interviewsarina wiegman

‘Ik hoop dat wij voetbalvrouwen lekker normaal blijven doen’

Sarina Wiegman: 'Een meisje kan een shirt aan van een bekende speelster of speler. En dat geldt ook voor een jongetje. Dat is het mooiste.' Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Sarina Wiegman: 'Een meisje kan een shirt aan van een bekende speelster of speler. En dat geldt ook voor een jongetje. Dat is het mooiste.'Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Ze werd met de Oranjevrouwen Europees kampioen en tweede bij het WK voetbal. De Olympische Spelen zijn de laatste klus voor Sarina Wiegman (51). Woensdag begint het toernooi tegen Zambia.

Sarina Wiegman is een tikje nostalgisch, hier in de bestuurskamer bij Ter Leede in Sassenheim, waar ze vroeger voetbalde en later trainer was. ‘Zaterdags kwam je hier met je tasje om een lekkere wedstrijd te spelen. Ik dacht terug aan de voetballer, niet aan de trainer. Ik heb veel sporten gedaan, maar voetbal bleef over als leukste. Je kunt er al je energie in kwijt. Het is een teamsport. Samen tot iets komen. Het spel op zich. Doelpunten maken en voorkomen.’

De bondscoach van de Oranjevrouwen, die woensdag hun eerste duel spelen op de Olympische Spelen, heeft zich door de jaren heen leren beheersen, ook langs de lijn. Als speelster was Wiegman vinnig en ongekend fanatiek. Ze wilde per se winnen, ook als ukkie in het Haagse Molenwijk, waar ze opgroeide.

‘Mijn ouders komen uit de Schilderswijk. We fietsten naar de Houtzagerij, waar we voetbalden. Eén keer, toen ik 8 of zo was, was mijn fiets gejat. Een opvallende, rode fiets met een groen slot. Toen kwamen mijn broertje en ik iemand tegen op mijn fiets. Die fiets is van mij, zei ik. We belden aan en pakten de fiets uit de gang. Dat zou ik nu nooit meer durven. Later als puber was ik verlegener. Hoewel? Met voetbal was je alles kwijt. Je moest je mannetje staan. Paaltjesvoetbal was geweldig. We voetbalden of klommen in bomen.’

Haar moeder stierf in 2010 voordat Wiegman als trainer tot grote successen reikte. Nederland werd onder haar leiding Europees kampioen (2017), tweede bij het WK (2019) en plaatste zich voor het eerst voor de Olympische Spelen. ‘Ik denk wel dat ze echt iets meekrijgt. Dat wil ik althans heel graag geloven, al geloof ik niet in een God.’ Ze is haar ouders dankbaar dat ze haar vrij lieten, ook in haar vurige wens te voetballen, wat veertig jaar geleden ongebruikelijk was voor meisjes.

‘Mijn ouders waren vooruitstrevend, zeker voor die tijd. Dat dringt pas tot je door als je ouder bent. Ik wilde heel graag voetballen en ging samen met mijn broertje in een team. Daarover hebben we nooit discussie gehad. Het was in die tijd illegaal. Als meisje mocht je niet voetballen.

‘Mijn ouders reden van hot naar her met drie kinderen. Ik deed drie sporten tegelijk en ze zeiden alleen: Sarina, je moet een keuze maken. Ik zat bijvoorbeeld een tijd op een kindercircus. Dat was topsport, acrobaat zijn. Ik was een slappe pop. We werden drie, vier keer in de week getraind door oude circusartiesten. Dan zeiden ze: van voetbal word je stijf. Maar dan dacht ik: dat kan wel zijn, maar van voetballen ga ik niet af.’

Ze herinnert zich dat eens een doelpunt is afgekeurd, omdat ze meisje was. Ze droeg het haar kort, om niet op te vallen, ‘want dan mocht je soms niet meedoen. Ik weet nog dat er consternatie was. Dat doelpunt kon niet, want er deed een meisje mee.’

Een jaar of veertig later ziet ze de veranderingen. De eredivisie groeit. Vrouwen tekenen profcontracten. Toparbiter Stephanie Frappart fluit bij de mannen. Nederland krijgt een vrouwelijke directeur betaald voetbal, Marianne van Leeuwen. ‘Ze was de beste kandidaat. Je zou toch beledigd zijn als je wordt aangesteld omdat je vrouw bent en niet om je prestaties en kwaliteiten.’

Rollator

Er is veel bereikt, ‘al wil je altijd sneller. Als je kijkt wat het Europees kampioenschap in 2017 teweeg heeft gebracht, ongelooflijk. Ik dacht altijd: tegen de tijd dat ik achter mijn rollator loop, is er misschien iets veranderd. Dat is veel sneller gegaan. Meisjes mogen nu allemaal voetballen, meisjes en jongens lopen vanaf de F’jes gewoon door elkaar.

‘We zijn er nog lang niet, maar een meisje kan naar een profclub, naar het buitenland of in het Nederlands elftal. Ze kan een shirt aan van een speelster of van een speler. En dat geldt voor een jongetje ook. Dat is het mooiste en dat gaat niet meer weg. Het is ingebed.’

Ze koestert enige vrees voor uitwassen als bij de mannen. ‘Ik hoop dat wij als voetbalvrouwen lekker normaal blijven doen. Met commercie en het grote geld verandert ook de wereld om je heen. Mensen reageren anders op de spelers. Ik denk dat het ongezond is als iemand vanaf jonge leeftijd continu op een voetstuk wordt geplaatst. Iedereen wil erbij horen. Je verdient vijf keer zoveel als je ouders. Dan gebeurt er iets met je.

Danielle van de Donk (links) en Jackie Groenen poseren met een vlag die ze hebben gekregen van kinderen uit  Kamogawa, waar ze trainen tijdens de Olympische Spelen Beeld AFP
Danielle van de Donk (links) en Jackie Groenen poseren met een vlag die ze hebben gekregen van kinderen uit Kamogawa, waar ze trainen tijdens de Olympische SpelenBeeld AFP

‘Ik hoop dat er mensen om die meiden heen zijn, die ze helpen hoe ze daarmee het beste kunnen omgaan. Je moet nee durven zeggen en dan kan het zijn dat mensen denken dat je naast je schoenen loopt, terwijl het daarmee niets te maken heeft. Je bent topspeler of wil dat graag worden, daar komt veel bij kijken en moet je jezelf beschermen. Uiteindelijk word je afgerekend op je prestaties.

‘Dat geldt ook voor mezelf. Mijn functie is totaal veranderd sinds 2017. De staf is veel groter, ik kan taken verdelen. Anders loop ik mezelf over de kop. Na het WK van 2019 ben ik best lang moe geweest.’

Comfortzone

Ze was al voor het WK gaan delegeren. ‘Opeens stond ik meer te observeren, daar moest ik aan wennen. In het begin, bij ADO, deed ik alles zelf. Echt alles. De taakverdeling bij Oranje was een stap uit mijn comfortzone.

‘Vooropstaat: hoe kunnen wij als staf nog meer kwaliteit brengen? Wat is de bijdrage van mijn collega’s en hoe brengen wij samen het beste in onszelf naar boven? Dat ging goed. Ik kreeg meer ruimte om te observeren, om een gesprek te voeren met een speler. En je wil fris zijn op momenten dat er gepresteerd moet worden.

‘Ik heb na het WK een tijd minder geslapen. Na een korte vakantie kwam er meteen een kwalificatie achteraan. Na het EK was dat ook zo. Ook voor mij is er veel veranderd. Ik ben bijvoorbeeld ambassadeur geworden voor Plan International. Daarmee ben ik in Brazilië geweest in een gebied waar bijna niemand komt, in de Amazone. Met het gezin.

‘De positie van de vrouw is daar niet zo goed, zacht uitgedrukt. De vrouw is niet zo veel waard. Je hebt dan echt het idee dat je iets bijdraagt, inspirerend bent, door training te geven en ervaringen te delen. Je wil cirkels doorbreken.

‘Meisjes gaan daar vaak vroeg van school af, krijgen kinderen en komen in dezelfde situatie terecht als hun moeder. De vader verdwijnt vaak. Dat is geen toekomst. Als ze onderwijs kunnen blijven volgen, doorbreekt dat de vicieuze cirkel.

‘Aan dat empowerment-programma hebben wij in die periode met het gezin een bijdrage geleverd. Dat was nooit op mijn pad gekomen als ik niet met het Nederlands elftal had gepresteerd. Voetbal is daar een middel om zaken aan de kaak te stellen.’

Ze is ook gevormd door een jaar studie en sport in de Verenigde Staten. ‘Ik ging toen ik 19 was. Dan ben je ontvankelijk en gevoelig voor begeleiding. De positieve, typische Amerikaanse benadering heeft me geholpen. De ware sportmentaliteit, die we hier nog niet kenden in het vrouwenvoetbal. Elke dag trainen. Krachttraining. Twee trainingen op een dag. Dat was het walhalla.

‘Alleen: er was geen perspectief. Ik kon er niet mijn werk van maken en had zoiets: als we dat toch eens in Nederland zouden hebben, hoe fantastisch zou dat zijn. Toen de eredivisie ontstond dacht ik, hé, nu gaan we beginnen. Vroeger moest je geld meebrengen als je wilde voetballen, nu worden de faciliteiten voor de speelsters almaar beter. De kern blijft dat je iets doet waarvan je gelukkig wordt. Ik ben een positief mens.’

Positief, rustig en genuanceerd, zonder harde uithalen in de pers. ‘Ik kan ook een punt maken door het op een normale manier te zeggen. Intern ga ik echt wel discussies aan. Als wij goed spelen, ga ik ook niet meteen op een roze wolk zitten. En als we slecht spelen, is het niet zo dat we er opeens niets meer van kunnen.

Persoonlijker

‘Op het WK was de druk veel groter dan op het EK. De media werden persoonlijker, gericht op individuele spelers. Dat komt binnen. Binnen zes weken na het EK waren we bekende Nederlanders. Sommige spelers hadden op het WK moeite met de persoonlijke kritiek.

‘Wij zien dat meteen als dat ontstaat. We voelden meteen die druk, de spanning, de andere verwachtingen, ook van de spelers zelf. Je ziet dat bepaalde keuzes of handelingen niet goed zijn en ga je samen op zoek naar de oorzaak. Dan kan het voorkomen dat iemand aangeeft last te hebben van de hoge verwachtingen. Maar je trekt nooit te snel conclusies en het is bovendien per persoon verschillend.

‘We zijn als groep volwassener geworden. De spelers hebben op alle fronten zoveel meer bagage. Corona had extra uitdagingen, zeker voor spelers in het buitenland. We merkten dat ze soms eenzaam zijn. Daarover heb ik me zorgen gemaakt. Door corona konden ze niet even op en neer.

‘Lieke Martens komt geregeld in de media met haar eenzaamheid, maar dat geldt net zo goed voor andere spelers. Ze zijn in het buitenland, hebben geen gezin of partner, want zo is het nog niet in vrouwenvoetbal.

‘Het probleem was dat je het door alle coronabeperkingen niet kon oplossen. Wat we deden? Praten. Luisteren. Zorgen dat ze hun verhaal kwijt konden. Veel met de telefoon en veel in het trainingskamp. Het blijft supermoeilijk.

‘In zijn algemeenheid hebben ze zich aangepast aan de nieuwe werkelijkheid. De verwachtingen zijn hoger. Meer commercie, meer media. Er zijn vrouwen die veel op hun bordje krijgen, anderen wat minder. Er ontstaan daardoor verschillen op allerlei vlakken. Dat zou ook in het team een ding kunnen worden en tot jaloezie kunnen leiden, dus daaraan besteden we aandacht.

‘We proberen het teamproces in goede banen te leiden. Benadrukken dat we één doel hebben: beter worden, wedstrijden winnen. Daarvoor hebben we iedereen nodig en dat moeten we altijd beseffen. De een kan een beslissende actie hebben, maar ze moet wel in stelling worden gebracht door spelers die wellicht wat minder in de spotlights staan. Iedereen is nodig om het team als geheel beter te maken. Dat besef is er nog steeds, dat is belangrijk.’

Nog één toernooi, dan wordt Wiegman bondscoach van Engeland. Ze heeft zin in de Spelen, ondanks alle beperkingen, ondanks de nostalgie soms. ‘Ik hoop dat we het heel mooi kunnen afsluiten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden