INTERVIEW

'Ik ben hier niet om het Koreaanse systeem te volgen'

Voor iedere schaatser een trainingsschema, is het ideaal van Erik Bouwman. Dat vereist behoedzaam laveren in de hiërarchische en traditionele Zuid-Koreaanse sport.

Erik Bouwman, schaatscoach in Zuid-Korea. Beeld Francois Wieringa
Erik Bouwman, schaatscoach in Zuid-Korea.Beeld Francois Wieringa

De vorige bondscoach van Zuid-Korea, de Canadees Kevin Crockett, ontdekte meteen na zijn aankomst dat niet iedereen zich verheugde op zijn aanwezigheid. De trainingsprogramma's waren tot in detail ingevuld. Eén uurtje per week hadden de Koreaanse coaches voor hem opengelaten. Crockett bestudeerde het overvolle schema en trok zijn conclusie: hij zou het uurtje gebruiken om de schaatsers rust te gunnen.

Erik Bouwman (41) was dus gewaarschuwd toen hij eind augustus van Groningen naar Seoul verhuisde om de functie van Crockett voor de komende vier jaar over te nemen, tot aan de Winterspelen van 2018 in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang. Zijn ideeën zouden niet klakkeloos worden overgenomen, zoals bij Jong Oranje of de VPZ-schaatsploeg.

En toch is hij geschrokken van wat hij aantrof bij het Korean Institute of Sports Science, kortweg KISS, een riant sportpark aan de rand van de metropool waar vierhonderd sporters zes dagen per week onder nauwlettend toezicht van tientallen coaches schaven aan hun (toekomstige) vak. Ook vermogende en gerespecteerde olympisch kampioenen als Sang-hwa Lee en Tae-bum Mo wonen op het park, zonder privileges. Ze delen een kamertje met een andere schaatser.

Bouwman heeft voorlopig zijn intrek genomen in mannenvleugel van het sportinternaat, in een sobere kamer met een blauw raamkozijn dat uitzicht biedt op bomen en sportgebouwen. Hij wordt elke dag om zes uur gewekt door luide muziek, net als alle andere sporters en coaches.

'Als je ziet hoe Seoul is uitgegroeid tot een metropool', zegt hij tijdens een lunch in de eetzaal, te midden van tientallen jonge atleten uit allerlei takken van sport, zoals judo, handboogschieten, badminton, worstelen en schaatsen. 'Als je weet hoe bedrijven als Samsung, LG, Hyundai en Kia de wereld hebben veroverd. Dan verwacht je eigenlijk dat een plek als deze ook op een hoog niveau staat qua ontwikkeling. Dat is niet zo. En niet alleen bij het schaatsen.'

Vijanden

Bouwman is op zijn hoede. Het liefst zou hij zijn hart luchten, zoals hij onlangs deed tijdens twee ontmoetingen met Guus Hiddink, eens de bondscoach van het voetbalteam van Zuid-Korea. Hij maakt ook geen geheim van zijn gedachten als hij praat met de mensen die hem hebben aangesteld, zegt hij.

Maar hij wil zijn taak niet moeilijker maken dan die al is door via onzorgvuldige uitspraken meer vijanden te creëren, of zijn bestaande tegenstanders munitie te verschaffen. Dus vraagt hij met zijn lichtblauwe ogen om begrip dat hij zich op de vlakte houdt.

Wat de Zuid-Koreanen goed doen, wil hij niet onvermeld laten. Ze brengen topsprinters voort: Sang-hwa Lee is tweevoudig olympisch kampioen op de 500 meter en Tae-bum Mo won op die afstand eenmaal goud, in 2010. Hun techniek is weergaloos, het resultaat van zorgvuldige trainingen die kinderen al op jonge leeftijd krijgen. Plezier staat niet voorop, zoals in Nederland. Leren staat centraal.

'Ze werken met veel coaches individueel met kinderen. Ze doen heel gave oefeningen, waarbij de kinderen in een beweging worden gedrukt. Ook schaatssprongen en oefeningen op de schaatsplank kunnen ze perfect uitvoeren, precies zoals ik dat wil. In Nederland deed iedereen dat verschillend. Ze zijn hier technisch heel goed geschoold en daarmee compenseren ze wat ze fysiek missen op de midden- en lange afstanden.'

Bouwman realiseert zich dat die technische scholing het resultaat moet zijn van eindeloze herhaling, want eindeloze herhaling is in zijn optiek de essentie van de Koreaanse methode. Opgelegde, afgedwongen, geestdodende repetities zonder kennis van moderne trainingsleer, of de behoefte het anders te doen. Uitputting lijkt een doel op zich. Dat juist doordachte afwisseling van rustige en zware training een sporter sterker maakt, lijken ze niet te weten.

'Ze hangen aan traditie. Dat is 'Korean style' krijg ik vaak te horen. Ze zeggen: we weten wel dat het anders kan, maar wij zijn het zo gewend. Dit past bij ons en onze lichamen. Maar ik denk dan: dat hebben die grote bedrijven ook niet gezegd.'

Sang-hwa Lee op weg naar de winst op de 500m bij het ISU wereldkampioenschap schaatsen. Beeld epa
Sang-hwa Lee op weg naar de winst op de 500m bij het ISU wereldkampioenschap schaatsen.Beeld epa

'Wij kunnen niet sprinten'

Hij trekt een parallel met Nederland. 'Vijftien jaar geleden zeiden we: wij kunnen niet sprinten. De Aziaten zijn gebouwd voor korte afstanden. Maar wij hebben ons ontwikkeld en nieuw methodes aangeleerd. En kijk nu eens. Ik zie niet in waarom Koreanen op de midden- en lange afstanden niet beter zouden kunnen presteren.'

Bouwman besefte al snel dat hij twee opties had: confronteren of laveren. In die keuze werd hij ernstig belemmerd door zijn late komst naar Zuid-Korea. Hij liep zo de cruciale zomertraining mis. In die maanden bouwt een schaatser zijn lichaam op. Dat is voor een coach het moment om veranderingen aan te brengen in de fysieke training. Dus werd het: soms confronteren, soms laveren en hopen dat hij de winter doorkomt met redelijke resultaten.

Zo hij heeft gedreigd met opstappen als de zeggenschap over trainingsschema's niet bij hem zou komen te liggen. Maar hij staat ook toe dat er soms zonder overleg een schaatser aan zijn groep worden toegevoegd. Hij maakte korte metten met de gewoonte om de dag om zes uur 's ochtends collectief met openluchtyoga te beginnen. En hij accepteert dat schaatsers thuis niet trainen, hoe graag hij dat ook anders zou zien.

'De mensen die me hebben gehaald, zoals de vicevoorzitter van de bond, staan achter me. Het probleem is: er zijn veel tegenkrachten. Buiten en binnen de bond lopen machtslijnen. Mensen proberen te saboteren.'

De Groninger beseft dat sommige culturele patronen niet met een simpel commando ongedaan zijn te maken. In Korea gehoorzamen jonge schaatsers de ouderen. Ze halen koffie, ze reiken handdoeken aan, ze dragen koffers en knappen andere klusjes op. Tijdens het inrijden houden ze de betere schaatsers uit de wind door op kop te rijden. Het is een langdurige ontgroening, een fase die de routiniers ook hebben doorlopen.

Ongemakkelijk, al bekent Bouwman dat hij ook profiteert van de voordelen. Lachend: 'Over mijn koffer hoef ik me op het vliegveld nooit zorgen te maken.'

Toch probeert hij de volgzaamheid van de schaatsers te doorbreken. Ze zijn het gewend alles voorgekauwd te krijgen. Ze dragen geen verantwoordelijkheid. De coaches verliezen de sporters niet uit het oog als ze 90 minuten moeten fietsen op een hometrainer. Hij heeft een assistent betrapt die 's avonds een schaatser extra werk liet verrichten. Die had eerder op de dag onder Bouwman geen pijn geleden. 'Dat was ook precies mijn bedoeling, maar dat kon vanuit zijn optiek natuurlijk niet.'

De Groninger hoopt bij zijn schaatsers intrinsieke motivatie te vinden: een persoonlijke behoefte om zelf sterk te presteren, en niet de van buiten opgelegde plicht. Hij probeert persoonlijke gesprekken te voeren en trainingschema's op maat te maken. Bij Jong Oranje leidde zo'n stappenplan tot de succesvolste WK junioren ooit voor Nederland, afgelopen winter, met medailles op alle afstanden.

Tae-bum Mo tijdens de 1000m op het ISU Wereldkampioenschap schaatsen in Obihiro, Japan. Beeld afp
Tae-bum Mo tijdens de 1000m op het ISU Wereldkampioenschap schaatsen in Obihiro, Japan.Beeld afp

Hartslagzones?

Maar Koreanen laten niet graag het achterste van hun tong zien. Maatwerk kennen ze niet. Ze doen allemaal hetzelfde, fit of niet. 'Tot dat ik kwam, hebben ze de hele zomer hetzelfde programma gedraaid. Dat is allemaal te herleiden tot een gebrek aan fysiologische kennis. Met de hartslagmeter werken ze niet. Ze weten niet wat hartslagzones zijn. Bij ons wordt er van jongs af aan ingepeperd dat je met verschillende intensiteiten moet werken. Dat kennen ze hier gewoon niet.'

Hoe frustrerend dat op dit moment ook voor hem is, die ontdekking biedt wel mogelijkheden. Bouwman is ervan overtuigd dat de Koreanen bij de Winterspelen van 2018 sterk kunnen presteren op andere afstanden dan de 500 meter.

Hoewel hij soms verlangt naar zijn overzichtelijke Nederlandse leven, geniet hij ook van de uitdaging die hij is aangegaan. Het is soms slopend om te moeten vechten voor zijn ideeën, maar het belooft uiteindelijk de moeite waard te zijn.

'Ik ben hier niet om het Koreaanse systeem te volgen. Alleen toekijken en me nergens mee bemoeien, dat was ook een optie geweest. Het is gemakkelijker, maar ik ga niet kijken naar een training waar ik niet achtersta. Ik wil absoluut de leiding hebben en er het beste van maken. Als ik wegga, hoop ik iets achter te laten, voor schaatsers en coaches. Zodat niet iedereen weer in de oude gewoontes vervalt.'

Tegen die tijd kent hij misschien ook het Koreaanse woord voor schaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden