Hoe hebben renners epo ervaren? En moet het nu van de dopinglijst?

'Epo kon van ezels echt renpaarden maken'

Is epo wel het supermiddel dat wielrenners beter laat presteren? Aan de vooravond van de Tour de France trekken Leidse onderzoekers dat in twijfel, na een experiment met amateurwielrenners. Bekende dopingzondaars reageren verbaasd. En drie vragen over de dopinglijst.

Rudi Kemna (49)

Hij was een van de eerste renners die in 2013 bekenden doping te hebben gebruikt en kreeg slechts een korte schorsing. Inmiddels is Rudi Kemna weer terug in het wielrennen als ploegleider bij Sunweb, de ploeg van onder andere Tom Dumoulin.

'Ik heb heel andere ervaringen dan die wetenschappers. Het werkte namelijk wel. Het is ook maar hoe je het bekijkt: als je epo gebruikt maar traint verder niet, tja, dan heeft het geen effect. Pas als je je lichaam gaat uitputten, dan ga je echt effect ondervinden van die extra rode bloedlichaampjes.'

'Het is dus vooral een herstelmiddel. Als je iedere dag keihard traint en dan ook nog veel wedstrijden rijdt, dat sloop je je lichaam. Epo is als het ware een medicijn om het gesloopte lichaam weer snel gezond te krijgen. Uiteindelijk ga je daar dus ook harder van fietsen.'

Rudi Kemna in 2003. Foto anp

Michael Boogerd (45)

Bekende in 2013 doping te hebben gebruikt. Hij zit een schorsing uit van twee jaar.

'Haha, epo werkt niet? Wel jammer dat ik daar dan voor geschorst ben. Nee, maar even zonder dollen: ik twijfel er niet aan dat het werkt. 'Ik heb het met mijn eigen ogen gezien: mannen als Frans Maassen en Edwig Van Hooydonck waren wereldtop. Ik reed met ze in de ploeg bij WordPerfect. Tot ze midden jaren 90 ineens aan alle kanten voorbij werden gereden door onbekende Italianen. Gewoon gedegradeerd door figuranten. Zij zijn er toen mee gestopt.

'Ik trainde al jaren ongeveer even hard, maar toen ik aan de epo ging verbeterden mijn prestaties onmiddellijk. Als die wetenschappers gelijk hebben, dan moet ik wel een heel bijzondere winter hebben gehad.'

'En het is niet zo dat als je een spuit epo zet, of een epokuur doet, dat je ineens het gevoel hebt alsof er een motortje in je fiets zit. Maar je rijdt gewoon betere uitslagen. Je kan makkelijker meedoen in de finale. Een wondermiddel is het niet. Je ziet namelijk net zo hard af.'

Michael Boogerd in de tour van 1999. Foto anp

Michael Rasmussen (43)

De Deen gebruikte zeker twaalf jaar lang doping, onder meer bij de Rabobankploeg. Naast epo gebruikte hij ook bloedtransfusies, cortisonen en testosteron. Hij werd in 2007 vlak voor het einde uit de Tour gehaald terwijl hij op weg leek naar de overwinning.

'Het gebruik van epo is geen wiskunde. Het werkt bij sommige coureurs beter dan bij anderen. En het is ook geen doping die direct effect heeft. Pas na een paar dagen beginnen de rode bloedlichaampjes zich te vermeerderen in je lichaam.

'Het effect? Je kunt meer wattages trappen en langer trainen met een lage hartslag. Je herstelt dus beter van al die trainingen. Op die manier kun je ook weer meer calorieën verbranden. Dat was voor een klimmer als ik een mooie bijkomstigheid.'

Michael Rasmussen draagt de bolletjestrui in de tour van 2006. Foto epa

Bart Voskamp (49)

In Andere Tijden Sport onthulde Bart Voskamp vorig jaar samen met zijn oud-collega Jeroen Blijlevens de dopingpraktijken bij TVM. Bij de ploeg van Cees Priem werd tijdens de Tour van 1998 epo in een auto van de ploeg aangetroffen. Dat was ook voor Voskamp bestemd.

'Er waren renners die ik in de winter een duw moest geven om ze bergop te laten volgen. En tijdens hun piekmoment in de zomer reden ze me er lachend af als we weer de bergen in gingen. Dat lag echt niet aan een ander trainingsschema.

De maximale hematocrietwaarde, zeg maar de rode bloedlichaampjes, was vastgesteld op 50. Voor mensen als ik, die van zichzelf al een hoge waarde hadden, was epo geen wondermiddel. Maar sommige jongens hadden een standaardwaarde van nog geen 37. Als je die richting de 50 krijgt, dan maak je echt grote verschillen. Zoals je dat zo mooi zegt: epo kon van ezels echt renpaarden maken.'

Just Fontein, Tonie Mudde


Bart Voskamp komt op adem in de tour van 1997. Foto anp

Mag epo nu van de dopinglijst af?

Waarom staat epo op de dopinglijst?
Op de dopinglijst staan meer dan driehonderd stoffen, waaronder epo. Maar ook plaspillen, want die zorgen voor een grotere urineproductie en loodsen eventuele prestatieverhogende stoffen dus nét een tikje sneller uit het lichaam.

De lijst staat onder mandaat van de World Anti-Doping Agency (Wada). Deze internationale organisatie is in 1999 opgericht om onderzoek te doen naar doping en het bestrijden daarvan.

Een stof of methode kan op de dopinglijst worden geplaatst indien deze aan minimaal twee van de volgende drie criteria voldoet: 1. Het middel of de methode is (mogelijk) prestatiebevorderend, 2. Het middel of de methode is (mogelijk) schadelijk voor de gezondheid en 3. Het middel of de methode is in strijd met de 'Spirit of Sport'.

Die laatste term wordt gekarakteriseerd door elf wat vaag geformuleerde waarden, zoals 'ethiek, fair play en eerlijkheid' en 'karaktersterkte en ontwikkeling'. 'Een onhanteerbaar criterium', vindt directeur Herman Ram van de Dopingautoriteit. Hij zou het liefst zien dat criterium 1 verplicht wordt gesteld en dat nummer 3 voorgoed verdwijnt.

Een speciale categorie die in 2011 is toegevoegd is de nul-categorie, bestemd voor de niet-erkende stoffen. Dat zijn, zegt Ram, stoffen die nog niet op de markt zijn. Hoe komen die dan in de sport terecht? 'Soms worden ze gestolen uit de laboratoria van farmaceutische bedrijven en voor veel geld in de sport gebracht.'

Dopingsoort erytropoetine - epo bij de Dopingautoriteit. Foto anp

Hematocrietwaarde

Uit de Tour van 1998 komt naar voren dat epo het nieuwe wondermiddel is in het wielrennen. Maar het is in die tijd nog niet op te sporen. Wel is de hoeveelheid rode bloedcellen in het lichaam te meten. Als de hematocrietwaarde die daaraan verbonden is boven de 50 komt, kunnen coureurs uit de koers worden geweerd. Dit bleek achteraf juist een vrijbrief te zijn geweest om epo te gebruiken. Renners verklaarden dat ze epo kregen toegediend precies tot die grens van 50.

2. Hoe sterk is het bewijs dat die middelen werken?
Er is geen bewijs nodig om een stof op de dopinglijst te zetten. Een aanwijzing is voldoende, maar hoe die aanwijzing er dan uit moet zien, is onduidelijk. Dat is ook een pijnpunt bij de Dopingautoriteit, die meewerkte aan het nieuwe Leidse onderzoek naar epo. 'De criteria zijn weinig objectief. Daarom spannen wij ons ervoor in om cannabis van de dopinglijst te halen: daar ga je namelijk niet harder van fietsen.'

Sommige sporters zouden het wel gebruiken om faalangst mee terug te dringen, maar dat vindt Ram geen goede reden om de stof op de lijst te houden: 'Als je niet uitkijkt, komt ook de bruine boterham erop. Want die verbetert zéker de sportprestaties en je kunt je erin verslikken.' Maar ja, wetenschappelijk onderzoek doen naar het effect van alle stoffen op de dopinglijst is lastig, want je kunt topsporters geen epo gaan geven. Dat is tegen de regels. En bovendien, zegt Ram, is er geen geld voor. En dat gaat er ook niet komen, voorspelt hij.

Een dopingtest uit de tour van 2000. Foto afp

3. Gaat er ook weleens een middel van die lijst af?
Er komen vooral middelen bij. Slechts heel zelden gaat er een stof af. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2004, toen werd cafeïne van de lijst geschrapt. Opmerkelijk, want cafeïne heeft nu juist wél een prestatieverhogende werking.

Aliëtte Jonkers

Leids onderzoek zet vraagtekens bij epo als wondermiddel

Het verboden middel epo is waarschijnlijk lang niet zo prestatiebevorderend als in de professionele wielerwereld wordt gedacht. Dit stellen Leidse wetenschappers van het Centre for Human Drug Research (CHDR) in een studie die vandaag wordt gepubliceerd.

Reactie onderzoeker Joris Rotmans (LUmc)

'Een hematocrietwaarde van 37 procent is wel laag', zegt Joris Rotmans, onderzoeker bij de Leidse epo-studie. 'Die waarde zagen we niet bij onze proefpersonen. Dus het valt niet uit te sluiten dat profrenners met zo'n lage standaardwaarde wel beter presteren met epo als ze stijgen naar 50 procent. In onze studie hadden de deelnemers gemiddeld een hematocriet van 43 procent bij het begin van de studie en was die aan het eind 50 procent. Een behoorlijke stijging dus, die geen effect had op de Mont Ventoux-racetijd.'In ons experiment zagen we geen effect van epo op bloedwaarden die iets zeggen over spierschade of ontsteking die zouden wijzen op een beter herstel. Onze proefpersonen deden duurtesten in het lab en reden één zware etappe in Frankrijk op de weg. Dat is inderdaad iets anders dan een hele Tour de France rijden. Bij ons experiment waren de verschillen tussen renners met en zonder epo nihil. Het valt echter niet uit te sluiten dat er na veel langer gebruik en veel langere inspanning toch kleine verschillen ontstaan.'

Meer over