ColumnPeter Winnen

Ik geloof niet in een Tour in september

Mijn partner vroeg me onlangs of ik de voorjaarsklassiekers niet miste. Zij is intussen lang genoeg mijn partner om te weten dat er een niet-storen-bordje om mijn nek hangt wanneer ik languit voor het televisiescherm lig te turen naar iets dat zich afspeelt in een andere tijd en ruimte, waarin bovendien een taal gebezigd wordt die alleen ingewijden kunnen verstaan. ‘Missen is een groot woord’, zei ik. ‘Wat er niet is, is er niet.’

Ik had het cruijffiaanser kunnen inkleden: wat er niet is, is er ook. Zoiets. Het ontbrak me alleen aan de visionaire vaardigheid om van niets iets te maken. Mijn partner nam genoegen met het antwoord. Maar dat er vervolgvragen komen is zeker. Zij werkt al veertig jaar in de psychiatrie en weet het gewicht van antwoorden aardig in te schatten.

Ik mis niet de urenlange quarantaine voor een televisiescherm. Ik mis niet de woordvondsten van de commentatoren. Ik mis niet de voorbeschouwingen in de kranten, op televisie en het weelderige internet. Ik mis niet de nabeschouwingen en luxueuze analyses op dezelfde ‘informatiedragers’. Ik mis niet de deskundigen op non-informatiedragers die ironisch genoeg sociale media heten. Ik mis niet de nabeschouwing in het café. Ik mis niet het praatje met de man in de supermarkt die net als ik een getraind bankligger is. Ik mis niet het praatje met de man in de supermarkt die pro-doping is omdat hij zichzelf uit een soort van veredelingsgedachte volspuit met steroïden om daarna de halters het werk te laten doen. Ik mis niet het chauvinisme dat, hoewel er een grote waarheid achter schuilt, een dwangbuis is.

In juli gaat mijn partner me vragen of ik de Tour niet mis. Dan zal ik moeten bekennen: wat ik het meeste mis is het gemis.

De oud-professional kan niet naar een koers kijken zonder zelf mee te fietsen. Voortdurend taxeert hij zijn benen, voortdurend overschat hij zijn koersinzicht, voortdurend poneert hij commentaren die de huiskamer beter niet verlaten. In zijn cocon is hij de koning van de heimwee.

Geen Tour in juli dit jaar. Wel eentje in september. Als het mister corona schikt tenminste. De Tour is de as van het wielrennen. Zoals de wereld afhankelijk is van de medicijnproductie in China en India, zo is de wielerwereld afhankelijk van de Tour (en organisator ASO). De Tour is de Kalverstraat op het monopolybord.

Ik geloof niet in een Tour in september. Het virus heeft schijt aan monopolyborden. ASO houdt de wereld een worteltje voor: er is hoop voor Frankrijk, voor de sentimentele mensheid, voor de wereldhandel, voor joie de vivre in het algemeen. In september zal de vrede worden getekend. Nou, vergeet het maar.

De Tour van juli zal ik missen, die van september niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden