ReportageFeyenoord

Hoe Feyenoord Zuid-Amerikaanse allure heeft gekregen

Ze komen uit Colombia, Brazilië, Peru en Argentinië. Het opgeleefde Feyenoord heeft als ‘koudbloedige club’ opeens een succesvol, ‘warmbloedig’ Zuid-Amerikaans smaldeel. Intensieve begeleiding is het devies.

Luis Sinisterra loopt juichend weg na de 3-0 die hij voor Feyenoord tegen Emmen maakte. Links Marcos Senesi.Beeld Jiri Buller

Uit het Maasgebouw, de ontvangstruimte voor De Kuip, komen ze na thuiswedstrijden amper meer weg, de vier Zuid-Amerikaanse Feyenoordspelers. Vooral Luis Sinisterra (‘Loewiesje’, roepen de fans) en Marcos Senesi (‘Marco!’) moeten continu op de foto.

De Colombiaanse aanvaller Sinisterra scoort steeds meer, de Argentijnse centrumverdediger Senesi is slim in de duels en heeft een goede pass. Ook Senesi’s Braziliaanse collega in het defensiehart Eric Botteghin is een gewaardeerde kracht, terwijl de Peruviaanse middenvelder Renato Tapia vaak gebruikt wordt om een wedstrijd op slot te gooien. Ze vormen een belangrijk smaldeel van de opgeleefde Feyenoord-selectie, die er de laatste maanden een kampioenwaardig moyenne op nahoudt.

Dat is opvallend, want Zuid-Amerikanen en Feyenoord was lang een moeizaam huwelijk. De lijst met miskopen is indrukwekkend. Spelers als Dondé, Jajá, Sammuel, Manteiga, Denilson, Montoya en Darley schitterden uiteindelijk alleen op moeilijke-quiz-avondjes voor Feyenoord-kenners.

Sinds de zomer is er meer structuur aangebracht in de organisatie om spelers van dat continent komen op te vangen. Er is een draaiboek opgesteld om zaken als huisvesting, verzekeringen, visa, bankpassen en vervoer zo snel mogelijk te regelen. Spelers krijgen een interne cursus Engels, telefoonnummers van vier Feyenoord-medewerkers om ze dag en nacht bij van alles te helpen en weldra wordt een (Spaanstalige) sociaal-maatschappelijk werker aangesteld. Gezinsleden van de spelers worden zeker in de eerste jaren zoveel mogelijk naar Nederland gehaald om in hun appartementen de thuissituatie na te bootsen. De sociaal-maatschappelijk werker moet ook hen gaan ondersteunen.

Sjaak Troost, die sinds de zomer het technisch directeurschap tijdelijk op zich nam, is de man achter het intensiveren van de begeleiding. Zijn opvolger Frank Arnesen, die Spaans spreekt en op goede voet staat met meesterscout Piet de Visser (kenner bij uitstek van het Zuid-Amerikaanse voetbal), kan een extra dimensie toevoegen.

Al sinds 1994 probeert Feyenoord een succesvolle lijn op te zetten met voetballers uit Zuid-Amerika. Ze paren vaak overlevingsdrang aan een geraffineerde, intuïtieve techniek, omdat ze op straten voetballen waar het recht van de sterkste geldt. Daarmee kunnen ze iets toevoegen aan het meer steriele voetbal van spelers uit Europa waar de harde straatvoetbalcultuur veelal verdwenen is. PSV kent tal van Zuid-Amerikaanse succesverhalen, bij Ajax worden die ook steeds meer geschreven. Beide clubs kennen ook enkele legendarische flops.

Ondanks de tomeloze inspanning van tal van medewerkers is het trackrecord van Feyenoord een stuk beroerder. De allereerste Zuid-Amerikaan in de Kuip, de Braziliaan Glaucio, ging in zijn eerste wedstrijd meteen op de vuist, werd voor vier wedstrijden geschorst en verdween snel van de radar.

Nederlandse subtop 

Van de 20 spelers (Senesi en Sinisterra niet meegerekend) die rechtstreeks uit Zuid-Amerika naar Feyenoord kwamen, staat alleen Julio Ricardo Cruz in het collectieve geheugen gegrift als een succes door een aantal belangrijke treffers, maar per saldo maakte Feyenoord slechts drie miljoen euro winst op de Argentijnse spits. Over de transfer van menig Zuid-Amerikaanse voetballer kreeg Feyenoord later nog een fikse belastingaanslag.

Oud-speler Leonardo, die sensationeel doorbrak, maar nooit zijn belofte inloste, zei altijd dat het koudbloedige Feyenoord en warmbloedige Zuid-Amerikanen karakterologisch niet matchen. Landgenoot André Bahia, een gewaardeerde oud-verdediger, spreekt dat nadrukkelijk tegen.

Feyenoord koos de laatste jaren vooral voor spelers uit de Nederlandse subtop. Die spreken de taal, kennen de mores en de manier van spelen. Ze zijn altijd op tijd terug van vakantie of interlands en hebben geen bundeltje zaakwaarnemers aan zich hangen.

Feitelijk valt Botteghin (32) ook in die mal. Hij speelde voor zijn komst naar Feyenoord in 2015 bij Zwolle, NAC en Groningen. Tapia (24) kwam in 2016 over van FC Twente.

Senesi (22) maakte al naam in Argentinië bij San Lorenzo en kostte Feyenoord afgelopen zomer 6,5 miljoen euro. Na een moeizame start profileerde hij zich als een betrouwbare kracht. Sinisterra (20) was een onbeschreven blad toen hij overkwam van Once Caldas voor 2 miljoen euro in de zomer van 2018. Vorig seizoen viel hij slechts viermaal in. Hij voelde zich niet serieus genomen en wilde eigenlijk verhuurd worden, maar kreeg een kans en is inmiddels international.

‘Luis is onbevangen, sterk, snel in zijn dribbel en vaardigheid,’ loofde Steven Berghuis na Feyenoord - PSV waarin de Colombiaan een plaag bleek voor PSV-aanvoerder Dumfries en consorten. ‘Wij zagen vorig seizoen al op de training dat hij dit in zich heeft. Maar je kan niet zo’n jongen zo ophalen en denken: het komt wel. Je zag dat Luis wedstrijden en begeleiding nodig had. Er zijn nu ook meer jongens die zijn taal spreken, ze hebben een mooi groepje. Dat is belangrijk. Dan kan hij zich ontplooien. Anders was hij nu misschien weggeweest, dan had je een diamantje laten liggen.’

Dat is Feyenoord vaker overkomen. Michel Bastos zat vaak alleen in een Italiaans restaurant nabij stadgenoot Excelsior, de club waar Feyenoord hem in 2002 tijdelijk stalde, maar nooit meer oppikte. Hij klaagde over heimwee. Vanuit Brazilië maakte hij later alsnog een succesvolle sprong naar Europa, leidend zelfs tot deelname aan het WK 2010 voor Brazilië.

Sinisterra heeft sinds dit seizoen om de drie maanden zijn moeder om zich heen. ‘Mijn moeder heeft me opgevoed.’ Zijn vader vertrok toen hij acht jaar was. De serieuze Senesi motiveert de wat frivolere Sinisterra om werk te maken van de Engelse cursus, ook in verband met hun verdere carrière.

Feyenoord hoopt op Senesi en Sinisterra straks veel meer te winnen dan drie miljoen. De Colombiaan scoorde de laatste drie duels op rij, maar Feyenoord-medewerkers vinden hem toch wat vermoeider overkomen, nu zijn moeder weer in Colombia zit. Ma Sinisterra permanent naar Rotterdam halen zou zomaar de meest waardevolle ‘transfer’ kunnen zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden