Analyse Jamile Samuel

Hoe Jamile Samuel opnieuw de 200 meter leerde lopen

Als junior was Jamile Samuel (26) het sprinttalent, maar atletiek bleef bijzaak. Tot ze in 2016 koos voor coach Bart Bennema. Vrijdag loopt ze de 200 meter in Brussel bij de Diamond Leaguefinale.

Jamile Samuel. Foto Guus Dubbelman/de Volkskrant

Knieën op. Laag blijven. Tenen optrekken. Meetellen: tik, tik, tik, tik, één, twee, drie, vier - dan omhoog. Het tolde sprinter Jamile Samuel een paar jaar geleden door het hoofd als ze aan de start stond van een 100 of 200 meter sprint. Ze had geen houvast. Geen automatismen om op terug te vallen. In haar eigen woorden: ‘Ik deed maar wat.’

Maar sinds de 26-jarige Samuel twee jaar geleden besloot om naar Papendal te verhuizen om bij coach Bart Bennema te gaan trainen, loopt ze beter dan ooit. Ze doet niet meer ‘maar wat’. ‘Sprinten is geen bijzaak meer, maar een fulltime job’, zegt Samuel als ze terugblikt op het beste seizoen uit haar carrière. Op de EK atletiek in Berlijn begin augustus won ze brons op de 200 meter. Ze evenaarde haar persoonlijke record van 22.37 seconden.

Vanavond loopt ze de 200 meter tijdens de Diamond Leaguefinale in Brussel. Een dag eerder was ze de door de organisatie ook uitgenodigd om in Zürich te starten. Die uitnodiging sloeg ze af, maar de goede prestaties van Samuel vallen op. Jarenlang liep ze geen persoonlijke records. Nu stapt ze langzaam uit de schaduw van de snelste vrouw van Nederland: Dafne Schippers.

Dat terwijl Samuel lang gold als het grootste sprinttalent van Nederland. ‘Wonderkind’, schrijft de Volkskrant in 2007, als ze op haar 15de tweede wordt op de 200 meter bij het NK voor senioren. Ze zit dan in hetzelfde beloftevolle rijtje als zwemmer Ranomi Kromowidjojo en tennisser Michaëlla Krajicek. De wonderen blijven uit. Deels omdat ze geplaagd wordt door blessures.

Dit jaar zit er weer progressie in. En het kan nog sneller, zegt coach Bennema, onder wie Schippers zich in korte tijd van zevenkampster tot een van de snelste vrouwen aller tijden ontwikkelde. Hij kreeg Samuel onder zijn hoede op het moment dat Schippers vertrok naar de Amerikaanse trainer Rana Reider. Al snel volgde de klik tussen Bennema en Samuel.

Hoe Jamile Samuel in twee jaar opnieuw de 200 meter leerde lopen.

Start

‘Toen Jamile bij mij kwam, had ze geen idee hoe ze een race moest indelen. En zoals dat gaat: we zijn maar gewoon begonnen bij de start’, zegt Bennema. ‘Ze leerde sprinten toen ze nog een kind was. Ze is heel lang dat kind gebleven. Niet bewust van haar mogelijkheden. Ze liep hard. Ze won haar wedstrijden. Maar dat was op talent. Daar red je het niet mee. Sprinten is veel meer dan van A naar B rennen. Eerder van A naar Z, er komt van alles bij kijken.’

Bennema praat aanstekelijk over atletiek. Het gaat over reactietijd, paslengtes, frequenties. Geen holle frases. Alles in afgewogen volzinnen. Hij legt zijn ideeën met plezier nog een tweede keer uit. Zo doet hij dat ook met zijn atleten. Geduldig, maar to-the-point. Zijn eerste les voor Samuel: niet op gevoel sprinten, maar op techniek.

Bennema: ‘En heel simpel: ze moest sterker worden. Bij het voorslaan met halters kreeg ze twee jaar geleden nog 75 kilo omhoog. Dat is nu al zo’n 100 kilo. Een verbetering van bijna dertig procent. Die extra kracht in de benen, dat betaalt zich uit bij de explosieve start.’

Jamile Samuel. Foto Guus Dubbelman/de Volkskrant

Haar dieet moest ook worden aangepast. Ondanks alle uren in het krachthonk, ging het Bennema niet snel genoeg. ‘Ik vond dat ze te weinig vooruitgang liet zien. Toen zijn we gaan kijken naar haar eiwitinname. Dat bleek onevenwichtig. Hup, dieet aangepast, en na een paar weken was er wel die vooruitgang. Zo zijn we stukje bij beetje alles gaan bijslijpen en aanscherpen. Het hoeft niet altijd ingewikkeld te zijn.’

Samuel denkt niet meer aan honderd dingen tegelijk bij de start. Ze weet nu veel beter wat ze moet doen als ze klaar staat in de startblokken. Ze is gaan vertrouwen op haar techniek. Dat komt omdat ze haar sport professioneler gaan benaderen sinds ze op Papendal woont, zegt ze. 

De kleine Samuel - 1.68 meter, niet overdreven breed - voelt zich goed in Arnhemse bossen. Ze doet haar verhaal op de nieuwe atletiekbaan. Ze lacht veel. De bos golvend zwart haar danst op haar rug bij iedere beweging. ‘Maar het eerste jaar vond ik het niks, op Papendal wonen. Ik moest alles achterlaten in Amsterdam-West: mijn vrienden, familie. Atletiek was iets dat ik er bij deed. Het Olympisch Stadion van mijn vereniging Phanos was praktisch om de hoek. Ik heb mijn studie grafische vormgeving tussendoor nog afgemaakt. Nu focus ik me volledig op de sport.'

Bocht

‘Een bocht lopen vergt veel oefening’, zegt Bennema. ‘In de bocht moet je versnellen. Als je gaat hangen in de bocht, dan ontwikkel je druk op je voeten. Die druk kun je omzetten in snelheid. Niet voor niets nemen hoogspringers ook een bocht voordat ze hun sprong maken. Daarom is het uitkomen van de bocht is zo belangrijk. Vergelijk het met het nemen van een afslag met de auto. Als je precies genoeg gas bijgeeft in de bocht, dan vlieg je zo, zoef, de snelweg op. Zonder dat je snelheid verliest. Dat gevoel moet je als sprinter benaderen.’

Samuel: ‘Hangen in de bocht? Haha, nee, dat deed ik niet echt. Het is me misschien wel verteld hoor, maar ik denk dat ik misschien wat heb staan dromen toen mijn vorige trainers er over begonnen. Bij Bart heb ik geen tijd om te dromen. Soms herhalen we een onderdeel van de bocht eindeloos.’

Bennema vindt dat hij in het begin nog iets te zachtaardig met Samuel is omgesprongen. ‘Dan was ik gewoon niet tevreden met haar tijden. Of met de manier waarop ze de bocht uitkwam. Alleen wilde ik haar niet demotiveren. Inmiddels durf ik strenger te zijn. Ik heb gemerkt dat ze die stok achter de deur nodig heeft. Of het nou een rapportcijfer is, of een pionnetje waarbij ze moet versnellen.’

Rechte stuk

Vorig jaar liep Samuel nog gemiddeld zo’n 1.90 meter per pas in de laatste 150 meter, rekent Bennema voor. Dat gemiddelde ligt dit jaar al boven de 2 meter. ‘Het voelde aanvankelijk raar voor Jamile, het nemen van die grote stappen. Ze heeft van nature een hoge pasfrequentie. Als je grotere passen neemt, gaat de frequentie automatisch iets naar beneden. Dan lijkt je langzamer te gaan. Maar haar tijden werden wel beter.’

Er valt vooral nog winst te behalen op het laatste rechte stuk, zegt Bennema. Iets voor de komende maanden. Maar Samuel en hij hebben het niet alleen over atletiek. ‘Dan zou ik gek worden’, zegt Samuel. ‘Als ik niet goed in mijn vel zit, kan ik dat ook bij hem kwijt. Zoals de eerste maanden na mijn verhuizing op Papendal. Dat was bij mijn vorige trainers toch anders. Atletiek is dan misschien wel werk geworden, maar leuk werk!’

Verterend zijn de beelden nadat Samuel in Londen, twee weken voor de EK, haar persoonlijk record voor het eerst loopt. Het ongeloof in de ogen als ze over de finish komt. Ze kijkt wel vijf keer naar het bord. De innige omhelzing met Bennema. Een bekroning op het harde werken. Ze struikelt over haar woorden van enthousiasme. De opofferingen zijn niet voor niets geweest. 

Ze eindigt in Londen zelfs voor Schippers. Of dat extra mooi was? ‘Nee hoor’, zegt Samuel. ‘Met die onderlinge rivaliteit ben ik niet zo bezig. Natuurlijk wil ik van Dafne winnen. Als ik een wedstrijd loop, wil ik winnen. Het maakt me niet uit van wie.’

Jamile Samuel. Foto Guus Dubbelman/de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.