Iedereen gelukkig als Oranje wint? Dat heb ik helemaal niet

Moet je als verslaggever de waarheid schrijven over voetbal of moet je je laten leiden door nationale gevoelens en saamhorigheid?...

Ook helemaal bevangen door de Oranjegekte?

Dat is nu eenmaal de gang van zaken bij een WK. Ik heb het eerder meegemaakt in ’74 en ’78. Al die flauwekul. De toenmalige hoofdredacteur van de Volkskrant, Harry Lockefeer, belde mij midden in de nacht in Argentinië, na de wedstrijd tegen Duitsland, en vroeg of het niet wat positiever kon, over het Nederlands elftal. Toen werd ik zo pissig. Ik zei: ‘Als jij het beter kunt, dan kom jij toch lekker hier het verhaal maken? Ik kijk min of meer als een deskundige naar die wedstrijden en schrijf zo veel mogelijk de waarheid en niets dan de waarheid. Als je dan als hoofdredacteur, beïnvloed door de lezers, vindt dat het positiever moet, dan ben ik niet jouw werknemer meer.’

U zou toch nu wel positiever zijn geweest over Nederland?

Ik zou in mijn verslag van Nederland-Uruguay hebben geschreven dat aan dat fantastische eerste doelpunt van Van Bronckhorst een smerige overtreding voorafging van Van Bommel, waar de scheidsrechter rood voor had moeten geven. En het tweede doelpunt was buitenspel. Voor mensen die helemaal gelukkig zijn na de winst kan dat zuur klinken, maar dat zijn feiten die je als verslaggever moet melden. Het doet helemaal niet terzake of het Nederland of Duitsland betreft.

Maar u heeft toch zeker wel nationale gevoelens?

Ik kijk op dezelfde manier naar Duitsland-Spanje als naar Uruguay-Nederland. Met dezelfde afstand. Mijn familie en kennissen zijn dolgelukkig als Nederland wint. Maar dat heb ik helemaal niet. Ik ben mijn hele leven genoodzaakt geweest de dingen zo rationeel en afstandelijk mogelijk te bekijken. Ik vond dat ik me moest afzonderen van de publieke opinie en van de mening van de journalisten om me heen, en zo goed mogelijk moest opschrijven wat er aan de hand was.

Maar het is toch fantastisch dat Nederland in de finale staat?

Dat heeft veel te maken met geluk. Een aantal ballen ging er net in, met behulp van de paal. Brazilië maakte een eigen doelpunt. Dat is geluk. In ’74 was er terecht een groot enthousiasme over het spel van Nederland. We hadden een paar fantastische spelers, dat kon je moeilijk ontkennen. Maar daarnaast speelden ze ongelooflijk hard, vuil. Ze kregen de meeste gele kaarten. Daar schreef ik over; andere kranten deden dat niet. Toen kreeg ik het verwijt zuur te zijn, terwijl ik gewoon de waarheid schreef. Nederland speelt nu lang niet zo hard als in ’74 en ’78, maar het heeft toch de meeste gele kaarten, vijftien. Spanje verdient een groot compliment dat het met maar drie gele kaarten en met voetbal waar je graag naar kijkt, de finale heeft gehaald.

U hoopt toch niet dat Spanje wint?

Als Spanje speelt zoals tegen Duitsland, met dezelfde techniek en souplesse, en Nederland weet dat niet op een normale manier te stoppen, en dat kan het niet, dan wint Spanje. Nederland heeft maar één kans, meteen in de aanval gaan en een goal maken. Je doet gewoon alsof je beter bent, net als Ajax vroeger. Daar kun je de Spanjaarden misschien mee verrassen, ook omdat hun verdediging niet zo sterk is, zeker niet aan de linkerkant waar Robben zou kunnen spelen. Een overvaltactiek kan succesvol zijn.

Nederland heeft het swingende voetbal ingeruild voor het winnende voetbal.

Slap geouwehoer, die lofzangen ineens op het catenaccio en het Duitse voetbal. Als je voetbal ziet als voorbeeld voor de jeugd, dan is het belangrijkste dat het esthetisch verantwoord is, dat het een beetje chic is, dan mag er ook verloren worden. Waarom gaat het alleen maar om winnen? Worden we dan allemaal tien jaar ouder of zo? Dan krijg je die huldigingen, zinkende woonboten en zuipers, mensen die zich gaan aanstellen omdat zíj zogenaamd gewonnen hebben. Een vervelend vooruitzicht.

Als wij kampioen worden, stijgt het nationale geluk met 0,6 procent.

Nou en? Als een kind geboren wordt, zijn de ouders ook dolgelukkig, maar als het dan de hele nacht ligt te huilen, is het gauw afgelopen met het geluksgevoel. Wat wel van belang is, is dat een klein land, dat niet zoveel voorstelt op de aardbol, dat opzien baart in Amerika dankzij Joran, plotseling over de hele wereld een reputatie krijgt als sterk voetballand. Dat is goed voor de handel.

Dankzij het voetbal is er nu een enorme saamhorigheid in een voor de rest bitter verdeeld land.

Ach, dat is zo gekunsteld. Samen hossen en juichen en bier drinken. Na de rondvaart gaat iedereen weer over tot de orde van de dag. Dan is het weer over met de saamhorigheid. Aan een nationaal gevoel heb je trouwens niets. Dat leidt alleen maar tot oorlog. Mensen moeten morele gevoelens hebben. Ze moeten zich zo beschaafd, zo eerlijk en zo volwassen mogelijk gedragen. Als voetbal daartoe kan bijdragen, dan zou dat prachtig zijn. Maar daar is geen sprake van. Als Nederland zondag wint dankzij vuile overtredingen van Van Bommel en De Jong, dan vindt men dat schitterend. Maar wat is de waarde daarvan?

De journalistiek is in het algemeen heel wat enthousiaster dan u bent.

Dat kleffe gedoe met die spelers hindert mij enorm. Ik ben een fan van Johan Derksen. Ik had vroeger wel eens conflicten met die man, maar zoals hij nu praat over het Nederlands elftal, met respect voor de prestaties, maar ook heel kritisch. Dat het een slecht toernooi is, dat er gewoon slecht wordt gevoetbald, dat Nederland nog geen goede wedstrijd heeft gespeeld. Daar houd ik van. Dat is journalistiek.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden