Ik ben u, Nederlands Publiek, zat. En ik niet alleen

Ik hoopte zaterdag dat het Nederlands elftal zou verliezen, en dat kwam door u. Door het Nederlands Publiek. Het is wel genoeg nu....

Nico Dijkshoorn

Een aantal jaren geleden kon ik u nog wel verdragen. Ik negeerde u een beetje. In de tijd dat de publieke omroep alle wedstrijden uitzond, was alles nog te overzien. Theo Reitsma zag iets was jij niet zag, er werd gefloten voor de rust en daarna was er reclame voor tandpasta met streepjes er in. Iets nieuws.

Het geluid van de reclameblokken dreef nog niet supersonisch door je huiskamer en er bestonden ook nog geen televisies die je kamer langzaam groen kleurden als je naar voetbal keek. En nu niet mekkeren. Ik heb het volste recht om vandaag schaamteloos nostalgisch terug te kijken. U hebt het er zelf naar gemaakt!

Wedstrijden van het Nederlands elftal waren nog dragelijk. Ik werd u al een beetje beu, maar al die woede kon ik richten op de Hollandse Indiaan. Dat was makkelijk. Een man met een oranje baard en een hoofdtooi op zijn kop, die het Nederlands elftal overal achterna reisde.

Onbenulligheid had toen nog gewoon één gezicht. Je kon je erop voorbereiden. Nederland speelde en dan wist je: de gekke indiaan zit ergens op de tribune tegen een trommelvel aan te jensen.

Soms werd hij geïnterviewd en dan zei hij: ‘ja, I’m the Dutch indian.’ ‘Heel goed Kluk-Kluk. En nu naar het voetballen’, riep ik terug en dan was ik het kwijt.

Dat is nu onmogelijk. U hebt gewonnen. Na zaterdagavond heb ik me overgegeven. Er is iets geknakt. Tot nu toe kon ik u vrij makkelijk ontlopen. Ik lette gewoon niet zo op u.

Ik zelf ben een negentiende eeuwse voetbalkijker. Als ik naar het stadion ga, doe ik gewoon een zwarte jas aan. Als de bal net over het doel gaat, roep ik: ‘Oeehhh.’ Ik zing niet.

U, Nederlands Publiek, doet dat anders. U verft uw tepels blauw en wit. U laat uw rug oranje spuiten en zet een oranje gespoten elandgewei op uw hoofd. Daarna gaat u de straat op en kijkt om u heen of men u wel ziet. Onderweg naar het stadion komt u Robbie tegen, die deze keer als oranje zeehond naar het Nederlands elftal gaat.

U blaast op een toetertje of roept verschrikkelijk hard: ‘Holland!’ Want daar woont u. In het stadion geniet u van de unieke sfeer. U springt met zijn allen op een heel gek liedje, van zijn hopsakee. Daarna wordt er even gevoetbald.

Ook niet erg. Had ik me al bij neergelegd. Het stadion is van u. U doet daar maar wat u wilt.

Waarmee u mij echt op de knieën hebt gekregen, zijn uw wedstrijdanalyses. U bent tegen mij gaan praten. Ik weet het. Het komt allemaal door de campingzender SBS6, die u, het volk, graag aan het woord laat, maar voor mij was het net de druppel.

Ik zag zaterdag een interview met een man die vrij nauwkeurig uitlegde waarom deze kwalificatiereeks niet zo bevredigend was verlopen. Hij deed dit met een rood-witte luier op zijn hoofd en een oranje lasbril op. Daarna legde een andere supporter uit waarom 4-4-2 het beste systeem was. Als hij praatte, trilden de snorharen van zijn leeuwenneus mee. Achter hem hield iemand zijn staart vast.

Ik wil niet meer naar u kijken en naar u luisteren. En ik sta niet alleen. De spelers zijn u ook zat. Die stonden een minuut na het eindsignaal al in de spelerstunnel. Ze schamen zich voor u. Louis van Gaal stopt ook. Hij wil u ook niet meer zien. U wordt bedankt!

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden