interviewTurntrainer Gerrit Beltman reageert op kritiek pupillen

‘Ik had niet de intentie om hen te kleineren’

Suzanne Harmes, Verona van de Leur, Gabriëlla Wammes en Renske Endel tonen hun medailles na de EK in 2002. In Helden uitten ze onlangs kritiek op hun toenmalige trainers.Beeld Juan Vrijdag / ANP

Trainer Gerrit Beltman heeft lang gezwegen nadat Renske Endel en enkele andere topturnsters hem beschuldigden van mishandeling en machtsmisbruik. Voor het eerst vertelt hij nu zijn verhaal. ‘Ik liet ze in de zaal op een weegschaal staan. Dat was niet slim.’

Een ontluisterend artikel over ‘turnterrorisme‘ in het tijdschrift Helden deed turntrainer Gerrit Beltman in Canada naar de telefoon grijpen. Hij moest en zou het uitpraten met zijn oude pupil, de nu 28-jarige Renske Endel.

‘Het was in de kerstvakantie. Ik was even terug in België, bij mijn vriendin. Ik vroeg Renske of we een keer bij elkaar konden zitten. Ik had er behoefte aan, zij ook. We hebben doorgenomen wat we van elkaar vonden.’

Ze beschuldigde hem van machtsmisbruik en mishandeling. ‘Op basis van het stuk vertelde ik haar over mijn achtergrond. Waarom ik het deed zoals ik het deed.

‘Renske heeft haar kant van het verhaal verteld en aangegeven waar de pijnpunten lagen. Het was een goed gesprek. Ik heb de hand in eigen boezem gestoken. Daarop is op Oudejaarsdag nog een gesprek geweest met haar moeder, Lia.

‘Ik had er totaal geen moeite mee. Ik had niet het gevoel dat ik verantwoording moest afleggen. Het was meer terugkijken. Waar ik steun kan geven, kan ik die geven. Waar zij antwoorden willen hebben, kunnen ze die krijgen.'

We spreken de 56-jarige Beltman in de hal van een gigantische turnclub in Calgary, op het olympisch terrein van die stad. Er turnen 1.300 kinderen, 60 personeelsleden staan op de loonlijst. Onder hen een Fries met een grote snor, Beltman, die het internationale gehalte van het programma verzorgt.

Beltman is autodidact. ‘Ik kwam uit het voetbal en wist niks. Ja, een handstand. Ik heb mezelf ontwikkeld door bij andere trainers op bezoek te gaan. Ik was gedreven. Ik wilde voor mijn veertigste fulltime trainer zijn. Anders zou ik stoppen.’

Imponerende man

‘Ik zag in Nederland een cultuur van excuses zoeken. Ik probeerde een manier die wat strikter en harder was. Omdat ik het gevoel had dat die weg tot succes zou leiden.

‘Ik keek bij EK‘s en WK‘s naar de Russen en Roemenen. Naar hun manier van trainen. Zij hadden wél resultaat. Het was misschien een beetje dom dat te kopiëren. Maar zo moet je het doen, dacht ik. Ik was in die tijd niet de enige die wat strikter was. Ik was hard, in de zin dat je dat moest doen omdat je daarvan beter werd. Niet omdat ik de behoefte had iemand te kleineren of onderuit te schoffelen. Dat is nooit de intentie geweest. Dat het zo is overgekomen, kan ik me nu wel voorstellen.

‘Ik geloofde in een strikt regime. Ik wilde turnsters in een situatie krijgen waarin alles was gericht op het leveren van een prestatie.'

Toen ze 14 was, nam Beltman Endel in huis. ‘We hebben dat verzoek aan haar ouders gedaan. Dat vonden ze goed. We hadden al een meisje uit Luxemburg, Tina Jardin, in huis.

‘Ik kreeg die meiden in de ochtend vrij van school. Op het Asram College in Alphen, waar ik werkte als gymleraar, kreeg ik het destijds voor elkaar twee paaltjes om de brug te zetten. Dan kon ik training geven, terwijl mijn collega gymles gaf. Dat ontwikkelde zich. Ik had nergens het gevoel: dat doe ik niet goed.’

Hij wil zich geen heerser in de zaal noemen, maar een zeker ontzag en lichte vrees waren er wel. ‘Als er iets onverwachts gebeurde en ik werd scherp, zag ik natuurlijk dat ze bevreesd waren. Ik ben een grote, imponerende man, dat speelt een rol.

‘Had je dat niet in de gaten?, vroeg Renske me. Al had ik het wel in de gaten gehad, of de mensen om me heen, er was niemand die tegen mij durfde te zeggen: ‘Joh, dat moet je anders doen.’

‘Haar ouders probeerden me wel in te perken. Maar ik was nog vrij jong en niet snel bereid iets af te staan wat ik beschouwde als een stukje van mezelf. Ik had eerder meegemaakt dat ouders probeerden invloed uit te oefenen. Andere trainers zullen dat herkennen.’

Inzicht

Ooit zou hij dit hebben gezegd: de beste ouders zijn dode ouders. ‘Nee, die uitspraak was anders. Het moet niet letterlijk genomen worden. Het was een inzicht waarin ik geloofde. Als anderen invloed gaan uitoefenen op een stuk waar dat niet moet, komen we niet verder. Er werd over mij gebabbeld in die tijd.

‘Ik erken dat ik niet de makkelijkste was. Ik was wel heel authentiek, erg gedreven. Ik ben veranderd. Ik ben heel blij dat de Endels achteraf hebben gezegd: nu is het genoeg, we wisselen van trainer. Ik heb mijn bijdrage gehad aan het WK-zilver van Renske, technisch, conditioneel. Dat neemt niemand mij af.

‘Het kindje was klaar. Zo jong en gedreven als ik was, zal ik wel een keer hebben gevloekt. En de deur niet zachtjes hebben dichtgedaan.

‘Ik had zo graag gehad dat iemand had gezegd: vriend, dat doe jij niet goed. We leefden met al die trainers in een concurrentiemodel. De KNGU (gymnastiekunie, red.) vond het prima. We hadden een droom, Renske en ik. En we verloren de realiteitszin.

‘Ik werd destijds aan de oren getrokken door mijn vrouw. Zij was trainster en had zelf vier WK‘s geturnd. Maar ze had te weinig kracht. Er had een krachtige figuur moeten zijn die zei: jongens, doe het nu niet zo. Die ontbrak in Nederland.

‘Frank Louter en ik worden nu bekritiseerd. Maar er waren meer trainers zoals wij. De KNGU heeft destijds pedagogische onderzoeken gedaan bij de steunpunten. Allemaal zijn ze met vlag en wimpel geslaagd. Nou, ik weet wel beter.’

Op grond van zijn Roemeense model hamerde bij zijn turnsters op het belang van op gewicht zijn. ‘Dat is een van de dingen die ik fout heb gedaan. Overgewicht veroorzaakt overbelasting en die veroorzaakt weer blessures. Ik vond het raar dat het een taboe was. De turnster moet presteren met haar lijf. Maar de gevoelsfactor speelt ook een rol.

‘Ik liet ze in de zaal op een weegschaal staan. Dat was niet slim. Ik sprak ze erop aan. Inmiddels heb ik van een sportpsycholoog geleerd de verantwoordelijkheid af te staan aan de turnster.

‘Op dat vlak was er niemand bij de KNGU die ook maar een idee had wat belangrijk is. Wij waren pioniers. Nu zit er veel smet op ons werk. Ik ben bijna klaar. Jongens, als jullie me willen pakken, pak me maar. Het zal me een zorg zijn. Ik ga er niets tegen ondernemen.

‘Ik duik niet weg, ik weet dat ik dingen niet goed heb gedaan. Maar het gebeurde in mijn gedrevenheid. Bij niemand, ook bij Louter niet, was de intentie: nu gaan we effe kindjes pesten. Als dat zo was, zou het wel heel erg zijn. Dan zou het een strafrechtelijk gevolg moeten krijgen.

‘Ik wil dat het vanaf nu voorbij is. Ik heb tegen Renske gezegd: ik snap dat je het doet. Het zij zo. Ik kan het niet meer terugdraaien en ik neem het je niet kwalijk. Voor jou is het een authentiek verhaal.

‘Nu ga ik naar haar show kijken en zij is in Calgary van harte welkom. Ik heb mijn bestuur over haar kritiek verteld. Ze vonden het goed om te weten, maar zeiden: Gerrit, wij herkennen er hier niets van.'

Reactie Renske Endel: ‘Ik dacht: pap, rij maar het water in’

‘Ik voelde me een slaaf bij K&V in Opmeer. Ik wilde voldoen aan het plaatje dat mijn coach Gerrit Beltman in zijn hoofd had. Het geschreeuw, de opmerkingen die ik naar mijn hoofd kreeg.

Gerrit heeft nooit aan me gezeten, maar je kunt wel spreken van verbale mishandeling als je als meisje van 12 jaar zo vaak hoort dat je niet goed genoeg bent.

Als Gerrit weer eens tegen mij was uitgevallen, zei hij meteen: ‘Vanavond hangen papa en mama zeker aan de telefoon? Ben ik weer de boeman.‘ Dus zei ik niets.

Ik kon zo verschrikkelijk opzien tegen de trainingen dat ik op school al doodnerveus was. Of ik zat in de auto en dacht: pap, rij maar het water in. Dan hoef ik niet naar de training.

Vanaf het begin werd ik door mijn coach bewust weggehouden bij mijn ouders. Gerrit wilde dat de afstand tussen mij en hen groter werd. Hij was ervan overtuigd dat zij een negatieve invloed hadden op mijn prestaties.

Het was heel moeilijk om van hem los te komen. Ik had een enorm schuldgevoel naar hem toe. Een psycholoog maakte na mijn carrière letterlijk de vergelijking met het loverboycircuit.

Het heeft even geduurd voordat ik me comfortabel voelde in de omgang met mensen. Ik merkte dat wat ik onder Gerrit heb meegemaakt, sporen had achtergelaten.

Ik heb nooit op een volwassen manier kunnen praten met hem. Nu is het lastig omdat hij naar Canada is vertrokken.

Ik ga ervan uit dat hij alles met de beste intenties heeft gedaan. Ik wil ook niet natrappen en verwijten maken. Ik geloof niet dat hij expres meisjes zoals ik in de problemen wilde brengen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden