‘Hoogspringer moet zich niet op de lat richten, maar op de grond’

Atletiekcoach Wim Vandeven heeft een verrassende filosofie over hoogspringen. ‘Trainingen zonder lat zijn veel effectiever.’..

Van onze verslaggever Mark van Driel

Op foto’s zweeft Europees kampioene hoogspringen, Tia Hellebaut, meestal gracieus over de lat, meer dan twee meter boven de grond, tijdelijk ontsnapt aan de zwaartekracht.

Het zijn vaak mooie afbeeldingen, vindt haar trainer Wim Vandeven, maar wie zich de kunst van het hoogspringen wil eigen maken heeft er niets aan. Het beslissende moment van de sprong ligt niet boven de lat, maar tijdens de aanloop. Het draait, om precies te zijn, om de derde pas voorafgaand aan het moment van de daadwerkelijke sprong.

Op een foto van het beslissende moment van haar vogelvlucht zou Hellebaut, die drie weken geleden bij de EK indoor een poging deed het wereldrecord (2.08) aan te scherpen, in volle sprint te zien zijn.

Die verrassende boodschap van Vandeven veroorzaakt enige hilariteit onder de belangstellenden bij de hoogspringclinic, die hij zaterdag met Hellebaut en een aantal Nederlandse atleten voor een groep trainers en hoogspringers verzorgt in de atletiekhal van Sittard.

Het is niet de enige keer dat de gelauwerde Vlaamse trainer, die sinds dit jaar ook de Nederlandse recordhouder Wilbert Pennings onder zijn hoede heeft, het bestaande beeld van de discipline kantelt.

Vergeet de hoogte, is zijn boodschap, en richt de blik naar beneden. Wie hoog wil springen, moet de lat niet aanvallen. Een hoogspringer attaqueert juist de grond. Niet de soepele, ruggelingse rol (Fosbury-flop) over de lat maakt het verschil. Hoogspringen draait in essentie om explosief voetenwerk.

‘Het verschil tussen 1.80 meter en 2.00 wordt niet in de lucht gemaakt’, doceert Vandeven met uitstreken gezicht. ‘Het verschil zit hem bij de grond.’

Veel sprongen maken hoogspringers dan ook niet tijdens zijn trainingsuren. Pennings, die ook meedoet aan de clinic, zweeft gemiddeld slechts eenmaal per week over de lat. Hellebaut springt in Sittard voor het eerst sinds haar overwinning (hoogte: 2.05 meter) bij de EK indoor in het Britse Birmingham. ‘Afgelopen zomer heb ik buiten de wedstrijden om maar vijf echte springtrainingen gedaan’, zegt ze.

Het geringe aantal springtrainingen heeft te maken met de extreme belasting van het enkelgewricht tijdens de afzet. Het is schadelijk. De loopbaan van Pennings is bijvoorbeeld getekend door blessures. Maar het past ook in de filosofie van Vandeven, die zijn gehoor op het hart drukt dat loop- en sprongvormen zonder een lat effectiever zijn.

Ter illustratie laat Vandeven Hellebaut en Pennings ruim een uur lang series van huppelachtige bewegingen maken. Hij vraagt de toeschouwers naar hun voeten te kijken. Hij spreekt van afrollen en uitstrekken, ‘snel over de voet komen’ en ‘het afstootbeen’. En hij steekt zijn enthousiasme voor ‘actieve voeten’ niet onder stoelen of banken.

Voor Pennings, die spontaan applaus krijgt als hij aan het slot van de training over 2.10 meter zweeft, is de trainingsmethode een openbaring. Hij heeft onder Vandeven veel meer looptrainingen gedaan dan bij zijn vorige coach, waardoor zijn conditie beter is en zijn aanloop veel soepeler verloopt.

Hij heeft bovendien zijn manier van aanlopen volledig omgegooid, vooral de laatste drie cruciale passen. ‘Nu bouw ik druk op vanuit de binnenste pas, in plaats van uit de buitenste pas. Dat is een groot verschil.’

Pennings vaart ook wel bij de ontspannen sfeer tijdens de trainingen met Hellebaut. Hij is een perfectionist die gewend is om zijn sprongen tot in detail te analyseren. De Vlaamse hoogspringster is zijn tegenpool. Zij is uiterst ontspannen en springt vooral op haar gevoel.

‘Hij heeft van mij geleerd dat hij fouten mag maken’, meent Hellebaut, die bij wedstrijden van Nederlandse vrouwen niets te vrezen heeft. Vorige maand evenaarde meerkampster Karin Ruckstuhl het nationale record, dat al sinds 1975 op 1.88 staat.

Of het nieuwe trainingsregime ook betekent dat Pennings nieuwe hoogten zal bereiken, durft hij niet te zeggen. Maar hij heeft er alle vertrouwen in. Dat hij in Sittard al 2.10 meter heeft gesprongen, noemt hij uitzonderlijk. Zijn nationale record staat op 2.31. ‘Dit is pas mijn derde springtraining van de winter. Ik geloof in deze aanpak. Het is bewezen dat het werkt.’

Ook Hellebaut kent geen twijfel. Het lijkt slechts een kwestie van tijd voordat zij het wereldrecord in handen krijgt. De voormalige zevenkampster heeft zich volledig gestort op hoogspringen, al betekent dat niet zij daar meer tijd aan besteedt. Ze blijft trainingen doen die haar ook hebben geholpen bij het sprinten en hordelopen.

Het geheim van de hoogste sprong schuilt immers in ‘actieve voeten’ en een snelle aanloop. ‘Ik heb altijd meer tijd besteed aan kogelstoten dan aan hoogspringen. Het springen gaat mij nu eenmaal gemakkelijk af. De beweging zit erin geslepen. Dan is het gewoon een kwestie van aanlopen en springen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden