REPORTAGE

'Ik train zodat mijn idolen mijn rivalen worden'

Rafik Harutjunjan is titelhouder in het weltergewicht. Reden om groot te dromen. Alleen lukt het niet om een gevecht te organiseren. Boksen in Nederland is een kleine affaire.

De Amsterdammer Josemir Poulino raakt zijn stadsgenoot Faroek Daku vol op het hoofd. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Het is ver na middernacht als Rafik Harutjunjan de coulissen van Koninklijk theater Carré binnenstapt. 'Wie is dat?', zegt hij tegen het kapotgeslagen hoofd dat hij in de spiegel ziet. Hij heeft zijn wereldtitel verdedigd, maar hij is gehavend: blauw oog, opgezwollen wang en rode striemen op zijn gezicht. Het maakt de Armeense Brabander niks uit. 'Nu ga ik voor de grote gevechten.'

Precies een jaar geleden dezelfde scène. In een uitverkocht Carré werd weltergewicht Harutjunjan wereldkampioen van de kleine WBF-bond. Het zou zou de opmaat zijn voor een glansrijke profcarrière. Dit jaar keek hij op de tv naar Floyd Mayweather en Manny Pacquiao. Ver weg in Las Vegas, verdienden de bokssterren ieder minstens 140 miljoen dollar met één bokspartij.

Ja, dat wilde de 27-jarige Brabander ook bereiken. Tot nu toe loopt het allemaal anders. Harutjunjan bokste na zijn titelgevecht van vorig jaar tot maandagavond geen enkele wedstrijd meer. Of het lukte niet om de juiste tegenstander te vinden of de bokser vond het prijzengeld te laag. 'Ik ben de wereldkampioen. Daar moet geld tegenoverstaan', zegt hij op een houten stoel in zijn krappe kleedkamer.

Het lijkt typerend voor de situatie waarin het Nederland boksen zit. Is er een wereldkampioen, valt er geen gevecht voor hem te regelen. De Ben Bril Memorial is één van de weinige boksgala's in Nederland.

In het midden van Carré staat de ring omgeven met tafelts waarop schoteltjes met oude kaas en ossenworst staan uitgestald. De meeste toeschouwers zijn gekleed in galakostuum. Ze zijn gekomen voor harde klappen, voor bloed en voor knock-outs.

Rafik Harutjunjan en Kevin Dotel in gevecht om de wereldtitel in het weltergewicht. Beeld anp

Wandelende boksbal

Ze worden op hun wenken bediend. Allereerst bij Josemir Poulino tegen de Afrikaans Nederlandse reus Faroek Daku. De Amsterdamse Poulino, met een getatoeëerde AK-47 op zijn buik, komt op onder begeleiding van zware rapmuziek. 'Jooooooos Poulino', schreeuwt zijn persoonlijke MC. Het is show in Carré.

Vanaf ronde één is de enorme Daku een wandelende boksbal. Met zijn handen voor zijn gezicht probeert hij de klappen op te vangen, wat eigenlijk helemaal niet lukt. Al na een halve minuut springt zijn lip open.

Rechtse hoek, uppercut, linkse hoek. Het blijft maar doorgaan, de handschoenen van Poulino raken steeds verder doordrenkt met bloed. Na acht ronden gaat Daku door zijn knieën. Uren later, als hij heeft gedoucht, ziet zijn gezicht eruit als een opgezwollen pompoen.

Trainer van Poulino is Raymond 'Hallejulah' Joval. Hij deed mee aan de Olympische Spelen van 1992 en was vier jaar wereldkampioen bij een profbond. Samen met Regillio Tuur en Arnold Vanderlyde behoorde Joval in de jaren tachtig en jaren negentig tot een succesvolle generatie van Nederlandse boksers. 'Toen ik bokste, was Vanderlyde mijn voorbeeld bij de amateurs en Tuur bij de profs. Maar we hebben geen iconen meer.' Ook is er de concurrentie van het kickboksen, dat talenten van het klassieke boksen afsnoept.

De Amsterdammer Josemir Poulino viert zijn overwinning tegen Faroek Daku. Beeld anp

Gage

En dan is er de financiële kwestie. Waar in Amerika boksliefhebbers veel geld over hebben om via betaalstations naar gevechten te kijken, zijn er in Nederland veel minder boksfans. Maar profboksers willen beloond worden voor hun gevechten, en ook promotors en boksbonden stellen financiële eisen. Boksgala's hebben moeite om de financiën rond te krijgen.

Joval wil nog wel iets zeggen over de gage van de boksers. 'Sommige Nederlandse boksers denken te groot. Je hoeft niet meteen voor 20 duizend euro te vechten. Je kan het ook met tweeduizend euro doen.'

En toch breken er betere tijden aan voor het boksen, zegt Joval. 'De oude toppers zijn bezig hun kennis door te geven. Er komen goede boksers aan.'

De Ben Bril Memorial heeft het mooiste voor het laatste bewaard. Het begint met de één na laatste partij van de Gevorg Katchikian, een bokser met bovenarmen van gewapend beton. Hij vecht tien slopende ronden met zijn Russische tegenstander Varazat Tsjernikov.

Verbeten gevecht

Maar dan, in de allerlaatste seconde, laat zijn tegenstander heel even zijn dekking zakken. Op dit moment heeft Katchikian tien rondes gewacht. Al zijn energie laat hij naar zijn rechtervuist stromen, als voorbereiding op de klap die komen gaat. Pof. Daar landt zijn tegenstander op het canvas.

'Geef die man een kruk. Hij weet nog steeds niet dat hij in Amsterdam is', zegt spreekstalmeester Erik Dijkstra na twee minuten, waarin de Rus niet bij zijn positieve is gekomen.

Dan volgt het hoofdmaal. Rafik Harutjunjan tegen Kevin Dotel uit Spanje, waarbij de Nederlander zijn wereldtitel op het spel zet.

Het is een verbeten gevecht, waarbij de Brabander om zijn tegenstander danst. In de laatste ronde wordt het fel. Als een groep losgeslagen honden moedigen de toeschouwers Harutjunjan aan. Met twee flinke klappen op het hoofd worden de toeschouwers nog verder opgezweept.

De partij is afgelopen, een half uur na middernacht. De scheidsrechter tilt de arm van Harutjunjan omhoog, om hem als winnaar aan te wijzen. In de kleedkamer droomt Harutjunjan hardop van wedstrijden tegen Mayweather en Pacquiao. 'Ik train net zo hard tot mijn idolen mijn rivalen worden. En dan stuur ik ze met pensioen.'

Rafik Harutjunjan in zijn gevecht tegen Kevin Dotel (R) tijdens de Ben Bril Memorial in Koninklijk Theater Carré. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden