Hoe twee topschaatssters door de diefstal van een koffertje een dopingcontrole ontliepen

De suprematie van Oost-Duitsland is midden jaren tachtig zo groot, dat topschaatsers Yvonne van Gennip en Ria Visser vinden dat het anders moet. Binnen de schaatsbond wordt nagedacht over een oplossing: doping.

Van het dopingkoffertje bestaat nog een tweede exemplaar, dat al die jaren is bewaard door Frans Pellikaan. Hij voerde dertig jaar lang dopingcontroles in het internationale schaatsen uit. Pellikaan liet beide koffertjes in 1976 maken. Beeld Io Cooman

Dit artikel komt het best tot zijn recht in de verrijkte versie, met foto's, video’s en ander archiefmateriaal. Die vindt u hier.

En het hele dossier over doping in de schaatssport vindt u hier.

Het vriest dat het kraakt als een man in een witte jas het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen binnenloopt. Het is zondag 13 januari 1985 en het is al laat. De man meldt zich bij de portier. Hij gedraagt zich alsof hij hier dagelijks komt. Hij weet precies wat hij wil.

Het koffertje.

Het koffertje, gemaakt van hout en verzegeld met een stempel van schaatsbond KNSB, is vijf minuten geleden afgeleverd bij de portiers. Het bevat de urinestalen van de eerste vier vrouwen van het algemeen klassement van het EK schaatsen dat dit weekend in Groningen is gehouden. De urine moet worden onderzocht in het dopinglaboratorium van het ziekenhuis.

De man zegt dat hij de urine komt halen namens het lab. De portier doet wat hij altijd doet in zo’n geval: hij pakt het koffertje uit de koelkast en overhandigt het aan de man.

‘God’, zegt hij even later, als zijn collega terugkomt van de wc, ‘het kistje is al opgehaald.’ Meestal gaat het niet zo snel. Maar de twee zoeken er weinig achter.

Pas de volgende dag meldt de échte laborant zich voor het koffertje. Dan dringt het tot iedereen door. De man die het koffertje meenam, werkt hier niet.

Het koffertje is verdwenen.

In de buisjes zat de urine van twee vrouwen die dat weekend iedereen hebben verbaasd met hun prestaties: Yvonne van Gennip (20) en Ria Visser (23).

Ruim 33 jaar lang blijft het mysterie van het gestolen urinekoffertje onopgehelderd. In de schaatswereld wordt er nauwelijks meer over gesproken. Maar bij een aantal betrokkenen is de affaire nooit uit de gedachten verdwenen.

Het Russische dopingschandaal van de Winterspelen van 2014 in Sotsji, waarbij medewerkers van het dopinglab in Moskou met hulp van de geheime diensten positieve dopingtesten van Russische sporters wegwerkten, blies de herinneringen aan het verdwenen koffertje in Nederland nieuw leven in.

De Volkskrant en het televisieprogramma Andere Tijden Sport deden samen onderzoek naar wat er achter de schermen gebeurde met het koffertje. We spraken met zeven schaatsers, vier artsen, twee schaatscoaches, drie schaatsbestuurders, vier dopingexperts, een wielrenner en een portier. En kwamen tot verrassende bevindingen.

Oostblok

In de zomer van 1984, een half jaar voordat het koffertje verdwijnt, rennen de jonge schaatssters Yvonne van Gennip en Ria Visser door het zand van de Schoorlse duinen. Ze zijn op trainingskamp en tot op het bot gemotiveerd. Van Gennip heeft een moeilijk seizoen achter de rug. Ze twijfelt veel. Ze moet zichzelf er voortdurend van overtuigen dat ze het heus wel kan. Ook Ria Visser is ontevreden: ze wil vaker trainen dan nu. Harder.

Er broeit iets in het Nederlandse schaatsen. Iedereen heeft genoeg van de manier waarop het nu gaat.

De dramatische prestaties van het voorgaande jaar liggen nog vers in het geheugen: bij de Olympische Spelen van februari 1984 in Sarajevo hebben de Nederlandse schaatssters geen enkele medaille behaald. Van Gennip werd nog wel vijfde op de 3.000 meter, maar de Nederlanders moesten keer op keer aanzien hoe de Oost-Duitse en de Russische vrouwen alle podiumplaatsen bezetten. En zo gaat het al jaren.

Nederland kijkt met argwaan naar de Oost-Duitse en Russische vrouwen. Schaatssters roddelen over hun opvallende lichaamsbeharing. Over hun zware stemmen. Over hun vermogen om zo vaak en zo zwaar te trainen. Over het feit dat ze telkens maar winnen. Pas jaren later zal worden bewezen wat velen dan al vermoeden: de schaatssters uit het Oostblok gebruiken doping. Dat maakt het tot een ongelijke strijd.

Als Nederland weer aan de top wil komen, móét er iets veranderen. ‘Als ik onder dezelfde omstandigheden kan trainen als die DDR-vrouwen’, zo vraagt Van Gennip zich in die tijd af, ‘hoever kan ik dan komen?’

Bondscoach Tjaart Kloosterboer heeft al in het voorjaar boos met zijn vuist op tafel geslagen; hij heeft het gevoel dat Nederland wordt uitgelachen door het Oostblok. Hij wil daarom een professionelere aanpak, met drie keer per dag trainen, wonen in gastgezinnen en vrouwen die al hun tijd in het schaatsen willen stoppen. Én hij wil intensieve medische begeleiding. Daarvoor is zijn hoop gevestigd op de bondsarts: Rob Pluijmers.

Pluijmers is een 38-jarige sportarts uit Den Bosch. Hij is ambitieus. Bezeten van zijn vak. En hij werkt als onderzoeker bij Organon, een van de grootste farmaceutische bedrijven in Nederland. De kennis die hij daar heeft opgedaan, kan hij goed gebruiken in de sportwereld.

Organon produceert sinds begin jaren tachtig testosteronpillen onder de naam Andriol. De capsules, ook wel bekend als ‘bruine bolletjes’, groeien uit tot een populair middel onder topsporters. Onder andere de wielerploeg US Postal van Lance Armstrong zal er later gebruik van maken.

Maar Andriol valt onder de anabole steroïden en die staan sinds 1976 op de lijst met verboden middelen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). De ‘spieroppeppers’, zoals ze worden genoemd, worden dan vooral gebruikt door gewichtheffers en kogelstoters. Ze helpen bij de opbouw van spiermassa en het herstellen na zware inspanningen. Bij vrouwelijke gebruikers kunnen onder meer gezichts- en lichaamsbeharing en een verzwaring van de stem als bijeffecten optreden. Ook bestaat er risico op onvruchtbaarheid.

Bondsarts Pluijmers kent de voordelen van testosteron. Sporters die hun spieren heel zwaar belasten, kunnen gebaat zijn bij ‘kleine doses’ anabole steroïden, zegt hij in een interview. Het kan ervoor zorgen dat ze sneller herstellen. Het liefst zou hij daarom intensief onderzoek doen naar het middel. Begin 1984 zegt hij ‘directe signalen uit de sportwereld te krijgen dat er behoefte bestaat aan gedegen voorlichting’ over testosteron.

Een van die signalen komt van Harm Kuipers, toenmalig voorzitter van de medische commissie van schaatsbond KNSB. Het blad Schaats publiceert in september 1984 een artikel waarin Kuipers ervoor pleit om vrouwelijke schaatsers het verboden middel testosteron toe te dienen. ‘Als je een vrouw wilt laten trainen en sporten als een man, dan zul je haar ook het manlijk hormoon moeten laten gebruiken’, aldus Kuipers. Volgens hem is het de enige manier om de wereldtop in te halen en iets te presteren op de Olympische Spelen van Calgary in 1988. Kuipers: ‘Anders kunnen we het vergeten.’ Nu zegt Kuipers dat zijn uitspraken destijds ‘uit de context’ zijn gehaald.

Op het trainingskamp in Schoorl verzamelen Nederlandse schaatssters zich in de zomer van 1984 in een zaaltje. Voor hen staat bondsarts Pluijmers. ‘De hele kernploeg zat er’, herinnert Pluijmers zich tegenover ons. ‘We moesten de seizoensplanning doen. Conditietesten, inspanningstesten.’

Die avond doet hij nog iets anders. ‘Ik heb uitgebreide voorlichting gegeven over hoe het zat met testosteron’, zegt hij. ‘Ik vertelde, als ze dat spul gebruikten, hoelang ze dan positief zouden kunnen zijn. Dat deed ik op verzoek van Tjaart Kloosterboer (de bondscoach, red.) en de fysiotherapeut.’

‘Kloosterboer zei: wij moeten ook aan die spullen, anders kunnen we niet mee met die Oost-Duitsers’, vertelt Pluijmers. ‘Dat zei hij tegen de hele ploeg. Voorál Tjaart heeft erop aangedrongen dat die meiden ook testosteron, anabolen gingen gebruiken, als ze dus mee wilden tellen in het geheel. De gedachte was: ja god, als je mee wil, dan kun je gewoon niet achterblijven.’

Kloosterboer ontkent ooit dergelijke uitlatingen te hebben gedaan. ‘In mijn sportethiek is het bij mij nooit een optie geweest dat ik ook maar één sporter onder mijn hoede, man of vrouw, gestimuleerd heb, geactiveerd heb om verboden middelen te gebruiken. Never te nooit niet.’

EK 1985, de ommekeer

Een half jaar later, in januari 1985, wordt het EK schaatsen voor vrouwen gehouden in Groningen – een eerste test of de nieuwe aanpak vruchten afwerpt.

En warempel: Yvonne van Gennip en Ria Visser eindigen dat weekend bij de eerste vier, tussen de Oost-Duitse vrouwen – tot verbazing van velen. ‘Hoe kan het?’, vraagt tv-commentator Mart Smeets zich af. Van Gennip wint zowel de 3.000 als de 5.000 meter, Ria Visser de 1.500 meter.

Nog op de schaatsbaan begint Smeets tegenover Yvonne van Gennip over het feit dat ze drie keer per dag trainen.

‘Dat is bijna Oost-Duits hè?’, zegt hij.

Van Gennip: ‘Ja, het begint erop te lijken.’

Smeets: ‘Maar het is het nog niet, vind jij?’

Van Gennip: ‘Nou, nog niet helemaal. Er zijn nog een aantal dingen die nog beter kunnen worden.’

Smeets: ‘Zoals welke?’

Van Gennip: ‘Nou, de medische begeleiding, met name. Ik denk dat die in het Oostblok veel intensiever nog is.’

Smeets: ‘Wat versta je onder medische begeleiding?’

Van Gennip: ‘Nou, een aantal testen. Bloedproeven. Ik denk dat dat nog veel meer kan gebeuren bij ons.’

Diezelfde avond is Smeets zo in zijn nopjes met de successen dat hij de vrouwen live op televisie een fles champagne overhandigt. Hij merkt op dat iedere profvoetballer in Nederland nog wat kan leren van de manier waarop zij zijn gaan trainen. ‘Dat halve werk, dat schiet niet op’, zegt Ria Visser tegen Smeets.

Terwijl in de studio de wedergeboorte van het Nederlandse vrouwenschaatsen wordt gevierd, is het koffertje met de urinestalen van Van Gennip en Visser onderweg naar het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen.

Schandaal

Het is maandag, een dag na het succesvolle EK, als in het Radboud Ziekenhuis paniek uitbreekt. De reputatie van het dopinglab staat op het spel door de diefstal van de urinemonsters. Het IOC heeft het lab eerder dat jaar officieel erkend als een van de vijftien dopinglaboratoria ter wereld. En het is een internationale doodzonde dat potentieel bewijsmateriaal van dopingovertredingen zomaar verdwijnt.

Het lab, onder leiding van hoogleraar Jacques van Rossum, heeft vlak voor het EK een nieuw apparaat gekocht. Een massaspectrometer van 200 duizend gulden (ruim 90 duizend euro), om testosteron in urine van sporters te kunnen opsporen.

In het lab wordt volop gespeculeerd over de toedracht van de diefstal. Zou het kunnen dat iemand er achter is gekomen dat het lab sinds kort over de massaspectrometer beschikt? Dat iemand een positieve dopingtest heeft willen voorkomen?

Terwijl Van Gennip en Visser na hun succesvolle weekend onderweg zijn naar het Zwitserse Davos voor een trainingskamp, wordt KNSB-directeur Jurjen Osinga door Van Rossum ingelicht over de gestolen urinemonsters van de schaatssters.

De euforie van het EK is meteen verdwenen. Osinga vreest een internationaal schandaal omdat Nederland als organiserend land verantwoordelijk is voor de dopingcontroles van de schaatsers. Hij moet achterhalen wat er precies is gebeurd.

Vicevoorzitter van de KNSB Dick van Zanten vertelt hem iets geks. Bondsarts Pluijmers is onwel geworden toen hij met de schaatssters op weg was naar Davos en wilde niet meer verder. Van Zanten heeft hem halsoverkop moeten ophalen in Duitsland.

‘Nou, toen was de link voor mij snel gelegd’, zegt Osinga. ‘Pluijmers ziek en het koffertje was weg.’

Osinga neemt een rigoureus besluit. Omdat hij niemand durft te vertrouwen, stapt hij zelf de auto in en rijdt naar het Radboud Ziekenhuis. Vandaaruit volgt hij de route naar het huis van bondsarts Pluijmers. ‘Ik stopte op alle parkeerplaatsen en tankstations onderweg om te kijken of het koffertje daar misschien was verstopt. Ik heb zelfs bij de brug van het Maas-Waalkanaal gekeken of ik daar wat zag. Maar ik vond niks.’

Hij gaat ook naar het kantoor van Pluijmers bij Organon. ‘Ik zei tegen de portier: het is zeer dringend, zou ik even op de kamer van Pluijmers mogen kijken? Ik vertelde dat er een koffertje met urinestalen miste. Na enig aandringen, liet hij me binnen. Ik ben op zijn kamer geweest en heb in alle kasten gekeken. Maar nergens een koffertje.’

Daarna bezoekt hij de bondsarts in het ziekenhuis, waar die ligt na zijn inzinking. Artsen hebben niks kunnen vinden. De diagnose is dat hij overspannen is geraakt. ‘Ik ben maar kort bij hem binnen geweest’, zegt Osinga. ‘Hij zei: wat kom je hier eigenlijk doen? De sfeer was onprettig. Hij hield de boot af. Hij zei: ik weet niks, ik ben helemaal van de kaart. Misschien was hij ietwat verward, maar dat kan ook gespeeld zijn geweest.’ Vertwijfeld loopt de KNSB-directeur het ziekenhuis uit.

Ondertussen neemt de onrust bij de KNSB toe. Net nu het vrouwenschaatsen leek gered, hangt er ineens een onuitgesproken dopingverdenking in de lucht. En dan ook nog eens bij de twee veelbelovendste schaatssters van dit moment: Yvonne van Gennip en Ria Visser.

De internationale schaatsbond ISU moet op de hoogte worden gesteld van de gestolen urinestalen. Dat doet Osinga zelf. ‘De voorzitter van de ISU was witheet’, zegt hij.

Dat blijkt eens te meer als dokter Frans Pellikaan van de KNSB, verantwoordelijk voor de dopingcontroles, een brief krijgt van secretaris-generaal Beat Häsler van de ISU. ‘Het baart ons ernstige zorgen dat zoiets kan gebeuren’, schrijft hij.

Op het bondskantoor wordt de kwestie besproken tijdens een vergadering van het dagelijks bestuur. De sfeer is ongemakkelijk. In de vergadering wordt bondsarts Pluijmers als verdachte genoemd. Maar de bond is er niet in geslaagd bewijs tegen hem te vinden.

Van Rossum, het hoofd van het dopinglab, zoekt door. Na een korte zoektocht trekt hij zijn conclusies. De uitkomst houdt hij voor zichzelf.

Wie is de dader?

Nu, 33 jaar later, is Van Rossum vanwege zijn gezondheidstoestand niet meer aanspreekbaar. Maar, zo blijkt, hij had één vertrouweling: Douwe de Boer, toenmalig stagiair van het lab en inmiddels gerenommeerd dopingonderzoeker.

De Boer vertelt hoe Van Rossum begon aan zijn zoektocht, samen met enkele individuen van de KNSB. De portier had een signalement van de dader gegeven: een lange, Nederlands sprekende man. Van Rossum heeft de portier daarop foto’s laten zien van potentiële daders. De Boer: ‘Op basis daarvan is Rob Pluijmers geïdentificeerd.’

Met de positieve match stapte Van Rossum naar de bondsarts. Uiteindelijk gaf Pluijmers toe, aldus De Boer. ‘Hij claimde dat hij overwerkt of overspannen was en dat hij het zich niet kon herinneren. Dat het mogelijk in een vlaag van verstandsverbijstering gebeurde. Maar hij zei ook dat hij het koffertje in de Waal had gegooid. Zoiets kan alleen de dader weten.’

Van Rossum deelde de bekentenis van de bondsarts niet met de buitenwereld, volgens De Boer om het lab en de schaatsbond een afgang te besparen. Pluijmers legde drie dagen na de verdwijning van het koffertje tijdelijk zijn werk neer. Officieel gebeurde dat wegens overspannenheid, maar volgens ingewijden was het vanwege zijn rol rond het verdwenen koffertje. De Boer: ‘Naar mijn informatie wisten enkele individuen binnen de KNSB wel degelijk wie er schuldig was.’

Angst voor imagoschade weerhield de schaatsbond ervan de ware reden voor Pluijmers’ vertrek bekend te maken, denkt toenmalig KNSB-secretaris Letty Corbijn. ‘Het ene bestuurslid was manager, het andere notaris, weer een ander accountant. Dat heb ik me pas later gerealiseerd. En ja, dan komt toch die doofpot, denk ik. Gauw de deksel erop.’

De Volkskrant en Andere Tijden Sport hebben Pluijmers meermaals geconfronteerd met deze bevindingen. De sportarts in ruste bevestigt de confrontatie met Van Rossum, maar zegt niet te weten of hij het koffertje heeft gestolen. ‘Ik ben na het EK in Groningen naar huis gereden’, zegt hij, ‘en onderweg ging het licht uit. Ergens op een rotonde, dat moment kan ik me nog herinneren. Daarna ben ik op de automatische piloot naar huis gereden. Of ik onderweg het koffertje heb gestolen? Ik heb daar totaal geen herinneringen aan. Ze mogen van mij over die periode van alles beweren, ik kan het niet bevestigen of ontkennen of wat dan ook. Ik wéét het gewoon niet.’

Volgens Pluijmers heeft hij op de avond van de diefstal een hersenbloeding gehad en kan hij zich daardoor niks meer herinneren van de daaropvolgende weken. Wel ontkent hij dat hij Van Gennip en Visser testosteron of doping zou hebben toegediend. Hij heeft, zegt hij, slechts voorlichting over de middelen gegeven bij het trainingskamp in Schoorl in 1984 – op verzoek van bondscoach Kloosterboer.

Op de vraag van Andere Tijden Sport of er onder zijn bewind gebruik is gemaakt van doping, antwoordt Pluijmers in 2012: ‘Het waren toen heel andere tijden. Buiten de wedstrijdperiode werd in de hele sport anabolica gegeven. Toen was de regel: je mag alleen niet in wedstrijden gebruiken.’

Volgens de regels mochten verboden middelen op geen enkel moment aan de sporter worden toegediend, ook niet tussentijds.

Voormalig bondssecretaris Corbijn acht het mogelijk dat de schaatssters doping kregen zonder het te weten. ‘Het hele spul was natuurlijk zo naïef als wat. Dat heb ik zelf ook wel gezien in die tijd. Dat een arts ze pillen kon geven en dat ze niet eens vroegen wat erin zat.’

Na zijn tijd in het schaatsen werd Pluijmers actief in het wielrennen. Oud-renner Maarten Ducrot herinnert zich dat hij van de arts doping kreeg. ‘Pluijmers gaf me bolletjes Andriol. Los, zo in de hand. We gebruikten het in trainingsperioden en er waren geen out-of-competition controles. Ik had het idee dat het hielp bij het herstellen.’ Pluijmers ontkent dat hij doping aan Ducrot heeft verstrekt.

Ontkenning

Yvonne van Gennip en Ria Visser ontkennen dat ze ooit doping hebben gebruikt. Ze zeggen geschokt te zijn door de conclusies van het onderzoek. Toen Van Gennip in 2010 van het gestolen koffertje hoorde, heeft ze voormalig bondsarts Pluijmers gebeld om te vragen of hij haar ooit verboden middelen heeft voorgeschreven of toegediend. ‘Ik wilde het honderd procent zeker weten’, aldus Van Gennip. ‘Hij zei toen: ‘Yvonne, maak je geen zorgen.’ Voor mij was de kous daarmee af.’

Ria Visser: ‘We kregen vitamine- en griepinjecties. Als ik naar een arts ga en ik krijg een injectie, dan ga ik ervan uit dat dat klopt. Een arts is een persoon op wie je moet kunnen vertrouwen. Ik ga niet aan hem vragen: hallo, wat zit daar nou in? Ik heb niet bewust of onbewust (doping, red.) gebruikt.’

Na het bewuste EK in Groningen ging de carrière van Visser als een nachtkaars uit. Yvonne van Gennip werd een van de succesvolste schaatsers ter wereld en won op de Olympische Spelen van 1988 drie keer goud.

WEERWOORD

‘Never nooit. Ik weet wat ik slik’

Yvonne van Gennip ontkent dat ze ooit doping heeft gebruikt: ‘Never nooit. Ik weet zelf wat ik in mijn mond stop. Natuurlijk heb ik verdenkingen gehad richting Oost-Duitsland, maar geen haar op mijn hoofd dat we er zelf aan zouden denken. Als ik dit als leek zie, dan zou ik zeggen:

1 en 1 is 3, die hebben gebruikt. Maar ik heb een schoon geweten. Ik word nog geregeld door mensen aangesproken over mijn prestaties. Ik zou niet met mezelf kunnen leven als ik dat niet op een eerlijke manier had gedaan. Verder hebben we nooit voorlichting gehad over doping in Schoorl.

‘Omdat ik zelf zeker weet dat ik niks heb gebruikt, moet je alles uit kunnen sluiten. Dus toen ik hier een paar jaar geleden van hoorde, heb ik Rob Pluijmers gebeld en gevraagd of de griepinjectie en de gammaglobulinen die we jaarlijks kregen ook echt een griepinjectie en gammaglobulinen waren. Hij zei toen dat dát het gewoon was. En ook: Yvonne, maak je geen zorgen. Voor mij was de kous daarmee af. Dit is een bizar verhaal. En heel vervelend. Je kunt je niet verdedigen. Ik neem het de bond kwalijk dat ze ons hier niet over hebben ingelicht. Open en eerlijk zijn ze niet geweest.’

Ook Ria Visser ontkent dopinggebruik. ‘Wat denk je nou dat ik als antwoord ga geven? Dat is toch simpel? Ik zeg nee, ik heb niet bewust of onbewust (doping, red.) gebruikt. Er zijn momenten in de sport dat je boven jezelf uitstijgt. Dat is mij tijdens mijn schaatscarrière een aantal keren overkomen.

‘We kregen vitamine- en griepinjecties. Als ik naar een arts ga en ik krijg een injectie, dan ga ik ervan uit dat dat klopt. Een arts is een persoon op wie je moet kunnen vertrouwen. Ik ga niet aan hem vragen: hallo, wat zit daar nou in? Je kreeg weleens een pilletje tegen hoofdpijn of misselijkheid. Dan wordt er iets uit die tas gehaald en dat is dan een pilletje. Ik vind dat normaal.

‘Dit gaat over iets wat zó onder het kleed geveegd is. Er zijn gewoon dingen waar ik als schaatsster totaal geen weet van heb gehad. Ik vind het onbegrijpelijk dat hier door de bond nooit over is gesproken met ons. Ik vind dit hele verhaal voor Yvonne tien keer erger dan voor mij. Want Yvonne heeft écht gepresteerd.’

Voormalig bondsarts Rob Pluijmers zegt dat hij nooit doping heeft verstrekt aan de schaatssters, maar hij heeft ook diverse malen verklaard dat het destijds gebruikelijk was in de hele sport om anabolica buiten de wedstrijdperioden om te geven. Verder stelt hij dat hij op de avond van de diefstal een hersenbloeding heeft gehad, waardoor hij zich niets van het voorval en van de weken daarna kan herinneren. ‘Alles is mogelijk. Maar alles is ook niet mogelijk. Echt, ik weet het niet.’

Na recente verzoeken van de Volkskrant om hem opnieuw te spreken zegt hij te lijden aan dementie. Daarom wil hij de Volkskrant niet meer te woord staan.

Zijn vrouw Els Pluijmers antwoordt namens hem: ‘De gezondheidssituatie van mijn man van destijds was bekend bij de diverse betrokkenen, waardoor het wellicht ook goed uitkomt bepaalde zaken aan mijn man toe te dichten.’ Ze zegt bij het gesprek met het hoofd van het dopinglab te zijn geweest. Volgens haar heeft haar man daar ‘beslist niet’ verklaard dat hij een koffer in de Waal heeft gegooid. Ook stelt ze: ‘Mijn man bevestigt dat er op initiatief van de begeleiding van de dames-kernploeg in de zomer van 1984 een voorlichtingsbijeenkomst is georganiseerd, waarbij mijn man een voordracht over het fenomeen ‘doping in de sport’ heeft verzorgd. Een en ander was actueel vanwege het opmerkelijke succes van de Oost-Duitse vrouwen.’

Voormalig bondscoach Tjaart Kloosterboer: ‘Het verhaal van Pluijmers klopt absoluut niet. In mijn sportethiek is het nooit een optie geweest dat ik ook maar één sporter onder mijn hoede, man of vrouw, gestimuleerd heb of geadviseerd heb om verboden middelen te gebruiken. Nooit.

‘Op een gegeven moment voerden we gesprekken met de ploeg omdat je absoluut wilde dat sporters ook zelf verantwoordelijk werden, dat ze zich realiseerden in welke wereld ze functioneerden. Waar ben je mee bezig? Dat ze zelf besluiten nemen en dat ze zelf op een gegeven ogenblik beslissen: wat ga ik wel en wat ga ik niet doen?

‘Het is mogelijk dat er zo’n bijeenkomst in Schoorl heeft plaatsgevonden, ik kan dat niet nagaan. Maar ik accepteer op geen enkele wijze betrokken te worden in besluiten die ik niet heb genomen, zoals het voorschrijven van stimulerende middelen.’

Verantwoording

Naar aanleiding van een tip uit de schaatswereld deed de Volkskrant het afgelopen jaar onderzoek naar doping in het schaatsen. De krant sprak tientallen bronnen in binnen- en buitenland om een beeld te krijgen welke rol het ­gebruik van verboden middelen in de schaatswereld heeft gespeeld van de jaren tachtig tot nu. Dat heeft geresulteerd in een aantal verhalen die de komende periode worden gepubliceerd.

Dit verhaal is gemaakt in samenwerking met het tv-programma ­Andere Tijden Sport, dat vrijdagavond om 20.35 uur een uitzending aan het onderwerp besteedt. De ­samenwerking kwam gedurende het onderzoek tot stand nadat was gebleken dat Andere ­Tijden Sport ook in de zaak was gedoken.

Tijdens alle gesprekken bleek dat veel personen uit de schaats­wereld twijfels hebben bij het beeld dat de schaatssport, in tegenstelling tot veel andere sporten, nagenoeg ­dopingvrij is. Er doen veel geruchten de ronde over positieve tests en schaatsers die vals spelen. Met dit onderzoek proberen we die te ontkrachten of te bevestigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden