Analyse Tennis

Hoe wint hij keer op keer? De spelpatronen van Nadal ontrafeld

Voor de elfde keer won Rafael Nadal Roland Garros. Hoe sloopt de gravelkoning al zijn tegenstanders?

Nadal viert zijn overwinning op Dominic Thiem in het Roland Garros stadion in Parijs. Foto AP

Als de speaker bij het voorstellen van Rafael Nadal opsomt wanneer hij Roland Garros heeft gewonnen, begint het Franse publiek al halverwege te juichen. 2005, 2006, 2007, 2008, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014 en in 2017 de tiende: ‘La Decima’. En zondag volgt na een zege in drie sets (6-4, 6-3, 6-2) op Dominic Thiem ‘La Undecima’, de elfde grandslamtitel voor Nadal in Parijs. Een statistiek die ook volgens de 32-jarige Spanjaard te absurd is om van te dromen.

Hoe sloopt de gravelkoning al zijn tegenstanders? Een analyse van zijn geliefde spelpatronen tijdens de finale tegen Thiem.

Spinnen met de forehand

Als iemand Nadal op gravel kan verslaan, is het Thiem. Het is de 24-jarige Oostenrijker in negen onderlinge duels drie keer gelukt. Maar hij heeft op Roland Garros een nadeel. Daar zijn de loodzware topspinballen van Nadal met de forehand een moordwapen. De befaamde ‘krul’ van zijn zwiepende linkerarm is zijn handelsmerk geworden, zeker als die wordt ingezet tegen een enkelhandige backhand. Bij Federer werd het op gravel bijna zielig als Nadal hem met extreem effect bestookte op de backhand. Vorig jaar ontmantelde ‘Rafa’ in de Roland Garrosfinale de enkelhandige backhand van Wawrinka.

Zo doet Nadal het dus ook tegen Thiem, hij zet de nummer 8 van de wereld vast in de backhandhoek om de baan te openen. Thiem zit bijna in de plantenbakken bij de return, als de bal hoog opstuit op zijn enkelhandige backhand. Die hoge raakpunten (Thiems racket komt boven zijn schouder) kosten veel kracht. Hij kan, noodgedwongen, de bal niet dicht genoeg tegen de achterlijn van Nadal aanslaan. In tennisjargon heet dat: niet genoeg ‘lengte’ in zijn slagen leggen. Zo heeft Nadal hem in de rally onder controle.

En de inside-out geslagen forehand (vanuit de rechterhoek van de baan diagonaal naar de linkerzijde) van Nadal voelt als een zweepslag, die Thiem niet ziet aankomen. ‘Zeker op gravel is Nadal een unieke speler’, zegt Robin Haase, vorig jaar op Roland Garros een van de slachtoffers van Nadal. ‘Wanneer je in het tafeltennis een bal met effect ontvangt en je zet alleen je batje er tegenaan, gaat de bal één kant op. Nadal kan dat in het tennis, hij legt zoveel rotatie in de bal na de stuit dat je er niks mee kunt.’

Nadal varieert veel met de forehand, zijn harde topspinbal (geen speler geeft meer wentelingen aan de bal mee dan Nadal) voelt als een eerste klap op het hoofd van zijn tegenstander. Daarna zwiept hij de bal op tempo naar de andere hoek. Zijn voetenwerk is ongeëvenaard, hij danst over het gravel om zijn forehand in stelling te brengen.

‘Nadal opent gemakkelijk cross naar je backhand, zo trekt hij je ver de baan uit’, zegt de Nederlandse oud-prof Sjeng Schalken. ‘Zijn beste bal is de forehand langs de lijn, die bal loopt als het ware van je af. Ik heb dat bij geen enkele andere speler gezien. ‘Hij heeft je bij de keel, al kun je die forehand van Nadal vaak nog belopen. Als je pech hebt, loop je drie keer van rechts naar links en verlies je toch de rally, omdat Nadal niet meer loslaat. Op tempo spelen tegen een tennisser die zoveel spin in zijn slagen legt, is moeilijk. Als je timing niet klopt, springt de bal over je heen.’

Nadal in actie tijdens de wedstrijd. Foto EPA

Domineren met de backhand

De dubbelhandige backhand van Nadal blijft ten onrechte onderbelicht, aldus Haase. ‘Die vind ik vaak nog beter dan de forehand, hij kan er geweldige hoeken mee maken. Niet normaal.’

Ook met de backhand domineert Nadal op gravel. Als hij de bal rechtdoor langs de lijn slaat, gebruikt hij vaak veel topspin. Maar Thiem krijgt bij elke diagonaal geslagen backhand van Nadal, die hij met zijn forehand moet beantwoorden, het gevoel alsof hij door een onzichtbare hand de baan uit wordt geduwd.

De nummer 1 van de wereld kan ook ‘keepen’ met zijn backhand: hij brengt vrijwel alle ballen terug. Met een schitterende versnelling kan hij zelfs een nadelige positie veranderen in een voordelige. Dan is Nadal de schaker die met één zet de stelling van zijn opponent in een ruïne verandert.

Bij Nadal voel je een speciale druk, stelt Haase. ‘De druk ligt niet alleen in de bal die je van hem krijgt. Je voelt vooral de druk dat jij een goeie bal moet afleveren, anders ben je weg. Speel je een mindere bal, dan moet je lopen en wordt het nog moeilijker om die vereiste, goede bal te slaan.’

De volley als stille kracht

Nadal glorieert tegen Thiem niet alleen in de rally, hij durft ook naar het net te komen. Haase: ‘Iedereen beschouwt Nadal als een verdedigende speler, maar hij staat opvallend vaak aan het net. En als hij volleert is het altijd een punt.’

Nadal bouwt de rally zo op dat hij zijn tegenstander langzaam uitmelkt. Ook Thiem loopt noodgedwongen een marathon. Hij wordt van links naar rechts gestuurd en zodra hij een te korte bal en vaak te hoge bal speelt, ergens rond de servicelijn, dan ziet hij Nadal op zich afkomen. De volley na zo’n hoge bal is dan bijna niet te missen. Nadal scoort in de finale zes keer met de volley, het is de stille kracht in zijn spel.

Game, set, match: Het Beest

Nadal kreunt en gromt tegen Thiem als een gewonde tijger, die zijn prooi blijft opjagen. De intensiteit in elke rally is de onweerstaanbare verpakking van zijn slagenarsenaal. Nadal vreet je op, je voelt zijn verschroeiende aura op de baan. ‘Wat hem echt onderscheidt van de rest is dat Nadal elk punt speelt alsof het een matchpoint is’, aldus Haase. ‘En dat kan hij elke partij, elke bal weer opbrengen.’

Wimbledonkampioen Richard Krajicek beschouwt zijn Spaanse vriend als het ultieme rolmodel. ‘Nadal is niet het beste voorbeeld voor de jeugd, zoals hij loopt te rukken aan dat racket bij zijn spinballen. Maar met discipline en hard werken kun je veel compenseren. De deucegames (waarin beide spelers bij de stand

40-40 twee punten af zijn van gamewinst, red.) zijn uitgevonden voor Nadal. Die regel zou ik nooit willen schrappen. Bovendien zou Rafa geen carrière hebben. Hoeveel spelers heeft hij niet geknakt in lange games op 3-3 in de beslissende set? Veel tegenstanders stopten dan met vechten.’