'Ik moet het zelf doen, elk jaar weer'

Wie Sven Kramer ziet schaatsen, vermoedt dat hij geschapen is voor deze sport. De Fries vindt dat hij iets uitzonderlijks dient te ondernemen met zijn aangeboren kwaliteiten....

Het gaat vriezen. Over een langere periode, zeggen de weermannen, met een zekerheid van 99 procent. Als het onvoorstelbare toch eens zou gebeuren.

Dan, zegt Sven Kramer in Inzell, vlak na zijn eerste wereldrecord op buitenijs, is hij in elk geval niet te houden. De Elfstedentocht, dat gaat alles te boven.

Wat hij zich daarbij dan voorstelt, is de vraag aan Kramer die in de laatste Tocht, die van 1997, thuis voor de televisie vader Yep in de kopgroep zag rijden. ‘Dan rijd ik Wennemars eraf. Want die gaat er ook heen. Zeker weten.’

Het opborrelende enthousiasme voor de ultieme krachtproef op het ijs, de 200 kilometers langs elf Friese steden, tekent Kramers liefde voor het schaatsen. ‘Ik ben lid. Heb ik voor mijn verjaardag gekregen van mijn ouders, op mijn achttiende. Want dan mag je inschrijven. Ik vond dat een leuk cadeau. Apart.’

De vraag of hij in 2009, de Elfstedentocht bestaat dan 100 jaar, niet uitgeloot kan worden, krijgt een ontkennend antwoord. ‘Ik doe wel met de wedstrijd mee hoor.’

Hij verkneukelt zich zichtbaar. Weglopen uit het allroundseizoen, eventjes dissident van de wereld der indoorbanen, over sloten en meren op weg naar de Bonkevaart. ‘Vind ik zo mooi. Ze houden mij niet tegen. Ik ben er wel hoor’, zegt hij in dat flitsende staccato-taaltje van hem.

Nog nadere uitleg, terwijl in Nederland de temperatuur daalt. ‘Die Elfsteden, dat is gaaf man. Ik heb mijn vader zien schaatsen in 1997. In het rode pak van Klerks. Altijd Klerks hè. Nou ja, zijn laatste jaren ook bij Frisia en Bional.

‘Hij zat in de kopgroep, Hij moest eraf. Ik zat voor de buis. Ik was 11 jaar. Geen minuut gemist hoor. Yep werd achtste.’

Het lijkt de interviewer best goed voor de rijder op leeftijd (39) die Yep Kramer toen was.

‘Ah man. Hij had gewoon moeten winnen. Hij had pech gehad vooraf. Hij was geflikt bij het NK in Ankeveen. Hij had bij een val zijn ribben gebroken. Pijn, ja. Wat dacht je hoe je ribben voelen met klunen? En dat eerste stuk in Leeuwarden, rennen, om daarna je schaatsen onder te doen.’

*

*
Dit is Sven Kramer. Een man van een vlak schema, met opeens een heerlijke oprisping. Hij, de achtvoudig wereldkampioen van de schaatsjaren 2007 en 2008, is voor zijn 22 jaren heel gecontroleerd, heel volwassen. Op zijn 18de werd hij als talentvolle junior een nieuwe werkelijkheid in gekatapulteerd.

*
Michael Kaatee, nu een doorsnee rijder van VPZ, was bij Jong Oranje kamergenoot van de Fries. Zijn maatje Kramer mocht in die herfst van 2004 twee weken het wereldbekercircuit in. Naar Hamar en Berlijn, waar hij zesde en negende werd op de 5 kilometer.

*
‘Toen Sven terugkwam bij onze ploeg, het Jong Oranje van bondscoach Peter Kolder, was hij veranderd. Eerst konden we nog samen trainen, gemakkelijk elkaars slag houden. Wouter Olde Heuvel was er ook bij. Daarna was het anders. Wij moesten er alles aan doen om hem in de training bij te houden. Sven was een andere schaatser geworden.’

*
Zelf zegt hij: ‘Het overkomt je. Ik brak op die leeftijd door naar de wereldtop. Je kunt er niet meer omheen. Ik was de rijder naar wie ze keken. Maar ik voelde me alleen maar gelukkig.

*
‘Ik ben niet veel veranderd. Er verandert wel veel om je heen. En je wordt vanzelf volwassener. Ik heb dezelfde vrienden nog, een goede band met de mensen om me heen. Ja, ik ga nog vaak thuis eten in Oudeschoot. Mijn moeder kookt beter dan ik. Het gaat me om stabiliteit.’

*
Wie Sven Kramer ziet schaatsen, vermoedt dat hij geschapen is voor deze sport en dat hij die beginnersvoorsprong – zijn talent – nooit zal weggeven. Het ziet er zo gemakkelijk uit, al dat winnen van hem, dat mensen zich gaan vergissen in de intensiteit, waarmee hij zijn sport beoefent.

*
Zijn coach Gerard Kemkers strijdt tegen die foute beeldvorming. ‘Als het er ontspannen of gemakkelijk uitziet, is dat een beeld dat niet klopt en dat ik wens te bestrijden. Hij is twee of drie dagen voor een grote wedstrijd ook gespannen. Dan zoekt hij me vaker op.

*
‘De 5 en de 10 kilometer beheerst hij, maar voor de 500 en de 1500 meter kan Sven bloednerveus zijn. Hij weet dat hij zich dan geen foutje kan veroorloven. Maar echt, het zou te ver gaan om te zeggen: het komt hem allemaal maar aanwaaien. Want hij doet er alles aan.

*
‘Krijg ik een sms van hem. Heeft ie toch weer een paar uur wat extra’s gedaan. Hij is een enorme professional die geweldig met zijn vak bezig is. Het stoort me dat het beeld bestaat dat Sven er niks voor hoeft te doen. Hij doet er alles voor. Wat ik ook vraag, zonder nadenken. Alles.’

*
De totale overgave, elf maanden per jaar, heeft te maken met het plezier dat deze speelvogel – wees op je hoede in zijn omgeving – aan zijn sport beleeft. Trainen, ja heerlijk. Schaatsen, nog mooier. Zware competitie, het allerlekkerste.

*
Zelf: ‘Ik ben vaak vrolijk. En ik heb het bijna altijd naar mijn zin, anders houd je dit leven van heel veel weg zijn, van dag in dag uit geconcentreerd inspannen, niet vol. Ik kan dit niet doen voor anderen. Ik kan dit niet doen voor het geld. Daarvoor is het offer veel te groot, weet je.

*
‘Het moet van binnenuit komen. Als je het niet leuk vindt, ga je het niet volhouden. Het is van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat prof zijn. Het gaat om passie en plezier. Als het werk of een opdracht was, dan was ik snel klaar. Zo moet het niet zijn.’

*

*
Kramer weet dat hij over de bijzondere eigenschappen van een sportfenomeen beschikt en dat hij iets uitzonderlijks dient te ondernemen met die aangeboren kwaliteiten. Zijn trainer, Kemkers, legt het nog een keer uit.

*
‘Sven herbergt een unieke combinatie van drie factoren. Eén is zijn technische talent, het bijzondere gevoel tussen ijs en schaats. Twee is zijn fysieke, genetische materiaal. Hij heeft veel van thuis meegekregen. Maar let wel, hij verdient het door hard werken, niet omdat hij Yep en Elly als ouders heeft die een schaatstalent hebben doorgegeven. Drie is de mentale component.

*
‘Het is de combinatie van die drie. Niet een van die drie die de doorslag geeft, alle drie moeten goed zijn. Dat is ook het meest unieke aan Sven. Dat hij in zijn persoon al die drie dingen bij elkaar brengt.’

*
Sven Kramer, wereldrecordhouder op 5 en 10 kilometer, wordt geacht iets met die bijzondere symbiose van krachten en talenten te doen. De beste schaatser aller tijden te worden bijvoorbeeld, Eric Heiden, Ard Schenk en Johan Olav Koss in de schaduw te stellen.

*
Ploeggenoot Erben Wennemars betoogde afgelopen week dat Kramer de beste aller tijden gaat worden. Hij noemde hem extreem volwassen voor een 22-jarige, een leeftijd waarop Wennemars zelf nog tekenfilms keek. ‘Ik kijk geen tekenfilms’, zegt Kramer.

*
Over de bewering: ‘Het zijn wel gewaagde uitspraken. Het is zijn mening. Maar als ik dat wil bewerkstelligen, moet ik in elk geval nog een paar jaar door. Ik weet niet of ik dit niveau een aantal jaren kan vasthouden. Niemand weet dat.

*
‘Ik kan alleen mijn stinkende best doen en zorgen dat ik alles om me heen zo goed mogelijk voor elkaar heb. Dat ik de voorwaarden schep, waaronder ik goed kan presteren. Maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Elk jaar weer.’

*
Hij heeft deze zomer met argusogen naar baanwielrenner Theo Bos gekeken die als superieur beschouwde held van zijn voetstuk viel en met nul olympische medailles uit Peking terugkeerde. Een schrikbeeld dat door de sportwereld als het ‘Theo Bos-syndroom’ is betiteld.

*
‘Ik weet niet of het een syndroom is. Wat hem is overkomen, is niet leuk. Ik heb ernaar gekeken op tv. Goddonders, gewoon waardeloos voor hem. Zo zie je maar wat in topsport kan gebeuren. Het zit op een dun lijntje. Het ene jaar win je alles en het jaar daarna rijd je waardeloos. Dat is het risico van topsport.

*
‘Bob de Jong eindigde bij het kwalificatietoernooi 30 seconden achter Carl Verheijen op de 10 kilometer, maar werd wel olympisch kampioen. Zo kan het gaan, hè. Ik denk niet zo in scenario’s waarin het mis kan gaan. Wat heb je daaraan? Niks. Ik heb er op dit moment ook helemaal geen reden toe.’

*
De kwestie Bos heeft hem aan het denken gezet. ‘Je moet zorgen dat je kritisch blijft en dat je kritische mensen om je heen blijft houden. Theo heeft een smalle begeleiding om zich heen gehad. Daar heeft hij veel invloed op gehad.

*
‘Dat is het gevaar als je heel goed ben. Je kiest, als je Theo Bos bent, heel erg voor je eigen lijn, en het wordt van je geaccepteerd, want ja, jij bent de winnaar en die heeft altijd gelijk.

*
‘Het is wel zaak mensen om je heen te houden die kritisch op je zijn en geen meelopers blijken. Om jou scherp te houden. De mensen die mijn criticaster zijn, vormen de ruggengraat van onze technische staf, Gerard Kemkers en Jim McCarthy. Zij zijn de basis. Andere schaatsers? Nee. Zij vragen aan mij. Tijden veranderen snel.’

*
Hij voelt zich teamgenoot en kopman in de tien man sterke formatie van TVM. Het is zijn omgeving die hij met zijn dolletjes, alertheid en scherpe observaties prikkelt tot de beste mogelijke topsport biotoop. ‘Rond die dagen voor een grote wedstrijd kan ik wel een hufter zijn. Want het moet goed zijn. Als het niet goed is, is er een probleem. Onze ploeg is goed, maar het moet wel goed blijven. Daar ben ik scherp op, vlijmscherp.

*
‘Dan ben ik veeleisend, ja. Maar wie wordt er beoordeeld als ik tweede of derde word? Perfectie is belangrijk. Je moet mensen om je heen hebben die zich wegcijferen voor jouw prestatie. Zij hoeven niet te schaatsen. Ik wel.’

*
Al ruim twee jaar geldt hij als de onverslaanbare. Europees- en wereldkampioen allround, zijn terrein. ‘Door die term jaagt ook iedereen op je. Dat voel ik heus wel, maar dat vind ik juist wel gaaf. Ja, ik ben de prooi. Mij moeten ze hebben. Dat zal ook wel een keer gebeuren.’

*
Als hij dan verliest, zoals vorig jaar in Salt Lake City op de 5 kilometer tegen de Italiaan Fabris, is de wereld even te klein. Dan treedt hij buiten de oevers. ‘Zo ga ik ermee om. Het stuwt mijn niveau omhoog. Concurrentie geeft mij de prikkel.’

*
Dan vliegt hij weer. De ideale rondjes van 28 seconden aan elkaar rijgend. ‘Als ze gemakkelijk gaan, zijn dat de mooiste. Zes slagen op het rechte eind. Die zitten er geheid in. Die tel ik niet. De bocht? Hoeveel slagen? Tel ik nooit. Doe het puur op gevoel. Ik denk niks bij zo’n rit. Het is gewoon rammen, whamm. Pure concentratie op die inspanning. De ijzers laten lopen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden