Hockey

Hoofdklasse hockey niet meer de heilige graal voor Belgen


Slechts vier internationals van olympisch hockeykampioen België maken dit seizoen hun opwachting in de Nederlandse hoofdklasse. ‘Je hoeft niet meer per se naar Nederland om je als hockeyer te ontwikkelen.’

Strafcornerspecialist Alexander Hendrickx in actie op de Spelen van Tokio. Beeld BELGA
Strafcornerspecialist Alexander Hendrickx in actie op de Spelen van Tokio.Beeld BELGA

De Belgische revelatie van de Olympische Spelen, strafcornerspecialist Alexander Hendrickx, ging zondag in het Amsterdamse Bos verder waarmee hij in Tokio was gestopt; strafcorners raak pushen. Op de openingsdag van de hoofdklassecompetitie scoorde Hendrickx voor zijn club Pinoké zo driemaal tegen het extreem zwakke Hurley (0-8).

De 28-jarige Hendrickx – topscorer van het olympisch toernooi met 14 treffers – vormt met clubgenoot Sebastien Dockier (31) de helft van de gouden Belgische inbreng in de hoofdklasse. Arthur Van Doren van Bloemendaal en Thomas Briels van Oranje-Rood completeren het kwartet. ‘Ik heb in 2018 voor Pinoké gekozen omdat ik uit mijn comfortzone wilde stappen’, zegt Hendrickx. ‘Na drie landstitels met KHC Dragons in Brasschaat koos ik voor een iets minder sterke Nederlandse club waar ik veel verantwoordelijkheid zou krijgen. Ik kan het elke speler aanraden de stap naar het buitenland te maken.’

Trendbreuk

Toch speelt de overgrote meerderheid van de 18-koppige ploeg die in Tokio olympisch kampioen niet in Nederland, maar in de Belgische competitie. Dat is een trendbreuk. Nog niet zo lang geleden trokken hockeyers uit België massaal de grens over om in Nederland een betere speler te worden. De beste spelers van de wereld kozen voor de sterkste competitie van de wereld.

Nog geen tien jaar geleden speelden er steevast circa tien Belgische A-internationals in de hoofdklasse. De afgelopen jaren is dat aantal gestaag geslonken. Vooral sinds 2015 is sprake van een kentering. Met het oog op de Olympische Spelen van 2016 koos de Belgische hockeybond ervoor om grotendeels centraal te trainen. Veel internationals kozen derhalve voor een club in eigen land.

Thomas Briels Beeld BELGA
Thomas BrielsBeeld BELGA

Volgens Thomas Briels van Oranje-Rood spelen meerdere factoren een rol bij de afgenomen populariteit van de hoofdklasse onder Belgen. ‘De Belgische competitie is de laatste jaren geëvolueerd. Topclubs in België doen kwalitatief weinig onder voor de topclubs in Nederland. Je hoeft niet meer per se naar Nederland om je als hockeyer te ontwikkelen’, stelt de 34-jarige aanvaller. De Europese, wereld- en olympische titel hebben volgens hem veel losgemaakt in België. ‘Er zijn veel stappen gezet om de competitie naar een hoger plan te tillen en ook sponsoren kregen oog voor het hockey. Inmiddels kun je als hockeyer in België goed van je sport leven.’

Inhaalslag

Toen Briels in 2008 overstapte van KHC Dragons naar het toenmalige Oranje Zwart in Eindhoven werd hij vaak meewarig aangekeken. ‘Wat doet die kleine Belg in de hoofdklasse?’, zo hoorde ik vaak. Het verschil tussen het Belgische en Nederlandse hockey was enorm. Ik weet nog dat we op het EK in 2007 in de halve finale met 7-2 werden afgedroogd door Nederland. Inmiddels heeft zowel de Belgische ploeg als de competitie een enorme inhaalslag gemaakt.’

De Nederlandse topcoach Michel van den Heuvel, sinds 1 september bondscoach van België, ziet al langer dat het gat tussen de Nederlandse, Belgische en Duitse competitie kleiner wordt. ‘Het niveau trekt naar elkaar toe. De hoofdklasse wordt nog altijd gekwalificeerd als de sterkste competitie ter wereld maar is dat eigenlijk nog wel zo? Als ik kijk naar de publieke belangstelling, de faciliteiten en de accommodaties in Nederland zou ik zeggen: ja. Maar als je puur de kwaliteit van de topteams vergelijkt, dan ligt dat tegenwoordig heel dicht bij elkaar. In België hebben vijf clubs echt serieuze topsportprogramma’s’, aldus Van den Heuvel die wel opmerkt dat de hoofdklasse in de breedte sterker is dan de Belgische Hockey League. ‘Verder zegt het wel iets dat de afgelopen jaren de eerste Nederlandse internationals, zoals Bob de Voogd en Sander Baart, voor de Belgische competitie kozen.’

Belangen botsen

Als voormalig clubcoach van Bloemendaal en Oranje Zwart weet Van den Heuvel als geen ander dat de belangen tussen topclubs en (inter)nationale bonden regelmatig botsen. ‘Door de drukke internationale kalender gaat het steeds meer wringen. Met de Belgische ploeg draaien we een vol programma waardoor bijvoorbeeld Arthur Van Doren pas aan het eind van de week bij zijn club Bloemendaal kan aansluiten.’

Voor Briels geen moeilijke spagaten meer. De oud-captain van de Red Lions stopte na het olympisch goud van Tokio als international en kan zich volledig richten op Oranje-Rood. ‘Als persoon en als hockeyer ben ik gegroeid in Nederland. Soms was de combinatie met de nationale ploeg lastig, maar met goede communicatie tussen club en bond kom je een heel eind.’

Van den Heuvel: ‘Het is zeker niet gezegd dat ik nu als bondscoach Belgische spelers adviseer om in eigen land te blijven. Ik kijk altijd naar het individu en naar het totaalplaatje; niet alleen naar het hockey maar ook naar bijvoorbeeld de combinatie met studie, gezin en het internationale programma van dat jaar.’

‘Geen devaluatie hoofdklasse’

Algemeen directeur Erik Gerritsen van hockeybond KNHB noemt het ‘niet per se een zorgelijke ontwikkeling’ dat er dit seizoen weinig hockeyers van olympisch kampioen België in de hoofdklasse actief zijn. ‘Veel Belgische spelers kiezen ervoor om in eigen land te spelen en ik denk dat het voor het internationale clubhockey alleen maar goed is dat de Belgische Hockey League een volwassen competitie is geworden. Het zou voor onze sport heel goed zijn als er op termijn met Nederland, België, Duitsland, Spanje en Engeland vijf sterke Europese competities zijn.’

Gerritsen is ervan overtuigd dat de Nederlandse hoofdklasse nog altijd mondiaal de sterkste is. ‘De aantrekkingskracht van de hoofdklasse is heel groot. Er is zeker geen sprake van devaluatie door het geringe aantal Belgen. Hier tegenover staat de komst van vijf Australische internationals die in Tokio olympisch zilver wonnen. Ik vind het wel heel belangrijk dat de allerbeste buitenlandse spelers naar Nederland komen en niet de subtoppers die de ontwikkeling van Nederlands talent in de weg staan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden