Hoe kleiner de hordenloper, hoe sneller hij of zij is

Kendra Harrison is de snelste hordenloper aller tijden, maar voor de kleine Amerikaanse atleet kunnen de hindernissen van 83 centimeter soms onmetelijk hoog lijken. Vrijdag schampte ze meermaals het hout. Ze plaatste zich ternauwernood voor de finale. Ze was met 12,86 seconden zelfs langzamer dan Nadine Visser, de zevenkamper die in 12,83 doordrong tot de WK-finale.

De Amerikaanse Kendra Harrison Foto getty

Ondanks de hapering is Harrison de titelfavoriet. Haar wereldrecord is 12,20, dit seizoen liep ze al 12,28. Ze weet haar geringe lengte (1 meter 63) tot een voordeel te maken. Ze lijkt haast over de hindernissen te rennen. Het is alsof ze haar stappen geen moment hoeft aan te passen aan de positie van de horden, een beweging die te boek staat als de 'shuffle'.

Mocht Harrison zaterdag de wereldtitel winnen, dan zijn de hoofdprijzen bij de mannen en vrouw terecht gekomen bij de kleinste hordenlopers. Omar McLeod (1 meter 80) won maandag de titel, als eerste Jamaicaan. Hij liet in 13,04 zijn veel langere rivalen achter zich: de gemiddelde lengte in de finale was 1.88 meter, de langste hordenloper was 1.96 meter.

'Ik kreeg altijd te horen dat ik te klein was voor de horden', zegt McLeod bij het inloopveld voor de atleten, kort voordat Harrison in actie komt. 'Mijn moeder zei: ga toch iets anders doen. Maar ik vond dit het leukst.'

Juist tijdens zijn tienerjaren was er reden te veronderstellen dat McLeod zijn tijd op de horden verdeed. De belangrijkste titels gingen naar lange mannen, zoals olympisch kampioenen Dayron Robles (1.91) en Liu Xiang (1.89). Zij zagen zich zelfs gedwongen hun start aan te passen. In plaats van de gebruikelijke acht passen naar de eerste horde, kozen zij voor zeven passen.

Tekst gaat verder onder de foto

106 centimeter hoog zijn de horden bij de mannen. Bij de vrouwen meten de hekjes 83 centimeter

Omar McLeod (1 meter 80) won maandag de titel, als eerste Jamaicaan Foto afp

Dertien hekjes

Hordenlopen is voor lange mannen makkelijker. De hindernissen zijn bij de mannen 106 centimeter hoog. Voor McLeod liggen ze op navelhoogte, voor langere mannen dus lager. Maar de hindernisbaan van 110 meter biedt meer uitdagingen dan de tien horden. De ruimte tussen de obstakels bedraagt 9 meter en 14 centimeter. Dat betekent dat het voor atleten onmogelijk is om voluit te sprinten: ze zouden te grote passen maken en simpelweg tegen de horden aan knallen.

Elke hordenloper moet zijn knieën tussen de horden laag houden en zo snel mogelijk schuifelen met zijn voeten: de shuffle. Maar McLeod, de enige hordenloper die de 100 meter in minder dan 10 seconden heeft afgelegd (9,99), heeft vanwege zijn geringe lengte net iets meer ruimte om zijn superieure snelheid te benutten dan zijn langere concurrenten. Het voordeel dat hun lengte biedt bij het nemen van de horden valt weg tegen het hoge tempo dat McLeod bereikt. Mits zijn superieure techniek niet hapert natuurlijk.

McLeod: 'Ik kan niet dezelfde passen maken als op de 100 meter, maar ik train er wel veel op om mijn optimale snelheid te kunnen bereiken. Mijn coach noemt dat de staat van krankzinnigheid, omdat het zo gevaarlijk is om zo snel tussen horden te rennen.'

Voor kleine vrouwen als Harrison is het makkelijker op topsnelheid te rennen. De horden zijn niet alleen in absolute zin lager dan bij de mannen (83 centimeter), maar ze zijn ook minder hoog in verhouding tot de lengte van de vrouwen. Voormalig olympisch kampioen Sally Pearson (1 meter 66) heeft voorgesteld de horden te verhogen tot 91 centimeter om de discipline voor sprinters moeilijker te maken. De nadruk moet volgens haar op de techniek liggen, zoals bij mannen.

Het verschil tussen de hordenhoogte bij mannen en vrouwen maakt de competitie anders, meent ook de 23-jarige McLeod. Hij traint in de Amerikaanse staat Tennessee bij dezelfde coach als Kendra Harrison. 'Het is voor Kendra makkelijker om voluit te sprinten, omdat ze minder omhoog hoeft te gaan', meent McLeod.

Voormalig Olympisch kampioen Sally Pearson (1 meter 66) heeft voorgesteld de horden te verhogen om de discipline voor sprinters moeilijker te maken Foto epa

Nadine Visser

Nadine Visser, met 1 meter 74 een de langste hordenlopers in de WK-finale, ervaart haar lengte niet als een nadeel. Zij kan voluit sprinten tussen de horden, zegt ze, zonder zich in te hoeven houden. Net als Harrison, maar die is wel een stuk sneller. Hun persoonlijke records liggen ruim een halve seconde uit elkaar: 12,20 om 12,78 seconden.

Is er een ondergrens aan de lengte van hordenlopers? Visser durft het niet te zeggen. 'Als je te klein bent, wordt het springen. Maar als je techniek heel goed is, hoeft dat geen nadeel te zijn.'

De Nederlandse Nadine Visser, met 1 meter 74 een de langste hordenlopers in de WK-finale, ervaart haar lengte niet als een nadeel Foto reuters

Ook de hordengeschiedenis wijst uit dat de ondergrens niet ligt bij McLeod en Harrison. Er zijn kleinere wereldkampioenen geweest. De Amerikaanse Gail Devers won tussen 1993 en 1999 driemaal goud. Zij is 1 meter 60. In dezelfde periode domineerde haar landgenoot Allen Johnson de 110 meter horden: tussen 1995 en 2003 won hij vier wereldtitels. Hij is 1 meter 78.

En de beperkte lengte van Johnson was niet eens zijn enige 'handicap'. Hij was ook blind aan zijn linkeroog.

Meer over