Hoe dorpsoudste Anema op bobobastion NOCNSF knalde

De affaire rond schaatscoach Jillert Anema legt een groot verschil in culturen bloot: het geritsel in een kleine sport versus de juridische haarkloverij van de olympische sportkoepel NOCNSF.

Jillert Anema Beeld anp

De wereld is een dorp: die uitdrukking gaat bij uitstek op voor de schaatssport. Het is een kleine gemeenschap van geestverwanten uit verschillende landen, die met elkaar rond de wereld trekken en elk jaar dezelfde ijsbanen aandoen, in dezelfde jaargetijden, om dezelfde rondjes van 400 meter te schaatsen. Altijd linksom.

Hooguit enkele honderden inwoners telt het reizende gezelschap. Ook al spreken de coaches, atleten en verzorgers verschillende talen en behoren ze tot verschillende generaties, ze vinden elkaar in hun fascinatie voor het ijs. Die band is soms belangrijker dan de reden die hen samenbrengt: de strijd om de snelste schaatser te zijn of voort te brengen.

Als groep weten ze zich kwetsbaar. Ze zijn klein in de wereld van de mondiale sport. Ze voelen zich tezamen verantwoordelijk voor hun voortbestaan, dus nieuwkomers worden welkom geheten. Vooral Nederlanders, de rijkste groep in de gemeenschap, zien het als hun plicht om leergierige buitenlanders in te wijden in de schaatscultuur. Zeker gezien het aanhoudende succes: Esmee Visser, die vrijdag goud veroverde op de 5 kilometer, was alweer de zesde Nederlander die deze Winterspelen goud veroverde.

Dorpsoudste

Van heinde en verre komen de buitenlanders naar Thialf, de ijstempel die dienst doet als het dorpsplein van de schaatssport. Uit Italië en Frankrijk, uit Colombia en Argentinië, uit Amerika en Rusland, uit Polen en Japan. Er wordt geritseld en geregeld, geschoven en geduwd om de ambitieuze avonturiers onderdak te bieden, ijstijd te bezorgen, ervaring te laten opdoen.

Jillert Anema (62) is zo'n regelaar, een dorpoudste (dorpsgek volgens sommigen), bezeten van schaatsen. Hij heeft Rintje Ritsma in zijn hoogtijdagen bijgestaan, hij heeft Sven Kramer zien opgroeien, hij heeft de Friese halfgoden van het allrounden als fysiotherapeut zelfs eens gelijktijdig behandeld in het ziekenhuis van Heerenveen, toen ze allebei een botbreuk hadden opgelopen en samen op een kamer moesten herstellen.

Anema ontfermde zich ook over Franse inlineskaters die met olympische dromen naar het noorden trokken. Ze werden niet gesteund of zelfs tegengewerkt door een federatie met alleen oog voor kunstschaatsen. Een van hen, Tristan Loy, lukte het een alternatieve Elfstedentocht over 200 kilometer te winnen. Anderen, onder wie Alexis Contin, plaatsten zich voor de Winterspelen, onder meer op de ploegenachtervolging.

Die Winterspelen zijn voor de kleine schaatsgemeenschap zowel een zegen als een vloek. Het maatschappelijke belang van het evenement zorgt ervoor dat er behoorlijke sommen geld van overheden, olympische comité's en sponsors naar de sport vloeien. De keerzijde is dat de informele cultuur, zo eigen aan een dorpsgemeenschap, soms moeten wijken voor de formele omgangsvormen die in de buitenwereld gelden.

Protocollen

Contracten, clausules, codes: in de olympische schaatssport geldt de taal van het wantrouwen. In Nederland zijn zelfs de omgangsvormen in protocollen gegoten door sportkoepel NOCNSF. Geen handen schudden, want dat geeft infectiegevaar. Een avondje stappen, zoals turner Yuri van Gelder tijdens de Zomerspelen: meteen naar huis. Vroegtijdig uitgeschakeld bij de Spelen: in de losersvlucht.

Soms schuren de twee culturen alleen, soms botsen ze. Anema deed bij de Winterspelen van Sotsji, vier jaar geleden, wat hij altijd doet. Hij probeerde iets te ritselen, naar zijn overtuiging met de beste bedoelingen. Hij wilde voorkomen dat zijn Franse jongens vernederd zouden worden door de achtervolgingsploeg van Sven Kramer. Het zou de Fransen misschien hun karige fondsen kosten. Een van hen was al verzwakt door een schildklieraandoening.

Jillert Anema (R) en Arie Koops, technisch directeur KNSB Beeld anp

Anema probeerde iets te regelen met Arie Koops, de Nederlandse bondscoach die hij al decennia kende, een man in wie hij een zielsverwant zag. Dat was een misrekening. Als technisch directeur van de schaatsbond, zijn eigenlijke functie, was Koops ingewijd in de juridische cultuur van de olympische beweging. Hij wendde zich tot chef de mission Maurits Hendriks, de technocraat die de professionalisering van de Nederlandse topsport sinds tien jaar tot zijn missie heeft gemaakt.

Structuur, protocol, beleidskader: dat is het denkraam van Hendriks. Hij bezag het verzoek van Anema door de lens van de olympische jurisprudentie. Hoezo sympathieke poging om Franse schaatsers vooruit te helpen in een tak van sport die meer internationale tegenstand hard nodig heeft? Laakbare moraal. Poging tot matchfixing. Schending van de ethische code. Een berisping was in zijn optiek onvermijdelijk.

Wie gelijk heeft?

Wie vermoedelijk gelijk krijgt, is degene die de afstandelijke taal van het geïnstitutionaliseerd wantrouwen het beste beheerst. Dat hoeft Hendriks niet eens te zijn. Hij ligt op zijn beurt weer onder vuur van een rechtsgeleerde, Marjan Olfers, een oud-staatssecretaris van sport, Margo Vliegenthart, en sinds vrijdag zelfs van de huidige minister van Medische Zorg (waar sportbeleid onder valt), Bruno Bruins. Stuk voor stuk zijn het experts die nog verder afstaan van de kleine gemeenschap die tracht te zorgen dat de schaatssport kan voortbestaan, ritselend en regelend, zoals dat gaat in een dorp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden