Analyse Calgary

Hoog, ijl en snel: waarom Nederlandse schaatsers het zo moeilijk hebben in Calgary

Sven Kramer met in de achtergrond Patrick Roest tijdens een training ter voorbereiding op het WK Allround schaatsen. Beeld ANP

Nederlandse allrounders presteren vaak minder in Calgary, waar dit weekeinde de WK allround worden gehouden. De hoogte (1.105 meter) en de ijle lucht vereisen flexibiliteit. En je moet geen schrik hebben, want hard gaat het.

Het zijn weinig hoopgevende cijfers voor de Nederlandse ­titelkandidaten op de WK allround. Nergens presteerden Nederlanders zo slecht op een mondiaal toernooi als op hoogte in ­Calgary. Van de vier keer dat er WK allround in Canada plaatsvonden, won een Nederlander slechts één keer: Sven ­Kramer in 2015.

Wat maakt Calgary anders dan de laaglandbanen van Hamar, Heerenveen en Berlijn, waarop de Nederlandse allrounders van oudsher wél uitblinken (zie ­graphic)?

De ijsbaan in Calgary, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1988, ligt op 1.105 meter boven zeeniveau. De luchtdruk is er lager. Het zorgt ervoor dat de schaatsers tijdens hun wedstrijden in de Olympic Oval minder luchtweerstand ondervinden; ze glijden door de dunne lucht. Van de totale weerstand die schaatsers ondervinden, bedraagt luchtweerstand 80 procent. Het ijs zorgt voor de overige 20 procent.

De hogere snelheden vergen een andere techniek, en dat gaat niet iedereen even gemakkelijk af. ‘De schaatstechniek is niets anders dan een geprogrammeerde beweging in de hersenen’, legt Harm Kuipers, oud-wereldkampioen allround (Oslo, 1975) en tot 2012 hoogleraar bewegingswetenschappen in Maastricht, uit. ‘Je maakt een slag precies ­zoals je die getraind hebt. Word je plotseling, zoals in Calgary, geconfronteerd met een hogere snelheid, dan ga je fouten maken. Een schaatser moet zichzelf dus eigenlijk weer deprogrammeren ­zodra hij op hoogte komt.’

Eric Flaim (VS) in actie tijdens de 1500 meter, 19 Feb 1988, Calgary Olympics. Beeld Getty Images

Jochem Uytdehaage, tweevoudig olympisch kampioen van de Winterspelen van 2002 in het hooggelegen Salt Lake City, noemt het schaatsen op de ­Canadese ijsbaan ‘een sensatie’. ‘Je maakt als schaatser snelheden mee die je nog nooit eerder hebt behaald. Je verlegt je grenzen, dat is voor elke topsporter geweldig.’

Samen met de Utah Olympic Oval in Salt Lake City geldt de vloer van Calgary als de snelste ter wereld. IJsmeesters van beide banen sturen elkaar bij wereldrecords quasi-triomfantelijke whatsapp-berichtjes. Salt Lake City, dat zichzelf graag afficheert als ‘The Fastest Ice on Earth’, ligt op 1.424 meter. Alle wereldrecords op de vijf klassieke afstanden zijn bij de mannen verreden in Salt Lake City, bij de vrouwen vier van de vijf. De ­allroundwereldrecords op de grote en kleine vierkamp zijn wel in Canada gevestigd (door de Amerikaan Shani Davis en de Canadese Cindy Klassen, die Calgary allebei als thuisbasis hadden).

Schaatsen op hoogte, zegt oud-wereldkampioene allround Renate Groenewold (Hamar, 2004), is als rijden in een huurauto: alles voelt nét even wat anders dan je gewend bent. De luchtcirculatie – doordat schaatsers allemaal één kant op rijden ontstaat er vanzelf een beetje wind mee – zorgt op hoogte voor een extra groot voordeel, omdat schaatsers sowieso al harder gaan.

IJle lucht

Tegenover het voordeel in Calgary van de hoogte staat het nadeel van de ijle lucht. Ofwel: er zit minder zuurstof in de lucht, die naar de spieren van de schaatsers getransporteerd kan worden. De overgang naar 1.100 meter vergt tijd. ‘Als ik net aankwam was het alsof ik door een rietje moest ademen’, zegt Groenewold. ‘Ik had een langere aanpassingstijd ­nodig.’

Maar eenmaal gewend aan de omstandigheden, snelde ze als een wervelwind over de baan. In 2007 schaatste ze in ­Calgary het Nederlands record op de 3 kilometer (3.55,98). Het werd in al die jaren die volgden nooit meer verbeterd.

Patrick Roest tijdens een training ter voorbereiding op het WK Allround schaatsen. Beeld ANP

Waar zwaardere, krachtige types als Rintje Ritsma moeilijk uit de verf kwamen op hooglandbanen – ze kunnen hun kracht beter kwijt op laaglandijs – daar was iemand als Jochem Uytdehaage, een lichtgewicht, in het voordeel op het snelle ijs op hoogte.

‘De baan in Calgary vraagt om wat meer rust, beheersing’, doceert de ­wereldkampioen allround van Heerenveen (2002). ‘Als je die beheersing hebt, heb je controle. Je hoeft geen haast te hebben in Calgary, want je glijdt bijna vanzelf over het ijs.’

Techniek

Door de snelheid die wordt ontwikkeld is een aanpassing van de techniek vereist. Carl Verheijen, voormalig wereldkampioen op de 10 kilometer (Salt Lake City, 2001) en bronzen medaillewinnaar van de WK’s allround in Heerenveen en Hamar (2001 en 2004), rekent voor: ‘Je gaat ongeveer 8 tienden sneller per ronde, bijna een seconde dus. Dat lijkt weinig, maar in schaatsen is het veel. Je komt anders uit met je slagen. En dus ook bij de bocht. Je moet anders timen.’

Uytdehaage vult aan: ‘Je gaat niet alleen harder de bochten in, je gaat er ook harder uit. Je bent daardoor geneigd voorzichtiger te zijn, maar je moet juist door blijven trappen in de bocht. Angst is een slechte raadgever.’

(VLNR) Douwe de Vries, Patrick Roest Sven Kramer en Antoinette de Jong tijdens een training ter voorbereiding op het WK Allround schaatsen. Beeld ANP

Bovendien telt er nog zoiets als ervaring bij het rijden op hoogte. Titelverdediger Patrick Roest (Olympisch Stadion in Amsterdam) betreedt in Calgary ­tamelijk onbekend terrein. Al zijn persoonlijke records vestigde hij tot nu toe in Heerenveen.

Op het afgelopen EK allround in het hooggelegen Collalbo (1.100 meter) liet hij zich aftroeven door zijn geslepen ploeggenoot Sven Kramer, de negenvoudig wereldkampioen allround die als geen ander de omstandigheden naar zijn hand kan zetten, ook in Calgary.

Slagenarsenaal

‘Een goede allrounder moet een heel repertoire aan slagen hebben waarmee hij zich kan aanpassen aan de omstandigheden’, betoogt hoogleraar Kuipers. Ook in dat opzicht is Kramer volgens hem in het voordeel ten opzichte van een jongeling als Roest, die vooral op de 10 kilometer onzeker is over zijn mogelijkheden. ‘Kramer heeft hoogstwaarschijnlijk meer programma’s in zijn hersenen ­opgeslagen. Hij beschikt over meer ­varianten.’

Sven Kramer temidden van ondermeer Antoinette de Jong, Patrick Roest, Joy Beune en Douwe de Vries tijdens een training ter voorbereiding op het WK Allround schaatsen. Beeld ANP

Supersnel ijs ligt er volgens de Nederlandse schaatsers nog niet in Calgary, ­lieten ze de afgelopen dagen weten. Toch hoopt Uytdehaage dit weekeinde stiekem op een wereldrecord, bij voorkeur op de 5 kilometer, waarop de Canadese Nederlander Ted-Jan Bloemen – in Salt Lake City – tot nu toe het snelste (6.01,86) reed. Bloemen staat op de deelnemerslijst. ‘Die magische grens van zes minuten gaat er een keer aan. Waarom niet nu door Patrick Roest? Die jongen heeft al laten zien dat hij een geweldige 5 kilometer kan rijden.’

Verheijen denkt dat de Noor Sverre Lunde Pedersen vanwege zijn relatief geringe lengte en beperkte lichaamsgewicht (1.80, 73 kilo) in het voordeel is ten opzichte van de zwaardere Nederlanders Kramer en Roest (1.87 en respectievelijk 80 en 78 kilo). Wellicht kan hij zich scharen bij de selecte groep buitenlanders die de Nederlandse mannen in Calgary te snel zijn af geweest: de Italiaan Roberto Sighel (1992), de Amerikaan Shani Davis (2006) en de Rus Ivan ­Skobrev (2011).

Verheijen: ‘Het is niet voor niets dat op de Spelen van Salt Lake City jongens als Uytdehaage en Derek Parra verrassend goed voor de dag kwamen. Dat zijn lichtgewichten. Het zijn allemaal kleine verschillen, maar die bepalen in topsport wel het verschil.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.