Hoe meer je rent, hoe meer je denkt

Hardloper vervloekt de pijn en piekert over zijn tempo.

null Beeld Marcel van den Bergh / De Volkskrant
Beeld Marcel van den Bergh / De Volkskrant

Hardlopers leven langer, zegt oud-marathonkampioen Gerard Nijboer graag, als opmaat voor een grap. Want hoe besteden ze de extra tijd die ze scheppen door te rennen? Aan hardlopen.

Die relativering over het nut van joggen, weerhoudt hardlopers niet. In de herfst wagen duizenden liefhebbers zich wekelijks aan halve en hele marathons. Komende zondag lopen zo'n 16 duizend personen in Amsterdam de 42 kilometer. Met de korte afstanden meegerekend komen in totaal een kleine 50 duizend mensen in actie.

Wat gaat er in al die hoofden om tijdens die inspanning? Weinig verheffends concludeerden Amerikaanse onderzoekers afgelopen zomer in het International Journal of Sport and Exercise Psychology. Ze rustten ervaren hardlopers uit met opnameapparatuur en vroegen ze hun gedachten hardop uit te spreken tijdens twee trainingen: 30 minuten op de loopband en minimaal 10 kilometer in de buitenlucht.

Volgens de onderzoekers denken lopers 40 procent van de tijd aan hun tempo en aan de afstand die ze afleggen. Ze praten zichzelf moed in en vragen zich af of ze moeten versnellen of vertragen. Dat gaat van: 'Kalm aan nou, straks komt die heuvel, niet te snel.'

Andere gedachten zijn gerelateerd aan pijn en ongemak: 32 procent. Lopers zijn steeds bezig met het evalueren en interpreteren van de pijnsignalen van hun lichaam. Daar wordt flink bij gevloekt. De resterende 28 procent van de gedachten gaan uit naar de omgeving: het weer, het verkeer, of natuur.

Volgens de onderzoekers is het de eerste keer dat de gedachten van hardlopers op deze manier zijn geanalyseerd.

De wetenschappers denken dat joggers hun voordeel kunnen doen met hun analyse. Zo blijkt bijvoorbeeld dat alle lopers zich aan het begin van een training of race innerlijk beklagen over hun vorm, maar dat het ongemak gaandeweg verdwijnt. Kennis van dat patroon kan joggers helpen de pijn te verbijten. 'Ze moeten leren het ongemak te verwelkomen', aldus de auteurs.

Maar passen de lopersgedachten wel zo netjes in drie categorieën die tezamen 100 procent opleveren? De steekproef van de onderzoekers was te klein om sluitend te zijn: zes mannen en vier vrouwen die 18 uur aan bandmateriaal produceerden.

Tegen het tijdschrift Outside gaf Duncan Simpson, een van de vier auteurs, bovendien toe dat 'kwantificeerbare data' een voorwaarde waren voor publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift. Vandaar die 40, 32 en 28 procent. In werkelijkheid schoten de gedachten van lopers alle kanten op. Er viel geen lijn in te ontdekken. Een vierde categorie met 'overige gedachten' had niet misstaan.

Wat de studie duidelijk maakt: het is zinloos een marathonloper op pad te sturen met het een aloud advies 'verstand op nul, blik op oneindig'. Het brein laat zich niet uitschakelen. Gedachten malen met de benen mee. Gerard Nijboer zou zeggen: hoe meer je rent, hoe meer je denkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden