Hoe ook voetbal doelwit is geworden van terrorisme

Salah Abdeslam houdt van voetbal. Hangend op de bank, al dan niet onder invloed van hasj, keek hij het liefst met vrienden naar de Champions League. Toch wilde hij zichzelf op 13 november 2015 opblazen en daarmee dood en verderf zaaien, liefst in het stadion van Saint-Denis, bij de oefenwedstrijd Frankrijk - Duitsland. Als daad van terreur, uit naam van IS.

Beeld AFP

Abdeslam bedacht zich op het laatste moment. In tegenstelling tot twee anderen wier bommen buiten het stadion afgingen.

Het leek altijd alsof voetbal vrij handig langs de verschrikkingen van terreur manoeuvreerde. Een romantisch klinkende, doch niet helemaal loze verklaring was dat ook terroristen van voetbal houden. Ze zouden wel gek zijn om het favoriete tijdverdrijf van velen, in welk werelddeel dan ook, te verpesten. Ze zouden ook zichzelf, als liefhebbers, benadelen en in sympathiserende kringen steun verliezen.

Natuurlijk gebeurde weleens iets vreselijks, ook in Europa. De loyalistische paramilitaire UVF stormde in 1994 een bar binnen in Loughinisland, Noord-Ierland, en doodde zes mensen, terwijl die naar de historische zege van Ierland op Italië tijdens het WK in de Verenigde Staten keken. Maar dat was een incident, hoe erg ook, en geen aanleiding voor voortdurende angst.

Die tijd lijkt voorbij. Terreur bedreigt het EK, als nooit eerder bij een groot voetbaltoernooi. Vroeger waande het voetbal zich relatief veilig voor de boosheid van de wereld. Voetbal was zelfs een soort vrijplaats van vrede en veiligheid. Als er al geweld was, was het vooral supportersgeweld. Wie daarvan wegbleef, had weinig te vrezen.

'De sfeer rond het toernooi zal drukkend zijn'

Vrijdag om negen uur trapt Frankrijk af tegen Roemenië. Het EK voetbal moet een feest worden. Miljoenen supporters uit heel Europa komen naar de tien speelsteden, niet alleen om te genieten van het voetbal, maar ook van Frankrijk zelf. Miljarden kijkers volgen het toernooi op televisie. 'Voor Frankrijk is het EK voetbal een heel belangrijke etalage', zei een medewerker van president Hollande. Lees hier verder.

Voetbal verbond. Voormalig journaallezer Gijs Wanders vertelde eens dat hij in 1981 in El Salvador was vastgezet door het regeringsleger. Hij was doodsbang. Op een gegeven moment hoorde hij vanuit zijn cel een wedstrijdverslag en hij begon tegen zijn bewakers over Cruijff. De stemming sloeg om. Hij was blijkbaar een kenner van het Nederlandse topvoetbal. Zo iemand zette je toch niet vast?

Nietsontziende drugsoorlogen in Brazilië werden tijdelijk stilgelegd als de nationale ploeg voetbalde. Voormalig wereldvoetballer van het jaar George Weah heeft zeker duizend keer verteld over de wapenstilstand tussen regeringsleger en rebellen tijdens duels van Liberia, de Lone Star. Weah schopte het later bijna tot president.

Overal op foto's van geweld zie je mannen in voetbalshirts, van alle clubs, uit alle landen, tussen rokende puinhopen. Of iemand nu voor- of tegenstander van een religie is, dictator of rebellenleider, voetbal is een kwestie van vrije en onvrije geesten. Voetbal is van het volk én van de elite. Chávez, Poetin, Morales, Amin, Mobutu, Rutte, iedereen koketteert (koketteerde) met voetbal, als hem dat zo uitkomt.

George Weah.Beeld EPA

In tijden van voetbal ging het geweld vanzelf liggen. Natuurlijk, toernooien waren bijna altijd streng beveiligd, hoewel daarvan soms weinig was te merken. In Zuid-Afrika, bij de Confederations Cup in 2009 bijvoorbeeld, kon je als journalist bijna overal gewoon naar binnen lopen, ook bij de stadions. Er stonden bij de ingang wel scanners voor de tassen, maar die waren soms niet eens aangesloten. De bewakers lachten als je daarover een opmerking maakte. Wie ging nu een aanslag plegen? Iedereen hield toch van voetbal?

Natuurlijk waren er uitzonderingen, van terreur rond voetbal, maar geweld speelde zich meestal ver weg af. In Oeganda bijvoorbeeld, tijdens de WK-finale van 2010 tussen Spanje en Nederland, eiste de islamitische organisatie Al-Shabaab aanslagen op met 74 doden, mensen die in Kampala naar voetbal keken. President Museveni was ontzet: 'Als je wilt vechten, zoek dan naar soldaten en blaas geen mensen op die naar voetbal kijken.'

Kampala was ver weg, net als Irak, waar in maart van dit jaar meer dan zestig doden vielen bij zelfmoordaanslagen tijdens een toernooi voor jeugd. Vooral de recente aanslagen in Parijs en Brussel hebben het geweld naar de Europese huiskamers gebracht en het verband gelegd met voetbal. Voortdurend gaat het over de dreiging rond het EK. Zelfmoordterroristen onder wie Salah Abdeslam hadden immers gepoogd het stadion binnen te komen, op 13 november.

De wedstrijd was doelwit, het spel zelf. Duitsland - Nederland in Hannover ging vier dagen later niet door vanwege terreurdreiging, net als België - Spanje op die dag. In Duitsland, waar de wedstrijd ruim een uur voor de aftrap werd afgelast, was de kwetsbaarheid voelbaar. Het was pure machteloosheid. Latente paniek contra acute dreiging.

IS, of welke hedendaagse terreurorganisatie dan ook, voelt zich niet schatplichtig aan het voetbal. In het kalifaat houden ze trouwens niet van het spel. Het is een zondige activiteit. Bovendien heeft IS het gemunt op onze manier van leven, zoals dat heet. Dan is voetbal opeens een ideaal doelwit. Al die massa's bij elkaar, feestend, zingend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden