Ik had beter moeten liegen

Zijn verhaal is zo bizar dat hij soms denkt dat het zich in het leven van een ander heeft afgespeeld....

Jan Raas telde af: één, twee. drie! Op dat moment draaide Marc Lotz zijn papiertje om, Raas deed hetzelfde. Na een moment van stilte begon de manager van de wielerploeg van de Rabobank te schaterlachen. Zag hij het goed? Het bedrag dat de renner aan de andere kant van de tafel had opgeschreven, was lager dan wat hij zelf in gedachten had.

De contractbesprekingen verliepen bij Raas volgens vaste traditie. Renner en manager kwamen samen in hotel Mirabel in Breda, maakten een schatting van het salaris en zetten het gemiddelde in de nieuwe verbintenis. Lotz werd die middag gematst. Raas gaf wat hij vond dat de renner waard was en wist onmiddellijk dat hij er geen toekomstige kopman, maar wel een knecht voor het leven bij kreeg.

Daar is het verhaal begonnen. Het liep af op een mooie meidag van dit jaar, met een ritje van het Belgische Smeermaas naar de apotheek van Aken. Voor de deur gaf Lotz zijn portemonnee aan een vriend om de bloeddope Epo te kopen. Zelf durfde de renner niet naar binnen, uit angst te worden herkend. Alsof iemand hem in eigen land ooit op de schouders sloeg, laat staan in Duitsland. Als dat wel zo was geweest, zou hij deze middag dan hier hebben gestaan?

Een maand later al eiste de federale politie van Tongeren opheldering. Zijn naam en telefoonnummer waren gevonden in de papieren van een Nederlandse drugshandelaar.

`Weg hier, ik moet weg hier. Ik moet slapen, zondag is het koers. Schrijf maar op wat je wilt, ik geef alles toe. Als ik hier maar weg kan. Ik wil naar huis. Snapt niemand het dan? Ik moet trainen, zondag rijd ik de Dauphiné Libéré. Het is voor de Tour. Nooit van gehoord zeker?` spookte het tijdens de urenlange ondervraging door zijn hoofd.

Lotz had alles goed voorbereid, maar hiermee had hij geen rekening gehouden. Vijftien rechercheurs haalden zijn appartement overhoop op zoek naar anabole steroïden en groeihormonen. Ze vonden niet waarvoor ze kwamen.

En wat Lotz toen nog niet wist, ook het geheimzinnige plastic zakje onder in de koelkast lieten ze liggen. `Terwijl die ijskast bijna leeg was. Ik deed net boodschappen bij Albert Heijn, toen ze mij belden.`

Of hij zo snel mogelijk naar huis wilde komen? Lotz dacht aan een grap, loog toen het ernst werd dat hij in Den Bosch was en dat het wel even kon duren, maar klom via de garagepoort, het trappenhuis en een raam naar het dakterras om poolshoogte te nemen in zijn eigen appartement.

Hij wijst. `Daar heb ik om het hoekje staan gluren. Ik zag allemaal mannen binnen. Ik begreep er niets van. Hoe kan dat nou: heeft iemand me verraden, hebben ze me soms achtervolgd?

`Nog steeds denk ik: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Aan de andere kant vind ik het ook wel leuk, ik heb er een mooi verhaal aan overgehouden. Terwijl het heel stom is natuurlijk. Nee, het idee om Epo te gaan gebruiken was niet stom, dat plan was 99,99 procent waterdicht.`

Lotz ging naar Aken om de sleur te doorbreken, om `nieuwe wegen` te zoeken. Niet om een winnaar te worden, `dat zou echt nergens op slaan`, maar om tijdens de Tour de France, als hij weer eens meeging in een ontsnapping, alleen een beetje meer in zijn eigen kansen te kunnen geloven.

In 2004 maakte hij in de Franse ronde drie keer deel uit van de kopgroep. Maar drie keer was Lotz kansloos. Niet omdat hij niet goed genoeg was, maar omdat hij in zijn hoofd met van alles bezig was behalve met de etappezege.

Als knecht wist hij niet meer hoe dat moest, sprinten voor de overwinning. `De laatste keer was ik onderweg al aan het bedenken hoe ik zou uitleggen dat ik weer niet had gewonnen. Marc Lotz ging toch niet al die goeie renners verslaan? Dat was uitgesloten. Ik dacht: het is allemaal mooi en aardig, maar de benen van Erik Dekker heb ik niet. Geen idee eigenlijk wat ik hier doe, maar het is toch wel mooi dat ik hier zit. Dan word ik maar derde of vierde, bekijk het allemaal maar.`

De verbazing dat hij een plekje had in het wielerpeloton heeft hij nooit van zich kunnen afschudden. Wielrennen was meer iets van zijn overleden vader. Lotz werd in 1996 als laatste uitgenodigd voor de amateurploeg van Rabobank nadat een andere jongen wegens heimwee was afgehaakt.

Egbert Koersen, een vermaard ploegleider in het amateurpeloton, liet hij eens zitten toen die zei dat ze in de winter flink aan de bak moesten samen en dat Lotz zich moest bewijzen om zijn plekje bij Koga Miyata te heroveren. Met dat soort dreigementen moest je bij Lotz niet aankomen. Dan fietste hij toch niet, net zo gemakkelijk. `Aan mij zou geen groot renner verloren gaan, dat wist ik toen ook wel.`

Dat is hij altijd blijven denken. Lotz deed gewoon zijn werk, als knecht. En onderging zijn lot. Zelfs toen hij begin 2004 tijdens een trainingskamp ontdekte dat hij bij Rabobank veel minder betaald kreeg dan andere knechten, schreeuwde de Limburger het niet van de daken. `Ik had tot die tijd altijd gedacht: goh Lotsie, wat heb je het goed voor elkaar.`

Dat bleek behoorlijk tegen te vallen toen hij de Belgische manager Paul de Geyter vroeg voor hem een nieuwe werkgever te zoeken. Lotz verhuisde na zeven jaar Rabobank naar Quickstep. `Ik had daarvoor niet eens een manager, daar hield Raas niet van. Wat moest ik ook met een manager? Ik was verrast dat er meerdere ploegen in mij geïnteresseerd waren.

`Ik ben niet zo`n initiatiefnemer, ik wacht liever af. Misschien ben ik ook wel te veel realist, ik droom nergens van. Ik moet het doen met mijn talenten, daar had ik me lang geleden bij neergelegd. Ik heb geen zin op mijn bek te gaan.`

De verandering van ploeg deed hem goed. Hij deelde in het succes van Tom Boonen en werd tot zijn eigen verrassing tweede in de Brabantse Pijl. `Maar niemand moet zeggen dat ik ineens beter reed dan in voorgaande jaren.`

Met doping lieten zijn prestaties zich niet verklaren. Dat kon helemaal niet, houdt hij vol. `Daarvoor nam ik te weinig. Als je echt wordt gepakt op Epo, ben je stom bezig. Die apparatuur wordt steeds nauwkeuriger.

`Ik was niet bang voor de controles. Stel dat je volgens de voorschriften een halve liter moest nemen, dan nam ik een eierdopje. Dat was het plan. Dat ze het nooit konden vinden, maar dat het wel in mijn lichaam zat, zodat het toch een beetje zou helpen.

`Ik vond het spannend, heel opwindend. Het idee dat je iets stiekem deed, iets wat anderen niet deden. Daar ging ik tenminste vanuit. Heel gek is dat, we hebben het overal over, tot de details van ons seksleven aan toe, maar als het over Epo gaat, slaat iedereen dicht.

`Ik dacht alleen maar: als ik het zo doe, kunnen ze er nooit achter komen, dat kan nooit. Zo had ik het echt in mijn hoofd. Ze komen hier toch niet binnenvallen. Als ze aanbellen, kijk ik door de camera en als het een onbekende is, doe ik niet open. Ik woon hierboven heel veilig, dat is ideaal. Zo had ik dat allemaal uitgedokterd.`

Hij moest voorzichtig te werk gaan. Het zou de teamdokter niet ontgaan als hij echt aan het knoeien was. Als zijn hematocrietwaarde van 45 ineens naar 48 schoot, zou die weten wat er scheelde. Dat zou hij nooit aandurven.

In theorie is hij een grotere held dan in de praktijk. `In de auto die mij naar het politiebureau in Tongeren bracht, lag op de bodem zo`n blauw zwaailicht dat Derrick altijd op zijn dak zette als het spannend werd. Ik dacht: als ze me straks terugbrengen, pik ik dat mee.`

Hij zou het nooit gedaan hebben. Met zijn gsm stuurde hij tijdens het verhoor vanaf het toilet stiekem berichtjes naar zijn vriendin om haar te laten weten dat hij van haar hield. Maar dat Lotz haar moest vragen te kijken of de rechercheurs de drie spuitjes Epo uit de ijskast hadden gehaald, drong pas tot hem door toen zijn batterij al leeg was.

Zijn vriendin wist dat hij experimenteerde met Epo. Lotz had het haar verteld. Het was het veiligst om de bloeddoping thuis te bewaren, in de koelkast. En hij kon moeilijk over dat pakketje liegen. `Het haar uitleggen, dat vond ik wel lastig. Epo, het wondermiddel, jezus, daar is al zoveel mee geweest in het wielrennen, dat is zo omstreden.

`Zij vond het al verschrikkelijk dat ik mezelf als een junkie eens in de twee weken vitamines inspoot. Een renner raakt daaraan gewend. Zij niet, ze weigerde te helpen als ik zat te prutsen. Maar ik heb haar overtuigd: ik had het allemaal goed uitgezocht en er kon niets gebeuren.`

In Tongeren brachten ze hem na het urenlange verhoor om half een `s nachts naar een politiecel. Daar stak hij voor de videocamera zijn middelvinger op. Van de overgebleven boterham die Lotz mee mocht nemen, maakte hij twee propjes die hij in zijn oren stopte. `Ik slaap altijd met oordoppen. Maar ik heb geen oog dichtgedaan.

`Het feit dat ik als een crimineel opgesloten zat, deed me niet zoveel. Ik ben toch geen crimineel? Er zijn toch geen dooien gevallen? Ik ben een wielrenner, die slaapt tweehonderd dagen van het jaar ergens anders.`

De volgende ochtend begreep hij dat de vriend met wie hij naar de apotheek in Aken was gereden, een bodybuilder, was doorgeslagen. En ze hadden bovendien in Lotz` vriezer een bevroren banaan gevonden. `Daar bleven ze maar over doorzeuren, wat ik daarmee moest. Ze wisten kennelijk niet dat je daar een heerlijk koele milkshake mee kunt maken.`

Het kwam totaal niet in hem op dat ze de Epo in diezelfde ijskast over het hoofd hadden gezien? `Ze zeiden dat ik geen recht had op een advocaat, maar dat is natuurlijk onzin: iedereen heeft recht op een advocaat. Ik had erop moeten staan. Maar het was dinsdag en zondag begon de Dauphiné Libéré. Ze begonnen te dreigen: mijnheer Lotz, we kunnen u een maand in voorarrest houden. Ik dacht: Wát? Een maand? Fuck, ik moet weg hier. Ik vertel gewoon alles en dan kan ik vanavond naar huis. Dan ga ik slapen en morgen gewoon weer trainen.`

De blik van de onderzoeksrechter toen hij vertelde wat er in zijn ijskast lag, staat in zijn geheugen gegrift. `Wat? Epo? Waar? Ze trekken alle lades en kasten open, op zoek naar middelen die voornamelijk koud moet worden bewaard en die vinden ze niet? Ik had beter moeten liegen. Jezus man, ik heb veel te snel toegegeven.`

Hij meent het. `Nu zou ik zeggen: ho eens even, ik hou lekker mijn mond, sluit mij maar op als je denkt mij te moeten opsluiten. Ik had wel iets verzonnen om die spuiten in mijn ijskast te verklaren.`

Daarna was hij van plan in het peloton jarenlang vol te houden dat hij de waarheid had gesproken, zonder enige wroeging. Ze zouden hem hebben uitgelachen. `Nou en? Vroeger maakten ze grapjes over mijn neus, daar ben ik ook aan gewend geraakt. Maar ik zou nog wel gewoon op de fiets hebben gezeten. Ik heb er spijt van dat ik zo gemakkelijk heb bekend.`

Zijn liefde voor de sport heeft hij onderschat. `Ik heb de gekste dingen geroepen: dat stomme fietsen zou ik nooit meer doen, bekijk het maar. Daar was ik van overtuigd.` Maar de sport nam een grotere plek in zijn leven in dan hij dacht. Lotz wil na zijn schorsing terugkeren in het peloton. Dan heeft hij zijn diploma als wiskundeleraar gehaald en is zijn makelaarscursus afgerond.

`Voorheen kwamen we voor de training altijd met een groepje profs samen in een koffiezaakje in Maastricht, en dan zaten we te klagen als het regende. Maar we wisten dat we het goed hadden. Stel je voor, zeiden we dan tegen elkaar, stel je voor dat je een been breekt, of je raakt betrokken bij een dopingzaak, dan hoor je er niet meer bij En nu is het zover.

`Wat me het meeste pijn doet, is dat ik geen doel meer heb. Ik ben niet trots op mijn carrière. Het is niet af, er zit een groot gat in.`

Van de federale politie in Tongeren heeft hij nooit meer iets gehoord. Lotz geeft toe bij de hoofdverdachte wel eens vitamines en eiwitten gekocht te hebben. `Hij heeft me wel eens andere dingen aangeboden, maar daar ben ik nooit op ingegaan. Dus wat moet de politie nog met mij?`

Hij is stom geweest, in meerdere opzichten, zegt Lotz. `Ik zou het nooit meer doen. O nee, natuurlijk niet! Het is mijn eigen schuld, maar dat spul heeft mij zoveel ellende bezorgd.

`Als ik nu weer mocht fietsen, zou ik honderd procent geven. Dan pak ik ze terug, sportief gezien dan. Als ik nuchter nadenk, weet ik dat het niet gaat gebeuren. Ik leefde al voor 98 procent voor mijn sport; met die laatste 2 procent extra ga ik echt geen grote dingen doen.`

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden