Iedere Braziliaan droomt van de seleção

Alleen in hun dromen is het WK haalbaar voor de Brazilianen Luciano (FC Groningen), Bahia (Feyenoord), Everton (Heracles) en Claudemir (Vitesse)....

Voor de fans van hun Nederlandse voetbalclubs zijn ze gezichtsbepalend. Maar in hun eigen land zijn ze slechts bekend bij een select publiek dat hoofdzakelijk bestaat uit familie en vrienden. Dinsdag, als titelfavoriet Brazilië zijn eerste groepswedstrijd van het WK speelt tegen Noord-Korea, kruipen zij op hun geboortegrond weer even in de rol van supporters.

Zij zijn: doelman Luciano da Silva van FC Groningen (30), verdediger André Bahia van Feyenoord (26), middenvelder Claudemir Domingues de Souza van Vitesse (22) en aanvaller Everton Ramos da Silva van Heracles (27).

Voor vaste volgers van de eredivisie zijn het ingeburgerde namen, basisspelers op wie de clubs kunnen vertrouwen. In Brazilië halen zij alleen incidenteel het nieuws, bijvoorbeeld als Placar, het belangrijkste Braziliaanse voetbalweekblad, hun naam opneemt in het Elftal van de Week, het team van in Europa actieve landgenoten.

‘Toen ik er twee weken op rij instond, werd ik gebeld door een vriend uit São Paulo die niet kon geloven dat er iemand van Placar naar Heracles was wezen kijken’, zegt Everton die sinds 2006 actief is in het Polman Stadion in Almelo. ‘Ik heb mijn zaakwaarnemer toen gebeld om te vragen of hij exemplaren voor mij wilde bewaren.’

Luciano speelde eerst zeven jaar voor Germinal Beerschot in België, voordat hij in 2007 verhuisde naar de Euroborg in Groningen. ‘Toen we de beker veroverden met Germinal, werd er een keer een artikel over mij geschreven. Ik keepte toen al vijf jaar voor Beerschot, maar pas na dat stuk in Placar kreeg ik reacties. Wij wisten helemaal niet dat je zó populair was in België, zeiden vrienden door de telefoon.’

Bahia: ‘Natuurlijk wil je ook in eigen land beroemd zijn en erkend worden, maar met zo veel voetballers van wereldklasse kan dat gewoon niet. Ik ben al trots dat ze me hier in De Kuip de bijnaam ‘Rots van Rio’ hebben gegeven. De waardering van de fans vind ik prachtig. Mijn vader was hier dit seizoen en zag me scoren tegen FC Groningen. In het vliegtuig terug naar Rio heeft hij dat iedereen ook verteld, geloof ik.’

Claudemir is de enige van de vier die zich nog niet in het Nederlands kan redden. Zaakwaarnemer Hans Coret vertaalt voor hem. Eén keer verslikt de Rotterdammer zich in zijn koffie als de jonge Braziliaan vertelt hoe zijn interesse voor Vitesse in 2007 werd gewekt. De voorzitter van zijn vorige club had een Nederlandse krant getoond met de eredivisieranglijst, waarop Vitesse destijds derde stond. Claudemir: ‘Zo hoog heeft de club sindsdien nooit meer gestaan.’

Als Luciano in Groningen door het stadion loopt, wordt hij door iedereen met een ontwapenende warmte ontvangen. Everton is in Almelo ‘Effie’ voor zijn vrienden. Bahia is in Rotterdam dus de ‘Rots van Rio’ en wordt met ontzag tegemoet getreden.

Aanvankelijk heeft Bahia de hulp van persvoorlichter Gido Vader nodig om zich verstaanbaar te maken. Maar als deze wordt weggeroepen, en hij dus gedwongen is zich in het Nederlands te uiten, blijkt hij de taal redelijk goed machtig. Als hij dat te horen krijgt, straalt hij van vreugde.

Bahia kwam in november 2004 naar De Kuip en maakt zes jaar later het langst deel uit van de Feyenoord-selectie. Ruud Gullit, Erwin Koeman, Bert van Marwijk, Gertjan Verbeek, Leon Vlemmings en Mario Been: hij maakte ze allemaal mee. Moeten we dat nu typisch Braziliaans noemen, zoveel trainers in zo’n korte tijd?

Bahia lacht: ‘Beenhakker is hier tussendoor ook nog twee weken trainer geweest. Dát is pas echt Braziliaans.’

Daaraan voegt hij nog wel toe dat het in Brazilië echt ondenkbaar was geweest dat de bekerfinale uit angst voor ongeregeldheden over twee wedstrijden zou zijn uitgesmeerd, zoals dit seizoen gebeurde met Ajax - Feyenoord. ‘Als Vasco da Gama en mijn vorige club Flamengo tegen elkaar spelen, gaat het er ook niet rustig aan toe. Toch heeft iedereen dan zoiets van: we zien het wel.’

De in tweeën geknipte bekerfinale mag dan slecht zijn bevallen, over het algemeen zijn de Brazilianen zeer te spreken over hun verblijf in Nederland. Tenminste, als we de logische verontwaardiging over het aanhoudend slechte weer even buiten beschouwing laten.

De transfers die zij konden maken, hebben hun leven verrijkt. Letterlijk en figuurlijk.

Everton: ‘Ik kwam uit de favela ‘19’ in São Paulo, een zeer gevaarlijke wijk. Als kind liep ik met een grote boog om de drugsgebruikers heen, al werden wij toch wel beschermd door de oudere jongens uit de buurt. Zelf voelde ik me erg verantwoordelijk voor mijn elf jaar jongere zusje Ellen.

‘Door mijn transfer naar de Nederlandse competitie kan ik zowel haar als mijn ouders laten delen in mijn succes. Al heb ik nog niets bereikt. Maar ik ben leergierig, niet alleen op het voetbalveld.

‘Toen ik net in Almelo was, ging ik vaak eten met Rob Maas die in hetzelfde hotel zat als ik. Die leerde mij de taal door te zeggen: dit is een bord, een glas, een mes enzovoort. De volgende dag weer. Ik heb het Nederlands ook wel uit boeken geleerd, maar ik dank minstens zoveel aan mijn ploeggenoten.’

Claudemir: ‘Soms is het jammer dat ik de supporters niets kan zeggen als ik ze wil bedanken voor hun steun. Ik ga ook weleens eten bij Nicky Hofs. Dan gebruiken we echt alle talen door elkaar om ons verstaanbaar te maken. Misschien moet ik het klooster in om Nederlands te leren.’

Het klinkt enigszins schuldbewust. Claudemir vertelt hoe hij werd ontdekt door Vitesse, bij een jeugdtoernooi in São Paulo. Een tiener was hij nog. Hij voetbalde in de derde divisie en verdiende wat bij in een magazijn. Als de transporten binnenkwamen, moest hij de codes controleren.

‘Dat toernooi was mijn redding. Ik wist: als je die transfer wilt maken, moet je nu opvallen. Ik had me mentaal heel goed voorbereid en had rust in mijn hoofd, omdat ik al een contract op zak had.’

Het is een verhaal waarin Luciano veel herkent. ‘Ik was een 19-jarige jongen uit Purilandia, een plaatsje nabij Rio van ongeveer vierduizend inwoners. Ik werd bij toeval ontdekt door de zoon van oud-prof Martien Vreijsen. Toen hij mij benaderde, twijfelde ik geen seconde. Dit was mijn laatste kans om de stap naar een andere wereld te maken, dacht ik.

‘Ik werkte destijds in een plaatselijke supermarkt en dat combineerde ik door soms zij aan zij met mijn vader op een koffieplantage te werken. Ik denk nu nog steeds: God heeft een scout mijn kant opgestuurd, want het veldje in Tombense waarop ik ben ontdekt, is bij zeer weinigen bekend.’

Voor Bahia is dat anders. Hij werd opgeleid door Flamengo en was al eens aanvoerder van de Braziliaanse ploeg tot 20 jaar. ‘Als 17-jarige voetbalde ik in de tuin met Tiago, de zoon van Zico. Geweldig vond ik dat, om daar thuis te mogen zijn.’

Zijn vader, een vijfvoudig kampioen amateurboksen, hardde hem. In de garage van het ouderlijk huis in Rio leerde de 12-jarige Bahia te koppen door op te springen en met het hoofd enige beweging te krijgen in een 20 kilo wegende boksbal. ‘Mijn vader zei dan: je bent verdediger, dus moet je goed leren koppen. Natuurlijk kreeg ik er in het begin hoofdpijn van, maar het heeft me wel verder gebracht.’

Bondscoach Bert van Marwijk zit in Nederland verlegen om capabele centrale verdedigers. Bahia weet dat hij talloze landgenoten voor zich moet dulden in de Braziliaanse hiërarchie. Toch weerhoudt dat hem er niet van te blijven geloven in zijn kans bij de seleção.

‘Als bondscoach Dunga stopt na het WK, wil zijn opvolger het misschien een keer met mij proberen. Ik weet ook wel dat de concurrentie enorm is, maar iedere Braziliaan heeft deze droom.’

Voor Luciano ging een soortgelijke droom in vervulling, toen hij in januari van dit jaar werd uitgenodigd om deel uit te maken van een door Ronaldo samengesteld wereldelftal. De opbrengsten waren voor Unicef. ‘Ik denk nu nog steeds weleens: waarom ik? Maar in het leven moet je soms geluk hebben.’

Hoewel Ronaldo zelf niet in staat was om mee te doen, was de afvaardiging van wereldvoetballers niet verkeerd. Luciano somt op: ‘Achterin Dani Alves, Hierro, Couto en Davids. Daarvoor speelden Popescu, Nedved, Zidane en Kaká. En voorin Figo en Henry.’

En Luciano dus. ‘Ja, ongelooflijk hè’, zegt hij met een twinkeling in zijn ogen. ‘Wil je de foto’s zien?’ Uit zijn fototoestel tovert hij razendsnel de herinneringen aan toen. Trots toont hij de foto, waarop hij poseert naast Kaká.

‘Zijn broer Digão, die nu bij Lecce speelt, kende mij nog uit mijn Belgische periode. Dus Kaká kende mij al, toen ik hem de hand schudde. Zoiets is moeilijk te geloven.’

Met aanstekelijk enthousiasme vertelt Luciano verder over de tweede dag uit zijn voetballeven die hij nooit zal vergeten. De eerste onvergetelijke dag beleefde hij in 2002, toen hij zijn grote voorbeeld Claudio Taffarel ontmoette tijdens een trainingskamp in Marbella.

‘Ik was vergeten dat Taffarel toen nog voor Parma speelde. Hij zag mij uitschieten en dacht: dat is een Braziliaan. Dat zei hij me. Hij was natuurlijk al mijn held, omdat hij twaalf jaar de doelman was van de nationale ploeg. Maar nadat hij mij zijn handschoenen cadeau had gedaan, kon hij helemaal niet meer stuk.’

Vol liefde en passie praten allen over de nationale ploeg. En zonder uitzondering wijzen ze Brazilië, de wereldkampioen van 1958, 1962, 1970, 1994 en 2002, aan als de winnaar van het eindtoernooi in Zuid-Afrika. Het WK zullen ze in eigen land volgen.

Dan is het weer goed om onder familie te zijn, zegt Claudemir. ‘In Brazilië zei ik ze amper gedag rond wedstrijden. Maar als je alleen in Nederland bent, bel je ze wat vaker en mis je ze wat meer. Mijn verantwoordelijkheidsgevoel is hier gegroeid. Alleen is het jammer dat mijn vriendin hier niet kon aarden.’

Met een lachend gezicht: ‘Maar dat betekent dat de markt nu weer open is voor Claudemir.’

Bahia: ‘In Brazilië had ik me nooit zo kunnen ontwikkelen als hier. Ik heb nieuwe talen geleerd, levenservaring opgedaan en een gezin gesticht. Ik voel me bevoorrecht.’

Everton: ‘Ik begrijp wel dat Van Marwijk onlangs zei dat voetballers intelligenter zijn dan velen denken. Als ik zie wat ik hier allemaal heb geleerd, terwijl ik me alleen in het Portugees kon redden toen ik hier kwam, ben ik blij dat ik me zo heb kunnen ontwikkelen in Nederland.’

Luciano: ‘Als jouw werk twaalfduizend kilometer van huis ligt, dan bestaat het niet dat je dat alleen voor het geld doet. Dan moet je kwaliteit tonen. Ik denk dat die gedachte de reden is waarom zoveel Braziliaanse voetballers zo veel succes hebben in Europa.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden