InterviewMichel Mulder

Hoe olympisch kampioen Michel Mulder de weg kwijtraakte

Op de Spelen van Sotsji in 2014 wint Michel Mulder (33) goud op de 500 meter. Het is zijn grootste en laatste succes. Schaatsen wordt een verplichting, winnen een vereiste. Sinds december is hij gestopt. ‘Het is mooi geweest.’

De finish van Michel Mulder tijdens de Olympische Winterspelen van 2014.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Toen Michel Mulder zes jaar geleden olympisch goud won op de 500 meter wist hij meteen waar die medaille thuis moest komen te liggen: in zijn boekenkast. Kon hij er de hele dag naar kijken.

Aanvankelijk deed hij dat ook, met trots en voldoening. Maar hoe langer de prestaties na die dag in Sotsji uitbleven, hoe meer die medaille hem in de weg ­begon te zitten. Hoe kon het nou dat hij toen ‘top of the world’ was en nu dat niveau niet meer haalde?

Na twee jaar was het genoeg. Dat ding moest weg. Naar boven. Uit het zicht. Niet dat het hielp. ‘Voor geen meter ­natuurlijk. Je bent en blijft olympisch kampioen. Maar als je worstelt, ga je niet denken: het ligt aan mij. Nee, je gaat het eerst buiten jezelf zoeken.’

Michel Mulder (33), tien minuten eerder ter wereld gekomen dan zijn tweelingbroer Ronald, is de succesvolste­Nederlandse sprinter. Hij werd twee keer wereldkampioen (2013 en 2014), zijn ­zeven jaar oude baanrecord in Thialf staat nog steeds (34,31) en in 2014 werd hij in Sotsji als eerste Nederlander ­olympisch kampioen op de 500 meter. Op de 1.000 meter pakte hij brons.

Maar Mulder was ook de schaatskampioen die de weg kwijtraakte. Na een korte periode van veel succes kwalificeerde hij zich nooit meer voor een internationale titelstrijd. Vijf jaar duurde zijn zoektocht naar snelheid en vorm.

Woensdagochtend zit hij in een hoekje van de lobby van een Canadees hotel, nippend aan een kopje koffie. ­Mulder is in Calgary aanwezig als ‘niet schaatsend-lid’ van Team Reggeborgh, zoals hij smalend zegt. Na de teleurstellend verlopen NK sprint in december, waar hij op de 500 meter als negende eindigde, besloot hij gehoor te geven aan wat hij diep van binnen al langer voelde: het was mooi geweest.

Michel Mulder na zijn teleurstellende 500 meter.Beeld Klaas Jan van der Weij

Bevrijd wil hij zich niet noemen, al zeggen mensen wel tegen hem dat hij die indruk maakt. Hij houdt het bij opgelucht. ‘Mensen denken altijd: die jongen heeft olympisch goud behaald. Is altijd vrolijk. Het zal wel goed zijn.’ Na een korte stilte. ‘Niet dus.’

Door de moeizame laatste jaren is hij vergeten te genieten van zijn succes. Het was Ronald die hem daar op attendeerde, tijdens een autorit. ‘Hij zei: hoe kan het nou dat ik blijer ben met brons dan jij met goud? Dat deed wel zeer. Vooral omdat hij gelijk had.’

Als hij één ding niet gaat missen, zegt hij, is het de druk die hij altijd heeft ervaren zodra het er om spande. ‘Dat je het stadion binnenliep en meteen keek waar de bordjes nooduitgang hingen.’ Niet dat hij daadwerkelijk wilde vluchten – gek genoeg had hij spanning ook nodig om het beste uit zichzelf te halen. ‘Maar dan had ik in elk geval het idee dat er een ontsnappingsmogelijkheid was.’

12 duizendste

Die ene dag, 10 februari 2014 in Sotsji, was het niet anders. ‘Ik wilde maar één ding: naar huis’, zegt hij. ‘Je weet: het is nu of nooit, miljoenen mensen zitten thuis voor de buis. Die impact voel je in heel je lijf. Toen ik het stadion binnenkwam, keek ik recht in de ogen van ­koning Willem-Alexander en koningin Máxima. Die druk kwam er nog eens ­bovenop. Nou, succes dan maar.’

Hij won in Sotsji op een manier die niet snel zal worden vergeten. Eerst was Jan Smeekens volgens de tijdwaarneming de snelste, later werd dat gecorrigeerd tot dezelfde tijd, maar na een ­hermeting bleek Mulder zijn schaats 12 duizendste eerder over de finishlijn te hebben gezet. Zijn coach, oud-olympisch kampioen Gerard van Velde, zei gefeliciteerd. En voegde er meteen aan toe: Vanaf nu is je leven nooit meer hetzelfde.’

Dat bleek te kloppen: ‘Ik was al twee keer wereldkampioen geweest, maar dan kun je nog gewoon over straat. Als olympisch kampioen was ik overal steevast te laat, omdat ­iedereen een praatje wilde maken. En nee zeggen is nooit mijn sterkste punt geweest. Ik had er een baan bij gekregen.’

Er gebeurde ook iets waar hij geen rekening mee had gehouden: van de olympisch kampioen werd een mindere prestatie niet geaccepteerd. ‘Als ik geen eerste was geworden, werd niet de winnaar door de NOS voor de camera gehaald, maar moest ik gaan uitleggen wat er was misgegaan. Een heel andere benadering. Mogen was moeten geworden.’

Michel Mulder met de Nederlandse vlag. Beeld Klaas Jan van der Weij

Achteraf gezien zat hij zichzelf in de weg met ideeën over hoe een kampioen zich dient te gedragen. Hij kreeg een verbeterd contract en wilde die salarisverhoging geforceerd waarmaken. Na Sotsji was hij ‘uitgemergeld’, maar reed hij toch nog het NK en een wereldbekerwedstrijd. ‘Ik had twee maanden op ­vakantie moeten gaan en fris weer aan het nieuwe seizoen moeten beginnen. Maar ik vond dat ik het als olympisch kampioen niet kon maken om af te zeggen.’

En dan was er nog het materiaal dat hem in de steek liet. In 2012 kreeg hij van zijn broer Ronald een paar buizen toegespeeld. ‘Kijk maar of het wat is’, zei hij. Vanaf dat moment begon zijn zegetocht. Na 2014 waren die buizen versleten. ‘En op andere buizen heb ik nooit meer iets gewonnen. Dat fijne gevoel van die schaatsen heb ik nooit meer gehad.’

WK 2013

Vaak werd gesteld dat hij niet met de druk om kon gaan. Dat bestrijdt hij. ‘Die druk voelde ik ook op momenten dat ik straatstenen uit grond reed.’ Bijvoorbeeld toen hij in Salt Lake City voor het eerst wereldkampioen sprint werd, in 2013. Drie afstanden waren geweest, hij moest alleen nog de 1.000 meter rijden.

‘Ik heb toen tegen Gerard en Desly Hill, mijn coaches, gezegd: het wordt me te veel, kennelijk ben ik er nog niet aan toe om wereldkampioen te worden. Ze zeiden: weet je wat? Vergeet die titel, rij die 1.000 meter en let een beetje op je diepe zit en de bochten. Dan zien we wel waar het schip strandt.’ Die woorden waren precies wat Mulder nodig had. Hij werd wereldkampioen.

Er heeft nooit een taboe gerust op het praten over zijn demonen. Bij zijn coaches, bij zijn broer Ronald, bij andere familieleden; overal kon hij terecht. Maar uiteindelijk kwam het er, zoals een sportpsycholoog hem vertelde, toch op neer dat hij het zelf moest doen.

Talloze goedbedoelde adviezen kreeg hij in de loop der jaren. Had hij ­ergens niet zo goed gereden en ja hoor, dan stroomde zijn Facebook-tijdlijn weer vol. ‘Mensen zeiden: weet jij wel dat je linkerheup niet helemaal recht staat? Op een gegeven moment begon ik nog te twijfelen ook. Vroeg ik aan onze fysio’s: zou dat het kunnen zijn? Als zoveel mensen het zeggen...’

Heilig vuur

Niet zo lang geleden sprak hij Yvonne van Gennip, drievoudig olympisch kampioen van 1988. ‘Ze zei tegen me: ik heb toen heel veel gewonnen, maar ook iets verloren. Het heilige vuur was weg. Ik herkende daar wel iets van. Onbewust had ik toch al gehaald wat ik wilde halen. Ik ben geen veelvraat, zoals Sven ­Kramer.’

Faalangst, het materiaal, het BN’erschap, die olympische plak in de boekenkast, gebrek aan honger. Regelmatig heeft Mulder geprobeerd de vinger te leggen op de neerwaartse spiraal waarin hij terechtkwam. Hij heeft het antwoord nog altijd niet paraat. Zelfs tijdens het gesprek is hij nog zoekende. ‘Waarschijnlijk was het een beetje van alles.’

Maar hé, laat hij niet al te somber klinken, zegt hij dan. ‘Hoeveel jongens zijn gestopt, zonder dat ze ooit iets hebben gewonnen? Ik kan zeggen dat ik alles heb bereikt wat ik wilde. Ik had alleen veel vaker willen winnen.’

Nu is het tijd voor nieuwe uitdagingen. Hij is bezig zijn diploma’s te halen als schaatstrainer. Zijn worsteling heeft hem een schat aan ervaring opgeleverd die hem in zijn nieuwe bestaan ongetwijfeld goed van pas zal komen. Hij wil graag een vrouw aan olympisch goud op de 500 meter helpen, de enige afstand die nog nooit door een Nederlander werd gewonnen.

Maar eerst staat in juni de halve marathon van Zwolle op het programma. In Calgary traint hij op de atletiekbaan rond het ijs. Die 21 kilometer wil hij per se onder de 1.40 lopen. Hij blijft topsporter.

En de boekenkast? Die is er nog steeds. Inclusief gouden medaille. ‘Ik word er steeds een beetje trotser op.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden