'Ik gebruik mijn geschiedenis als trampoline'

Hardlopen deed hij al, maar pas op zijn 31ste werd het serieus, dankzij coach Guido Hartensveld. 'Uwi' Ambroise, ontsnapt aan de genocide in Rwanda, nu expert in komkommers, loopt zondag de marathon van Amsterdam.

Uwiragiye Ambroise Beeld Klaas Jan van der Weij
Uwiragiye AmbroiseBeeld Klaas Jan van der Weij

Tientallen atleten heeft Guido Hartensveld al zien passeren in zijn lange carrière als coach, maar nooit kreeg hij te maken met een groter raadsel dan Uwiragiye Ambroise.

'Wat moet ik met die man?', vroeg hij zich de afgelopen drie jaar vaak af. Het duurde lang voordat Hartensveld besefte dat er een bijzonder talent schuilging in de 34-jarige komkommerexpert, die als jongen het grootste deel van zijn familie verloor in de genocide van Rwanda en zich pas serieus aan hardlopen waagde tijdens de slotfase van zijn studie plantgenetica, aan de Universiteit van Wageningen.

Zondag hoopt 'Uwi' zich in Amsterdam te plaatsen voor de olympische marathon. Hij moet sneller lopen dan 2.17 uur om in Rio de Janeiro voor Rwanda te mogen uitkomen.

Mission impossible

Bij hun eerste kennismaking leek die tijd volstrekt onmogelijk, een 'mission impossible' in de woorden van Hartensveld. Uwi liep stage in Enkhuizen, als afsluiting van de universitaire master waarvoor hij als ambitieuze landbouwdeskundige naar Nederland was gekomen. Met een volledige studiebeurs.

Op een dag ontmoette hij tijdens het joggen een atleet van Team Distance Runners (TDR), het elitegezelschap van Hartensveld waartoe ook Michel Butter behoort, de beste Nederlandse marathonloper. Uwi raakte geïntrigeerd. Hij had altijd veel aan sport gedaan, van karate tot hardlopen.

'Maar rennen als topsport was nieuw voor me', zegt hij in Enkhuizen, waar hij sinds vorig jaar in dienst is bij multinational Enza Zaden. Hij is plantveredelaar met komkommers als specialisme. Uwi bezocht de website van TDR en was onder de indruk van de tenues en de tijden. Hij fluit bewonderend tussen zijn tanden.

Keurige mail

Niet veel later ontving Hartensveld (45) een keurige mail. De kernvraag: of Uwi zich mocht aansluiten bij TDR? Na een korte mailwisseling belde de coach hem op, eerder uit beleefdheid dan uit het vermoeden dat hij met een onbekend talent te maken had. Het gesprek gaf hem weinig hoop. Uwi was al 31 jaar. Hij bekende dat hij alleen hardliep als zijn studie en stage dat toelieten.

Hartensveld gaf Uwi huiswerk: drie keer per week 6 tot 8 kilometer rennen. Toen de Rwandees dat trouw uitvoerde, nodigde Hartensveld hem na ongeveer een maand uit in Castricum om 'ter inspiratie' een training bij te wonen. Hij mocht alleen de warming-up meedoen. Uwi herinnert zich hoe klungelig hij zich voelde. 'Iedereen lachte me uit tijdens het dribbelen. Wat ik deed, leek meer op dansen.'

Toch liet Uwi zich niet ontmoedigen. Hij bleef trouw elke dinsdag na zijn werk komen, ondanks de treinreis van een uur van Enkhuizen naar Castricum. Na verloop van tijd mocht hij soms meedoen met de meisjes. Zelfs die kon hij niet bijhouden als ze op de atletiekbaan rondjes van 80 seconden liepen. Als hij terugdenkt aan die genante situatie ontsnappen er Afrikaanse klanken van ontzetting aan zijn keel: 'Yéyéyéyéyé.'

Twijfel

Hartensveld bleef in die proefperiode twijfelen aan de aanleg van zijn nieuwe pupil. Maar Uwi dwong respect af met zijn discipline. En ook zijn veerkracht maakte indruk. Hij deed niet geheimzinnig over de genocide uit 1994, waarbij in luttele maanden honderdduizenden mensen werden vermoord. Hij behoort tot de Tutsi's, de bevolkingsgroep die zwaar te leiden had onder de agressie van Hutu-extremisten.

Uwi was 13 toen zijn ouders en zeven broers en zussen met messen en machetes werden gedood. Het geweld kwam onverwacht, zegt hij. Op bedachtzame toon geeft hij zijn herinneringen prijs. Het zijn beelden waardoor hij zich niet wil laat gijzelen, zegt hij later in een mengeling van Engels en Nederlands.

'Als ik te veel stilsta bij mijn geschiedenis kan ik me net zo goed opsluiten in mijn kamer, op bed gaan liggen en denken: ik kan niet meer. Maar ik ben een optimist. Ik gebruik mijn geschiedenis als een trampoline. Het is echt lekker om op zo'n ding te springen. Het stimuleert me.'

De fatale zondag leek een rustdag als alle andere. Totdat de kerkdienst bleek afgelast. Op de radio werd gezegd dat iedereen thuis moest blijven. Even later vlogen er in de wijde omtrek huizen in brand. Er klonk gefluit. Mensen sloegen op de vlucht. 'Een buurman kwam naar ons huis. We kende hem, maar hij zag er verwilderd uit, dierlijk. Hij was Hutu. Hij zei: het spijt me erg, ik kan er niets aan doen, maar het is straks jullie beurt.'

Zijn vader riep iedereen bijeen op de binnenplaats. Hij begreep wat er komen ging. Hij kende de historische spanningen tussen de Hutu's en de Tutsi's. Hij begon te bidden. 'Mijn vader zei: dit is het einde. Ik zie jullie weer in de hemel.'

Chaos

Even later drongen de gewapende Hutu's naar binnen. Uwi zag dat zijn ouders werden neergestoken. Hij raakte zelf gewond aan zijn linkerdijbeen, maar werd in de chaos door zijn oudere broer weggetrokken. Ze wisten te ontkomen. Ze renden zo hard en ver ze konden, tot het nacht werd. Toen ze twee dagen later durfden terug te keren naar hun huis, bleken alle gebouwen uitgebrand. Het erf was bezaaid met lichamen.

Uwi en zijn broer beseften dat het gevaar niet was geweken. Ze vluchtten opnieuw. Wekenlang hielden ze zich schuil in de natuur, levend van fruit, drinkend uit riviertjes. Ze verzwakten snel en werden wanhopig van uitputting. 'We wisten dat we zouden sterven van de honger. Alles deed pijn. We besloten dat het beter was om iemand te vragen ons te vermoorden. Dan was het tenminste voorbij.'

Ze meldden zich bij een vriend van een vermoorde broer, een Hutu. Die reageerde geschokt bij het zien van twee 'skeletkinderen' die dood werden gewaand. Hij vermoordde ze niet, maar bracht ze naar een schuilplaats in een bos. Daar verbleven wekenlang, totdat ze vuurgevechten hoorden. Opnieuw sloegen ze op de vlucht. Uiteindelijk werden ze gevonden door Tutsi-soldaten en in veiligheid gebracht.

De burgeroorlog hield na ongeveer drie maanden op, maar het duurde ruim twee jaar voor Uwi en zijn broer uit de Rode Kruiskampen naar hun geboortestreek konden terugkeren. Dankzij een fonds voor overlevenden hoefden de broers zich over onderdak, voedsel en scholing weinig zorgen te maken. Uwi bleek een ijverige leerling en studeerde na de middelbare school landbouw aan de universiteit van Butare, in Zuid-Rwanda.

CV Uwiragiye Ambroise

1980 Geboren in Rwanda op 31 december
1994 Overleeft als Tutsi de genocide, maar verliest zijn ouders en zeven broers en zussen
2000-2005 Studeert landbouwkunde aan de nationale universiteit van Butare
2006-2008 Assistent-burgemeester in geboorteplaats Ruhashya, in het zuiden van Rwanda
2009 Consultant bij het International Institute for Tropical Agriculture (IITA) in Rwanda-Burundi
2010-2013 Master plantengenetica aan Universiteit Wageningen
2012 Begint met hardlopen bij TDR
2013 Begint als plantveredelaar bij Enza Zaden
2014 Marathondebuut in Amsterdam: 2.27
2015 Marathon van Rotterdam: 2.20.13
2015 Poging tot lopen olympische limiet voor Rwanda, 2.17, tijdens marathon Amsterdam.

Geen haat

De atleet voelt geen haat jegens de Hutu's die zijn familie hebben gedood. 'Ik heb alle mensen die hun rol in de genocide hebben erkend vergeven', zegt hij. Hij gelooft dat het verzoeningsproces in Rwanda 'redelijk goed' heeft gewerkt. Via lokale rechtbanken konden de moordenaars hun misdaden opbiechten en ontkomen aan vervolging.

Toch heeft de genocide hem en zijn broer gevormd, weet Uwi. 'We hebben een tragische geschiedenis, hij en ik, maar we kunnen ook goede geschiedenis schrijven. We namen ons al jong voor dat we onze lichamen en onze geest optimaal moesten benutten. Mijn broer zegt vaak: je bent geen kind van 1994 meer. Je bent nu volwassen. Juist als het tegenzit, moet je karakter tonen. Dan moet de echte Uwi opstaan.'

Die instelling helpt bij het hardlopen, een sport die volgens de Rwandees vele momenten van teleurstelling kent. 'Yéyéyéyéyé', verzucht hij telkens als hij denkt aan de pijn van zware training.

Doorzettingsvermogen

Hartensveld herkende zijn doorzettingsvermogen en beloonde hem na een jaar met een officieel kledingpakket van TDR. Het bleek de opmaat voor nog meer trainingsarbeid, steeds snellere tijden op de halve marathon en flinke progressie op de 42 kilometer. Vorig jaar debuteerde hij in 2.27, in het voorjaar liep hij 2.20.

Hartensveld kan niet verklaren waarom Uwi veel sneller vooruitgaat dan zijn Nederlandse atleten. Hij vergelijkt atleten met auto's: het chassis moet zijn afgestemd op het aantal pk's. 'Je kunt de motor van een Ferrari niet in een Toyota stoppen. Dat is vragen om problemen. Dan breekt de auto. Met mensen is dat net zo.'

Of toch niet? In twee jaar tijd heeft Uwi zijn 'chassis' en 'motor' naar een niveau gebracht dat de meeste atleten van Hartensveld pas na tien jaar training bereiken.

Uwi maakt zelf de vergelijking met komkommers. Hij is dagelijks bezig met genen van die groente. Hij creëert variaties van acht bekende soorten. Hij noemt er vier: de West-Europese 'normale' komkommer, de extra lange, lelijk ogende voor de Chinese markt, de ruige met stekels voor de Russische consument en de mini (4 tot 11 cm) voor de snackliefhebber uit de VS.

Afhankelijk van de behoeften van telers past hij bijvoorbeeld de kleur groen aan, de lengte of de virusbestendigheid. Toch kan hij lang niet alles veranderen door in het laboratorium te spelen met het komkommer-dna. De omgeving bepaalt hoe de genen zich gedragen, zegt hij, misschien wel voor 30 procent. 'Bij een temperatuur van 40 graden zullen ze niet overleven.'

Uwiragiye Ambroise in de komkommertuin. Beeld Klaas Jan van der Weij
Uwiragiye Ambroise in de komkommertuin.Beeld Klaas Jan van der Weij

Genetische aanleg

Met atleten is iets vergelijkbaars aan de hand, denkt hij. Hij heeft genetische aanleg. Zijn lichaamsbouw is ideaal (56 kilo, 1,72 meter). Daarnaast heeft hij veel gesport als kind. Hij rende in Rwanda altijd vele kilometers naar school.

Uwi: 'Ik denk dat levensstijl de sportprestatie voor meer dan 60 procent bepaalt. De vrijheid krijgen om meer uit te rusten bijvoorbeeld. Maar ook de overgave, de discipline en de wens om jezelf tot het uiterste te drijven. Die eigenschappen zijn terug te voeren op mijn persoonlijke geschiedenis.'

Gaat zijn ongewone levensloop uitmonden in olympische deelname? Uwi voelt de zenuwen al weken. Hij weet zich gesteund door zijn Nederlandse gezin: zijn vriendin en dochter Marleen (1). Maar in zijn gedachten kijkt ook zijn Rwandese familie zondag in Amsterdam toe. Vanuit de hemel. 'Ik denk altijd dat ze voor me juichen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden