Hoeden en paarden

Engeland is deze week niet alleen in de ban van het WK voetbal, maar ook van de Royal Ascot- paardenrennen....

‘Zo veel veren. Het lijkt wel of er dit jaar een explosie op een kippenboerderij heeft plaatsgevonden’, zegt een vrouw in een gele jurk.

‘De kleding is kleurrijker’, zegt haar vriendin. ‘Ik dacht juist dat wit de nieuwe modekleur is dit voorjaar’, meent de ander. ‘Zwart kan echt niet. Die lijkt net op de weduwe van een maffioso’, zegt een vriendin over de jurk van een voorbijlopende vrouw.

Op parkeerterrein 4 keuvelt Anton Murphy met zijn ‘Anglo-Ierse’ gezelschap van vrienden en vriendinnen. Het buffet is uitgestald. Twee koks bedienen de twaalf aanwezigen. Murphy nipt aan de champagne, hoewel de koersen al een uur geleden zijn begonnen. ‘Mis ik iets? Ik denk het niet. De interessante koersen zijn pas later op de middag. Dan ben ik dronken.’

Afgezien van de koningin lijkt bijna niemand naar Royal Ascot te komen om de paardenrennen te zien. Hare Majesteit mag dan met een verrekijker de paarden volgen, de andere 70 duizend bezoekers zijn naar het beroemdste paardensportevenement in de wereld gereisd om te eten en drinken, andere mensen te zien en, vooral, om zelf gezien te worden.

De paardenrennen – hoe legendarisch de paarden ook mogen zijn en hoe beroemd ook jockeys als Frankie Dettori en Kieren Fallon – zijn niet het visitekaartje van Ascot. Het picknicken op de parkeerplaatsen, het flaneren langs de terrassen en het opzoeken van bekende gezichten, daar gaat het om op Ascot. ‘Of ik de naam van een paard weet?’ giechelt Melissa Hutton uit Southampton. ‘Nee. Echt niet. Ik heb er wel op gegokt. Maar ik heb alles verloren. Die namen herinner ik me niet meer’, zegt ze, terwijl ze naar het station rent om een trein te halen.

Alle bezoekers kleden zich voor Ascot. Niet in de racekleuren van hun favoriete paarden of in de nationale kleuren, maar in hun beste pak en met hun mooiste hoed. Lourens Pirenc, een Nederlandse analist die werkt in de City van Londen, heeft zijn trouwpak aangetrokken. ‘Of ik veel om paarden geef? Nou, niet echt. Maar ik doe de analyses van gokbedrijven, de Ladbrokes. Dus dit wilde ik wel een keer zien.’

De dresscode voor het evenement is formeel en elegant, zoals de koningin dat doet. Maar de nouveau riche die in groten getale komt opdagen, kiest vooral de extravagante outfits. De hoeden hebben plaats gemaakt voor hoofddeksels of complete bouwwerken met bloemstukken die bij elk zuchtje wind moeten worden vastgehouden. ‘Volkomen fout’, merkt Ascot-veterane Jo Jo Davidson op. ‘Dit is Berkshire, geen St. Tropez.’

Ze komt zelf al dertig jaar naar Royal Ascot. En tot haar leedwezen heeft ze de laatste jaren de invasie moeten meemaken van wat ze de ‘Eastenders’ noemt. ‘Je herkent de nieuwkomer niet in de eerste plaats aan de hoeden. Een nieuwkomer heeft schoenen met naaldhakken, de traditionele bezoeker loopt op stevige hakken’, zegt ze als ze een Amerikaanse vrouw ziet balanceren over het gras. ‘Ja, en al die toeristen...’

Met afgrijzen ziet het Britse establishment hoe de massa van de middle classes en buitenlandse indringers ervandoor gaat met hun iconen van de sociale zomerkalender. Eerst werd Wimbledon ingepikt, toen de roeiregatta in Henley en de zeilweek in Cowes, daarna de Chelsea Flower Show en de Summer Exhibition in de Royal Academy. En nu ook Royal Ascot. Waar kunnen de blauwbloedige zonen nog blauwbloedige dochters ontmoeten? ‘Nergens meer’, schudt Jo Jo Davidson het gerimpelde hoofd. ‘Waarom komen al die lui hier? Niet omdat ze van sport of kunst houden, maar om tegen vrienden en familie te kunnen zeggen: ik was op Ascot, of: ik was op de Royal Academy’, moppert ze.

Zelf behoort ze tot het kleine deel van de Ascot-gangers dat de uitslagen van Newmarket kent, en de laatste winnaars van de Sussex Stakes en Irish 2000 Guineas. Maar de grote massa bekommert zich alleen om de kleding. Melissa Hutton uit Southampton: ‘Ach, ik houd van paarden. Maar eigenlijk niet van paardenrennen. Het meeste houd ik van winkelen.’

Hutton heeft samen met haar vriendin urenlang in Oxford Street in Londen gezocht naar een passende Ascot-outfit zoals die al wekenlang tevoren door de grote zaken in de etalages zijn uitgestald: jurken, schoenen en vooral hoeden. Er worden duizenden ponden voor uitgegeven. Supermodel Jodie Kidd werd er deze week door de BBC op uitgestuurd om voor 150 pond een Ascot-outfit aan te schaffen. Ze slaagde niet, en stelde teleurgesteld vast: ‘Als ik dat had aangetrokken, was ik hier onmiddellijk gearresteerd.’

Maar bij de Royal Ascot zijn ook plekken – de Heath Enclosure, de Silver Ring – waar ze niet uit de toon zou zijn gevallen. Hier verzamelt zich, voor respectievelijk 7 en 15 pond per persoon, het Ascot-gepeupel: kleedje op de grond, een picknickmand met namaakbubbels. Hoewel T-shirt en spijkerbroek niet verboden zijn – een ontbloot bovenlijf wel – heeft ook hier iedereen zich op zijn paasbest gekleed, zij het dat de hoedjes voor 10 pond bij de Oxfam zijn gekocht. Van de race zien ze helemaal niets. Als ze geen twee meter lang zijn, kunnen ze over de dikke hagen toeschouwers niet eens een paard ontdekken. Maar het is een dagje uit.

Wie echt paarden wil zien, moet voor ruim vijftig pond een tribunekaart voor de eretribune (‘grandstand’) kopen. En wie er echt bij wil horen, moet via relaties een pas voor de royal enclosure zien te bemachtigen. Het is weinigen gegund, hoewel een man zegt dat hij op moeten schieten omdat hij een thee-afspraak heeft in de royal box.

Royal Ascot ligt er fraai bij. Dinsdag opende koningin Elizabeth de nieuwe tribune met een capaciteit van 57 duizend toeschouwers. De verbouwing, een twintig maanden durend project waarvoor de races vorig jaar moesten uitwijken naar York, is op tijd en binnen de begroting voltooid. ‘Het is fantastisch’, zegt Peter Rowntree, een van de 230 leden van de Royal Ascot Racing Club. ‘Binnen een kwartier na aankomst had ik al mijn eerste glas champagne’, stelt hij vergenoegd vast. Maar Anton Murphy, op parkeerterrein 4, vindt het verschrikkelijk. ‘Net Waterloo Station. Ik wil eigenlijk niet eens naar binnen.’

Bijna driehonderd jaar traditie – de eerste Royal Ascot werd in 1711 gehouden tijdens de regering van koningin Anne – is volgens hem door een beschonken architect in één klap ongedaan gemaakt. ‘Ach, het was eigenlijk toch al niets meer. Misschien kom ik volgend jaar niet meer.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.