AnalyseTurnen

Hoe moet het nu verder met de Nederlandse turnsters?

Het Nederlandse topsportexperiment met vrouwenturnen is na bijna twintig jaar afgekapt, na verschillende klachten van oud-turnsters. De Oost-Europese turncultuur is, kort samengevat, gestuit op de Nederlandse moraal.

Beeld ANP

De turnbond zag woensdag geen andere mogelijkheid dan het stopzetten van het topsportprogramma na aanhoudende klachten van ex-turnsters over hardvochtige coaches die zich lieten inspireren door controversiële werkmethoden uit landen als Rusland en Roemenië. 

Met de stopzetting komt een einde aan een periode waarin de prijs van succes steeds pijnlijker duidelijk werd. Terwijl Nederland deze eeuw uitgroeide tot een van de tien beste turnlanden, groeide in stilte de weerzin tegen een generatie trainers, onder wie de huidige bondscoaches Gerben Wiersma en Vincent Wevers. Hun werkwijze zal de komende tijd nader worden onderzocht.

Door de snelle ontwikkelingen van de afgelopen week, ingezet door een onthullende productie in het Noord-Hollands Dagblad rondom turntrainer Gerrit Beltman, is onduidelijk hoe het verder zal gaan met de turnsters die zich als ploeg hebben geplaatst voor de Olympische Spelen in Tokio, volgend jaar. In een verklaring namen zij eerder deze week afstand van de aantijgingen van oud-turnster Joy Goedkoop tegen Vincent Wevers.

Turncultuur

Met name de positie van Sanne en Lieke Wevers, de sleutelfiguren in de nationale ploeg, is onduidelijk. Mogen zij nog bij een club door hun vader worden getraind als er onderzoek naar hem wordt gedaan? Kan het ze worden verboden door de turnbond? Heeft Vincent Wevers nog toegang tot een turnhal? Sanne verdedigde deze week de aanpak van haar vader, die haar olympisch goud op de balk opleverde.

De turnbond acht een herhaling van die opzienbarende prestatie bij de komende Spelen van ondergeschikt belang. Voorop staat nu een kritische beschouwing van de werkwijze van ambitieuze trainers en, hopelijk, de vraag wat ambitieuze volwassenen (bij clubs, bij de bond, bij sportkoepel NOCNSF) in de jacht op sportief succes mogen verlangen van kinderen. In hoeverre hebben persoonlijke eerzucht en financiële motieven bijgedragen aan een naargeestige turncultuur?

Het staat vast dat er extreme eisen worden gesteld aan jonge kinderen in turnprogramma’s. Trainingsweken van twintig à dertig uur zijn al gangbaar gedurende de basisschool. De vele trainingsuren verstoren de natuurlijk fysieke ontwikkeling van de meisjes: ze krijgen te kampen met blessures, hun groei blijft achter, ze worden in hun tienertijd te laat ongesteld. Hun mentale ontwikkeling wordt verstoord door de vele uren die ze in gymzaal doorbrengen, veelal verstoken activiteiten die horen bij een normale jeugd.

Prestatiepiramide

Hoe graag veel meisjes ook mogen turnen, hoe hard ze ook willen werken: de toegang tot de turnhal wordt hun geboden door volwassenen met een eigen belang. Aan de top staan geldverstrekkers als NOCNSF, met ambitieuze topmannen die turnmedailles zien als een manier om Nederland bij de beste tien sportlanden van de wereld te brengen (Joop Alberda, Charles van Commenée, Maurits Hendriks). Daaronder staan de bond en coaches, die door NOCNSF met subsidies (lees: vaste contracten) worden beloond zo lang de prestaties goed zijn. En dan zijn er ouders die ten koste van alles olympische dromen voor hun kinderen najagen.

Deze prestatiepiramide bestaat in de meeste sporten, zonder dat het veel problemen geeft. Wat vrouwenturnen uniek maakt, is dat de topprestaties worden verlangd van kinderen die nauwelijks in staat zijn om zelf aan te geven waar hun grenzen liggen, of te beoordelen of zij deel willen uitmaken van een subcultuur waarin pijn de normale prijs is voor waardering. Zij worden gevormd, dan wel misvormd, door het turnen.

De wet vormt geen beletsel, hoeveel uren de turntalenten ook in de gymzaal doorbrengen. Ze hebben geen werkgever en worden niet betaald, dus telt hun trainingsarbeid niet als kinderarbeid. De veronderstelling is dat al die uren uit vrije wil worden gedraaid, dat het een onschuldige hobby betreft, een gezonde lichamelijke activiteit wellicht. Maar in de structuur van de moderne topsport, met zijn prestatiemanagers, sponsorbelangen en olympische overheidssubsidies, hebben hun oefeningen wel degelijk economische betekenis. In het vrouwenturnen zijn de afgelopen twintig jaar miljoenen geïnvesteerd.

De turnbond zegt nu een cultuurverandering na te streven. Een gezonde missie is niet moeilijk te formuleren. Laat meisjes lekker turnen, hoeveel uur ze ook willen, maar onder begeleiding van volwassenen die hun inkomen en eigenwaarde niet ontlenen aan topprestaties. Waarschijnlijk levert dat geen olympisch kampioen op, maar wel meer blije kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden