Hoe lossen we het misbruik in de sport op?

Na zeven maanden onderzoek presenteert commissie-De Vries haar aanbevelingen

Een lange reeks aanbevelingen doet de commissie-De Vries, die onderzoek deed naar seksuele intimidatie in de sportwereld. 'Preventie' is het woord dat steeds terugkeert.

Commissievoorzitter Klaas de Vries, dinsdag bij de presentatie van zijn rapport. Foto Freek van den Bergh

Na zeven maanden onderzoek naar seksuele intimidatie en misbruik in de sportwereld is de conclusie hard: één op de acht Nederlandse sporters heeft als kind ten minste een keer seksueel grensoverschrijdend gedrag ervaren. Volgens oud-minister Klaas de Vries, die de onderzoekscommissie leidde, kan het probleem 'niet langer onder de pet worden gehouden'.

'Als dit rapport voor velen een wekker is, die iedereen wakker schudt, laat het dan een repeteerwekker zijn, die verhindert dat iedereen weer indommelt', zei De Vries dinsdag tijdens de presentatie van zijn onderzoek. 42 aanbevelingen komen eruit voort. De vier belangrijkste zijn:

1 - Een meldplicht bij alle sportverenigingen

Een meldplicht voor álle leden van sportverenigingen: het is de verstrekkendste aanbeveling uit het rapport van de commissie-De Vries. In andere sectoren, zoals het onderwijs of de gezondheidszorg, bestaat ook een meldplicht, maar dan voor medewerkers. Als het aan de commissie ligt, geldt in de sportwereld straks dat alle leden van sportclubs verplicht zijn een geval van seksuele intimidatie of misbruik te melden bij het bestuur.

De meldplicht is vooral bedoeld om het bewustzijn binnen sportverenigingen te vergroten. 'Het besef dat je iets moet doen als je iets weet, zal helpen', aldus De Vries. De plicht moet volgens hem in de tuchtreglementen worden opgenomen. Leden die een voorval niet melden, zijn daardoor in overtreding. Daarvoor kunnen ze in theorie worden gestraft, al zal het vermoedelijk niet zo'n vaart lopen.

Bij Scouting Nederland is in 1998 een zelfde soort meldplicht ingevoerd, ook voor alle leden van de organisatie. Volgens Yvonne Snelders heeft dat geleid tot een grotere betrokkenheid van leden. 'Het aantal meldingen is niet enorm gestegen, maar het heeft het onderwerp wel uit de taboesfeer gehaald.'

Toch zijn er ook twijfels over zo'n brede meldplicht. 'Want hoe moeten leden weten wat precies seksuele intimidatie is?', vraagt Ronald Hetem van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) zich af. 'Een bestuur kan zich in zoiets verdiepen, maar dat kun je niet van iedereen verwachten. Om de meldplicht van nut te maken moet elke club een vertrouwenscontactpersoon hebben, waarmee sporters gemakkelijk kunnen overleggen.'

2 - Het meldpunt van NOCNSF moet op de schop

Het verschil tussen het aantal gemelde aanrandingen en verkrachtingen en het aantal zaken dat voor de rechter komt, is opvallend groot: slechts een fractie haalt de rechtbank. Dat komt doordat zedenzaken geen prioriteit hebben bij justitie, constateert de commissie. De minister van Justitie en Veiligheid moet volgens de commissie onderzoek doen naar de vraag of capaciteitsproblemen bij politie en justitie de oorzaak zijn van het geringe aantal zaken.

Zedenzaken hebben een te lange looptijd, vindt de commissie. 'Het duurt soms eindeloos', zegt De Vries. Als voorbeeld noemt hij 'het verschrikkelijke verhaal' van Ela Hutten, een zwemster die werd misbruikt door haar trainer. 'Het duurde zeven jaar voordat ze de dader uiteindelijk veroordeelden tot slechts 240 uur werkstraf', zegt hij. 'Als je ziet hoe onbeholpen politie en justitie met dit soort zaken omgaan. Dat kan dus niet. Maar als we daar met justitie over spreken, zeggen ze: ja ja, we hebben ook andere belangrijke zaken en bovendien wordt er bezuinigd.'

'In de rechtspraak zijn over de hele linie capaciteitsproblemen', zegt zedenadvocaat Ivonne Leenhouwers. 'Er is een lange wachttijd bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), de politie heeft het te druk, door overbelasting van rechters is het moeilijk om zaken ingepland te krijgen bij de rechtbank. Je kunt zeggen dat zedenzaken geen prioriteit hebben, maar er zijn nog meer ernstige zaken, waarin óók slachtoffers vallen. Als je dit wilt verbeteren, moet je er geld tegenaan gooien.'

3 - Onderzoek naar capaciteitsproblemen bij zedenzaken

Het afgelopen jaar was er scherpe kritiek op het Vertrouwenspunt Sport van sportkoepel NOCNSF. Hier kunnen slachtoffers vertrouwelijk hun verhaal kwijt én krijgen ze advies over wat ze kunnen doen om misbruik aanhangig te maken. Maar dat zorgt voor verwarring, aldus de commissie. Dus moet er een eind komen aan de combinatie van vertrouwelijk adviseren en functioneren als meldpunt.

Het Vertrouwenspunt Sport kon het effect hebben van een doofpot, constateerde bestuurslid Peter Vogelzang van het Instituut voor Sportrechtspraak eerder dit jaar. NOCNSF zegt die geluiden niet te herkennen. 'Maar we hebben het wel verkeerd georganiseerd', erkent een woordvoerder. 'Dat zien wij ook.'

Volgens de commissie moet het vertrouwenspunt transformeren in een 'actief adviescentrum' dat bestuurders bijstaat in de aanpak van problemen op het gebied van seksueel misbruik. 'Daaraan is grote behoefte', aldus De Vries.

Vogelzang vindt dat er iets ontbreekt. 'Ik vind dat er een centraal punt moet komen waar mensen óf anoniem kunnen melden, óf onder naam hun zorgen kunnen delen - ook al is er nog niet per se iets strafbaars gebeurd. Zo kunnen afzonderlijke meldingen over een dader bij elkaar komen en kun je ernstige incidenten voorkomen.'

4 - Versterk het bewustzijn bij bestuurders

Schokkend, noemt De Vries de manier waarop in de sportwereld wordt omgegaan met seksuele intimidatie en misbruik. 'We kregen een onthutsend beeld van de kennis die binnen de sport aanwezig is', zei hij op zijn persconferentie. Daarom, zo beveelt de commissie aan, moet sportbestuurders op het hart worden gedrukt dat ze een grote rol hebben bij het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag binnen hun vereniging. Preventie moet 'in de genen' komen.

Maar, met bijna 29.000 sportverenigingen en een veelvoud aan (vaak onbetaalde) bestuurders, is dat nogal een karwei. 'Als je met mensen spreekt, vinden ze het belangrijk', aldus Hetem van de NOV. 'Maar zodra bestuurders weer hun eigen pad gaan, komen die andere mechanismen weer om de hoek: het imago van de club, de angst voor ledenverlies. Of ze denken dat het 'bij hun niet gebeurt' omdat ze de vrijwilligers kennen.'

En als het dan al lukt om bestuurders te doordringen van het belang, dan nog is het effect vaak maar tijdelijk. 'Het geheugen van een sportbestuur is doorgaans kort', zegt hoogleraar sport en recht Marjan Olfers. Dat komt volgens haar door het grote verloop en het feit dat veel op vrijwillige basis is. 'De meeste sportbestuurders zitten niet te wachten op deze problematiek. Het zal moeilijk worden om mensen nog enthousiast te maken voor zo'n functie bij sportverenigingen.'


Wat we eerder schreven over seksueel misbruik in de sport

Onderzoekscommissie misbruik in sport vraagt slachtoffers zich te melden
De commissie onder leiding van oud-minister Klaas de Vries die seksueel misbruik binnen de sport onderzoekt, vraagt slachtoffers zich te melden. 'Een van de belangrijkste dingen is dat mensen zich niet door het taboe laten bedreigen, maar het doorbreken', aldus De Vries. 'Meldingen zijn voor ons van het grootst mogelijke belang.'

'Hij hield mijn hand vast en bewoog hem heen en weer'
De intense band tussen pupil en coach en het vaak grote vertrouwen van ouders in begeleiders maken dat veel slachtoffers van seksueel misbruik in de sport hun leven lang zwijgen. Vier van hen doen nu hun verhaal. 'Het taboe moet worden doorbroken.' (+)

Seksueel misbruik bij PSV en Vitesse: twee oud-jeugdspelers treden naar buiten
Voor het eerst treden slachtoffers van seksueel misbruik in het Nederlandse profvoetbal naar buiten. Het gaat om twee oud-jeugdspelers van PSV en Vitesse.

Waarom het slagen van onderzoek naar misbruik in sport niet gegarandeerd is
Het onderzoek naar seksueel misbruik in de sport gedurende de afgelopen decennia is belangrijk, het slagen ervan allesbehalve gegarandeerd. (+)


Meer over