InterviewSharlon Schoop

Hoe honkbalprof Sharlon Schoop niet doorbrak in de VS en zijn broertje wel – ‘je hebt mensen nodig die in je geloven’

Sharlon Schoop van L&D Amsterdam (Amsterdam Pirates) concentreert zich op zijn slagbeurt terwijl een teamgenoot aan slag is.Beeld Klaas Jan van der Weij

Zijn broertje Jonathan sloeg in zes jaar Major League tien miljoen euro bij elkaar. Sharlon Schoop honkbalde in de VS jaren voor het minimumloon. Op de lage niveaus dreigt elke dag ontslag. Vorige maand debuteerde hij in de Nederlandse hoofdklasse.

Voor een honkballer is Amerika het beloofde land. Daar lonkt een miljoenensalaris en een zorgeloos bestaan tussen de beste honkballers ter wereld. Elk jaar vertrekt een handvol Nederlands honkbaltalent met die droom naar de VS. De werkelijkheid is weerbarstiger, weet Sharlon Schoop (32).

Na vijftien jaar Amerikaanse profhonkbal bewandelde Schoop de omgekeerde weg: hij debuteerde vorige maand in de Nederlandse hoofdklasse bij Amsterdam Pirates. Zijn advies voor degenen die het willen maken in het land waar de sport nog net geen religie is? Wees voorbereid op alles, maar reken op niets. ‘Want als je niet die absolute topspeler bent, komt het meer aan op geluk dan op talent.’

Schoop kent de Amerikaanse honkbalpiramide van onderkant tot punt. Zijn broertje Jonathan speelt al jaren in topcompetitie Major League. Zelf speelde de Curaçaoënaar tot vorig jaar op het hoogste niveau in de minor league: bij Norfolk ­Tides, een team van Major Leagueclub Baltimore Orioles. Aan het einde van het seizoen wilde hij naar een andere profcompetitie.

Zonder club

‘Maar dat lukte niet. Problemen met visa, enzo’, zegt Schoop. Dus zat hij opeens zonder club. Kennissen raadden hem aan naar Amsterdam te gaan. ‘En ik dacht: waarom niet? Ik heb hier veel familie.’

Hij moet wennen aan het semi-profniveau in Nederland. Zo dient hij zijn wedstrijdkleding zelf te wassen en speelt hij slechts drie keer per week in plaats van vrijwel dagelijks. ‘Het is hier een beetje als op Curaçao’, zegt Schoop lachend. Voor zijn 11-jarige dochter is de overgang het grootst. Hij is vaak thuis. Ze weet niet beter dan dat haar vader elke dag weg is om te honkballen.

In de minor league zijn de dagen lang, is vrije tijd schaars en is het leven allesbehalve glamoureus. Schoop heeft vele duizenden uren doorgebracht in bussen voor uitduels, reizend door desolate Amerikaanse landschappen. Het is dat hij zo van zijn sport houdt. Anders had hij het nooit zo lang volgehouden.

Ruiten gesneuveld

Die liefde zat er vroeg in toen hij in de smalle achtertuin van zijn oma in Willemstad samen met broertje Jonathan poogde ballen zo recht mogelijk uit de tuin te slaan. Dat lukte lang niet altijd. ‘Er zijn veel ruiten gesneuveld’, zegt Schoop. De broertjes ontwikkelden zo een krachtige, gecontroleerde slag.

Het bracht Schoop in 2005 als 18-jarig honkbaltalent naar de VS. San Francisco Giants zag het in hem zitten, maar hij werd zoals verreweg de meeste nieuwkomers gestald in de minor leagues. Gemiddeld bezit elke Major League-organisatie zes satellietclubs in de minor league. De spelers doorlopen grofweg vier niveaus: rookie, A, AA en AAA. Naar schatting een op de 33 spelers uit minor leagues haalt de Major League. De dertig topteams hebben slechts plek voor 750 spelers.

Schoop kwam er snel achter dat honkbal niet zijn enige zorg was. Hij moest zich zien te redden met een kleine 900 euro per maand, oftewel het minimumloon. ‘Daarvan ging meer dan de helft al op aan huur. Van de rest moest ik zien te leven. Natuurlijk. Als je snel de Major League haalt (minimumsalaris: 500.000 euro, red.), verdien je veel geld en kun je je gezin of familie laten overkomen. Als dat niet gebeurt, is het een stressvol leven.’

Sharlon Schoop (nummer 40) komt voor Nederland uit in 2009, in Miami, voor de World Baseball Classic. Nederland verliest met 9-3 van de Verenigde Staten. Beeld MLB

Op de lage niveaus dreigt elke dag ontslag. Teamgenoten zijn elkaars grootste vijanden. Iedereen aast op elkaars plekje. Schoop ergert zich aan het romantische idee over profhonkbal in de VS. ‘Het is zwaar. Zeker als je van buiten de VS komt. Amerikanen hebben een voorsprong, met alles. Neem bijvoorbeeld iets simpels als meubels of een tv. Dat hebben ze vaak al en kunnen ze gewoon laten verschepen als ze naar een andere club worden overgeplaatst. Als je van buiten de VS komt, moet je alles kopen.

‘Jongens die uit Venezuela of de ­Dominicaanse Republiek komen, hebben in de VS helemaal niets. Zelfs geen creditcard. Ze zijn alleen en spreken vaak geen Engels. Hoe wil je dan een appartement huren? Eigenlijk moet de Major League daar iets aan doen. Want ze willen dat je goed presteert, maar hoe kan dat als je het thuis niet op orde hebt?’

Nooit opgeroepen

Zeven jaar hield Schoop het vol bij de Giants. Hij kwam tot het AA-niveau, twee stappen van de Major League. Daarna kwam hij in de organisatie van Baltimore Orioles terecht. Hij speelde oefenduels in het eerste, was eens reserve, maar werd uiteindelijk nooit opgeroepen voor de Major League. De lessen die hij leerde, kon hij alleen wel delen met zijn broertje die vier jaar na hem naar de VS trok.

Jonathan Schoop schopte het in 2013 wel tot de Major League. Hij sloeg sindsdien al meer dan tien miljoen euro bij elkaar. Toch zei Jonathan in een interview twee jaar geleden dat Sharlon minstens zo’n goede speler is. Waarom hij het niet heeft gehaald en zijn broertje wel?

Volgens Schoop is het ook een geval van op het juiste moment op de juiste plek zijn. ‘Bij de Giants begon ik heel goed, maar je hebt ook mensen nodig die in je geloven en die had ik daar niet’, legt hij uit. ‘Coaches zeiden tegen me: ik mag je, maar ik weet dat er coaches zijn die het niet in je zien zitten. Dan wordt het lastig. Je speelt al tegen het andere team, tegen je teamgenoten en dan ook nog eens tegen je coach.

‘Bij de Orioles geloofden ze wel in me. Ik kan die club niets kwalijk nemen, ik speelde daar elke dag. Tot ik mijn elleboog brak en bijna twee jaar niet speelde. Daarna ben ik nog eens geopereerd aan mijn schouder. En als je de majors wil halen, moet je elke dag spelen. Jonathan zat meteen bij de goede organisatie. Ze hielpen hem, geloofden in hem en gaven hem de kans te laten zien wat hij kon.’

Buffer

Schoop heeft een zoon. Als die ooit als honkballer naar de VS trekt, gaat zijn vader met hem mee. ‘Want ik weet wat hij daar allemaal gaat tegenkomen.’ Zijn belangrijkste tip? Regel veel tekengeld – het bedrag dat een speler krijgt als hij een profcontract tekent – en gebruik dat als buffer in de minor league.

‘Dat geld heb je nodig om het daar goed te doen. Je geest is dan vrij van zorgen. Sommige families gebruiken het om hun huis op te knappen of ze kopen er een grote auto van. Dat is alleen tijdelijk. Daarnaast: hoe hoger de tekenbonus, hoe meer kansen je krijgt. Ze zullen het niet hardop zeggen, maar zo werkt het wel. Ze investeren in je.’

Schoop heeft vrede met hoe zijn honkballeven is gelopen. In Amsterdam geniet hij van zijn gezin en hij heeft de komende maanden veel topduels met het Nederlands team in het vooruitzicht. Nederland moet zich zien te plaatsen voor de Spelen van Tokio.

Ondertussen krijgt hij via zijn broertje een inkijkje in de Major League. Ze spreken elkaar elke dag. In de winter wonen ze in hetzelfde huis op Curaçao. Sharlon woont aan de voorkant. Jonathan aan de achterkant. En als het kan, zit hij op de tribune bij Minnesota Twins, de club waar Jonathan nu speelt.

Wel voelt hij dat er iets niet is afgerond. In de tuin van hun oma spraken Jonathan en hij af als eerste Curaçaose broers ooit samen in de Major League te spelen. Schoop heeft die droom nog niet opgegeven. Hij weet: in het honkbal is alles mogelijk. ‘Laatst vroeg een teamgenoot hier of ik voor een wedstrijd nog nerveus word. Niet meer, zei ik. In het honkbal faal je meer dan dat je succes hebt. Het gaat erom hoe je daarmee omgaat. Ik heb geleerd altijd positief te blijven. Als het goed gaat, gaat het goed. Zo niet, dan is er morgen weer een dag.’

Helpt muziek bij sporten?
Hardlopen op ‘Can’t Hold Us’ van Macklemore en in de gym luisteren naar Eminem: leuk en lekker, maar werkt het ook echt? Fitboy Maarten legt het je uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden