Hoe het eergevoel het cynisme een beslissende slag toebracht

Ze zijn gewend met hoon te worden overladen, maar in de voorbereiding op de cruciale kwalificatiewedstrijd tegen Montenegro kwam het Nederlands basketbalteam tot een opvallende conclusie....

Het is dat de basketballers van het Nederlandse team niet cynisch zijn aangelegd. Anders zouden ze wel raad hebben geweten met het duiden van hun meesterlijke overwinning van dinsdag op Israël. Met liefst 22 punten verschil (96-74) werd het land uit de A-categorie verslagen.

Maar op wat vrienden en familieleden na was er geen supporter die de stunt in het Topsportcentrum van Almere kon aanschouwen. De deuren bleven dicht. Het resultaat was daardoor in de meeste kranten niet meer dan een dun lijntje tekst in het uitslagenblok.

Natuurlijk, we hebben het hier slechts over een zege in een oefenduel. Maar aan de betekenis ervan kon niet zomaar worden voorbij gegaan. Spelers die zonder zichzelf op de borst te kloppen constateerden dat zij best wel wat kunnen. Een coach, Gadi Kedar, die vaststelde dat de door hem zo sterk verlangde winnaarshouding eindelijk aanwezig is. En een hoog aangeslagen tegenstander die gegeneerd de hal van het topsportcentrum in Almere verliet vanwege een ongekend pak rammel.

Dat is dus wat drie weken van intensieve voorbereiding kunnen doen met een sportploeg, dus ook met de veelvuldig weggehoonde basketballers. Te lang zijn zij al een vaste vertegenwoordiger in de B-divisie en dat moest maar eens afgelopen zijn. Deze keer is die gedachte niet alleen uitgesproken, er wordt ook naar gehandeld.

Nederland wil promoveren naar de divisie van A-landen en zal zich, om te beginnen, moeten ontworstelen uit een poule met Montenegro, IJsland, Oostenrijk en Denemarken, waarbij alleen de eerste plaats zekerheid biedt voor een ontsnapping. In het eerste deel van het kwalificatietraject werd drie keer gewonnen. Alleen Montenegro was te sterk.

Daardoor is een overwinning noodzakelijk in de onderlinge confrontatie, volgende week zaterdag in Podgorica. Geen gemakkelijke opgave. Maar wie de ploeg de afgelopen weken heeft gevolgd, weet dat de cruciale mentaliteitsverandering niet kan worden genegeerd.

Kedar verwoordt het zo: ‘Toen we dat eerste duel verloren van Montenegro, zag ik blije gezichten na afloop. De ploeg was bang om met 40 punten verschil te worden vernederd. Het waren er slechts een paar, waardoor zij zich trots voelden.’ Hij laat een korte stilte vallen en zegt dan zachtjes: ‘Dat is toch bijna onvoorstelbaar.’

Zijn gedempte toon is niet voor niets. Kort na de zege op Israël wordt in de kantine van het Topsportcentrum in Almere het liefst gewezen op de vorderingen van het team. En niet op de tekortkomingen, waarvan iedereen hoopt dat ze tot het verleden behoren.

Dat geldt zeker voor Stefan Wessels en Peter van Paassen, de internationals van de door financiële malheur geplaagde landskampioen Amsterdam. Zij leven in onzekerheid over hun basketbaltoekomst, omdat nog allerminst zeker is dat de nummer één van Nederland ook een licentie krijgt voor het nieuwe seizoen.

Teddy Gipson, jarenlang het cement onder de Amsterdamse ploeg, en CC Harrison gingen al weg. Dat zal een voorbode zijn. Coach Arik Shivek, een goede vriend van Kedar, tast voorlopig in het duister en kan daardoor geen planning maken.

Kedar: ‘Natuurlijk heeft die situatie Peter en Stefan afgeleid, maar ze gaan er goed mee om. Ze kunnen zich gelukkig focussen.’ En dat moet ook, want het duel tegen Montenegro is cruciaal.

Wessels: ‘Dat is dé wedstrijd en laten we nu niet doen alsof wij niets kunnen. De winst op Israël heeft wel duidelijk gemaakt dat wij op een goede dag van iedereen kunnen winnen. Ik heb het ook zien aankomen. Niemand gooit er met de pet naar, het niveau gaat steeds wat omhoog.’

De 25-jarige speler van Amsterdam meent overigens niet dat een zege op Montenegro noodzakelijk is om het negativisme rond de basketbalploeg te doorbreken. ‘Ons imago is niet afhankelijk van één wedstrijd. Onder de vorige bondscoach, Marco van den Berg, is al gebroken met het cynisme rondom de ploeg.’

Van Paassen: ‘Wij zijn ons heel erg bewust van onze kracht. In slechte perioden zijn wij eerlijk tegen elkaar, zonder dat dit tot cynisme leidt. Ik hoop dat dat het missende ingrediënt zal blijken te zijn. We zweven nu ergens tussen de A- en de B-divisie en voelen dat er geen noodzaak is sceptisch te zijn over onze kansen.’

Het is dan ook eergevoel dat de spelers van het Nederlands team drijft, want voor het geld hoeven ze het niet te doen, stelt teammanager Tonok Bwefar. Net als Kedar is hij als parttimer in dienst van de basketbalbond. Als íets hem is opgevallen, is het wel de grote mate van lotsverbondenheid.

Bwefar: ‘Dat het Nederlands team geen volle zalen trekt, hoeven wij niet vreemd te vinden. Toen Rik Smits zich jaren geleden meldde bij de ploeg, stond het publiek ook niet in rijen voor de kassa’s. Naar dat soort zaken moet onze aandacht ook niet uitgaan. Dat Francisco Elson steeds vanuit Amerika naar ons toekomt om deze ploeg te helpen, is een veelbetekenend signaal.’

Wat Bwefar maar wil zeggen: Elson, twee jaar geleden nog NBA-kampioen met San Antonio Spurs en thans speler van Milwaukee Bucks, is een winnaar. Op 33-jarige leeftijd komt hij echt niet voor zijn lol basketballen in een team zonder toekomstperspectief. In tegenstelling tot zijn huidige ploeggenoot Dan Gadzuric, die de Nederlandse ploeg stelselmatig links heeft laten liggen, neemt Elson zijn verantwoordelijkheid.

Bwefar: ‘Van Paassen is de aanvoerder van deze ploeg, maar zo zou je Elson ook kunnen betitelen. Als hij iets zegt, wordt er geluisterd en daarna wordt er wat met zijn opmerkingen gedaan. En zo hoort het ook.’

Zijn toewijding voor de sport en de bevlogenheid waarmee Elson zich profileert in het Nederlands team zijn essentieel om ook de jonge generatie te doordringen van de noodzaak het maximale te blijven geven voor de ploeg.

Daarom had Kedar ook graag de 19-jarige Jessey Voorn bij zijn selectie gehad. Met het Nederlands team tot 20 jaar werd hij vorige week in Skopje Europees kampioen in de B-divisie, wat leidde tot promotie naar de A-poule. Kedar was zo enthousiast dat hij de ploeg op het vliegveld had opgewacht.

Voorn zou geen speeltijd hebben gekregen in het grote Oranje, maar het talent van Amsterdam had waardevolle indrukken kunnen opdoen bij de ploeg die hij over niet al te lange tijd zal versterken. Maar van zijn club kreeg hij geen toestemming. Bij Amsterdam meenden ze dat hij de afgelopen maanden zwaar genoeg was belast.

Bwefar: ‘Dat is de Nederlandse basketbalwereld ten voeten uit. Zie de clubs en de bond maar eens op één lijn te krijgen. Dan wens ik je veel succes.’

Kedar was not amused, maar heeft geen tijd en zin om zich er al te druk over te maken. Dit weekeinde wordt er nog geoefend in Leiden. Volgende week dient zijn ploeg er te staan tegen Montenegro. Eén ding staat vast: deze keer zal een kleine nederlaag zeker niet tot tevredenheid leiden. ‘We gaan ons prepareren like hell.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden