ReportageHonkbalploeg

Hopen op een echte homerun en niet eentje in een oefenhok

Slagcoach Sidney de Jong ( rechts ), de bondscoach van het Nederlands honkbalteam, kijkt toe hoe Stijn van der Meer uithaalt in de kooi.Beeld Klaas Jan van der Weij

De honkbalinternationals trainen weer in Amsterdam, maar de sport ligt in Nederland verder stil en de nationale ploeg moet zich in het najaar misschien wel kwalificeren voor de Spelen. Dat begint te wringen.

Hitting-coach Sidney de Jong stapt met de witte plantenspuit met desinfecteermiddel door het Amsterdamse trainingscentrum van de nationale honkbalploeg. Hij sproeit er onder het dak van de slagtunnel lustig op los. Hier een spuit op de ballen, daar wat middel op de handschoenen van hardhitter Dwayne Kemp.

De Jong (‘honkbal zit in mijn hart’) mag in deze sportief haast onmogelijke coronatijden zijn slagmensen weer trainen. Hij is niet van plan het afgesproken protocol met voeten te treden. Hij, de wereldkampioen van 2011, somt de regels op, waardoor hij zijn twaalf honkballers met A-status (de andere twaalf verblijven op Aruba en Curaçao) sinds drie weken weer training mag geven.

‘Het is één coach op drie spelers. Het is ballen reinigen. Het is telkens handen ontsmetten. En niet binnen anderhalve meter van elkaar komen’, zo somt De Jong de regels van RIVM, de honkbalbond en sportkoepel NOCNSF op. Ter adstructie niest hij, spontaan, in de elleboog van zijn linkerarm.

Geen sportief doel

De beste baseballers van Nederland, van de bijna 40-jarige Diegomar Markwell tot de 27-jarige Stijn van der Meer, zijn weer terug uit hun achtertuinen, uit de huiskamers, de schuurtjes vol krachttoestellen en uit het park. Er mag weer echt getraind worden, al is er voorlopig geen sportief doel nu de Spelen een jaar zijn uitgesteld.

Diego Markwell, linkshandige topspeler van Neptunus Rotterdam, zegt blij en gelukkig te zijn met de laatste verworvenheden. ‘Als werper moet je nu eenmaal de schouder los houden. Mijn achtertuin is te klein om de bal te werpen. Dus ging ik met een vriend het park in. Een paar balletjes gooien, ik als werper hij als catcher, en dan weer weg voor de eventuele handhavers. Maar je raakt er niet door in honkbalvorm. Ik merk dat hier bij de training van ons Koninkrijksteam. Ik mis de finesse. Ik werp nu vijf van de tien ballen op de plek waar ik ze wil hebben. Dat zijn er in een normale situatie zeven tot acht.’

De bijna 40-jarige Diegomar Markwell tijdens de training. Beeld Klaas Jan van der Weij

Merkwaardig

Markwell is blij met zijn rol als international, waardoor hij toestemming heeft op een honkbalveld te verschijnen en te mogen trainen. Alle andere spelers in Nederland, de jeugd uitgezonderd, mogen dat nog niet. Het is lastig te verteren, zo schreef de honk- en softbalbond KNBSB samen met de cricketbond een smeekbrief naar de regering om hen de ruimte te gunnen hun zomersport te bedrijven en de competitie weer op te starten. Er kwam geen serieus antwoord op. Normaliter mag pas op 1 september deze sport in competitieverband worden beoefend. En dat voor een buitensport en een nagenoeg contactloze sport, het doet merkwaardig aan.

Coach De Jong benadrukt allereerst de ernst van de crisis te erkennen. ‘Dit gaat over mensenlevens en niets is belangrijker dan een mensenleven.’

Maar dan komt hij met de verfijning van zijn argumentatie. Grondkwestie: zouden ze in Den Haag wel weten hoe honkbal wordt gespeeld? De Jong: ‘We worden gerangschikt onder de contactsporten. Inderdaad, de catcher hurkt binnen de anderhalve meter van de slagman. En een honkloper wordt wel eens uitgetikt en er worden slidings naar het honk gemaakt. Maar daar blijft het dan ook bij. We zijn geen full-contactsport. We komen niet als voetballers voortdurend in iemands aura. Wij hebben vooral ruimte in ons spel. Met een paar aanpassingen zou er gewoon gespeeld moeten kunnen worden. Onze bond is ermee bezig.’

Competitie vanaf 1 augustus?

Een uitzonderingspositie voor hun sport, het zou de wereld van het Nederlandse honkbal (en softbal) een lief ding waard zijn. Als de competitie in de hoofdklasse op 1 augustus zou kunnen beginnen, dan is er met wringen en wurgen nog net een seizoen uit te persen. Het zal nodig zijn, zegt bondscoach De Jong. Want ergens diep in het najaar, mogelijk begin volgend jaar, wacht het enige toernooi dat nog op de internationale kalender staat zonder een rode streep er doorheen: het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) van Taiwan, om één ticket voor Tokio 2021.

‘En daar in Taiwan spelen ze gewoon’, zegt Markwell. ‘Net als in Korea’, zegt De Jong, al is dat land reeds geplaatst voor Tokio 2021. Maar toch, uitkomen tegen Taiwan, China, Australië en twee Pan-Amerikaanse landen zonder enige vorm van wedstrijdritme, dan is olympische kwalificatie voor het Koninkrijksteam Nederland een onhaalbare zaak.

‘Ik had mijn winter op die olympic qualifier afgestemd’, zegt Dwayne Kemp, een soort Edgar Davids met een honkbalknuppel, als hij even uitrust in de netten van de slagtunnel, waar ook in pre-coronatijden niet gespuugd mocht worden. Kemp (32), ook al een wereldkampioen van 2011, had voor een wintercontract in Australië kunnen gaan. ‘Maar ik wilde uitgerust zijn voor deze zomer. Daarom koos ik ervoor in Aruba te gaan trainen. Om fitter dan fit aan de start te staan. Dat plan viel door het mandje, joh. Ik ben de voorbije maanden gaan joggen. En mijn vriendin kon niet meer voor me koken. Ik ben van 84 naar 78 kilo afgevallen. Maar we geven niet op. We trekken nog een jaar extra door.’

Niks boven een echte wedstrijd

Ook Stijn van der Meer, telg van een roemruchte Brabantse honkbalfamilie, is meer dan happy met de mogelijkheid in Amsterdam, op het CTO aan het Herman Bonpad, te kunnen trainen. Maar er gaat, ook voor hem, niets boven een echte wedstrijd. ‘En dan napraten thuis met de familie. Mijn broertje speelt ook hoofdklasse. Dan gaat het zeker anderhalf uur over de wedstrijd.’

Dat is nu er allemaal niet. Geen Major League Baseball, wat beeldjes uit Korea van spelers die niet iedereen kent. Het is doorbijten, zeggen al die internationals in de slagkooi van de Pirates in Amsterdam. Het is hopen en geloven in betere tijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden