‘Ik mis teamgeest bij deze generatie’

De handbalkeepster stopte bij Oranje. ‘Ik werd niet uitgedaagd.’..

Handbalkeepster Debbie Klijn eindigde haar interlandcarrière vorige week op de schouders van haar teamgenoten en wist dat het goed was. ‘Het was mijn grootste angst om te laat te stoppen, waardoor je met een rotgevoel terugkijkt’, vertelt ze, enkele dagen later in een restaurant in Almere. ‘Ik vond dit het beste moment.’

De Nederlandse vrouwenploeg plaatste zich in Emmen overtuigend voor de play-offs van de WK-kwalificatie. ‘Ik heb het afscheid bewust beleefd, ik had zelf de regie’, aldus Klijn. ‘Ik besefte dat ik voor het laatst naar het volkslied luisterde, toen moest ik al bijna huilen.

‘Mijn beste vrienden zaten bij elkaar in een vak, die hadden na de wedstrijd tegen Litouwen een zakdoek in hun hand. Het was mooi om het samen zo af te sluiten. Daarna had ik nog een emotioneel afscheidsetentje met het team, waar sommige speelsters vertelden wat ik voor ze had betekend.’

Andersom lag de relatie op zijn minst gevoelig. Na het succesvolle WK in 2005, waar de Nederlandse handbalsters verrassend als vijfde eindigden, viel bijna een complete generatie weg. ‘Daarna kwamen we in een overgangsfase terecht’, zegt Klijn. ‘We moesten veel jonge meiden inpassen, omdat we niks anders hadden.

‘Dat proces heeft me veel energie gekost en de resultaten vielen tegen. Het enige waar ik me nog op richtte was de Olympische Spelen. Maar we haalden het WK niet, waar we ons voor de Spelen konden kwalificeren. Daarmee was mijn belangrijkste doel weggevallen.’

Steeds nadrukkelijker ging de kleine, pezige keeper het gemis voelen van de speelsters met wie ze was opgegroeid. ‘Het klinkt zo dramatisch als ik constateer dat er een generatiekloof is. Maar ik ervaar het wel zo. Kijk om je heen, de jeugd is heel anders dan tien, twintig jaar geleden.

‘Ik moest naar mijn idee te

veel concessies doen aan mijn beleving van het handbal. Sommige mensen noemen me te prestatiegericht, ik noem het professioneel denken. Als keeper coach ik mijn teamgenoten nadrukkelijk. Ik heb het beste overzicht.

‘In deze tijd mag het allemaal niet zo hard. Zeggen de coaches: Debbie, pas op dat je die meisjes niet mentaal kapot maakt. Daar heb ik geen boodschap aan als ik in het doel sta. Ik wil niet worden afgeschoten.’

Was ze zelf zo anders in haar jeugd? Klijn, na een korte denkpauze: ‘Toen ik zes jaar was, schreef ik in mijn vriendinnenboekje: ik wil de beste handbalkeepster van Nederland worden. Het zat er al vroeg in bij me en ik heb alles gedaan om die droom te realiseren.’

Het had wat minder confronterend gekund, zegt Klijn. ‘Ik was als tiener te veel met het einddoel bezig. Ik ramde alles dat op mijn weg kwam aan de kant. Nu ik ouder word, merk ik dat het ook anders kan. Je hoeft niet meteen te laten zien wie je bent. Je kunt je ook laten meevoeren. Ik ben rustiger geworden, ik denk genuanceerder na over mijn sport. Via een omweg bereik je soms sneller je doel.’

Die omweg maakte Klijn in de jaren negentig, toen ook zij tot de meiden met een missie behoorde. Haar eigen missie, want ze stapte al snel uit het revolutionaire plan van de toenmalige bondscoach Bert Bouwer, die het ‘Bankrasmodel’ van de volleyballers introduceerde in de handbalsport.

Klijn: ‘Ik zat niet op een lijn met Bouwer en ik heb mijn eigen weg gekozen. De speelsters van het Nederlandse team hadden een kruiwagen om de top te bereiken, ik heb het op eigen kracht gedaan.’

In 2001 haalde Bouwer haar terug bij de nationale ploeg. En met Röttger als bondscoach resulteerde deel twee van de meiden met een missie in 2005 in een vijfde plaats bij het WK in St. Petersburg.

Klijn: ‘Het was een volwassen groep speelsters, die zich ook intellectueel had ontwikkeld. Ze hadden in het eerste project alles uitgevoerd wat Bouwer ze opdroeg, daar is ook de basis gelegd voor het succes in 2005. Maar ruimte voor een eigen inbreng was er destijds niet. Röttger heeft de speelsters de vrijheid gegeven die ze onder Bouwer niet hadden.

‘Tactisch losten we het zelf op in het veld. We hadden met het Nederlandse team een speltype ontwikkeld, waarmee zelfs de wereldtop moeite had. Snel en dynamisch, een combinatie van de Deense en Duitse speelstijl. Het was mijn beste periode in het Nederlandse team. Als ik nu de videobeelden bekijk, zie ik een keeper die zich bijna onsterfelijk voelde.’

Dat gevoel heeft Klijn sindsdien niet meer gekend. ‘Ik had het graag opnieuw willen oproepen. Maar daar heb je ook het juiste team voor nodig. Bij het WK in 2005 zag ik bij een medespeelster de vlammen in haar ogen staan voor een wedstrijd. Ik keek haar aan en hoefde niks te zeggen, ze had me met één blik op scherp gezet. In de kleedkamer merkte je dat iedereen hetzelfde dacht.

‘Nu zaten we vaak over koetjes en kalfjes te praten. Sommige speelsters waren nog helemaal niet met de wedstrijd bezig. Ik heb me daar vreselijk aan geërgerd. Maar de meiden met wie ik dat gevoel deelde, waren er niet meer.

‘Het leven is zo individualistisch geworden. Vroeger zaten we in een trainingskamp met een groepje koffie te drinken of met tien meiden lekker te beppen bij de fysio in de kleedkamer. Nu zitten ze allemaal op hun kamer, te msn-en of een videootje te kijken. Ik veroordeel het niet, je hoort mij niet zeggen dat deze meiden geen topsporters zijn. Maar het is mijn wereld niet.

‘Ik mis het teamgevoel, de harmonie in de groep. Ik vond het knap dat bondscoach Röttger naar iedereen luisterde, soms te vaak wat mij betreft. Deze groep heeft een andere aanpak nodig, meer discipline. Daarom is het goed dat er met Henk Groener een andere bondscoach komt.’

Groener wilde Klijn graag behouden voor de nationale ploeg. Maar haar besluit stond vast. Klijn drijft steeds verder weg van de sport, want bij haar Duitse club Buxtehude loopt ze tegen dezelfde muur op. ‘De vorige trainer was een Oost- Duitser van het oude stempel en dacht net zoals ik. Zijn frustraties waren herkenbaar.

‘De speelsters voerden zijn opdrachten uit en meer niet. Het was een kwestie van mentaliteit. Je moet als sport nooit afhankelijk zijn van een trainer. Je neemt je eigen beslissingen, je bent baas over je eigen carrière. Je moet niet wachten op dingen die gaan komen. Dat deed ik in 1996 bij Bert Bouwer ook niet. Ik was destijds derde of vierde keepster bij het Nederlandse team.

‘Als keeper was je toch al een ondergeschoven kind, speciale keeperstraining is er eigenlijk nog steeds niet. Ik vind het onbegrijpelijk. De vorig jaar gestopte Jocelyn Tienstra traint nu de keepsters van de Handbal Academie. Ik trainde ook wel eens met haar bij het Nederlandse team. Verder niet, misschien was het ook een geldkwestie. Het NHV is bepaald niet de rijkste sportbond van Nederland.’

Klijn werd gevormd door de Duitser Andreas Thiel, de beste handbalkeeper ter wereld. ‘Ik heb vijf jaar met hem gewerkt, elke training was een wedstrijd. Liet ik hem tien ballen vanaf negen meter op me schieten. Ik zei tegen Andreas: ik pak er zes. Begon hij te lachen. Du, kleine, wat denk je nou?

‘Soms pakte ik er ook zes, zo heb ik mijn reflexen nog verder aangescherpt. Wat heeft het nou voor zin om de bal keurig tegen je hand aan te laten schieten? Alleen om je een lekker gevoel te geven? Daar word je als keeper niet beter van.’

Die competitie heeft ze met haar opvolgers bij Oranje, Marieke van der Wal en Inge Roelofs, nooit gevoerd. ‘Helaas heb ik hun hete adem nooit gevoeld’, zegt Klijn. ‘Ze hebben me nooit uitgedaagd. Marieke heeft als derde keepster lang op de tribunes gezeten. Het zal moeilijk voor haar zijn geweest.

‘Maar Marieke heeft me nooit het idee gegeven dat ze de strijd wilde aangaan. Ik weet niet of ze echt beter wilde worden. Ze heeft me ook nooit om advies gevraagd. Inge Roelofs keek misschien te veel tegen me op. Maar het zijn geen jonge meiden meer. Marieke is al 29 jaar, Inge 25. Het wordt tijd dat ze voorop gaan lopen.

‘Ik ben misschien extreem in mijn benadering. Van der Wal en Roelofs mochten tijdens het kwalificatietoernooi allebei spelen tegen Griekenland. Dan zie je toch het verschil. Ze zijn rustiger, maar ook vlakker dan ik.

‘Misschien vinden Marieke en Inge het prettig dat ze bij Oranje met zijn tweeën zijn overgebleven.’ En glimlachend: ‘Ze hoeven nu niemand meer in te halen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden