Analyse Nederlands elftal

Hoe kan het dat Oranje nu weer zo'n wederopstanding beleeft?

Tegen Frankrijk bleek vrijdagavond de perfecte wedstrijd te bestaan. Hoe kan het dat het Nederlands elftal ruim anderhalf jaar na het absolute dieptepunt zo’n wederopstanding beleeft?

Mephis Depay scoort in blessuretijd een Panenka, 2-0 voor Oranje. Beeld Guus Dubbelman / De Volkskrant

Een mooi aspect aan de spectaculaire wederopstanding van Oranje is dat ook bondscoach Ronald Koeman verrast is. ‘Ik had niet zo’n perfecte wedstrijd verwacht’, zei hij vrijdag met de lach die hem typeert, waarin relativering en trots samengaan.

Wie wel? Winnen van Frankrijk, met te lage cijfers zelfs. Tegen Duitsland (3-0) voetbalde het Nederlands elftal noodgedwongen veel op de counter, nu was daar dominant spel. Niet te veel risico, bedachtzaam, kordaat en vol zelfvertrouwen. Al is dominantie tegen Frankrijk snel aanwezig, want de wereldkampioen doet geen moeite structureel op de helft van de tegenstander te voetballen.

De hamvraag na de dubbelslag tegen de Duitsers en Fransen luidt: hoe kan dat, zo’n snelle wederopstanding, ruim anderhalf jaar na het absolute dieptepunt, de kansloze, troosteloze nederlaag in Bulgarije die bondscoach Danny Blind zijn baan kostte?

Dat is allereerst het mooie van sport, met haar in het landenvoetbal relatief kleine verschillen in de top. Talent staat op en dat gebeurt snel, als eigenschap van talent, waarbij ongewis is hoe ver de kwaliteit zal reiken. Een land met een redelijk basisniveau met drie, vier spelers uit de internationale top keert al vlot terug in de top. Dat is altijd zo geweest. Virgil van Dijk, Matthijs de Ligt, Frenkie de Jong en Memphis Depay. Georginio Wijnaldum ook, nu hij vrijer kan spelen. Die vier, vijf in vorm en veel is geregeld.

Daarbij komen motivatie, honger naar succes, de juiste trainer, ideale omstandigheden. De beslissing van Koeman om van de ruisende zee in Noordwijk te verhuizen naar de bossen in Zeist, waar de voetballers op elkaars lip zitten, pakte goed uit. Ze trainen hard en vaak, ze hebben het gezellig en stimuleren elkaar in hun motivatie om beter te worden. ‘Ik geniet echt. Het is rustig in mijn hoofd. Ik ben dankbaar dat ik me zo kan ontwikkelen’, zei Memphis Depay vrijdag.

Hij was na het WK van 2014 een tijdlang een onberekenbare international. Heel soms alles en vaak niets. In de knoop met zichzelf of in onmin met zijn omgeving. Nu is hij vrij, goed, effectief en gelukkig, waarbij Koeman hem de vrijheid geeft in het centrum aan te vallen, omdat het zonde is als zo’n topspeler ‘achter zijn back aanloopt’.

Het Grote Denken

Matthijs de Ligt debuteerde in maart 2017 tegen Bulgarije. Blind had niet veel andere keuze, terwijl hij besefte dat het hem zijn baan zou kosten als het misging. Het ging faliekant mis, want de ploeg had geen veerkracht, geen zelfvertrouwen en was murw gebeukt door een aantal nederlagen.

Oranje miste zijn tweede eindtoernooi op rij, wat sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet was voorgekomen. De kritiek ging los over de chaos bij de bond, het onvermogen om goede mensen aan te stellen. Het ging over spelers die zich afkeerden van Oranje, tijdens een generatiewissel die moeizaam verliep. Het aantal blessures was bizar. Zelfs het basisniveau was verdwenen. Twee toernooien op rij missen. Dan zakt een land als Nederland met al zijn structuur, met al zijn voetballers, door de ondergrens.

Het Grote Denken begon, de zelfreflectie. Het maakt niet zoveel uit hoeveel van dat denken al te zien is in het voetbal van nu, hoeveel van dat denken nuttig is gebleken en hoeveel niet. Het belangrijkst is: talenten zijn opgestaan of, zoals Koeman het zondag zei, het ‘systeem’ zorgt altijd weer voor goede voetballers. De bondscoach weet ze te raken en stelt de goede mannen op. Hij heeft systemen gefilterd en is toch bij het vertrouwde 4-3-3 uitgekomen, met een redelijk vaste opstelling, overgoten met een modern sausje: counteren als dat nodig is, gebruikmaken van aanwezige kwaliteiten. Het elftal is als een puzzel in elkaar gevallen. Davy Pröpper was geblesseerd, waarna Marten de Roon een goede vervanger bleek.

Mephis Depay is dolblij met de goal van Georginio Wijnaldum, de 1-0. Beeld Guus Dubbelman / De Volkskrant

Tempo en veerkracht

Nog vijf man zijn over van de selectie die in 2014 brons haalde op het WK, met Louis van Gaal. En dit was de opstelling op die treurige avond in Sofia, Bulgarije: Zoet; Karsdorp, De Ligt, Martins Indi en Blind; Wijnaldum, Klaassen en Strootman; Robben, Dost en Promes. De Ligt is nu aanvoerder van de nieuwe generatie. Wijnaldum en Strootman waren samen de combinatie van angst. Nu Frenkie de Jong erbij is, is de druk van Wijnaldums schouders gegleden. Ook anderen zijn ontbolsterd: Marten de Roon dus, voor balans op het middenveld. Memphis Depay, de baas van de aanval, wat hij in de vorige periode nooit kon zijn door de aanwezigheid van Arjen Robben en Robin van Persie.

Met Blinds opvolger Dick Advocaat ging het al beter, maar hij was veroordeeld tot een al bijna niet meer te winnen inhaalrace. Nee, het is niet bijzonder dat Oranje is opgestaan. Nederland is een groot voetballand waarvan succes soms even op adem moet komen. Alleen het tempo en de veerkracht waarmee is opgestaan, is speciaal. Het maakt deze periode zo verkwikkend. De Franse bondscoach Didier Deschamps complimenteerde de ‘jonge ploeg met veel kwaliteiten’ meerdere keren.

Zijn Frankrijk was misschien niet optimaal gemotiveerd. Ook dat is fascinerend aan topsport. Rust roest. Succes van gisteren zegt niets over morgen. ‘Terug op aarde’, kopten de Franse kranten. Terwijl Nederland juist de weg naar de hemel tracht te vinden.

‘We hebben een enorme stap gemaakt’, zei Koeman. ‘De spelers gaan geweldig met elkaar om. Ze zijn zelfbewust om beter te worden.’ Snel voegde hij toe: ‘Er zal best nog eens een slechte wedstrijd komen.’ Mede vanwege die wetenschap had hij intens genoten. Zo vaak komt dat niet voor. Zo’n wedstrijd, zo’n sfeer. Zo’n avond waarop alles klopt, waarop de perfecte wedstrijd blijkt te bestaan

Opeens favoriet tegen Duitsland
Oranje reisde zondag met de bus naar Bochum, voor de laatste wedstrijd in de groepsfase van de Nations League, maandag in Gelsenkirchen tegen het al gedegradeerde Duitsland. Nederland plaatst zich met een gelijkspel voor de eerste finaleronde van het nieuwe toernooi, begin juni in Portugal.

Voor bondscoach Joachim Löw van Duitsland geldt Nederland opeens als favoriet, maar dat vond collega Ronald Koeman ‘niet reëel’, op basis van ‘een paar wedstrijden’. De recente zeges op Duitsland en Frankrijk leveren wel voordelen op. Het Nederlands elftal is op 2 december bij de loting voor de kwalificatieronde van het EK in 2020 groepshoofd. Kwalificatie voor het EK is het hoofddoel.

De beste tien van twaalf landen in de hoogste categorie van de Nations League voeren straks de tien kwalificatiegroepen aan, waarvan de nummers één en twee zich plaatsen voor de eindronde in meerdere landen. De overige vier EK-deelnemers komen uit de Nations League, als de beste landen uit elke van vier categorieën die na de kwalificaties nog niet zijn geplaatst voor het EK.

Koeman zal niet veel veranderen aan de opstelling, hoewel hij rekening houdt met fysieke belasting. Bij de eindronde van de Nations League staan vooral geld, roem en een beker op het spel. Afgezien van Portugal is Engeland al geplaatst voor de laatste vier, na de zege op Kroatië zondag. De andere twee deelnemers zijn: België of Zwitserland, Nederland of Frankrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.