'Ik voel me nog steeds een Don Quichot'

Martijn van Dooremalen stopt na 24 jaar als bondscoach van de badmintonbond. ‘Ik moest telkens barrières overwinnen en taboes doorbreken.’ Door Robèrt Misset..

Of hij in de afgelopen 24 jaar als bondscoach van de Nederlandse badmintonbond nu in een oude loods trainde met Eline Coene of zich op de burelen van NOC*NSF vergeefs sterk maakte voor de olympische deelname van Yao Jie, Martijn van Dooremalen zegt van vechten tegen windmolens zijn beroep te hebben gemaakt.

‘Ik voel me nog steeds een Don Quichot. Je moet als coach voor de troepen uitlopen, vernieuwend en uitdagend zijn. Anders zakt de boel in elkaar en loopt de concurrentie bij je weg. Wij zijn sinds mijn aanstelling in 1985 juist ingelopen op de rest van de wereld.’

Het EK voor gemengde landenteams in Liverpool wordt komende week zijn laatste kunstje als bondscoach. ‘Ik ben geen man die een traantje laat bij zijn afscheid’, zegt de 54-jarige Van Dooremalen. ‘Dat vind ik zo emotioneel. Ik loop al een hele tijd tegen dit moment aan te hikken. In 1992 zei ik al dat het mooi was geweest. Door omstandigheden is er telkens een stukje aangeplakt.’

Daar stond hij in 1985 plotseling in de zaal, als bondscoach zonder ervaring. Van Dooremalen: ‘Ik was gymnastiekleraar, ik had een districtsteam getraind en de jeugd onder 14 jaar. Ik werd zo voor de leeuwen geworpen. Ik zei voor mijn eerste training tegen gelouterde internationals als Rob Ridder: we kunnen het moeilijk maken voor elkaar, maar ik ben bereid van iedereen te leren. Laten we maar beginnen, zeiden ze. Dat het 24 jaar zou duren, had ik toen ook niet voorzien.

‘Mijn beginsituatie was allerminst florissant. De bond kampte met enorme schulden vanwege het faillissement van het nationale badmintoncentrum in Nieuwegein. Er kon niks, we hadden een budget voor drie toernooien per jaar. We speelden de Schotse en de Duitse Open en het EK. Toch eiste het bestuur van me dat Nederland bij de beste zes van Europa zou behoren. In mijn onschuld zegde ik dat toe en het is nog gelukt ook.’

Het was pionieren, aldus Van Dooremalen. ‘Louis Coene, de vader van Lex en Eline, kon in de opslagloods van het bedrijf waar hij werkte een baantje aanleggen. Een bestuurder was kolonel in het leger: trainden we in een kazerne. We trainden overal waar het voor niets kon. Met de faciliteiten konden we wel aanrommelen. Het was veel lastiger om bij de bond een topsportmentaliteit te creëren.

‘Afgelopen weekeinde hadden we een bondsvergadering. Daar zaten afgevaardigden die geen idee hebben wat erbij komt kijken om topsport te bedrijven. Die vrijblijvendheid is nooit helemaal verdwenen. Mensen kwamen zondag naar een wedstrijd kijken, dronken een glas sherry en zeiden: tot volgende week.

‘Ik heb voortdurend barrières moeten overwinnen, taboes moeten doorbreken. Eind jaren tachtig introduceerde ik voor elke speler een aangepast trainingsschema. De volgende stap was om in de ochtenden te gaan trainen. Vonden sommige spelers belachelijk. Binnen enkele maanden waren ze er allemaal. De jeugd elke dag op Papendal? Uitgesloten, zei men. Nu weten we niet beter.’

Met een sterke vrouwenploeg kwalificeerde Van Dooremalen zich in 1992 voor de Spelen van Barcelona. ‘Het bondsbestuur dacht dat de medailles wel even zouden binnenstromen. Dat kan helemaal niet. Het duurt een aantal olympiades om de ambiance te creëren waarin het winnen van medailles centraal staat.’

Pas in 2000, bij de Spelen van Sydney, waar vijf kwartfinaleplaatsen werden behaald, ontstond het besef dat het Nederlandse badminton een historische stap kon zetten. ‘We hadden voor 2004 vijf speelsters in de top-25 van de wereld’, zegt Van Dooremalen. ‘Die medaille in Athene kwam dus niet uit de lucht vallen.’

Het was ook geen verrassing dat juist Mia Audina, die al in 1996 in Atlanta voor haar vaderland Indonesië zilver had gewonnen, het Nederlandse badminton definitief op de kaart zette. Van Dooremalen ontmoette haar ruim tien jaar geleden voor het eerst in de brasserie van De Kuip. ‘Ik kreeg te horen dat een topper me wilde spreken.

‘Tot mijn stomme verbazing zat Mia Audina daar. Hoewel ze met een Nederlander was getrouwd, vroeg ik haar waarom ze vanwege de betere faciliteiten niet in Denemarken of Engeland ging trainen. Mia zei: Nederland doet altijd mee aan de finale van de Thomas Übercup. Dan moeten jullie toch iets goed doen.

‘Mia noemt mij haar tweede vader. Ze had de grillen van een vedette en die leidden bij andere mensen weleens tot irritaties. Mia volgde haar intuïtie. Ik stuurde haar voorzichtig bij.’

En lachend: ‘Als geboren katholiek kon ik de gospels van haar echtgenoot Tylio Lobson wel waarderen. Ik heb respect voor mensen die hun geloof openlijk belijden, ook al doe ik dat minder.’

Tijdens de Spelen in Athene ontstond een ware Mia-hausse. Van Dooremalen: ‘De media realiseerden zich dat badminton meer is dan een spelletje op de camping. De halve finale van Mia tegen Ruina Gong heeft mensen de ogen geopend. De wereldkampioene, de beste speelster ter wereld, werd door Mia ongenadig afgedroogd.’

Hoewel de Chinese Zhang Ning in de finale te sterk bleek voor Audina, werd haar zilveren medaille uitbundig gevierd. Het ‘Mia-effect’ ebde weer snel weg. ‘Het is het beste voorbeeld van hoe de topsportmentaliteit bij een bond moet groeien’, zegt Van Dooremalen. ‘Mia won zilver. Op dat moment gingen de bestuurders nadenken wat ze ermee zouden doen. Zes weken later kwamen de eerste ideeën. Die hadden er al een halfjaar voor de Spelen moeten zijn. Het is een les geweest.’

Precies vijftig medailles behaalde Van Dooremalen sinds 1985 bij de grote toernooien. Maar het zou niet terecht zijn als alleen de olympische triomftocht van Audina wordt gekoesterd, zegt hij.

‘De ontwikkeling van de topsport in Nederland verloopt steeds nadrukkelijker in olympische cycli. Alles draait om een olympische medaille, terwijl de sportieve waarde steeds minder wordt.

‘Zeker in de individuele sporten is het deelnemersveld bij de Spelen lang niet zo sterk als bij een WK. Het leidt tot een sterke devaluatie van de sport, terwijl het aanzien juist steeds groter wordt.’

Daarom was het voor de bond een flinke klap dat Yao Jie niet naar Peking mocht. In haar vaderland had Jie de missie van Audina moeten voltooien met goud. NOC*NSF blokkeerde haar uitzending, omdat ze niet aan de nationale kwalificatienormen had voldaan.

De nummer 1 van Nederland moest het EK vanwege een blessure laten schieten, terwijl ze volgens NOC*NSF juist op dat toernooi deelname aan de Spelen had moeten afdwingen. Van Dooremalen heeft de argumenten van de sportkoepel nooit begrepen. ‘Ik ben nog steeds boos, omdat NOC*NSF een verkeerde beslissing heeft genomen.

‘Natuurlijk spreek je normen en limieten af. Maar als een beroepscollege vervolgens ontkent dat het op de hoogte was van een blessure bij Yao Jie? Pas helemaal aan het einde van het proces kreeg ik te horen dat de bond had kunnen aandringen op een andere kwalificatieprocedure.

‘NOC*NSF wilde zich strikt aan de regeltjes houden. Bij de juristen staat niet de mens centraal, maar de kleine lettertjes in de contracten. Als je zo dwangmatig denkt, blijft er weinig over van de Nederlandse topsport. Ik had het geen 24 jaar volgehouden als ik zo met mijn sporters was omgegaan.

‘Ik vond het zo frustrerend. Nederland had een speelster die drie maanden voor de Spelen de olympisch kampioene en de wereldkampioene van de baan sloeg. De juiste keuze van ons traject werd bevestigd. NOC*NSF had moeten zeggen: die meid gaat ten koste van alles naar Peking. Ik ben ervan overtuigd dat Nederland een medaille heeft laten liggen.’

Ook de tafeltennisbond (Trinko Keen) en de tennisfederatie (Robin Haase) mochten hun beste spelers niet sturen. Het steekt Van Dooremalen dat zoiets gebeurde. ‘Drie sportbonden hebben hun beroepszaak tegen NOC*NSF verloren. Hoe kan dat? NOC*NSF verschuilt zich telkens achter afspraken. Als we daaraan gaan tornen, valt iedereen over ons heen, kreeg ik telkens te horen.

‘Formeel hebben wij met Yao Jie niet aan de regeltjes voldaan. Maar als richtinggevend comité moet je afwijkende besluiten durven nemen die tot betere prestaties kunnen leiden. Dat doet NOC*NSF dus niet. Yao Jie was heel ontdaan. Voor de Dutch Open zei Jie dat ze niemand meer vertrouwde in de Nederlandse sport, behalve mij.’

Onverstoorbaar hervatte Van Dooremalen al voor de Spelen zijn werk. ‘Het heeft de bond jaren teruggeworpen dat we niemand in Peking hadden. Maar ik heb op de eerste training gezegd dat de voorbereidingen op de Spelen van Londen in 2012 zijn begonnen.’

Hij zal ze alleen nog meemaken als technisch directeur van de NBB. Van Dooremalen toonde begrip voor de onvrede bij topspeler Dicky Palyama, die de bond vorig jaar opriep eindelijk eens een andere bondscoach aan te stellen. ‘Door alle bezuinigingen stond ik er de laatste jaren alleen voor. Geen wonder dat Palyama dat vroeg.

‘Een complete NOS-equipe rukte uit tijdens het NK: er was een rel in het badminton! Zagen ze Dicky met mij in alle rust zijn wedstrijd voorbereiden. Jullie hebben toch ruzie, vroegen de verslaggevers. Grote onzin natuurlijk. Maar ik wist heel goed wat Palyama bedoelde. Hij had dringend nieuwe prikkels nodig.’

De NBB wil een team van drie coaches aanstellen en Van Dooremalen zoekt zelf zijn opvolgers. ‘Het is een dooddoener dat ik niet over mijn graf heen mag regeren. Ik kan het beste beoordelen wie voor deze zware functies geschikt zijn. En ik loop de nieuwe coaches heus niet voor de voeten.

‘Maar het blijkt niet eenvoudig geschikte kandidaten te vinden. Een coach uit Luxemburg die alleen met junioren had gewerkt, hoefde natuurlijk niet te solliciteren. Je bent als bondscoach ook steeds op pad, ik ben de afgelopen 24 jaar weinig thuis geweest.’

Van Dooremalen heeft wel het aanzien, maar niet de status van het badminton kunnen veranderen. ‘Het blijft een kleine sport in Nederland. Badminton stelt qua leden geen bal voor. We selecteren onze internationals uit maximaal 120 of 130 spelers. We zullen een grotere vijver moeten creëren, al blijft het vooralsnog voldoende om toppers op te leiden.’

En waarom zou hij helemaal achter de coulissen moeten verdwijnen? ‘Ik begon in 1985 met niets. Ik moest het wiel opnieuw uitvinden. Het is juist goed dat de NBB mijn kennis nu wil behouden. Ik schrok toen de wielerunie zomaar vijf bondscoaches op straat zette. Komen daar dan vijf toppers voor terug? Ik heb er een hard hoofd in.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.