Hölzenbein valt, terecht naar nu blijkt

Nederland en Duitsland kunnen elkaar bij het WK pas in de finale treffen. Als het zover komt, zal Bernd Hölzenbein (60) weer elke dag opdraven om nog één keer uit te leggen, hoe het met die penalty zat....

Elke dag die God geeft, wordt hij ermee geconfronteerd. Elke dag gaat het over de Val, de Struikelpartij, de Duik, de Penalty en natuurlijk, altijd weer, de Schwalbe. Ja toch, Bernd, zeggen ze dan. En Bernd Hölzenbein houdt het gezicht in de plooi.

Het verhaal van de Duitse penalty uit de WK-finale van 1974 is al 32 jaar lang zijn dagelijkse exercitie. We beginnen voorzichtigjes over die eerste door hem afgedwongen strafschop, in de beslissende, totaal verregende groepswedstrijd tegen Polen, die nota bene werd gemist door collega Uli Hoeness.

Hölzenbein, kleine man, zachte stem, is echter in een machtige sprint (‘ik was een snelle, daarom maakten ze die overtredingen op mij’) al doorgestormd naar die van de finale. ‘Steeds weer hebben ze het over die bal met Jansen. Het is het verhaal van mijn leven geworden. Steeds weer de vraag hoe het met die elfmeter, die zogenaamde schwalbe, liep.

‘Ik hoef maar ergens binnen te komen, een feestje, een bijeenkomst, de kleedkamer, de kantine na een wedstrijdje. En binnen vijf minuten vraagt er iemand: Bernd, hoe zat dat? Ik kan er nooit een grap over maken, want dan kun je de volgende dag in de krant lezen wat je in scherts hebt gezegd.’

De toestand is, volgens Hölzenbein, ook met een halve, niet in ernst beantwoorde opmerking begonnen. Want geen misverstand, ‘deze sage dateert niet van de finale, die is pas maanden later gekomen’.

In de finale was er nauwelijks opwinding over de door Breitner benutte pingel, de 1-1. ‘Cruijff ging in de rust wel bij de scheidsrechter klagen, maar dat ging over Berti Vogts die steeds gas bleef geven. Het voetbal was in die tijd zonder video’s, nog erg ruw en onzuiver. Vogts had voor zijn overtredingen van achter nu al lang rood gehad.’

Hölzenbein werd wereldkampioen, ruilde zijn shirtje met Wim Suurbier en kreeg een fijn, verbeterd contract bij Eintracht Frankfurt. ‘Driehonderdduizend mark, 150 duizend euro nu, het beste dat ik ooit getekend heb.’

En toen kwam na de fraaie WK-zomer de herfst. ‘Ik speelde een wedstrijd in de competitie en werd onderuit geschoffeld en kreeg een penalty. Stond er bij de kleedkamerdeur een journalist van Bild Zeitung en die zei: ik heb nu precies gezien hoe jij dat doet. Hij had het idee dat ik de voet van de tegenstander zocht, mijn been inhaakte en me dan liet vallen. Ik, domoor, heb alleen maar gegrijnsd, niks gezegd. Niet eens gezegd van: dat klopt niet, dat heb je verkeerd.’

De volgende dag kregen drie miljoen lezers de lezing van de Bild-verslaggever voorgeschoteld. In chocoladeletters, Bernd Hölzenbein: Ich Habe Mich Fallen Lassen. ‘Daarmee is het begonnen. Want ik maakte nog een tweede fout. Ik ging in beroep bij justitie. Ik eiste een rechtzetting van Bild. De rechter heeft me in het gelijk gesteld, ik heb de rectificatie gekregen.

‘Toen begon het pas echt. Andere kranten schreven er verhalen over. Tv-stations, ook uit Nederland, wilden weten hoe dat zat. Sindsdien is het nooit meer opgehouden. Zo is deze geschiedenis ontstaan.’

Tegenwoordig verschijnt Hölzenbein weer elke dag op televisie. ‘Want in Duitsland worden veel programma’s gemaakt. ’s Ochtends, ’s middags en ’s avonds. Ik ben nog nooit in mijn leven zo veel op tv geweest. In onze jaren, 1974 en 1978, kwam er ’s avonds na de Tagesschau nog iets van vijf minuten over het Duitse elftal.

‘Zelf kregen we er bijna niets van mee. We zaten in een Spartaanse omgeving in Malente, het trainingskamp van de bond. Er was een teeveetje, in de tv-kamer, waar we ’s avonds een film keken. Er waren geen live-schakelingen, er waren geen praatprogramma’s. Alleen de column van Hennes Weisweiler in Bild was veelbesproken.’

Het verschil met 2006 is enorm. ‘Nu is het alleen maar voetbal, voetbal, voetbal. Die hele opwinding is nieuw. Als er, zoals vorige week woensdag, tegen Polen wordt gespeeld, moet ik onmiddellijk opdraven. Voor de zoveelste keer vertellen van de Wasserschlacht in Frankfurt, hoe we in dat waterballet van het Waldstadion hebben kunnen voetballen.’

De media-aandacht heeft ook te maken met de nieuwe waardering voor oude helden. In Duitsland maakte de film Het Wonder van Bern, over de wereldkampioenen van 1954, een nieuw gevoel van trots los bij de bevolking. In diezelfde sfeer worden nu de jongens van 1974 opgehemeld.

‘Hoe langer iets voorbij is, hoe verder het in het verleden ligt, hoe mooier het wordt. Alle slechte wedstrijden zijn uit het geheugen verdwenen. Ik word elke dag aangesproken als der Weltmeister. Dan ben je en dat blijf je.’

Hij is de ambassadeur van het WK in zijn stad, Frankfurt. Een onbetaalde baan, ‘waarvoor ik me vaak in mijn nette pak, zelfs een slipjas, moet hijsen om bij een ontvangst met bijvoorbeeld hoge Nederlandse gasten te zijn’.

Hölzenbein, tussen alle drukte door nog bezig met transfers voor zijn werkgever Eintracht, praat op die momenten het liefst over de kansen van Duitsland. ‘Drie weken geleden stond ik alleen in Duitsland, met mijn voorspelling dat ons elftal wereldkampioen zal worden. Ik gaf veel interviews en het viel me snel op dat alle journalisten en ook de oud-collega’s negatief waren.

‘Die kunnen niks en dat wordt niks, met een beetje geluk komen ze door de voorronde en worden ze door Zweden pechvol uitgeschakeld, zo was de gedachte. Ik heb vanaf dag één gezegd: wij worden wereldkampioen. Nu in de euforie van dit moment in Duitsland, zegt iedereen me dat na.

‘Maar we overdrijven. We winnen met 4-2 van Costa Rica, een ploeg die in de voorbereiding nog van amateurs verloor, en we vallen elkaar van opwinding in de armen. De fans startten direct de auto’s voor een optocht.

‘En als het onverhoopt misgaat, komt de zaag weer tevoorschijn. Bild heeft Klinsmann, de bondscoach, proberen te kleineren. Klinsi, Krimsi. Om nooit meer mee te praten.

‘Nu gaat het goed en is het grote slijmen begonnen. Maar o, wee als het fout gaat. Dat is voetbal. Deze sport leeft van de overdreven verwachtingen.’

Hölzenbein heeft zijn redenen Duitsland op zijn plaatsingslijst op één te zetten. ‘Wij hebben een ploeg die zonder druk aan dit toernooi heeft kunnen beginnen. Dat wordt toch niks, was de heersende mening. Het team kon zich verbeteren, zeker door de fitnesstraining van Klinsmann, dat was mij direct duidelijk.

‘En we hebben het onmiskenbare thuisvoordeel, een onderschatte factor. Ik heb dat zelf in 1974 meegemaakt. Je kent de stadions, zelfs de lucht die er hangt. Iedereen staat achter je. Je speelt alleen maar thuiswedstrijden, de tegenstanders louter uitwedstrijden.

‘Zelfs de scheidsrechters zijn geneigd iets in je voordeel uit te leggen. Vier jaar later in Argentinië merkte ik het verschil. Het eten was anders, het bed voelde anders, we voetbalden anders.’

Het WK leeft in Duitsland op een manier die werkelijk niemand voor mogelijk had gehouden. ‘De wereld te gast bij vrienden, is de slogan, maar zo is het ook echt. Het is niet gespeeld. Duitsland omarmt iedereen. Dat heeft me echt verbaasd.’

De natie heeft zich in zwart-rood-goud gehuld en gaat bij voortduring de straat op. Het is een schril contrast met toen. ‘Wij werden wereldkampioen in München en we werden toegezwaaid toen we naar ons hotel teruggingen. Toen kwam die ruzie over de vrouwen die niet bij het feest naar binnen mochten.

‘De volgende dag gingen we voor het traditionele onthaal naar Frankfurt, met twee spelers, Grabowski en ik, de coach, Helmut Schon omdat hij toch naar Wiesbaden moest, en de masseur. De rest was al naar huis. We werden rondgereden in een open wagen en zwaaiden van het balkon. Dat was het.

‘Hoe het nu zal gaan, als het zo ver komt? Ik kan me er geen idee van vormen. Het is sowieso de vraag hoe Duitsland verder wil na dit WK. Hoe moeten wij met ons leven verder zonder WK? Waar is het videoscherm? Waar gaan we ’s avonds iets vieren? Hoe moet dit verder?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.