Hoe elke favoriet zomaar kan verliezen

Normaal gesproken wint Alberto Contador dit jaar zijn derde Tour de France. Maar de favoriet kan ook vallen, door een ploegmaat worden bedrogen of zelf een stommiteit begaan....

Er is weinig fantasie voor nodig. Zeg dat Alberto Contador over drie weken lachend de Champs-Elysées toezwaait en je zult door niemand voor gek worden versleten. Waarom ook wel?

Zijn tegenstanders schuiven hem stuk voor stuk naar voren als belangrijkste kanshebber op het geel en de Spanjaard zelf vertelt te pas en te onpas hoe moeilijk het is topfavoriet in de Tour te zijn. Natuurlijk ontpopt hij zich deze maand dus voor de derde keer als de beste van iedereen.

Of toch niet?

Stel nu dat de missie van Contador zomaar spaak loopt. Omdat Andy Schleck plotseling een betere klimmer blijkt dan hij. Omdat Lance Armstrong weer kan tijdrijden als in zijn beste jaren. Of omdat de Amerikaan zich met een veel betrouwbaarder stel ploegmaats heeft omringd dan de grootste favoriet van allemaal.

Blader door de geschiedenisboeken van de ronde en zo gek is het helemaal niet dat Contador de Tour ook kan verliezen. Tal van renners gingen hem immers voor. Ze begonnen als topfavoriet en eindigden drie weken later buiten de prijzen. Sommigen gaven halverwege op, anderen ploeterden zich naar het einde. Naar een roemloos einde, dat wel.

Wie niet zoekt, zal ongetwijfeld ook een mooie Tour beleven. Wie dat wel doet, vindt genoeg argumenten om zich niet te hoeven neerleggen bij het onvermijdelijke. Daarom de vijf grootste valkuilen op een rij waarvoor Contador beter kan uitkijken, wil hij de Tour opnieuw winnen.

Tactiek

Alberto Contador staat niet bekend als een groot tacticus. Hij bemoeit zich zelden met het strijdplan dat door de ploegleiding op tafel wordt gelegd, ook als dat misschien wel zou moeten. De koers bepalen laat hij liever aan anderen over.

Wie vorig jaar de Tour meemaakte, kreeg daarvan een goed voorbeeld te zien. Zelfs de renners van Skil-Shimano zaten beter op te letten dan de Spanjaard, toen de wind het peloton in stukken blies in de derde etappe naar La Grande Motte. Lance Armstrong liet zien hoe je wel moet omgaan met waaieretappes en zette zijn ploegmaat lachend op achterstand.

Zo’n onoplettendheid kan Contador ook dit jaar in een vroeg stadium achterop helpen. Morgen al moet langs de Zeeuwse kust blijken of hij dit jaar beter bestand is tegen de wind. En om het nog erger voor hem te maken: twee dagen later wacht de tocht over de Noord-Franse kasseien.

Natuurlijk, Contador heeft de kasseien verkend. Hij liet zich eroverheen loodsen door Peter van Petegem, oud-winnaar van Parijs-Roubaix. En ongetwijfeld zal hij op weg naar Arenberg op zijn ploegmaats kunnen rekenen. Maar dat maakt hem nog geen renner die in staat is de koers te doorzien en alle gevaren op waarde in te schatten.

Vorig jaar hielden Armstrong en ploegbaas Johan Bruyneel hem tactisch in het gareel. Maar beiden zijn dit jaar rivalen van hem geworden, waardoor het de vraag is hoe hij zal reageren als een plukje renners twintig minuten voorsprong op hem pakt.

Zet Contador zijn ploeg aan de kop van het peloton om het gat dicht te krijgen, of gokt hij op de steun van andere teams? Durft hij te pokeren? Kan hij wel pokeren?

Het gevaar ligt overal en altijd op de loer. Dat bleek al in 1956, toen Roger Walkowiak op kousenvoeten opklom in het klassement en met zijn overwinning alle grote namen te kijk zette. En Carlos Sastre had in 2006 de Tour kunnen winnen als CSC niet zo lankmoedig had gereageerd op een aanval van een groep renners waartoe ook Oscar Pereiro Sio behoorde.

Aan de finish hadden de vluchters een half uur voorsprong op de rest van het peloton. Landis en zijn ploeg Phonak herstelden later de orde, maar Pereiro had dit jaar als kompas kunnen fungeren om zijn ploegmaat op zulke risico’s te wijzen. Alleen werd hij thuisgelaten door Astana.

Broedermoord

Hand in hand kwamen Greg LeMond en Bernard Hinault 24 jaar geleden over de streep in Parijs. De Amerikaan als winnaar van de Tour, zijn Franse ploeggenoot als zijn belangrijkste steun en toeverlaat voor drie weken.

De waarheid was anders, zo bleek later. LeMond ontdekte al snel dat de belofte van Hinault om een jaar na zijn eindzege bij La Vie Claire in dienst te rijden voor zijn jongere ploegmaat, niets waard was. Op die manier school de grootste bedreiging in zijn eigen ploeg.

Na het vertrek van Armstrong hoopt Contador het scenario van vorig jaar niet nog eens mee te maken. Toen maakten de twee elkaar het leven zuur tijdens de Tour. Maar stel nu eens dat Contador in de persoon van LeMond opnieuw met een Hinault is opgezadeld. Aleksandr Vinokoerov heeft zijn ploegmaat weliswaar alle steun beloofd en beweert dat Astana maar een kopman kent. Maar zei Hinault in 1986 ook niet zoiets?

Een aantal zaken spreekt in het nadeel voor Contador. Vinokoerov heeft de macht bij de ploeg die rondom hem werd gebouwd. Hij heeft bovendien wat recht te zetten in de Tour, nadat hij in 2007 door een positieve dopingtest via de achterdeur verdween.

Zijn prestaties dit seizoen zullen het verlangen alleen maar verder aanwakkeren. Wil iemand die Luik-Bastenaken-Luik wist te winnen en als zesde in de Giro eindigde, zich wel schikken in een rol op het tweede plan?

Noodlot

Het noodlot kent vele gedaanten, die vrijwel allemaal iets gemeen hebben: je kunt je er als renner vrijwel onmogelijk tegen wapenen. En: het noodlot kan gruwelijke vormen aannemen.

LeMond bereidde zich voor om in 1987 de Tour opnieuw te gaan winnen, totdat zijn zwager hem tijdens het jagen voor een kalkoen aanzag en een schot hagel door zijn been joeg. Eddy Merckx kreeg in 1975 een stomp in zijn lever van een doorgedraaide toeschouwer. Zijn tweede plaats achter Thévenet was nog heel wat.

Hoe goed je als renner ook bent voorbereid op tegenslag, met hoe veel doemscenario’s je ook rekening houdt, het noodlot kan overal en altijd toeslaan. Het scheelt dat Alberto Contador niet zelf meer zijn fiets hoeft te repareren als die in tweeën breekt, iets waardoor Tourfavoriet Eugène Christophe in 1919 werd geveld. Maar één kus met het asfalt en hij kan een derde Tourzege vergeten.

Vraag het Raymond Poulidor maar. Die staat in Frankrijk niet alleen bekend als de eeuwige nummer twee van de Ronde. Er was ook niemand die zo vaak op de grond lag in de Tour. In zijn vaderland kon de klok er zelfs gelijk op worden gezet dat ‘Poupou’ weer zou neergaan.

Contador valt vrijwel nooit. Maar er zijn wel 197 anderen die hem uit zijn evenwicht kunnen brengen, om nog maar te zwijgen over de kinderen langs de kant die de weg op kunnen rennen en alle motoren en auto’s in koers die in het heetst van de strijd tot de raarste capriolen in staat zijn.

Overmoed

In de Tour van 1998 vocht Jan Ullrich een verbeten strijd uit met Marco Pantani. De Duitser was favoriet om zijn rijk verder uit te bouwen in de ronde die hij het jaar daarvoor naar zijn hand had gezet. Maar tijdens de vijftiende rit moest hij alles op alles zetten om zijn Italiaanse rivaal bij te benen.

Op de Galibier had Pantani zijn krachten gespaard in de achtervolging op de drie koplopers die 8 kilometer van de top waren weggesprongen. Hoe vaak hij werd aangespoord ook wat werk te doen, de Italiaan liet Ullrich het gat met Leblanc, Escartin en Boogerd dicht rijden. Toen de drie waren bijgehaald, ging Pantani er als een haas vandoor. Tot overmaat van ramp voor Ullrich was het ook nog gaan ijzelen. De temperatuur zakte naar 8 graden, terwijl de Duitser al bij 20 graden rilde van de kou. Verkleumd raapte hij al zijn moed bijeen om achter Pantani aan te gaan.

Het lukte niet. Sturen kon Ullrich niet meer, omdat zijn handen klam waren geworden. En zijn concentratie ebde steeds verder weg door een euvel waarvoor hij bij de jeugd al was gewaarschuwd. ‘Al mijn kennis en al mijn ervaring leken weggeblazen’, schreef hij in zijn biografie Alles of niets over de pijnlijkste hongerklop uit zijn carrière.

Ullrich moest de etappewinst in Les Deux Alpes laten aan Pantani, die daarmee de Ronde definitief in zijn voordeel besliste. En hij was niet de enige die zich een Tourzege door een eigen stommiteit liet ontglippen. Miguel Indurain was in 1996 ook al vergeten te eten. De buiging op de Col de la Madeleine betekende zelfs het einde van een vijf jaar lang tijdperk waarin hij de Tour beheerste.

Contador liet zich ook al eens verrassen door deze beginnersfout. In de voorlaatste etappe van Parijs-Nice (2009) vergat hij in de leiderstrui voldoende brandstof naar binnen te werken. De eindzege ging daardoor naar zijn landgenoot Luis Leon Sanchez. Het betekende de eerste grote nederlaag van Contador.

Een hongerklop staat niet op zich. Het veroorzaakt niet alleen een gebrek aan concentratie, het duidt ook op een gebrek eraan. Wie alert is, laat zich niet verrassen door te weinig voedingsstoffen binnen te krijgen.

Misschien duidt een hongerklop ook op overmoed, iets wat kampioenen als Hinault, Anquetil en Ocaña van succes in de Tour afhield. Is Contador met twee Tourzeges op zak wel even scherp als toen hij er nog geen een had gewonnen? Een moment van concentratieverlies en het geel kan voorgoed uit zicht zijn.

Zwakte

Wie Contador de laatste jaren bezig zag, kan zich nauwelijks voorstellen dat de renner ooit een groot moment van zwakte gaat beleven. In de Tour van 2009 was hij zowel in de bergen als in het tijdrijden ongenaakbaar.

Aan de andere kant: zo dominant is hij dit jaar niet. In het Critérium International hield zijn hooikoorts hem van de overwinning af, in de Dauphiné werd hij verslagen door Janez Brajkovic. Het hoefde niets te betekenen over zijn Tourvorm. Die komt pas op het allerlaatst, zegt een renner die er in juli hoort te staan.

Toch kan moeilijk worden beweerd dat Contador aan een topseizoen bezig is. En is juli eigenlijk niet een van de zwaarste maanden voor hooikoortspatiënten? Het was de reden dat Tony Rominger de Giro en de Vuelta (drie keer) op zijn erelijst bijschreef, maar nooit de Tour.

Waarom zou een toprenner zich niet slecht kunnen voelen in de belangrijkste maand van zijn seizoen? Ocaña had zich na zijn overwinning in 1971 minutieus voorbereid op de Tour een jaar later, maar kon in de bergen nauwelijks meer ademen en werd vernederd door Merckx.

De knieën van Hinault bleken in de Ronde van 1980 – die Zoetemelk won – versleten, het gevolg van een woeste inspanning die hij zelf had geleverd tijdens een etappe. LeMond reed in 1991 zes dagen in de gele trui, maar bleek te oud om voor de eindzege te kunnen meedoen. Indurain deed in 1996 slechts in de verte denken aan de man die vijf keer de Tour won.

Natuurlijk, Contador is met 27 jaar in de bloei van zijn leven. Zijn lichaam doet voorlopig nog steeds wat zijn hoofd opdraagt. Maar dat maakt hem nog niet onsterfelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden