INTERVIEW

'Ik fok mezelf op, mijn moment komt: de finish'

Het is niet makkelijk om gezien te worden als belofte, vindt Moreno Hofland. In de eerste etappe van Parijs-Nice, gisteren, vloog hij als zevende over de meet.

Moreno Hofland haalt zijn fiets uit de garage voor een trainingsrondje.Beeld Jiri Buller

Het was geen liefde op het eerste gezicht tussen sprintbelofte Moreno Hofland (23) en het wielrennen. Zijn vader, oud-renner Peter Hofland, probeerde het met de paplepel bij hem naar binnen te gieten, maar Moreno lustte het niet. 'Als je 10 of 12 bent heb je wel wat beters te doen dan met je ouders een rondje te fietsen.'

Tot Hofland rond zijn 14de een keer naar een training van een wielerclub in de buurt ging. 'Allemaal kinderen van mijn leeftijd, hard naar beneden rijden, sprinten, door bochtjes... toen was ik verkocht.'

Vorig jaar sprintte Hofland naar etappezeges in de Ruta del Sol, Parijs-Nice, Utah en Hainan en werd hij tweede in Kuurne-Brussel-Kuurne.

Nog 200 kilometer te gaan

Het is het lot van de sprinter: wachten, wachten, wachten. Hij mag pas uit zijn hok breken als de finishlijn in zicht komt. Tot die tijd moet hij zich schuilhouden in het peloton om zo weinig mogelijk energie te verspillen.

Niet zo gek dat Hofland het liefst korte, snelle etappes heeft. 'Ik kan er echt slecht tegen als het in het begin rustig gaat. Dan is de kopgroep weggereden, gaat iedereen pissen, rijden ze een half uur zo langzaam. Dan ga je overal aan denken. Heb ik wel goeie benen? Of heb ik nou geen goeie benen? Dan rijd je een heuveltje op en denk je: reden ze nou wel hard, of reden ze nou niet hard?

'Totdat die groep weg is, denk ik vaak juist: wauw, ik ben echt goed vandaag. Maar als het dan opeens langzaam gaat, kak je in, ook mentaal. En als je rustig rijdt, wil je niet afzien ook. Dus zodra je iets voelt, denk je meteen dat je slecht bent.'

Sinds Hofland eind 2013 in de Ronde van Hainan drie etappes en het eindklassement won, mag de jonge sprinter van LottoNL-Jumbo (voorheen Belkin) steeds vaker voor eigen kansen gaan. Daar kan niet iedere jonge renner goed mee omgaan, weet hij. 'Het is niet makkelijk om gezien te worden als belofte. Je bent veel aan het knechten en opeens krijg je een kans. Veel renners denken dan: shit, straks rijd ik niet goed en krijg ik nooit meer een kans. Die voelen zoveel druk dat ze dichtslaan.

'Ik kan er meestal goed mee omgaan. De andere renners doen ook maar hun werk, denk ik dan. Iedereen rijdt rond met een bepaald doel. Je hoeft je niet te schamen als jij een keer voor iemand moet rijden of een ander een keer voor jou. Het is hartstikke leuk als je elkaar aan een overwinning kunt helpen.'

Moreno Hofland haalt zijn fiets uit de garage om een rondje te gaan fietsenBeeld Jiri Buller

Nog 5 kilometer te gaan

Sprintersploegen willen de koers het liefst zo controleren dat vluchters zo laat mogelijk worden teruggepakt. Zodra de kopgroep is opgeslokt door het peloton, houden ze het tempo hoog om te voorkomen dat anderen nog een vluchtpoging wagen. Hoe minder renners er vooruit zijn, hoe groter de kans dat hun sprinter zijn voorwiel als eerste over de meet duwt.

'Je merkt het in het peloton als de sprint dichterbij komt', zegt Hofland. Het peloton gaat steeds sneller, iedereen wordt nerveuzer, ploeggenoten zoeken elkaar op. Je wilt van voren rijden.

'Gedurende het aftellen neemt de adrenaline toe. Wanneer is nou die laatste kilometer, wanneer is die laatste kilometer... Hoe dichter je erbij komt, hoe geconcentreerder je bent. Daar word ik wel een beetje nerveuzig van. Ik fok mezelf op, mijn moment komt eraan, daar leef ik naartoe.'

Nog 1 kilometer te gaan

In de laatste kilometers brengen sommige sprintersploegen hun 'sprinttrein' in stelling. Een goede tijdrijder vormt de locomotief, daarachter worden ploeggenoten als wagonnetjes aan elkaar gehaakt om de laatste wagon, hun sprinter, op snelheid te brengen voor de eindspurt.

Hofland is geen fan van deze treintjes, die ook wel 'lead-outs' worden genoemd. 'Toen Theo Bos nog voor onze ploeg reed, deden we soms leadout-traininingen. In sprinttreintjes gelden bepaalde regels. Zo moet iedereen zich aan een bepaalde volgorde houden en moet je één kant houden zodat niemand je kan insluiten. Als dat allemaal goed gaat, moet je kunnen winnen.

'Je kunt dat wel trainen op een lege weg van vijf kilometer, daar is het hartstikke simpel. Het moeilijke is juist om het in de koers te doen, want daar is het altijd anders. Kan je uit het wiel geduwd worden, heb je bochten. Dus eigenlijk is zo'n lead-outtraining niet realistisch.

'Ik ben meer de renner die het van een lastig parcours moet hebben. Met een iets kleiner peloton is het makkelijker om van voren te blijven, dan met 180 man op een rechte weg. Ik heb dan ook liever één iemand die me helpt tot de laatste kilometer dan een treintje.'

Nog 300 meter te gaan

In de laatste kilometer zoekt Hofland zijn eigen weg. Soms kiest hij ervoor aan te haken bij een sprinttrein. 'Meestal moet je die van Giant-Alpecin hebben.' Andere keren plaatst hij zich in het wiel van de renner van wie hij denkt dat die op dat moment het sterkst is. Hij loert op een kans om zijn tegenstanders te verrassen.

'In de etappe die ik vorig jaar won in Parijs-Nice lukte dat omdat ik vroeg aanging. Dat is instinct. Het was licht oplopend, dan heb je iets minder voordeel van bij een ander in het wiel zitten, en ik zat gewoon goed. Ik wilde sowieso kunnen sprinten die dag, niet achteraf hoeven zeggen: ik zat ingesloten, ik kon er niet voor gaan. Ik dacht: nu heb ik die kans hier, dan ga ik het maar doen ook. Ik ging aan en ik hield het.'

Voor dit voorjaar heeft Hofland zichzelf ten doel gesteld goed te rijden in Milaan-San Remo en Gent-Wevelgem, het liefst een plaats in de toptien. 'Het is de eerste keer, dus ik weet niet wat ik ervan moet verwachten. Ik hoop wel dat het mooi weer is. Ik kan niet tegen slecht weer. Misschien omdat ik een laag vetpercentage heb. Als het regent, merk ik dat aan mijn benen. Dan draait het niet.'

Na de meet

Voor Hofland is de koers na de finish voorbij. Hij is geen renner die zichzelf verwijten maakt. 'Natuurlijk wil ik graag de beste zijn, dus na een koers analyseer ik in mijn hoofd wat er goed ging en wat er slecht ging. Maar op een positieve manier. Ik probeer er beter van te worden, niet mezelf een drama aan te praten. Iedereen doet er toch alles voor? Die andere 180 renners doen ook hun best.

'Als een ronderenner een goede dag heeft, moet hij zo hard mogelijk de berg op rijden. Als het dan niet hard genoeg gaat, ligt het puur aan hemzelf. Bij sprinters is dat anders. Je kunt het als sprinter nog zo goed gedaan hebben qua training, als je in de laatste kilometer niet goed zit, win je niet. Soms moet je een beetje geluk hebben.'

Valpartij Boonen, ritzege Kristoff

Tom Boonen heeft maandag tijdens de eerste etappe van Parijs-Nice een verrekking opgelopen in zijn linkerschouder. Hij is 3 tot 6 weken uitgeschakeld. De Belg raakte 20 kilometer voor de finish het achterwiel van zijn voorganger en viel op zijn schouder. Hij stapte meteen uit de koers.

Alexander Kristoff won de rit. De Noor finishte in de massasprint vlak voor de Fransen Nacer Bouhanni en Bryan Coquard. Moreno Hofland was met een zevende positie de beste Nederlander. Michal Kwiatkowski, de winnaar van de proloog, behoudt de leiderstrui.

De eerste etappe werd gekleurd door een lange ontsnapping van Thomas Voeckler en Anthony Delaplace. Zij pakten een voorsprong van 6 minuten maar werden anderhalve kilometer voor de eindstreep achterhaald.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden