Analyse EK wielrennen

Hoe (on)veilig is het wielrennen? ‘De schrik zit in de benen en het hoofd’

Door de tragische dood van de 22-jarige Belgische renner Bjorg Lambrecht is het peloton extra waakzaam. Renners hadden veel kritiek op het parcours van de EK in Alkmaar. In allerijl werden 200 extra dranghekken besteld.

Het peloton dendert door de Huigbrouwerstraat in Alkmaar, het smalste straatje waar de renners doorheen moeten in de Alkmaarse binnenstad. Beeld Klaas Jan van der Weij

Edward Theuns hoefde vanuit het rennershotel in Alkmaar maar naar buiten te kijken of hij zag de ene na de andere renner op het EK-parcours onderuit gaan. Zaterdagmorgen, om 9.14 uur, pakte hij zijn telefoon en twitterde: ‘De volgende categorie, de volgende val (..) Echt veilig is het niet.’

De Belgische renner van Trek-Segafredo was niet de enige met kritiek op het parcours in Alkmaar. De Noorse belofterenner Mathias Norsgaard sprak op social media van een ‘crazy criterium’ vanwege de vele smalle, bochtige straatjes in het centrum, vaak ook nog op spekglad natuursteen.

Anderen wezen op de sprint van Lonneke Uneken in de finale van de juniorenwedstrijd bij de vrouwen. Ze slipte weg over de verlichting die in de weg is aangebracht voor bussen, 125 meter voor de finish. En zo drong zich steeds meer de vraag op: heeft de organisatie in Alkmaar wel genoeg oog gehad voor de veiligheid?

De kritiek van de renners is nauwelijks los te zien van de dood van de 22-jarige Belgische renner Bjorg Lambrecht, vorige week in de Ronde van Polen. Lambrecht overleed nadat hij op een betonnen buis in een gracht was gebotst. ‘Sindsdien wordt alles uitvergroot als het om veiligheid gaat’, stelt José de Cauwer, oud-renner en tv-commentator. ‘De schrik is in de benen en in het hoofd gaan zitten.’

Edward Theuns wil zondagmorgen, vlak voor de start, best nog even terugkomen op zijn tweet. Die staat los van de dood van Lambrecht, zegt hij. ‘Maar we kunnen moeilijk ontkennen dat het stadsgedeelte vrij smal is. Het is een criterium geworden. Voor een kampioenswedstrijd als deze zou het beslist veiliger mogen zijn.’

‘Het is nu droog’, gaat hij verder. ‘Maar goed, daar kun je als organisatie niet vanuit gaan. Laat ik het zo zeggen: het is kantje-boord.’ Dan haast hij zich naar de start, waar een minuut stilte wordt gehouden ter nagedachtenis van Lambrecht. Belgische wielerfans wapperen met Belgische vlaggen met het opschrift: Lambrecht R.I.P. Daarna begint de wedstrijd.

Alkmaar werd vier maanden geleden door sportorganisatiebureau Libema, geleid door oud-ploegleider Cees Priem, benaderd om het EK te organiseren. In korte tijd werd een programma in elkaar gestampt. De renners Laurens ten Dam, inwoner van Alkmaar en Niki Terpstra, woonachtig in Bergen, werden gevraagd mee te denken over het parcours voor de verschillende disciplines.

Ten Dam ziet Terpstra nog staan, midden op de Langestraat, de drukke winkelstraat van Alkmaar. ‘Normaal fietsen wij er nooit, je kunt er alleen lopen. Niki is met een bidon water op de tegels gaan spuiten. Dat werd best glad. Ik moet toegeven: het was niet echt ons idee om daar te gaan fietsen.’

Belangen

Maar als organisator heeft Priem met verschillende belangen te maken. De gemeente Alkmaar wil mooie beelden van de stad, als citymarketing. En de UEC, de Union Européenne de Cyclisme, wil de sport graag naar de mensen toebrengen. ‘Dan kun je de wedstrijd wel op een rondweg gaan organiseren, maar wie doe je daar een plezier mee? De renners willen veiligheid, maar ze willen ook dat er publiek langs de kant staat.’

Koersdirecteur Jean-Paul van Poppel is zaterdagmorgen nog speciaal gaan kijken naar de Munnikenweg. Daar staan paaltjes langs de kant van de weg, waar renners tegenaan zouden kunnen vallen. In allerijl worden er nog zo’n 200 extra dranghekken besteld. Van Poppel: ‘Veiligheid gaat boven alles.’

Ten Dam, Van Poppel, Priem; allemaal zeggen ze te merken dat de dood van Lambrecht voor extra waakzaamheid heeft gezorgd in het peloton. Priem: ‘Dat is alleen maar goed. Het houdt ons scherp.’ Contradictie: de renners willen ook weer niet te veel nadenken over de gevaren van hun sport. Jens Keukeleire van de Belgische ploeg: ‘Natuurlijk schiet de dood van Bjorg soms door je hoofd. Maar ik blokkeer het. Anders is het einde carrière.’

Priem roept op de zaken ‘reëel’ te blijven bekijken. Lambrecht was een noodlottig ongeval. Zo eentje die niet kán gebeuren, maar toch gebeurt. Over de verlichting op 125 meter van de finish, zegt hij: ‘Natuurlijk, daar zou je over kunnen vallen. Maar de renners rijden elf keer hetzelfde rondje. Als je na tien rondjes nog niet weet dat er straatmeubilair ligt, dan doe je iets niet goed.’

De wegwedstrijd van de mannen verloopt zondag zonder ongelukken. Priem is tevreden vanwege de vele toeschouwers langs de kant en Ten Dam is verheugd omdat hij een mooie wedstrijd heeft gezien. Juist ook vanwége het parcours, waarop het lastig was om de vluchters terug te halen.

Dodelijker dan Formule 1

Feit blijft dat wielrennen een van de gevaarlijkste sporten is geworden. Dodelijker dan de Formule 1. Hoe moet het nu verder? ‘Als je het echt veilig wilt hebben’, zegt Priem, ‘dan zul je op afgesloten stratencircuits moeten rijden, waar al het straatmeubilair is beveiligd.’ Die kant zal het ook opgaan, denkt hij. ‘Het is veiliger dan wanneer je van stad naar stad rijdt.’

Maar ook de renners zelf moeten hun verantwoordelijkheid nemen, vindt hij. Niemand dwingt hen om in volle vaart door de smalle straatjes te denderen. ‘Die rem zit niet voor niets op hun fiets, toch?’

Ook koersdirecteur Van Poppel ziet een toekomst voor wedstrijden op afgesloten circuits. In Amerika reed hij al eens een koers op Milwaukee Mile, een racecircuit. Veilig was het wel, zegt hij. Maar verder? ‘Om eerlijk te zijn: verschrikkelijk saai.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden