ColumnWillem Vissers

Hoe meer de Nederlandse schaatsers verloren, des te meer plezier ik beleefde

Misslagen, diskwalificatie, vormloosheid, ademnood door de hoge ligging van de baan in Utah. Oranje wonderschaatsers waren in Salt Lake City weer feilbare mensen die ‘kut’ riepen als hun race was mislukt. Dat beviel me wel, eerlijk gezegd, omdat verliezers zeker zo fascineren als winnaars. En het schaatsen kreeg een oppepper.

Opeens waren de open NK afstanden weer de WK afstanden, althans, daarvan had het alle schijn. Andere landen wonnen veel meer medailles dan de Nederlanders lief was. Nederlandse commentatoren en analisten versloegen leed in gradaties, als afwisseling van plukjes vreugde. Het ging van ‘oei oei oei’ en het ontbrekende ‘Esmee-slagje’ (van Esmee Visser) tot ‘wauw, wat een tijd’, bij de zege van diva Jutta Leerdam op de 1.000 meter.

Welk een storm aan schaatsen de NOS over ons land laat razen, is bijna ongelooflijk. Uren en uren achter elkaar. En als het op de langebaan is afgelopen met de ijspret, is daar altijd nog de mogelijkheid tot uitwijken naar het adhd-baantje van het schaatsen, het shorttrack. Het is in de winter soms net of er niets anders bestaat, alsof schaatsen tot de hoogste wereldorde behoort. Maar als je eenmaal voor de tv zit, als je je overgeeft aan de nukken van het ijs, vind je ook als consument de cadans.

Nadat eerst de sfeer is geaccepteerd. Dat voortdurende aankijken tegen een grijze muur in Salt Lake City, naar pakweg 200 mensen op de hoofdtribune als de camera goed gericht staat, doet afbreuk aan wat de WK behoren te zijn. Maar de wens van schaatsers om het snelste ijs van de wereld onder hun voeten te voelen gaat boven een vol stadion. Bovendien zou altijd in Heerenveen schaatsen ook een beetje vreemd zijn voor een mondiaal bedoelde sport.

Het toernooi was zeker de eerste dagen veel meer dan een vervelend rinkelende wekker voor Nederland. Het was een in het schaatspak gegoten emmer ijswater, gevolgd door een tik in het gezicht met de vlakke hand. Pas bij het achtste van tien individuele nummers won sprinter Jutta Leerdam. Russen, Japanners en Canadezen waren beter, zelfs op de 10 kilometer, het aardse paradijs van de schaatspolder.

Routinier Sven Kramer verklaarde dat ‘we’ veel kennis hebben geëxporteerd. Te veel, als het aan hem ligt. Hij vergat daarbij te vertellen dat de sport in zekere zin is gered door die export. Het schaatsen is een Nederlands circus met een paar buitenlandse attracties, waarbij het weleens verfrissend werkt als de buitenlandse attracties de show stelen. Goed voor de naam van het circus.

Dus hoe meer de Nederlanders verloren, des te meer plezier ik beleefde. Ik zag de sport opleven. Het chauvinisme verschrompelde. Het was interessant om in de holle ogen van analist Erben Wennemars te kijken. ‘Het is niet goed’, stamelde hij meermaals. En: ‘Het glas is meer dan half leeg.’

De commentatoren Martin Hersman en Herbert Dijkstra waren zelfs beduusd. Normaal graaien ze de doos met superlatieven moeiteloos leeg. Het was louterend om ze te horen zoeken naar synoniemen voor teleurstelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden