Iets te gretig genoten van het zoete basketballeven

Basketballer Sydmill Harris speelt tijdelijk voor Nijmegen. Maar in de Nederlandse competitie mag zijn carrière niet eindigen, want ‘ik weet dat ik een speler van niveau ben.’..

Van onze verslaggever Charles Bromet

Als de spelersbus van zijn nieuwe club Matrixx Magixx straks vertrekt naar Nijmegen, weet Sydmill Harris wel hoe hij de tijd moet doden. Gewapend met het boek De derde Chimpansee van ecoloog Jared Diamond verlaat de basketballer om iets voor tienen de kleedkamer van het Topsportcentrum in Rotterdam.

Daar is zijn team zojuist ongenadig hard onderuitgegaan tegen de verliezend bekerfinalist (101-61). Het hoofd van de 24-jarige Harris is bijna het volledige vierde kwart schuilgegaan onder een handdoek, die hij pas lijkt te willen verwijderen als het duel erop zit.

Het boek moet Harris, die onlangs zijn studie sociale psychologie voltooide, even doen vergeten hoe vernederend de nederlaag van deze avond was. Met nog drie wedstrijden te gaan vreest coach René van der Wielen overigens niet dat de play-offs in gevaar zijn gekomen voor de ploeg uit Nijmegen. Wel hoopt hij dat zijn nieuwe aanwinst, die pas een maand geleden is aangetrokken, het team bij de hand zal nemen.

‘We hebben Sydmill hard nodig. Hij heeft nu de kans zich in de belangstelling te spelen, en dat gaat met pieken en dalen. Dit was duidelijk een dalletje. Nu kon hij er ons niet overheen helpen, maar dat is straks in de play-offs wel de bedoeling. Hij moet ons iets extra’s geven.’

Het is de vraag of dat mag worden verwacht van een speler die gedesillusioneerd is teruggekeerd uit Italië. Want bij Navigo.it Teramo werd Harris tot nederigheid gedwongen. Speeltijd kreeg hij nauwelijks. ‘Ik ben iets minder dan vier maanden in Italië geweest en in die periode heb ik gemiddeld iets minder dan twee minuten per wedstrijd gespeeld.’

Deze ervaring heeft hem echter niet droevig gestemd. In Nijmegen heeft hij een contract tot het einde van het seizoen. Daarna moet hij, als zijn gevoel hem niet bedriegt, weer een stap vooruit kunnen zetten. ‘Ik hoop volgend jaar weer in het buitenland te spelen. Ik zie dit dan ook als een tussenfase na een mislukt avontuur.’

Even laat hij zijn gedachten teruggaan naar de tijd dat hij nog uitkwam voor de universiteit van Texas. Drie jaar geleden reikte hij met dat team tot de Final Four in Louisiana.

‘Maar het lijkt veel langer geleden’, zegt Harris bijna ongelovig. Na een korte pauze geeft hij antwoord op de vraag op welk punt in zijn carrière hij nu is beland. ‘Ik weet wat ik kan en ik ken mijn potentieel. Ik mag dan niet meer de jongste zijn; ik ben nog jong en heb alle tijd om me te verbeteren.’

Met de kritiek dat hij zich in Amerika te weinig zou hebben ontwikkeld, kan hij niets. ‘Nederlanders hebben vaak de illusie dat als iemand op zijn 18de naar Amerika gaat hij ook meteen de NBA haalt, niet beseffende hoe moeilijk dat is en wat voor niveau je daarvoor moet bereiken.’

Daarom kijkt Harris ook liever naar datgene wat hij wél heeft opgestoken van zijn tijd in Texas. ‘De belangrijkste les is geweest dat je het ervan moet nemen, omdat alles snel voorbijgaat.

‘Mensen die claimen dat ik mij niet goed genoeg heb ontwikkeld vanwege de Amerikaanse cultuur, kennen het hele verhaal niet. Als je vier jaar lang bent bezig geweest met basketbal, dan moet je er zelf iets in stoppen. Dan kun je niet de schuld geven aan het programma.

‘Het leven daar is zo comfortabel, alles wordt voor je geregeld. Dan is het gemakkelijk om content te zijn met je situatie. Als ik eraan terugdenk, heb ik daar misschien iets te veel van genoten. Als ik het had kunnen overdoen, zou ik nog serieuzer aan de slag zijn gegaan.’

Als getalenteerde tiener verliet Harris Nederland in 2001, om zijn geluk te beproeven in het Amerikaanse college-basketbal. Aan de hand van coach Ton Boot had hij grote indruk gemaakt bij de Amsterdam Astronauts. Het team had de zogeheten ‘dubbel’ (kampioenschap en beker) gewonnen en was in de Europa Cup doorgedrongen tot de halve finale.

Nu, vijf jaar later, heeft hij moeite een antwoord te vinden op de vraag of hij zijn talent voldoende heeft ontwikkeld. ‘Ik weet wel dat ik een speler van niveau ben, zeker in deze competitie. Mensen die claimen dat ik me niet goed genoeg heb ontwikkeld, zou ik willen vragen: hoe goed had men mij dan terug verwacht?

‘Natuurlijk is de NBA een droom voor mij geweest. Maar als je als 18-jarige tegen Amerikaanse leeftijdsgenoten komt te staan, zie je al snel hoeveel verder zij zijn in hun ontwikkeling. Goed zijn in Nederland is wat anders dan goed zijn in Amerika. Dat is echt een wereld van verschil. Ik had dus al vrij snel door wat er voor mij mogelijk was. En daar had ik geen moeite mee.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden