter zijn eigen keuze moet kunnen maken. Hij wil mij niet afhankelijk maken.

De trainingsschema's van Jac zijn uitgebalanceerd. Er zit veel variatie in. En hij meet veel. Ik weet nu dat je op de fiets in verschillende hartslaggebieden kunt trainen. Dus bijvoorbeeld een kwartier met een hartslag tussen de 160 en 170, dan twee minuten tussen de 180 en 190 en dan weer een kwartier op het eerste niveau. Die variatie maakt je sterker.

In een dagboek moet ik trainingen cijfers geven. Eén is heel rustig, twee behoorlijk, drie pittig. En zo loopt dat door tot tien. Tien is onmogelijk. Op die cijfers laat Jac een formule los waarmee hij mijn belastbaarheid berekent. Wat ik aankan. Zo kun je zien of trainingen zin hebben. Of ze lichter moeten. Of juist zwaarder.

Bij Peter deden we alles op gevoel. Je gevoel belazert je heel vaak.

Ik heb nog nooit zoveel gewonnen als dit seizoen. Winnen is leuk. Maar je wordt er geen ander mens van. Vroeger zou ik helemaal los zijn gegaan wanneer ik op de 1000 meter bijna een wereldrecord had gereden, zoals afgelopen zondag. Dan zou ik zijn gaan stappen, dan was ik niet te houden geweest. Maar ik heb ook een ontwikkeling doorgemaakt. Als ik me nu nog steeds zo zou gedragen zoals in 1998 zou dat een aanfluiting zijn.

Ik heb naar huis gebeld. En naar Joep geluisterd. Dat is mooi hoor, die geluidjes. Joep weet wel dat ik schaatser ben. Dat heb ik hem verteld. Pappa is schaatser. Pappa heeft gewonnen.

Ik houd van competitie, maakt niet uit wat. Ik denk dat ik daarom zo lekker fris in het leven sta. Dat hele gedoe met SpaarSelect was kloten, maar die afhandeling was ook een uitdaging. Ik heb geen manager. Ik doe alles zelf. Daar kies ik voor, daar leer ik van. Ik weet zeker dat ik de afgelopen zes jaar meer heb geleerd dan als ik was gaan studeren. Wanneer ik alleen maar op mijn kamer moet liggen, word ik knettergek.

Onderhandelen met de SponsorBingoLoterij over een nieuw contract vond ik leuk. Het is een aansprekende sponsor. En ik weet wat ik waard ben. Waaruit mijn waarde bestaat? Een goede uitstraling, hoe ik praat, hoe ik in het leven sta, hoe ik omga met winst en verlies. Ik ben niet alleen een bekende kop op een affiche. Ik kan mensen inspireren en motiveren. En dat doe ik ook graag.

Wat ik ga verdienen wanneer alles rond is? Genoeg!

Vroeger was het simpel. De beste schaatser verdiende het meest. Commerciële ploegen kiezen juist heel duidelijk voor persoonlijkheid, ze kijken of een schaatser op een positieve manier overkomt op televisie. Daar hoort presteren ook bij, anders kom je niet op een positieve manier in het nieuws. Maar het is al lang niet meer het enige dat telt. Sport is ook entertainment.

Zonder commercie zou ik niet serieus hebben geschaatst. Toen ik twintig was, was ik niet goed genoeg voor een plek in de kernploeg. Toch is geld niet de belangrijkste drijfveer. En bekendheid is geen doel. Ik heb liever dat Joep een kampioen als vader heeft dan een bekende Nederlander.

Een wedstrijd rijden is het mooiste dat er is. Voor de start voel je de adrenaline al. Dan ga je naar de streep. Dan giert het door je lijf. Dat is een kick hoor. Een betere drug kun je volgens mij niet krijgen. Ik kan me ook wel voorstellen dat iemand die mij op televisie ziet met van die grote pupillen denkt: wauw, die gozer staat helemaal stijf.

Ik ben trots op mijn stijl van rijden. Die is herkenbaar, past bij mijn karakter. Een beetje wild, onbesuisd soms, energiek.

Ik rijd van iedereen de meeste wedstrijden, daar ben ik van overtuigd. Van alle Nederlanders, maar ook van alle buitenlanders. Ik denk dat ik alleen al veertig 500 meters per jaar rijd. Ik vind het altijd leuk, maakt niet uit waar. Op zaterdagavond tussen de pupillen in Deventer of met de wereldtop in Calgary.

Ik heb dit jaar acht baanrecords gepakt. De 1000 meter in Haerbin, de 1500 meter in Heerenveen. Ben ik trots op. Maar ik heb dit jaar ook het baanrecord op de 300 meter in Thialf verbeterd. Vind ik net zo mooi. Wil je al mijn baanrecords weten?

Mijn favoriete stuk is het tweede deel van de laatste bocht op de 500 meter, de binnenbocht. Daar ga je het hardst. Daar is de middelpuntvliedende kracht het grootst, krijg je de meeste druk op je benen en voel je de vermoeidheid. Daar uit komen, dat is kicken. Bang om te vallen ben ik nooit geweest, ook niet na die klap in Nagano. Misschien was ik dat wel geweest als ik toen zelf een fout had gemaakt. Maar ik kon er niets aan doen.

Saai is schaatsen absoluut niet. Ik kan me wel voorstellen dat mensen denken: steeds datzelfde rondje. Maar ik rijd nooit hetzelfde rondje. Er is geen rondje waarin ik aan niks denk, dat ik niet bezig ben met iets. Elk rondje is uniek. Het is zo complex joh, schaatsen. Je bent altijd bezig met het streven naar een optimaal gevoel. Je streeft naar de perfectie.

Afgelopen zondag leek het erop. Ik ben nog nooit zo dichtbij een officieel wereldrecord geweest. 0,16 Seconde.

Waar ik tijdens zo'n race aan denk? Daar moet je je niet al te veel van voorstellen. Technische aandachtspunten. Ik praat daar niet vaak over, nee. Ik realiseer me donders goed dat wat ik zeg in de krant komt.

Ik kan wel zeggen: op het hoogste punt de bocht raken; laag blijven zitten tot het uitkomen van de bocht; breed houden op het rechte eind; diep zitten; kop omlaag tot de tweede bocht; het hoogste punt van de bocht pakken en dan erin blijven zitten; niet te hard willen gaan, dan maar iets minder ritme; op het laatste rechte eind gewoon de slagen af blijven maken.

Dat kan ik zeggen, maar wie leest het? Mien uit Assen leest het. Mien denkt: waar heeft die gozer het over? Dus ik kan het beter simpel houden en zeggen dat het super ging. Of dat ik baal dat ik geen wereldrecord heb gereden. Dat snapt Mien.

Ik heb zoveel meegemaakt dat ik nu wel eens een aansprekende prestatie wil leveren. Net als Gerard van Velde.

Ik ben de meest constante Nederlandse sprinter. Vier keer vijfde bij een WK sprint en een keer derde. En ik ben een keer tweede geweest op de 500 meter van de WK afstanden en derde op de 1500 meter. Maar ik hoop nog eens te winnen. Zodat ik later kan terugkijken op mijn carrière en kan zeggen: dat was geweldig.

Ik heb een superseizoen. Toch ga ik mezelf voor de WK sprint niet naar voren schuiven. Ik heb in het verleden niet laten zien dat ik op het juiste moment kon pieken. Ik haalde altijd alles naar me toe, zei dat ik het wel eventjes zou maken, terwijl ik niet eens de favoriet was. Moest ik mezelf weer gaan verdedigen. De praatjes laat ik maar even. Winnen doe je met je schaatsen, niet met je mond.

Adne Søndrål zei eens tegen me dat hij pas is gaan winnen toen hij vader was geworden. Misschien geldt dat voor mij ook. Joep haalt de aandacht van het schaatsen af. Het lijkt alsof die afleiding goed voor mij is. Mijn leven is sinds zijn geboorte alleen maar mooier geworden. Ik heb een schitterend bestaan. Mij krijgen ze voorlopig niet van het ijs af.

Als Joep later schaatser wil worden, houd ik hem niet tegen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden