Ik had makkelijk dood kunnen zijn

Interview profrenner Thomas Dekker

Toen hij vijf jaar geleden werd betrapt op doping en geschorst, hield het leven van profrenner Thomas Dekker (nu 30) op. Het had slecht kunnen aflopen, maar hij wist weer aan te haken bij het internationale wielrennen. Nu nog één mooie overwinning?

Foto Stephan van Fleteren

Thomas Dekker keek naar Thomas Dekker, en had zichzelf wat uit te leggen. Voor het eerst sinds jaren had hij (30) ineens de behoefte gehad om Niemand kent mij terug te kijken, de in 2011 uitgezonden documentaire van Geertjan Lassche over hem, en zijn leven na zijn schorsing. Hij was het, die 25, 26-jarige gast, dat was nogal wiedes. Dat zwarte halflange haar boven een langwerpig ingevallen gezicht, dat zangerige Noord-Hollandse accent, en op de fiets zijn eigen karakteristieke doortastende wiebel. Toch leek het een ander iemand, die met een verslagen en vooral kwaaie doffe blik de wereld in keek, en op elk moment de interviewer met een fietspomp op zijn muil kon slaan. Hij zag vooral een eenzame jongen, een Thomas Dekker die zich verstrikte in zijn eigen leugens.

Ze hadden hem veel proberen bij te brengen, al die coaches, begeleiders en collega-wielrenners, maar hoe je met de waarheid moest worstelen, had niemand hem uitgelegd.

Alles zeggen en over iedereen, alle doping opbiechten, en tegelijkertijd weten dat van bekennen een wielrenner nooit beter wordt, het spookte destijds allemaal door zijn hoofd. Hij was gepakt, had er de tyfus over in, maar nog niet alles lag op tafel, het gebruik van bloeddoping moest nog worden onthuld. Thomas Dekker de Oudere zag dat Thomas Dekker de Jongere de weg kwijt was. Hij leefde niet in een reële wereld.

Thomas Dekker kijkt naar buiten, en ziet een lange lege tuin die keurig door een ex-boer wordt bijgehouden. Hij denkt na over de vraag of hij medelijden heeft met de jongen die hij was, of hij met die gozer van toen van doen heeft. Hij schreef laatst een brief aan zijn jongere ik, op verzoek van een Engels wielertijdschrift, en daarin raadde hij zichzelf aan om meer te genieten, en een dagboek bij te houden, omdat alles zo snel voorbij gaat. Vergeet vooral niet te genieten van het fietsen, want fietsen maakt je de gelukkigste gozer op aarde.

De voormalige prins van de Nederlandse wielersport zegt dat alles uit de tijd op die 25, 26-jarige neerdaalde. Dat die documentaire een goed beeld toont van die periode in de wielersport: hier en daar kwam informatie los over dopinggebruik, maar dat nog in ruime mate werd betwist dat het professioneel cyclisme jarenlang een opiumkit op wielen was.

Ach, zegt hij, cola inschenkend, het was de moeilijkste periode uit zijn leven, maar achteraf vergeet je ook weer snel. Hij was natuurlijk een klootzak met een grote bek, die veel te veel geld verdiende, en die zich door niemand liet corrigeren.

Consequenties

Hij streefde als wielrenner het hoogste na, en hij wilde de allerbeste worden - natuurlijk, wat dacht je dan? - en toen hij merkte dat hij wel goed was maar nog niet zo heel goed, nam hij zelf de beslissing om in 2006 epo te gebruiken. Spijt heeft hij er niet van, dit is wat hij is. Het klinkt naïef, maar met zijn mentaliteit was het onvermijdelijk dat hij de fout zou in gaan.En hij kan nou eenmaal heel goed mooie dingen kapot maken. Dat lukte hem in wielrennen, maar ook in zijn liefdesleven, zegt hij.

Het loopt altijd anders dan hij denkt. Consequenties van zijn gedrag overziet hij niet, daar heeft hij geen talent voor, en dan gaat het vooral bij vrouwen mis - ja vooral bij vrouwen. Daarom woont hij hier nu sinds een half jaar alleen, na acht jaar verkering en woont zijn nieuwe vriendin een kilometer verderop met haar twee jonge kinderen.

Hier is Lommel, in België, net over de Nederlandse grens. Een dreef tussen de naaldbomen waar gepensioneerde belastingvluchtelingen de eerste gevallen bladeren opruimen voordat het te laat is. Zijn huis heeft zes slaapkamers, twee schoorstenen (die niet roken), een carport, vijf voorramen (met van die vakjes), een praktisch lege voorkamer en eigenlijk ziet het huis eruit alsof het geen huis is maar een lege huls - een showroom mag hij het graag zelf noemen.

Als klapstuk heeft hij een mini-rotonde in de tuin.

Zelfs zijn fiets is hier niet.

Die staat bij Kees en Karina, in Luycksgestel, tien kilometer verderop. Daar heeft hij ook na het trainingsrondje gedoucht, en vanmorgen heeft hij er ontbeten. Hij houdt er niet van om hier in zijn eentje te ontbijten, dineren of lunchen - hij moet er niet aan denken.

Kees en Karina zijn liefhebbers van de koers, en boden zijn ouders en hem tien jaar geleden een slaapplek aan, mochten ze in de buurt zijn. Dat ga ik dus nooit doen, had Thomas zichzelf voorgenomen, maar toen hij als nieuwbakken prof toevallig in Bergeijk moest koersen, ging hij er maar langs. En dat doet hij nog steeds, dagelijks. Hij durft wel te zeggen dat het zijn tweede ouders zijn, naast zijn vader en moeder in Dirkshorn, tweeënhalf uur rijden verderop.

Foto Stephan van Fleteren

CV Thomas Dekker

6 september 1984 geboren in Dirkshorn.
2003 Nederlands kampioen op de weg bij de beloften.
2004 Tweede op WK wielrennen bij de beloften.
2005 Professioneel wielrenner.
2006 Winst meerdaagse koers Tirreno-Adriatico.
2007 Winst Ronde van Normandië.
2007 Lid Rabobank-ploeg, eerste Tour de France.
2008 Vertrek bij Rabobank wegens afwijkende bloed-waarden.
2009 Schorsing van twee jaar wegens gebruik doping.
2009 Ontslag bij Silence-Lottoploeg
2011 Boek Schoon Genoeg, tv-documentaire Niemand Kent Mij.
2012 Tekent bij Garmin-ploeg, wint etappe in Ronde van Sarthe.
2013 Bekent ook bloeddoping te hebben gebruikt.
2014 Speelt bijrol in film over Lance Armstrong.

Oude urine

Van Thomas Dekker kon je vroeger zeggen dat hij vier telefoons had - en natuurlijk zijn Porsche Carrera, en zijn voorkeur voor dure merkkleding. Een telefoon voor Nederland en België, eentje van de ploeg, eentje voor Italië vanwege zijn appartement in Lucca en een Frans toestel voor het verblijf aldaar. Nu heeft hij een iPhone met een barst erin die ook de geest heeft gegeven en het lijkt hem geen reet uit te maken. Hij gaat zo nog een rondje fietsen met een stel middenstanders uit Veldhoven. Dat had hij bij een borrel een keer toegezegd, nou en dan moet je, dat hoort erbij.

Maar hij zat dus onlangs weer naar die documentaire te kijken, want daar hadden we het over. In die documentaire werd Thomas Dekker gevolgd na het vernemen van een boodschap die in zijn ogen een einde aan zijn leven maakte.

Het zat zo: om 12 over 12 op 1 juli 2009 belde Anne Gripper, hoofd anti-doping van de internationale wielerbond UCI, om te zeggen dat ze oude urine van hem uit 2007 hadden getest en dat ze doping hadden gevonden. De grootste belofte van Nederland werd voor twee jaar geschorst, hij mocht niet meer fietsen.

Alles was in opgaande lijn, in zijn leven, zo voelde hij het. Oké, hij was een jaar eerder weggestuurd bij de Rabobank-ploeg, vanwege zogeheten schommelingen in zijn bloedwaarden, wat op dopinggebruik zou kunnen wijzen. Echt, dat voelde puur klote, en was teleurstellend, want hij zag de Rabobank toch als zijn familie waar hij sinds zijn 16de bij zat.

Maar nu bij de nieuwe Silence-Lotto-ploeg ging hij knallen, zou hij ze eens wat laten zien. Hij had altijd het gevoel gehad dat hij de beste van de wereld kon worden, dat hij klassiekers zou winnen, op het schavot in de Tour de France, in elke finale een rol van betekenis spelen. Ja, zo zag hij het echt, en waarom ook niet, hij moest zijn belofte gaan inlossen.

Godverdomme, dit was verschrikkelijk, hij moest het zijn vader en moeder vertellen. Zijn vader die nachtdiensten draaide bij de vrachtafdeling op Schiphol om overdag tienduizenden kilometers voor Thomas uit te brommeren. Zijn moeder, de badjuf die altijd alles voor hem deed. Hoe moest het voor hen zijn?

Man, en dan die hypocriete wereld die wielersport is, zegt hij. Er was altijd een zweem van oplichting in het wielrennen: wedstrijden waar van tevoren werd afgesproken wie de koers mocht winnen, en altijd weer die doping die om de hoek kwam kijken. Joop Zoetemelk was toch ooit gepakt, en Gert-Jan Theunisse. Die sport is rot, alleen weten ze het niet zeker - dat was toch wat mensen tegen elkaar zeiden op verjaardagen.

Foto Stephan van Fleteren

Slachtoffer

Hij zegt aan de glimmend witte keukentafel, terwijl hij met een sierlijke beweging zijn haarlok naar achteren veegt: híj was de eerste echte grote Nederlandse wielrenner waarvan werd bewezen dat hij doping had gebruikt. Boem! Dat zijn nog eens statements.

Hij noemde zich een slachtoffer, ze hadden hem geflikt, iedereen deed het, en bij hem moesten ze uitgerekend ouwe pies tegen het licht houden. Hij was op het schild gezet, en was er nu vanaf geduwd. Anders kan hij het niet zien.

Thomas Dekker werd wakker in een onbekend hotelbed, alleen, en hij had zijn kleren nog aan. Hij kon zijn autosleutels niet vinden, en wist zich niet te herinneren in deze kamer te hebben ingecheckt. Hij was allejezus lazerus geworden, de nacht ervoor, en een van zijn vrienden had zijn sleutels uit zijn zak gehaald, om er zeker van te zijn dat hij niet achter het stuur zou kruipen. Hij had geen idee waar hij was, maar hij zou de komende 24 uur in een innige omarming met de wc-pot doorbrengen. Als een losgeslagen popster had hij zich op de drank gestort na het bericht van de schorsing. Samen met zijn vrienden, nazaten van Italiaanse welgestelden, was hij permanent aan de boemel, in Nederland, in Italië maar ook in Ibiza en St. Tropez.

Dit was niet zijn eerste black-out geweest, en afgezien van het nemen van drugs, leken er geen barrières te zijn. In zes maanden tijd kwam er 16 kilo bij, en raakte hij geen fiets aan, zelf niet een gewone fiets om brood te halen. Alle trainingstijd werd omgezet in feesten, met heel veel drank.

Toen hij weer rechtop kon staan in de hotelkamer, nam hij zo snel mogelijk het vliegtuig naar Amsterdam, om daarna bij zijn ouders in Dirkshorn bij te komen, bij te slapen.

Terugkijkend zegt hij dat hij in rijtje Kurt Cobain en Amy Whinehouse terecht had kunnen komen. Grote talenten die bezweken aan het zijn van een groot talent, door op hun 27ste te overlijden. Ik had makkelijk dood kunnen zijn, zegt Dekker. Hij had er de goeie leeftijd voor, en ook hij leefde er maar op los. Maar toen hij terug was in Dirkshorn, wist hij dat het roer om moest. Het was gedaan met dat doorgeslagen gezuip, hij had nu lang genoeg zijn misgelopen jongensjaren alcoholisch gecompenseerd.

Foto Stephan van Fleteren

Geen twijfel

Wat wist hij nou als mens, wat wist hij nou van tegenslag? Hij was sinds zijn 15de altijd de beste geweest, en werd verheerlijkt als een groot talent. 180 dagen per jaar was hij aan het wielrennen en er klonk alleen maar gejuich. Je moet toch eens weten wat dat met je doet, als er alleen maar ja-knikkers om je heen staan.

En wat nog erger was, zegt hij, niemand trok iets van wat hij deed in twijfel - om te beginnen Thomas Dekker zelf niet. Hij kende geen twijfel, en wie aankwam met kritiek, kreeg 'm van links en van rechts. Was er maar iemand geweest die 'm echt op zijn flikker had gegeven. Zijn vader probeerde het weleens, want hij dreigde zijn fiets door het midden te zagen als zijn schoolprestaties niet beter werden. Hij had net als 17-jarige de wereldbeker gewonnen, en mocht niet gaan denken dat hij opeens het prinsje kon gaan uithangen. Toch had het geen effect, en zijn vader spaarde de fiets.

Daarom dacht hij ook dat hij gewoon kon terugkeren na de schorsing. Natuurlijk! Hij was altijd de beste geweest, en hij kon dat toch niet zomaar kwijt zijn, doping of geen doping.

Wat niemand weet is dat doping ook een sterk bijeffect heeft: het krikt je zelfvertrouwen op. Dan had hij goed getraind, was in vorm, maar omdat hij ook wist dat hij op het gebruik van doping voluit was gegaan, voelde hij zich onverslaanbaar. Hij wist dat hij alles had gedaan, op allerlei manieren, en wie zou hem nog tegen kunnen houden?

Schoon schip

Zijn terugkeer was vooral belangrijk voor zijn geest. Het gaf richting aan zijn leven, hij had de structuur nodig. Maar bij terugkeer was hij het wel kwijt, het lukte hem niet om aan te haken bij de mondiale wielertop.

In 2013 besloot hij in zijn geheel schoon schip te maken. Ook de laatste leugens moesten eraan geloven: bij de Dopingautoriteit legde hij een volledige bekentenis af, inclusief bloeddoping, met de namen en data van de mensen die hiermee in verband stonden.

Het was de grootste kentering in het leven van Thomas Dekker, zegt hij, wrijvend over zijn behaarde kin, en hij voelde hoe er een last van hem afviel. Hij hoeft niet meer te liegen, zo voelt hij dat nu nog, en hij kan zijn wie hij is: een open boek, met een vrolijke blik in de ogen, zonder dat defensieve venijnige gedrag van je altijd maar aangevallen voelen. Hij heeft geboet, en nu is het klaar.

Je moet eens weten wat een gedoe dat is, doping gebruiken, zegt hij. In die zin kan je het wel vergelijken met het bestaan van een junkie. Je moet er over nadenken: waar ga je de epo kopen, hoe hou je het gekoeld, heb je genoeg spuiten, en bij wie ga je het bewaren?

Hij gaat het nooit meer gebruiken, en bij zijn Garmin-Sharp-ploeg wordt het niet getolereerd: no needles-policy. Als er iemand één keer op doping wordt betrapt, dan houdt de ploeg op te bestaan. Maar of het ooit verdwijnt uit de wielersport, hij denkt het niet. Want waar macht en geld in het geding zijn, worden kunstgrepen uitgehaald. Kijk maar naar de banken, zegt hij, of naar de politiek. Elke keer zeggen ze niet meer te graaien of hun beloftes na te komen, maar uiteindelijk gaan ze toch weer voor gaas.

Zonder de doping is het wel een stuk ongezelliger geworden in het peloton, merkt hij. Niemand gaat 's avonds meer een biertje drinken, want ze liggen allemaal op apegapen, na een dag fietsen. Met doping hielden ze het een stuk langer vol, ook de gezellige dingen. Het is een stuk serieuzer.

Foto Stephan van Fleteren

Psychotherapeut

Thomas de Doper - hij zegt het zelf. Maar het is bijnaam die niet aan hem kleeft, hij voelt dat niet zo. Het afzeiken en kleineren is hem bespaard gebleven. Dat heeft alles te maken met wie is, weet hij, hij is geen vervelend figuur, niet iemand die obsessief met wielrennen bezig is en niet begrijpt wat er in de wereld gaande is.

Met hem kan je over politiek praten, over het leven, over uitgaan. Met hem kan je praten over sportboeken, maar het moet wel over sporters gaan waar wat misliep - zoals bij hem, zegt hij er lachend bij. Een rechte lijn naar de top is niks.

Zijn ouders zijn wel geen intellectuelen, maar ze hebben hem wel altijd gestimuleerd zich geestelijk te ontwikkelen. Mensen denken dat misschien, maar hij was echt niet de jongen die voor zijn ouders alles goed moest maken - helemaal niet zelfs. Die drive kwam helemaal uit hemzelf, net als dat overdaad aan zelfvertrouwen.

Thomas Dekker zit tegenover een psychotherapeut in Amsterdam. Hij is erheen gestuurd door Eelco en Martijn Berkhout, zijn managers. De therapeut is gespecialiseerd in sporters en zijn managers vinden dat Thomas niet meer de wielrenner is die hij kan zijn. Hij lijkt belemmerd te zijn tijdens het fietsen, noem het een blokkade, en hij is de eerste om dat toe te geven. Hij had het laatst weer, tijdens de Ronde van Colorado. Wist hij dat er een klimmetje zat aan te komen, niet eens zo spectaculair, maar hij ging er op de fiets over nadenken, ja en dan gaat het fout. Ik hoop dat het lukt, dacht hij, en dan lukt het dus niet. Vroeger had hij dat nooit. Vroeger kreeg hij ook energie van fietsen, nu kost het energie. Hij voelt het aan zijn lichaam, het is net alsof al die afgelopen jaren van worstelen en boven komen, al die ups en downs zich in zijn lichaam hebben opgesloten - vandaar toch die onzekerheid. Raar toch, zegt hij grijzend, raar om het woord onzekerheid uit zijn mond te horen.

Mensen denken dat hij zich inmiddels met een nieuwe carrière bezighoudt: hij speelt in een film over het leven van Lance Armstrong die eind dit jaar uitkomt, en hij deed al modelwerk voor onderbroeken en spijkerbroeken. Maar dat slaat helemaal nergens op, in de film is hij pelotonvulling, en heeft hij een rol als Franse wielrenner die op het randje van het gevaar leeft, zonder wat te zeggen. Wielrennen is een te zware sport om een beetje in het peloton te dagdromen over je toekomst.

Bevrijd

Nu aan het einde van het seizoen kan hij zeggen dat hij een klein beetje heeft meegedaan, in het peloton. In de Ronde van Utah, de Ronde van Colorado, de Ronde van Engeland deed hij als radartje zijn werk goed. Hij reed op kop, haalde een bidon voor de kopman, hield 'm uit de wind. En dan zegt hij het, de voormalige grote belofte: hij deed zijn werk goed.

Kom op Thomas, wat krijgen we nou? Thomas Dekker die niet meer als vooruitgeschoven post vol branie het vijandelijk gebied wil betreden?Ja, hij accepteert dat hij als 30-jarige niet meer de beste kan worden, als het fair is, is het fair. Hij gunt zichzelf eigenlijk nog één mooie overwinning: de Amstel Gold Race. Die past bij hem, met zijn 70 kilo, en lengte van 1 meter 88. Dat zou mooi zijn, de handen omhoog in Zuid-Limburg, de enige Nederlandse klassieker. Hij kan het nog, zouden ze ze dan zeggen, hij laat het nog één keer zien.

De vriendin die hem al die jaren steunde, woont niet meer bij hem, en hoewel het zijn eigen schuld is, sleept hij het met zich mee. En daarover spreekt hij ook met de therapeut. Dat was eigenlijk niet de bedoeling, want zijn wezen als wielrenner zou centraal staan maar het ging uiteindelijk alleen maar over zijn leven, ook goed.

Als Thomas Dekker terugdenkt aan wie hij was, ziet hij vooral een jongen die niemand kan bijhouden. Hij ging hard, omdat het zijn missie was, en hij eigenlijk maar een stand kende: op volle kracht vooruit. Voorheen had hij maar één tattoo, die van een fiets, daar draaide zijn bestaan om. Nu heeft hij twee nieuwe tatoeages laten zetten die het leven van de 30-jarige Thomas Dekker meer illustreren: een anker - hoop - op zijn buik. Op zijn linkerarm heeft hij een zwaluw - vrijheid; over gaan en staan waar hij wil, dat hij bevrijd is van welk juk dan ook. Hij hoeft nu niet meer iemand te zijn, en hij hoeft ook niet meer de beste te zijn. Hij zegt dat hij gelukkig is met wat hij heeft, gewoon, elke dag leven. Wat hij mist, is de onbezonnenheid, want die is hij kwijtgeraakt. Maar hij is een gezonde jongen. Hij heeft het goed voor elkaar. Ja toch?

Foto Stephan van Fleteren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.