Reportage Fitness van Hans Kroon

Hoe topjudoka’s topfit raken bij Hans Kroon: een beetje sterven hoort erbij

Topjudoka’s Marhinde Verkerk en Roy Meyer komen maandag in actie op de Europese Spelen. Ze zweren bij de fysieke aanpak van Hans Kroon. ‘Op een gegeven moment ben je bereid om dood te gaan. Alleen dan valt het mee.’

Judoka Marhinde Verkerk traint bij Hans Kroon in de sportschool. Beeld Klaas Jan van der Weij

In een oude gymzaal in Rotterdam-Noord zet ijzer de toon. Overal staan fitnessapparaten met zware gewichten opgesteld. Het enige gangpad leidt van de afgebladderde achterdeur naar een bar, waar gewonnen bekers, een blender en een pot creatine het houten blad vullen.

Als judoka’s Roy Meyer en Marhinde Verkerk vandaag tijdens de Europese Spelen edelmetaal winnen, dan is de basis voor die prestatie gelegd in deze spartaanse omgeving. Zij vertrouwen hun lot al jaren toe aan krachttrainer Hans Kroon, een voormalige militair die er een onorthodoxe manier van werken op nahoudt.

‘Iedereen die hier komt, verbaast zich over de manier waarop wij tekeergaan’, zegt de 59-jarige sportschoolhouder, die al 37 jaar met harde hand regeert. ‘Als je iets exceptioneels wilt bereiken, zal je ook exceptioneel hard moeten trainen. Zo simpel is het.’

Grenzen verleggen

In de oude gymzaal wil Kroon fysieke barrières doorbreken en mentale grenzen verleggen. Alles wat helpt bij het behalen van het uiteindelijke doel is in zijn ogen geoorloofd. Zelfs het uitdelen van een ferme tik. Kroon: ‘Kun je dat vaak doen? Nee, natuurlijk niet. Maar soms is het nodig om iemand wakker te schudden.’

Toen de judobond begin 2017 alle judoka’s verplichtte voortaan centraal op Papendal te gaan trainen, stonden Verkerk en Meyer erop dat ze hun krachttraining in Rotterdam konden blijven doen. Ook Juul Franssen wilde met Kroon blijven werken. De 29-jarige judoka, die zondag in de categorie tot 63 kilo in actie kwam op de Europese Spelen in Minsk, spande er zelfs een rechtszaak voor aan.

Marhinde Verkerk en Roy Meyer. Beeld Klaas Jan van der Weij

Volgens Kroon zijn sporters tot meer in staat dan ze denken. De grootste belemmering zit in het hoofd. In zijn rauwe werkplaats is alles aanwezig om die mentale muur te slechten. Om de ware aard van de sporters te doorgronden, prikkelt en zuigt hij tot ver voorbij het gangbare. Hij wil tot de kern doordringen: ‘Vecht je of vlucht je?’

Verkerk (33), titelverdediger bij de Europese Spelen in Minsk, herinnert zich nog goed hoe zenuwachtig ze zestien jaar geleden was. Red ik het wel of niet vandaag, vroeg ze zich de eerste maanden af als ze de sportschool binnenstapte en Kroon met een uitgestreken gezicht al op haar stond te wachten. ‘Op een gegeven zeg je tegen jezelf dat je bereid bent om dood te gaan. Alleen op die manier kan het meevallen. En dan nog weet hij je te verrassen. Soms denk je: nu heb ik je door. Maar dan komt hij toch weer met een andere oefening waardoor hij je mentaal en fysiek test.’

Kotsen

In de loop der jaren zag de wereldkampioen van 2008 (klasse tot 78 kilogram) sporters kotsend het toilet opzoeken. Anderen kwamen na de eerste les nooit meer terug. Verkerk: ‘Ik denk dat velen niet beseften naar wat voor sportschool ze gingen. Dit is een Rotterdamse no-nonsensegym waar kneiterhard gewerkt wordt.’

Wie iets bereikt, krijgt van Kroon een sober eerbetoon. In een vitrine langs het gangpad hangen oude krantenartikelen met de juichende judoka’s Franssen, Edith Bosch (een zilveren en twee bronzen olympische medailles) en Deborah Gravenstijn (een zilveren en bronzen olympische medaille). Iets verderop straalt bokser Nouchka Fontijn op een foto na het behalen van het zilver op de Spelen van 2016 in Rio. Aan de muur hangen ingelijste T-shirts van voormalig NBA-speler Francisco Elson en Oranje-internationals Ron Vlaar en Stefan de Vrij. Ook zij geloofden in de ongewone fysieke en mentale aanpak van Kroon.

Beeld Klaas Jan van der Weij

Tijdens de training krijgen de twee judoka’s geen moment rust. Terwijl de zweetdruppels van het gespierde lijf van de 28-jarige Meyer (categorie +100 kilo) glijden, volgen de oefeningen met gewichten van 50 kilo elkaar in rap tempo op. ‘Toe nou, hou vol’, zegt Kroon afgemeten als Meyer met een verbeten gezicht er een laatste krachtsinspanning uitgooit. ‘Die laatste twee herhalingen waren niet goed. Nog twee erbij.’

Het is de kern van Kroons aanpak. Eindeloos hamert hij op het goed uitvoeren van de taak die hij Meyer heeft gegeven, hoe vermoeiend ook. Voortdurend haalt hij de 120 kilo wegende judoka uit zijn comfortzone, alsof hij hem in het diepe gooit in de hoop dat hij niet verdrinkt. ‘In alle omstandigheden moet hij weten wat er van hem gevraagd wordt’, zegt Kroon.

Hij trekt een parallel naar de tatami in Minsk. Als nummer drie van de vorige EK neemt Meyer het in de zwaargewichtklasse op tegen bomenstammen van kerels. Sommigen wegen 180 kilo. ‘Wat als zo’n gozer in de golden score (verlenging, red.) op hem ligt en hij geen lucht meer krijgt? Dan nog moet hij zijn taak blijven uitvoeren. Dergelijke stresssituaties proberen we hier na te bootsen.’

Beeld Klaas Jan van der Weij

In de aftandse gymzaal voert Meyer drie keer per week een innerlijk gevecht met zichzelf: opgeven of doorgaan? Maar met de priemende ogen van Kroon in zijn rug weet hij dat capituleren geen optie is. ‘Ik kom hier zo vaak buiten mijn comfortzone dat ik er tijdens wedstrijden niet meer van schrik.’

Anders denken

Wat onderscheidt Kroon van andere krachttrainers? Meyer merkt een duidelijk verschil. Waar velen zich houden aan de theorie, durft Kroon anders te denken. Een stap verder te gaan. Hij herkent zich in de passie en gedrevenheid van zijn trainer. Zo sommeert Kroon hem na de warming-up zijn koptelefoon af te doen. Muziek en een telefoon zijn uit den boze tijdens de training. Fysieke training is mentale training. Kroon: ‘Lijf en geest moeten een connectie kunnen maken. Daar kan geen muziek tussen zitten. Het is een stoorzender. Bovendien ga je ook geen wedstrijden judoën met zo’n ding op je knar.’

Na de slopende training laat Verkerk haar hartslagmeter zien. Die is een uur lang niet onder de 120 hartslagen per minuut gekomen. Normaal zakt haar hartslag naar 80 als ze de tijd krijgt op adem te komen. Maar die tijd krijgt ze naar eigen zeggen ook niet op de tatami, tijdens een wedstrijd.

Terwijl Kroon toekijkt, veegt Meyer na het uitfietsen de plas zweet op die om de hometrainer ligt. Hij verliest vijf kilo vocht per training. Met een knipoog: ‘Dat komt omdat ik veel transpireer. En een beetje door de training van Hans.’

Beeld Klaas Jan van der Weij
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden